zaterdag 31 december 2016

De twee culturen en het 'touwtje uit de brievenbus' van Jan Terlouw


Laatst aangepast op 7-1-2017.

Jan Terlouw stelt dat de huidige samenleving verschilt met die van vlak na de oorlog: het  vertrouwen is weg. Hierdoor wordt de aanpak van het klimaatprobleem bemoeilijkt. Zijn speech leidt tot een groot aantal negatieve reacties.
Uitgaande van het soortenmodel hebben samenlevingen een sterke neiging te verschuiven in negatieve richting: van productiegericht naar consumptiegericht. Een dergelijke verschuiving bemoeilijkt de aanpak van allerhande problemen.
Is de cultuur na 1960 inderdaad verschoven in negatieve richting? Ik kijk naar vier punten: 1. de populariteit van mensenrechten; 2. de opvatting dat onderwijs dient voor consumptie en niet voor productie; 3. de populariteit van strongmen; 4. de waardering van feitelijke juistheid.
Op alle vier punten vind ik dezelfde uitkomst: de cultuur is verschoven in negatieve richting
.


Op 30 november 2016 zie ik op Joop.nl een item met een link naar de toespraak van Jan Terlouw in DWDD (De Wereld Draait Door, hier). Het totale fragment duurt iets meer dan 10 minuten; de toespraak begint op 2:15.

Terlouw krijgt de gelegenheid om de natie in DWDD toe te spreken, omdat hij als bekend politicus en schrijver 85 is geworden. Die verjaardag was iets eerder, maar toen had hij longontsteking, vertelt hij.

Wat zegt Terlouw in zijn acht minuten? Ik geef hieronder weer, wat er bij mij in eerste instantie van zijn toespraak is blijven hangen.


De cultuur van het 'touwtje uit de brievenbus'

Terlouw vertelt in zijn praatje dat hij als kind de oorlog meemaakte. Na de oorlog was er een tijd van wederopbouw. De mensen vertrouwden elkaar. Uit de brievenbussen hingen touwtjes, dan kon je zo bij elkaar naar binnen lopen. Ook de autoriteiten vertrouwde men. Politici hadden een moreel gezag. Dat vertrouwen in elkaar is er niet meer. Ook het vertrouwen in politici is weg. Wie tegenwoordig een brug bouwt, heeft meer juristen nodig dan ingenieurs, vertelde een ondernemer hem.

De tweede, of misschien wel de eerste, component in het praatje is de toestand in de wereld. Wetenschappers weten sinds een jaar of twintig dat de Wereld (ik schrijf dat met een hoofdletter, want er is er voorlopig maar echt één van) in sneltreinvaart opwarmt. In de zeeën drijven gigantische massa's plastic troep. Door overbevissing dreigen vissoorten uit te sterven of zijn deze soorten al uitgestorven.

De nieuw gekozen president van de VS ontkent dat er een klimaatprobleem bestaat, omdat hem dat politiek beter uitkomt. Wanneer we niets doen, komt de zeespiegel meters omhoog en stijgt de temperatuur met vijf graden.

Waarom doen we niets aan die problemen? Technisch gezien zijn het geen onoplosbare problemen. We kunnen heel veel als we willen. Economisch gezien zijn het ook geen onoplosbare problemen. Toch gebeurt er niets. Waarom doen we niets?

De verklaring van Terlouw is dat er iets veranderd is in de samenleving. Na de oorlog moesten we gezamenlijk aanpakken om de boel weer op te bouwen. De touwtjes hingen uit de brievenbussen, want de mensen vertrouwden elkaar. Nu moet alles dichtgetimmerd worden met juridische contracten, met regelgeving. Fietsen moeten met drie sloten erop worden weggezet. Het onderlinge vertrouwen tussen burgers onderling en tussen burgers en politici is weg.

Het is een magistrale toespraak, vind ik. Uit het hoofd, helder en duidelijk en tegelijkertijd ook aangrijpend.

Behalve dat ik de toespraak aangrijpend vind, denk ik ook te begrijpen wat Terlouw bedoelt en deel ik zijn analyse en conclusie. Sinds 1960 is de cultuur belangrijk veranderd waardoor het oplossen van allerhande problemen steeds moeilijker begint te gaan.

Dat is ook precies wat je op grond van het soortenmodel zou verwachten. Door de toegenomen welvaart wordt de hoge cultuur steeds groter en machtiger en wordt de omvang en de macht van de lage cultuur steeds kleiner. Deze wordt door de hoge cultuur steeds meer onder druk gezet. Het gevolg is stagnerende productie en een steeds groter onvermogen om problemen op te lossen en bedreigingen het hoofd te bieden.

