woensdag 24 januari 2018

De Big Six van discriminatie/agressie en de twee culturen



Laatst bijgewerkt 25/1/2018 om 1:01.


Wat heeft het empirische discriminatie/agressie-onderzoek sinds 1941, toen Fromm zijn Escape from Freedom publiceerde, opgeleverd?

Eerder vatte ik het antwoord op die vraag samen in elf punten (hier). Verder bleek in die blogpost dat, uitgaande van de bijbeltekst in Exodus 20, ook de Joden ergens rond 700 voor het begin van onze jaartelling zich al grote zorgen maakten op dit punt. Fromm was dus niet helemaal de eerste die het probleem verwoordde.

De elf punten die het onderzoek heeft opgeleverd, zijn voor een mens best veel om te onthouden. Je zou ze echter kunnen onderverdelen in twee verschillende groepen: de Big Six en de Basic Five. De Grote Zes en de Basis Vijf van het discriminatie/agressie-onderzoek.

Laat ik beginnen met de Big Six. Ik moet daarvoor beginnen bij het idee van Fromm.


Het idee van Fromm

De stelling die Fromm wist op te werpen, kwam erop neer dat de mensen die voor Hitler kozen, dat niet zo maar deden, maar dat als het ware deden doordat ze werden voortgedreven door een verborgen drift.

Fromm was sterk beïnvloed door Freud en zijn psycho-analyse en vond het denken in verborgen driften, die eigenlijk voor niemand waarneembaar waren, heel normaal. Alle gedrag werd uiteindelijk herleid tot verborgen driften die alleen voor de psycho-analyticus waarneembaar waren, maar dankzij hem daardoor ook voor het grote publiek zichtbaar werden.

Een typische Plato-redenering die typerend is, naar we nu denken te weten, voor strongmen. Fromm orakelde vervolgens honderden bladzijden vol over de mysterieuze verborgen eigenschappen van de typische Hitler-aanhanger, die hij dacht te zien. Maar wat hij nu precies dacht te zien, bleef volstrekt in het vage.

Tijdens en na de oorlog werd zijn boek het startpunt voor empirisch onderzoek en leidde men er in totaal negen toetsbare voorspellingen over de typische fascist uit af. Van die negen voorspellingen bleken er uiteindelijk drie te kloppen. Negen maal geschoten, drie maal raak.

Deze drie eigenschappen vormen de basis voor het meten van autoritarisme via de RWA-schaal van Altemeyer. Het zijn globaal: 1. onderwerping aan zijn autoriteiten, 2. bereidheid tot agressie uit naam van die autoriteiten en 3. conventionalisme/traditionalisme.

Maar inmiddels lijkt duidelijk te zijn dat een strongman zoals Hitler of Trump niet alleen trekt met autoritarisme, maar ook met sociale dominantie. Het brandende verlangen naar status en macht. Fromm had dus met zijn negen pijlen slechts één van de twee koeien geschoten.


1.  Bevooroordeeldheid bepaalt het enthousiasme voor de strongman.

In 1941 was dit allemaal echter nog niet bekend en leek het idee van Fromm zo bizar dat mensen er eerst in doorsnee helemaal niets inzagen. Het idee had echter wel een bepaalde logica.

Het punt was namelijk dat lang niet iedereen zich achter Hitler stelde. Het percentage van de Duitse bevolking dat Hitler aan de macht hielp, lag net als bij Trump, rond de veertig procent. Kennelijk moest er dus een factor X zijn, waardoor sommige mensen wel iets in Hitler zagen en andere mensen niet.

De grote vraag van het discriminatie/agressie-onderzoek na 1941 werd dus: wat is de X-factor? Volgens Fromm was dat autoritarisme, maar hoe dat precies gemeten moest worden, was toen nog niet bekend.

Sinds kort lijkt echter duidelijk te zijn, wat de X-factor is. Een strongman als Trump blijkt bij onderzoek aanhangers aan te trekken via de kant van sociale dominantie en via de kant van autoritarisme. De strongman heeft een dubbele aantrekkingskracht!

De consequentie daarvan is dat bevooroordeeldheid (prejudice) de factor moet zijn, waarmee de strongman trekt. Sociale dominantie en autoritarisme samen, blijken namelijk vrijwel perfect bevooroordeeldheid te voorspellen. Bevooroordeeldheid is dus de X-factor.

Dit is het eerste punt van de Big Six. Het enthousiasme voor de strongman wordt bepaald door de bevooroordeeldheid van het desbetreffende individu.


2.  Bevooroordeeldheid is geneigdheid tot agressie

Het tweede, derde en vierde punt van de Big Six draaien om de vraag: wat is bevooroordeeldheid precies?

Bevooroordeeldheid is allereerst het instemmen met negatieve uitspraken over minderheidsgroepen. Het gaat dus om openlijke, maar nog slechts verbale, agressie. De praktijk is echter dat mensen eerst een bepaalde mindset moeten hebben, voordat ze lichamelijk geweld gaan gebruiken. Met bevooroordeeldheid meten we dus agressie. Dit is het tweede punt van de Big Six.


3.  Bevooroordeeldheid is gericht op het onderwerpen van mensen

Het derde punt van de Big Six heeft ook te maken met de vraag: wat is bevooroordeeldheid precies?

Bevooroordeeldheid is agressie gericht op het onderwerpen van mensen, niet op het onderwerpen van de natuur.

Bevooroordeelde mensen maken zich niet druk over de domheid van straatstenen of het te hoge CO2-niveau in de atmosfeer, maar praten wel graag met een bepaald genoegen over de domheid en slechtheid van bijvoorbeeld zwarte mensen of witte mensen. 