Het is verder iets dat niet alleen in Nerderland valt waar te nemen. De westerse cultuur schuift steeds verder op van democratisch naar fascistisch en totalitair. De westerse beschaving heeft kennelijk haar laatste levensfase bereikt en is op weg naar het einde. Wat ooit begon met de uitvinding van de drukpers en de wetenschappelijke revolutie begint nu, net als tientallen eerdere beschavingen, aan haar eigen succes ten onder te gaan.


Negatieve reacties

Uit de commentaren in de krant, maar ook uit de 93 reacties die ik op bijvoorbeeld Joop.nl zie, blijkt echter dat lang niet iedereen het met Terlouw eens is. Ik beschrijf hierna een aantal negatieve reacties, voor het gemak geef ik ze een nummer.

Van Joop.nl haal ik de volgende negatieve reacties.
Romantiek. Irrelevant (1).

. . . het feit dat er in de hele speech geen enkele keer de vinger op de zere plek werd gelegd? Dat er geen enkel serieuze oplossing werd geboden? Kortom ik zag alleen ene zemelende oude man, die ‘de jeugd’ wel even de les zou gaan lezen. Onbegrijpelijk al die mensen die ontroerd waren over een naïef verhaal dat het alleen maar een kwestie van vertrouwen is, alsof vertrouwen ‘zomaar’ verdwijnt (2).

Hoe goed bedoeld ook, een betere wereld begint niet met idealisme, maar realisme (3).

Een mooi, maar makkelijk betoog zonder oplossingen en zonder reflectie op de eigen bijdrage aan het probleem (4).

Ik was er niet van onder de indruk eerlijk gezegd. Hij stipt zeker wat punten aan, maar komt niet met een oplossing. Of een uitleg hoe het zover heeft kunnen komen. . . . Want waarom hangt er geen touwtje meer uit de brievenbus? En waarom vertrouwen wel elkaar niet meer? Lijkt mij vrij duidelijk waarom dat is, maar ja …. Mag ik niet zeggen natuurlijk. Maar we weten allemaal donders goed waarom dat is. Kwam hij maar eens met oplossingen, in plaats van een quasi intellectuele oproep te doen. Het is zijn partij die vrolijk heeft meegewerkt aan de huidige situatie in het land. Dus bedankt daarvoor Mijnheer Terlouw (5).

-  . . . Toch verzuimt hij te melden waarom er geen touwtjes uit de brievenbus hangen. Zou dat niet komen door de toegenomen criminaliteit, niet in de laatste plaats van Nederlanders met een allochtone achtergrond? En moeten man en vrouw niet beide de hele dag werken, omdat men anders de eindjes niet aan elkaar weet te knopen? Dan heb je geen tijd voor de eigen kinderen, laat staan voor die van de buren (6).

Als je in dit land hardop zegt wat je denkt als antwoord op de vraag : waarom kan je geen touwtjes meer uit de brievenbus hangen, wordt je als racist bestempeld en sta je voor je het in de gaten hebt voor de rechter (7).

-  . . . Oplossingen worden er niet gegeven . . . (8).


Een nep fact-check in de NRC

In de NRC heeft Arjen van Veelen het op 3 december in eerste reactie over 'onderbuikgevoelens'. Hij schrijft: Maar als we onze traantjes gedroogd hebben, is stap twee: erkennen dat die ontroering niet veel verschilt van wat we onderbuikgevoelens plegen te noemen. En even verder: Nostalgie moeten we niet afwijzen. Maar ja, je kunt er natuurlijk niet zo veel mee, is de boodschap (9).

Twee weken na de speech maakt de NRC het wel heel bont. Karel Knip stelt in een uitgebreid artikel dat een opmerking in de speech onwaar zou zijn (hier).

Terlouw stelde dat er een gigantische hoeveelheid plastic troep in de oceanen drijft. Knip gaat op zijn manier die opmerking 'fact checken' en komt tot de verrassende conclusie dat die opmerking onwaar is (10).

Ik nam het fact checken door de NRC niet serieus en bleek op dit punt niet de enige te zijn. In de NRC van 24 december moet Knip zijn merkwaardige uitspraak uitgebreid verdedigen in een artikel van ruim een halve bladzij (11).

Terlouw heeft het over een plastic 'soep' die op een aantal plaatsen in de oceanen drijft en grote oppervlaktes beslaat. Knip interpreteert dit alsof Terlouw daarmee gesteld zou hebben dat er reusachtige drijvende eilanden van plastic afval zouden zijn ontstaan. Zulke eilanden bestaan natuurlijk niet, maar die plastic soep bestaat wel degelijk.

Je zou dan verwachten dat Knip zijn onware beschuldiging aan het adres van Terlouw inslikt en terugneemt, maar nee. Letterlijk schrijft hij: "Misschien dat de mythische massa ooit op een satellietopname van Google Earth opduikt, maar voorlopig is het beste ervan uit te gaan dat-ie niet bestaat. En dat-ie er niet komt ook."

Knip geeft ook aan waarom er ''zo weinig wetenschappelijke literatuur is" die het bestaan van die plastic massa in zee ontkent. Dat ontbreken van die literatuur komt namelijk doordat wetenschappers nooit gedacht hebben dat die plastic massa zou bestaan, aldus Knip.

Hij verwijst voor deze bewering naar de Amerikaanse oceanografische dienst, de NOAA. Ik ben zo vrij via Google het oordeel van de NOAA op te vragen, want die plastic massa die opeens door onbekende oorzaak uit zee verdwenen zou zijn, komt me ongeloofwaardig voor.

De site van de NOAA waar Google me naar toestuurt, levert een minder opwekkend verhaal (hier). De titel van het verhaal luidt: Ocean Pollution. Did you know that approximately 1.4 billion pounds of trash per year enters the ocean? In het verhaal niets over het mysterieuze verdwijnen waardoor alles op geheimzinnige wijze wel goed zal komen. Integendeel, de bezorgdheid spat bijna van het papier/scherm af.

Een bepaalde vooringenomenheid van de NRC ten opzichte van Terlouw komt ook naar voren in de bijlage Literatuur van 23 december 2016. De titel luidt: Oud-politicus is bevangen door klimaatwoede. Het artikel is bedoeld twee recente boeken van de nog altijd productieve Terlouw te bespreken, maar de schrijver van het artikel, Thomas de Veen, kan het niet laten tussendoor ook nog even een negatief oordeel te vellen over Terlouw en zijn speech (12).

Ik citeer de laatste alinea over de speech: Terlouws speech is spoorslags uitgegeven in een klein boekje, en wat blijkt: zo uitgeschreven wordt de tekst alweer een stuk minder sterk. De emotie spat ervan af. Het gebrek aan onderbouwing maakt duidelijk dat het echt iets om te horen was, niet om te lezen. Terlouw komt over als een machteloze, boze man.

Als je Terlouw beschrijft als een 'boze man' ben je wel behoorlijk van de werkelijkheid los gefietst. Dankzij jarenlang onderzoek weten we tegenwoordig heel veel over boze mannen (en boze vrouwen). Een van de kenmerken is dat ze zich weinig tot niets van de realiteit aantrekken. Het lijkt er dus in dit geval op dat de pot de ketel verwijt, zwart te zien.


Heeft Terlouw gelijk?

Kort samengevat, stelt Terlouw vier dingen.
1. De wereld heeft (naast andere problemen) een ernstig klimaatprobleem.
2. Dat klimaatprobleem is technisch en economisch gezien oplosbaar.
3. Tot nu toe is er niet echt iets gedaan om dat klimaatprobleem aan te pakken en op te lossen.
4. De oorzaak waardoor we dat probleem niet aanpakken en oplossen, is dat onze cultuur sinds ongeveer 1960 sterk in negatieve zin veranderd is.

Van de twaalf negatieve commentaren die ik hierboven beschreven heb, is er niet één commentaar dat een van deze punten aanvecht.

Alleen Knip probeert het betoog van Terlouw inhoudelijk onderuit te halen door te suggereren dat er feitelijk iets niet klopt in het verhaal. Om dat doel te bereiken moet hij het verhaal echter op een détailpunt fout interpreteren. Niemand van de tien overige reaguuurders probeert verder één van de vier stellingen op inhoudelijke gronden aan te vechten.

In feite bevestigen de reaguurders daarmee het punt van Terlouw. Ze leven kennelijk in een cultuur waarin het erom gaat snel met een oppervlakkige opmerking te scoren en de ander weg te zetten als minderwaardig, terwijl ze geen enkele inspanning leveren om zich te verdiepen in het probleem en de oplossing daarvan. Een manier van reageren die precies tegenovergesteld is aan de oplossingsgerichte cultuur van onderling vertrouwen waar Terlouw het over had.

Ik denk dat het enige problematische punt in de redenering van Terlouw de vierde stelling is. Net als Terlouw geloof ik dat de cultuur sinds ongeveer 1960 belangrijk veranderd is in negatieve zin, maar het is misschien lastig dat met harde gegevens te onderbouwen.

Zodra je die verandering in de cultuur wel hard kunt maken, volgt uit het soortenmodel dat die verschuiving van invloed is op het aanpakken en oplossen van alle mogelijk problemen waaronder het klimaatprobleem. De reden daarvoor is dat een verschuiving in de cultuur samenhangt met het groeien van de machtige groep en het kleiner worden van het aantal double lows in de samenleving: de mensen die de productie verzorgen en de problemen oplossen.