4.  Bevooroordeeldheid is irrationeel geloof

Ook het vierde punt van de Big Six heeft te maken met de vraag: wat is bevooroordeeldheid precies?

Een belangrijk aspect van bevooroordeeldheid is dat het hiet gebaseerd is op feiten. Men weet het zeker, men voelt het zo, men gelooft het heilig, maar de feiten ontbreken en wanneer de feiten niet ontbreken, trekt men zich daar niets van aan.

Wie gelooft dat twee knikker samen met twee andere knikkers in totaal vier knikkers moet opleveren, gelooft ook. Maar in dat geval gaat het om een rationeel geloof. Op het moment dat blijkt dat die twee knikkers samen met de twee andere knikkers tenslotte slechts één knikker opleveren, iets dat kan gebeuren bij elementaire deeltjes, zal vervolgens zijn geloof bijstellen. Elementaire deeltjes gedragen zich soms anders dan knikkers.

Het vierde punt van de Big Six is dus dat de agressie niet gebaseerd wordt op feiten, maar op geloof. Men voelt het zo, men denkt het zeker te weten.

Wie verder zoekt, ziet dat de oorsprong van dat geloof gevormd wordt door de groep. Men gelooft iets, omdat men bij de groep wil horen. Men beweert dingen, die bij de groepsleden goed vallen, maar die niet wortelen in de empirie.

Het plaatje dat we dus tot hier hebben van agressie is als volgt. De strongman trekt met zijn verhaal en presentatie sterk bevooroordeelde mensen aan. Deze mensen zijn door hun bevooroordeeldheid uitermate agressief ten opzichte van minderheidsgroepen. Die agressie heeft als doel die groepen te onderwerpen. De basis van die agressie is de individuele bevooroordeeldheid die vervolgens versterkt wordt door de groep. De agressie komt dus van binnenuit. Er is geen enkele externe aanleiding voor nodig.

Het beeld dat dus ontstaat, is van de agressieve groep die er naar streeft zwakkere partijen te onderwerpen.


5.  De eerste basis van bevooroordeeldheid is status of sociale dominantie

Waardoor wordt bevooroordeeldheid veroorzaakt? Het empirische discriminatie/agressie-onderzoek heeft daar twee verschillende antwoorden op gevonden.

De eerste 'reden' voor mensen om bevooroordeeld te zijn, is sociale dominantie. Men wil de baas zijn, men wordt gedreven door een tomeloze zucht naar macht waarvoor alles moet wijken. Men wil -- koste wat het kost -- winnen en overwinnen. Men wil de top van de piramide bereiken. Wanneer men de top van de piramide bereikt heeft, is men nog niet tevreden. Men wil Koning zijn. Het gebied moet groter, men moet God zijn, er moeten grootse bouwwerken verrijzen.

De baas zijn, heeft natuurlijk in de praktijk veel voordelen. Deze drive om ten kost koste van alles de top te bereiken, is dus evolutionair gezien niet heel verwonderlijk. Wel lijkt duidelijk te zijn, dat dit probleem bij jagers/verzamelaars niet in die mate voorkomt.

Het vijfde punt van de Big Six is dus dat men status en macht wil. Hoe meer, hoe liever. Het beeld dat we nu hebben, is dat van een agressieve groep door innerlijke factoren volledig gericht op het onderwerpen van mensen, terwijl er binnen de groep een race is naar de top.


6.  De tweede basis van bevooroordeeldheid is groepslidmaatschap of autoritarisme

De tweede 'reden' voor mensen om bevooroordeeld te zijn, is volgens het empirische onderzoek naar discriminatie/agressie de behoefte om veiligheid en een bestaan in de groep te vinden. 

Bevooroordeeld mensen zien de wereld als een onveilige omgeving, waar ze op eigen benen niet kunnen overleven en in groot gevaar verkeren. Men vlucht daarom naar een machtige groep. Doordat te doen, offert men zijn vrijheid op, maar hoopt men te delen in de veiligheid en de voordelen van de groep. Dit is het zesde punt van de Big Six.

Het plaatje dat de Big Six dus opleveren, is dat de volledig op macht gerichte strongman met zijn verhaal en optreden agressieve volgelingen aantrekt (1 en 2). Het doel van die agressie is het onderwerpen van zwakkere groepen (3). De basis voor de agressie zit niet in de omgeving, maar zit in het innerlijk van de groepsleden (4) en wordt vervolgens versterkt door het geloof dat de strongman verkondigt. In de groep draait alles om groepslidmaatschap (6) en status (5). 


De twee culturen

De punten van de Big Six leveren dus een typische mob-structuur op. Een machtige groep die zichzelf door agressie in leven houdt en steeds groter probeert te groeien. Men handelt in agressie en macht.

Een mob kan zichzelf echter niet in leven houden, zonder ergens productie vandaan te halen. Tegenover de mob moet zich dus altijd een collectie van double-lows bevinden die de productie op peil houden en die aan vervolging door de mob blootstaan.

Aan de ene kant ontwikkelt zich in de mob een bepaalde cultuur, aan de andere kant ontwikkelt zich aan de andere kant van de mob een tegencultuur. In de machtige groep ontstaat een hofhoudingscultuur, de alfacultuur. Aan de andere kant ontstaat een productiecultuur, de bètacultuur.

Dit levert de mogelijkheid om bevooroordeeldheid, de basis van discriminatie/agressie, te bestuderen door de produkten (teksten) van beide culturen te vergelijken. Die vergelijking van de twee culturen, die C.P. Snow reeds in 1956 bij wetenschappers geobserveerd had en beschreven heeft, levert vervolgens de punten voor de Basic Five.












Geen opmerkingen:

Een reactie posten