Terlouw roept met zijn speech de mensen ter verantwoording. Hallo jongens en meisjes, hier ligt een probleem, het is een oplosbaar probleem en de oplossing is betaalbaar. Maar tot nu toe is er niets aan gedaan. Wordt het niet tijd dat jullie eens in actie komen en het probleem gaan aanpakken?

Wie vertrouwd is met hoe leden van de hoge cultuur in elkaar zitten en reageren, zal niet opkijken van de negatieve, emotionele en woedende reacties die hierboven vermeld zijn. Die reacties zijn typerend voor hoe mensen in de hoge cultuur reageren zodra ze worden aangesproken op hun tekortkomingen.

Leden van de lage cultuur reageren in doorsnee belangrijk anders. Ze zijn doorgaans even stil en zeggen dan iets in de trant van: ik begrijp wat je bedoelt. Hoe zeker ben je ervan dat de cultuur veranderd is en waarom denk je dat?

De grote vraag is dus of onze cultuur sinds ongeveer 1960 inderdaad opgeschoven is in consumptieve richting. In de richting van de hoge cultuur. Minder focus op productie en het oplossen van problemen, meer focus op macht en het vechten om de beschikbare welvaart.

Ik kijk voor deze cultuur-verschuiving naar vier punten. Hebben we nu minder respect voor mensenrechten dan in 1960? Zijn we nu als samenleving minder gefocust op productie en sterker op consumptie dan in 1960? Staan we nu meer open voor strongmen zoals Trump en Wilders?  En ten slotte: gaan we nu anders met de waarheid en feiten om dan in 1960?


1.  Mensenrechten zijn niet langer in de mode

Laat ik eerst kijken naar de mensenrechten. De nieuwssite van de BBC publiceerde net: Are we heading towards a 'post human rights world'? (hier).

Mensenrechten zijn na de Tweede Wereldoorlog opgesteld, maar zijn tegenwoordig niet populair meer, aldus het artikel. Toen was het idee: dat nooit weer. Nu is het idee: wat is er mis met martelen en geweld?

Het lijkt daarmee duidelijk dat de houding tegenover mensenrechten belangrijk verschoven is. Dit punt bevestigt dus het gelijk van Terlouw: de cultuur is veranderd in negatieve zin.

Uitgaande van het soortenmodel is ook duidelijk waarom de houding tegenover mensenrechten verschoven is. De machtige groep heeft haar macht vergroot ten koste van de individuele double lows. De positie van deze maatschappelijke onderklasse die overwegend de productie verzorgt, is slechter geworden. De sociale afstand tussen de onderklasse en de rest van de samenleving is groter geworden.

____________________________________________________________________

Het soortenmodel impliceert een tweedeling in de samenleving

Volgens het soortenmodel bestaan moderne samenlevingen zoals die na de landbouw-revolutie ontstonden uit drie soorten mensen: de leider met zijn elite, de volgelingen/gelovigen die blindelings de opdrachten van hun leider uitvoeren en de individuele double lows die de productie verzorgen en te kampen hebben met discriminatie door en agressie van de machtige groep.

Deze drie soorten resulteren in drie maatschappelijke lagen: de elite, een middenklasse die voor haar bestaan van de elite afhankelijk is en een maatschappelijke onderklasse die zelf in haar levensonderhoud moet voorzien en gedwongen is ook de rest van de productie te verzorgen en tenslotte ook nog fungeert als pispaal.

Van deze drie lagen hebben twee een positieve onderlinge relatie: de leider met zijn elite heeft de volgelingen/gelovigen nodig en de volgelingen/gelovigen hebben een leider met zijn elite nodig. Deze coalitie levert de machtige groep.

De relatie tussen de machtige groep en de individuele double lows is echter negatief. De individuele double lows worden via discriminatie en agressie gedwongen een deel van hun productie en/of tijd af te staan.

Het soortenmodel impliceert dus dat er in een moderne landbouw-samenleving altijd een tweedeling bestaat: enerzijds de machtige groep, anderzijds de individuele double lows. Zowel de machtige groep als de double lows hebben ieder hun eigen cultuur: gewoontes, waarden en normen.
____________________________________________________________________


Het gevolg van de grotere sociale verschillen is dat de leider met zijn elite nog verder af komt te staan van de realiteit. De interactie met de buitenwereld wordt immers in de praktijk vooral onderhouden via de individuele double lows. De problemen die zij ondervinden ziet de leider met zijn elitie echter als niet relevant en informatie hierover bereikt hem niet of amper. Een toekomstig probleem met het klimaat wordt daardoor als niet bestaand en niet relevant gezien.

Men kan de situatie vergelijken met de laatste dagen van Hitler. In deze periode verplaatste hij niet meer bestaande legeronderdelen en gaf hij orders aan niet meer bestaande eenheden. Door de hiërarchische verhoudingen durfden zijn ondergeschikten niet te vertellen hoe beroerd de zaken er werkelijk voorstonden.

Ook in de Bijbel wordt al een soortgelijk verhaal gerapporteerd over de grote leider die in een schijnwereld leefde. In Daniël 5 wordt verteld over de Babylonische vorst Belsazar. Hij geeft een groot feest voor zijn edelen en hun vrouwen en probeert daarbij zichzelf te overtreffen. In werkelijkheid staan op dat moment de Perzische troepen al voor de poort van Babylon. Diezelfde nacht vallen ze aan en doden ze hem.


2.  Onderwijs hoeft niet langer effectief te zijn, maar moet tegenwoordig vooral leuk zijn

In 1960 was de aandacht van de mensen in de samenleving sterk gericht op productie. Tegenwoordig is de aandacht sterk gericht op consumptie, op de verdeling van de welvaart. Ik illustreer deze verschuiving in de cultuur aan de hand van de veranderde opvatting over onderwijs.

In 2014 lieten mijn vrouw en ik in ons gezamenlijke proefschrift zien dat het via een simpel online programma mogelijk was de schrijfvaardigheid van eerstejaarsstudenten met één standaarddeviatie te verbeteren (hier).

Dat resultaat betekende dat studenten in relatief korte tijd aanmerkelijk beter leerden schrijven. Studenten die beter schrijven kunnen en scherper lezen en beter formuleren. Beide vaardigheden zijn van belang bij het uitoefenen van vrijwel alle beroepen waarin hoger opgeleiden werkzaam zijn.

Daarna lieten we zien dat als de methode landelijk werd toegepast, het te verwachten effect op de economische productiviteit de jaarlijkse aardgasbaten belangrijk overtrof. Eén van de stellingen bij het proefschrift wees erop dat het aardgas geleidelijk opraakt, maar dat een effectieve onderwijsmethode nooit opraakt.

Een methode die er echter op neerkomt dat men eerst iets moet doen, voordat men de vruchten kan plukken, is politiek gezien weinig interessant. Nederlandse politici maken zich druk over koopkrachtplaatjes, niet over manieren om de beschikbare koek jaarlijks groter te maken.

Na de publicatie van ons resultaat is het niveau van het Nederlandse onderwijs volgens internationale peilingen verder teruggelopen zonder dat men zich daar druk over wilde maken en zonder dat men vanuit de politiek daadwerkelijk actie ondernam.

Het niet gebruiken van onderwijsmethodes waarvan via onderzoek aangetoond is dat ze effectief zijn, is in de westerse cultuur al een tijd gebruikelijk. Effectieve onderwijsmethodes zoals het Keller Plan of PSI (Personalized System of Instruction) en Direct Instruction worden nauwelijks gebruikt. In plaats daarvan gebruiken docenten methodes die minder of niet effectief zijn (zie hier, p. 75-76).

Het gebruik van een niet effectieve onderwijsmethode valt te vergelijken met het dragen van water naar de zee. Hoe valt dit vreemde negeren van de effectiviteit van onderwijsmethodes te begrijpen?

Vroeger werd onderwijs gezien als een vorm van productie. Onderwijs was werken. Het hoefde niet leuk te zijn, maar het moest wel effectief zijn. Alle kinderen moesten leren lezen of zij en de onderwijzer dat nu leuk vonden of niet, omdat het kind anders in de samenleving geen enkele kans had.

Op de ULO of MULO werd ik bijna letterlijk doodgegooid met vele uren huiswerk. Dat huiswerk werd niet alleen opgegeven, maar ook overhoord en nagekeken. Dat was niet leuk, maar wel effectief in de zin dat je uiteindelijk veel kon en geleerd had.

Tegenwoordig wordt onderwijs gezien als consumptie-artikel. Het moet leuk, smakelijk en interessant zijn en de vorm van een hapklare brok hebben. In de huidige opvatting gaat het er niet om of de student iets leert, maar dat hij het onderwijs leuk en lekker vond.

Het onderwijsresultaat wordt bepaald alsof het om een film of toneelvoorstelling betreft: was het leuk? Als de student het leuk vond, was het onderwijs goed, vindt men.

Voor de docent, voor de onderwijsinstelling en voor de student pakt deze normverschuiving voordelig uit. Het is veel eenvoudiger een leuk college te geven dan een student daadwerkelijk iets te leren. Het is voor een student eenvoudiger te zeggen dat hij veel geleerd heeft, dan daadwerkelijk hoog te scoren op een toets.

De opvatting over onderwijs is verschoven van productiemiddel naar consumptiegoed. Men wil een leuke tijd hebben, het moet vooral leuk zijn en niet inspannend.

Dat we op die manier niets of weinig leren, doet er in de huidige opvatting niet toe. Zolang de Perzische troepen nog niet binnengetrokken zijn en zo lang de zeedijken nog niet bezweken zijn voor het wassende water, feesten we nog even door en doen we er zo mogelijk nog een schepje bovenop.

Het resultaat van die houding is drieledig. Allereerst kunnen en weten huidige studenten weinig vergeleken met eerdere generaties die het schaarser hadden.

Ten tweede leren studenten hierdoor dat ze informatie niet rationeel, maar emotioneel moeten beoordelen. Ze leren dat het niet gaat om de feitelijke juistheid, maar om het gevoel dat die informatie oproept. Op die manier ontstaat dankzij het onderwijs het ideale publiek voor rechtse politici.

Ten derde leren studenten door deze gang van zaken dat het niet nodig is tijd en concentratie aan iets te besteden om het onder de knie te krijgen: ze leren dat de snelle babbel volstaat.

De reacties op de speech van Terlouw illustreren deze drie punten. Allereerst blijkt een eenvoudig, helder en duidelijk verhaal van acht minuten voor de reaguurders qua veronderstelde voorkennis te hoog gegrepen. Ze begrijpen alle twaalf in feite niet wat Terlouw zegt. Ogenschijnlijk is zijn boodschap simpel, maar voor de reaguurders is zijn boodschap niet simpel genoeg.

Ten tweede beoordelen alle reaguurders de boodschap vooral emotioneel. Men koppelt een oordeel aan de persoon, terwijl men niet ingaat op het probleem dat aan de orde werd gesteld.

Ten derde lijkt duidelijk dat men niet geleerd heeft tijd en aandacht te investeren in de bestudering. Men komt met snelle, oppervlakkige reacties. Het is schieten vanuit de heup.

Wat is het effect van deze gewijzigde onderwijsvisie op de aanpak van het klimaatprobleem? Mensen missen de benodigde voorkennis, de benodigde vaardigheden. Mensen evalueren de informatie die ze krijgen niet rationeel, maar emotioneel. En tenslotte hebben mensen nooit geleerd wat meer tijd uit te trekken om zich in de problematiek te verdiepen.


3.  Strongmen, zoals Poetin en Trump, zijn weer populair

Als derde punt dat de verandering in de cultuur illustreert: de toegenomen populariteit van dictators en strongmen. Dat politici zoals Trump, Poetin, Wilders en Le Pen het tegenwoordig erg goed doen en populair zijn, lijkt moeilijk te ontkennen.

Was dit rond 1960 ook al het geval? Volgens mij niet. Mensen als Adolf Hitler, Benito Mussolini en Jozef Stalin werden eerder verafschuwd dan bewonderd. Men zag dictators als de oorzaak van de Tweede Oorlog met haar tientallen miljoenen doden en gigantische vernietiging.

De toegenomen populariteit van strongmen bevestigt daarmee het punt van Terlouw dat de cultuur belangrijk gewijzigd is in negatieve zin.

Wat maakt dat er nu door een  deel van de samenleving totaal anders wordt aangekeken tegen strongmen dan vlak na de oorlog?

Op de blog van E.J. Bron valt een pleidooi te vinden om strongmen de wereld te laten regeren. De titel luidt: Laat Trump, Poetin, Wilders, Marine Le Pen de wereld regeren! (hier). De schrijver verwacht daar kennelijk iets goeds van. Hij verwacht daar heil van.

Het doet denken aan het Duitse Sieg Heil uit de nazi-tijd. Heil aan de overwinning. Het idee is: als wij samen overwinnen, krijgen we het daarna samen, als groep, heel goed.

Het soortenmodel verklaart deze manier van denken. In eerste instantie zijn er slechts twee opties om te overleven in een landbouw-samenleving: als individuele double low of als volgeling/gelovige van een grote leider.

De laatste optie levert een hogere maatschappelijke status op, levert bestaanszekerheid op en geeft bescherming tegen discriminatie van en agressie door de machtige groep. Voor mensen die kunnen kiezen, is dit de meest aantrekkelijke optie.

Het gevolg is dat de groep (aspirant) volgelingen/gelovigen de neiging heeft te groeien. Er komen steeds meer mensen die een grote leider willen volgen en van hem hun heil en zo mogelijk hun inkomen hopen te ontvangen. Het gevolg is dat strongmen populairder worden.

De schrijver van de blogpost blijkt inderdaad een typerend kenmerk van een volgeling/gelovige te hebben. Hij vermeldt in zijn blog 'voor vrijheid van meningsuiting' te zijn (hier, rechtsboven). Hij ziet zelf kennelijk de tegenstelling niet met het idee om Trump, Poetin, Wilders, Marine Le Pen de wereld te laten regeren. Dat niet zien van tegenstelling geldt als een belangrijk kenmerk van volgelingen/gelovigen (autoritaristen).

Wat zijn de consequenties voor het oplossen van het klimaatprobleem van deze steeds groter groeiende groep van volgelingen/gelovigen die zich graag achter een sterke leider willen scharen?

Volgelingen/gelovigen volgen vooral en blindelings orders van bovenaf en geloven slechts wat door hun grote leider verteld wordt. Van volgelingen/gelovigen valt dus niet een bijdrage te verwachten aan het oplossen van het klimaatprobleem totdat dit door hun grote leider opgedragen wordt. Ook daarna zullen ze overigens niet veel kunnen bijdragen door de beperkingen van hun denken.

De oplossing voor het klimaatprobleem moet dus komen van de double lows, maar die zijn in aantal juist afgenomen. Verder moeten deze voorzien in hun eigen levensonderhoud en hebben ze ook nog eens te kampen met discriminatie door en agressie van de machtige groep. Hoewel double lows dus in aanleg geschikt zijn om het klimaatprobleem te zien en op te lossen, krijgen ze daarvoor niet gemakkelijk de benodigde tijd en middelen.

De enige groep die het probleem duidelijk ziet, zijn de double lows. Voor de volgelingen/gelovigen bestaat het probleem niet, omdat hun leider het ziet als niet relevant. En de leider met zijn elite ziet het probleem als niet relevant, omdat hij van zijn volgelingen/gelovigen geen dwingende informatie krijgt die hem op andere gedachten brengt.

De grotere populariteit van strongmen betekent dus meer volgelingen/gelovigen en minder double lows. Dit maakt het vervolgens moeilijker om het het klimaatprobleem daadwerkelijk aan te pakken.


4.  De moderne minachting voor feiten

Als laatste illustratie van de veranderde cultuur het loslaten van de waarheid en de feiten. Rond 1960 ging het erom dat uitspraken klopten met de werkelijkheid. Een benadering die typerend is voor een cultuur die productiegericht is en waarin double lows een grote rol spelen.

In een op consumptie gerichte cultuur dient taal vooral om te zorgen dat men zijn deel van de koek veilig stelt. De feitelijke juistheid van wat beweerd wordt, is daardoor minder relevant, terwijl het sociale effect van de boodschap doorslaggevend is. Wie het hardste schreeuwt, krijgt het meest. De feitelijke juistheid van wat beweerd wordt, doet er niet toe.

________________________________________________________________

Objectieve en sociale waarheid: feit en opinie

Waarheid kan in beginsel op twee verschillende manieren gedefinieerd worden. Wanneer we uit drie lijnstukjes van verschillende lengte de langste moeten kiezen, hebben we twee verschillende opties. De eerste optie is het lijnstukje aan te wijzen dat daadwerkelijk het langst is. De tweede optie is het lijnstukje aan te wijzen waarvan de anderen in de groep zeggen dat dat het langst is.

Bij onderzoek blijkt de overgrote meerderheid van alle mensen de laatste vorm van waarheid te hanteren. Anders geformuleerd: de meeste mensen leven in een sociale werkelijkheid. Zij omarmen en volgen het groepsstandpunt zelfs wanneer men weet dat dit feitelijk onjuist is.

Een kleine groep, vermoedelijk vooral double lows, blijkt echter ondanks de sociale druk de feitelijke lengte als norm te hanteren. Zij trekken zich van het groepsoordeel niets aan, en gebruiken de werkelijke lengte voor hun oordeel.

In een productiegerichte cultuur hanteert men vooral de feitelijke of objectieve waarheid. In een op macht gerichte cultuur hanteert men vooral sociale of subjectieve waarheid.

Het gevolg is dat machtsgerichte culturen vroeg of laat in conflict komen met de realiteit van de objectieve werkelijkheid.

Een voorbeeld is de Slag om Arnhem waar een volgens de geallieerden niet meer bestaande Duitse pantserdivisie de geallieerde parachutisten ondanks die geruststellende opinie, toch vernietigde.
________________________________________________________________


Anders geformuleerd: in de tegenwoordige op macht en status gerichte cultuur nemen mensen het niet al te nauw met de waarheid. Het gaat er niet langer om hoe het werkelijk is, vindt men, maar om wat men gelooft of vindt, dat het is of zou moeten zijn.

Feitelijke waarheid is ingeruild voor geloof en opinie. Bij natrekken werd bijvoorbeeld gevonden dat iemand als Donald Trump ongeveer 70% van de tijd stond te liegen (hier).

Men zegt in dit verband dat we leven in het 'post-truth' tijdperk. 'Post-truth' werd gekozen tot woord van het jaar door Oxford Dictionaries (hier).

Onware berichten of 'fake news' speelde een belangrijke rol bij de verkiezing van Trump (hier). Een verzonnen bericht over een atoomaanval leidde tot een waarschuwing van atoommacht Pakistan aan atoommacht Israel (hier).


Het gelijk van Terlouw

Heeft Terlouw gelijk? Is de cultuur sinds 1960 inderdaad belangrijk veranderd en bemoeilijkt die verandering de aanpak van het klimaatprobleem?

Afgaande op de negatieve reacties op zijn speech, de huidige impopulariteit van de mensenrechten, de opvatting dat onderwijs vooral leuk moet zijn, de populariteit van mensen als Trump, Poetin en Wilders en de minachting voor feiten, lijkt het duidelijk dat de cultuur sinds 1960 belangrijk veranderd is.

Verder lijkt het duidelijk dat die verandering niet in positieve richting is geweest. Voor iemand die niet vertrouwd is met het soortenmodel lijkt het vermoedelijk alsof er veel veranderd is op totaal verschillende gebieden. In werkelijkheid zijn al die veranderingen te herleiden tot een verschuiving van de cultuur van productiegericht naar consumptiegericht.

In de tijd na de oorlog was het grote probleem dat er bijna niets was. De centrale vraag van de samenleving was: hoe zorgen we samen dat er weer wat komt? In de huidige tijd is de centrale vraag in de samenleving vooral: hoe verdelen we onderling de beschikbare middelen?

In een op productie gerichte cultuur gaat het om produceren door scherp nadenken, samenwerken, valide kennis en hard werken. Deze cultuur is egalitair: iedereen is gelijk of heeft dezelfde rechten, omdat iedereen naar vermogen bijdraagt aan de productie. Verder hanteert deze cultuur strikte en objectieve normen.

In een op consumptie gerichte cultuur gaat het om bemachtigen van een zo'n groot mogelijk deel van de beschikbare middelen. Wat de een krijgt, krijgt de ander niet. Het gaat om handig praten, vechten, winnen en macht.

Deze cultuur is hiërarchisch: de grote leider staat aan de top van de piramide, zijn elite volgt daarna, onderin zitten de gewone volgelingen/gelovigen die blindelings dienen te gehoorzamen. Verder is deze cultuur discriminerend en agressief. De leden van de eigen groep worden bevoordeeld, de leden van andere groepen worden onderdrukt en gebruikt als productiemiddel. Tenslotte hanteert deze cultuur geen strikte en objectieve normen: de grote leider bepaalt wat mag en wat waar is.

Wanneer in een samenleving de productie een tijd lang geen problemen levert, wordt het bemachtigen van een zo'n groot mogelijk deel van de beschikbare middelen, de snelste weg naar succes. De cultuur van de samenleving verschuift van productie naar consumptie.

Wanneer we met zijn allen echter druk bezig zijn met het verdelen van de beschikbare middelen, gaat dit ten koste van de aandacht voor de productie van die middelen en komen we aan de oplossing van het klimaatprobleem al helemaal niet meer toe.

Ik denk dus dat Terlouw de spijker behoorlijk op de kop heeft geraakt.


Nawoord

Het eerste punt dat ik interessant vind, is dat Terlouw vanuit een empirisch probleem -- waarom wordt er niets aan het klimaatprobleem gedaan? -- tot de conclusie komt dat dit iets met de veranderde cultuur te maken moet hebben.

Het volledig op empirisch onderzoek gebaseerde soortenmodel draait de redenering om. Uitgaande van het soortenmodel heeft de cultuur de neiging in negatieve zin te veranderen, waardoor het constructief en rationeel aanpakken van problemen steeds lastiger wordt.

Hoewel Terlouw een totaal andere route volgt dan het soortenmodel komen beide uit op een soortgelijke conclusie. Dat levert bevestiging op voor beide redeneringen: zowel linksom als rechtsom vinden we hetzelfde.

Het tweede punt dat me belangrijk lijkt, is dat het kennelijk vrij simpel is om twee culturen te vergelijken. We hebben immers de cultuur van vlak na de oorlog vergeleken met de cultuur nu en hoewel de data waarover we beschikken misschien niet ideaal zijn, lijkt de conclusie duidelijk: de cultuur is in die periode verschoven van productief naar consumptief.

De reden waarom het vergelijken van die twee culturen relatief simpel is, ligt in het soortenmodel. Dankzij het soortenmodel kunnen een hele reeks ogenschijnlijk totaal verschillende dimensies gebruikt worden om beide culturen te vergelijken. Die dimensies lijken misschien verschillend, maar komen uiteindelijk allemaal op hetzelfde neer: de verschuiving van een productieve cultuur naar een consumptieve cultuur.

In totaal zijn (in meer of mindere mate) de volgende dimensies gebruikt:
1. het vertrouwen onderling en in politici;
2. de reacties op een toespraak;
3. de populariteit van mensenrechten;
4. de opvatting over onderwijs: productiemiddel of consumptiegoed;
5. de beschikbare kennis en vaardigheden
6. het reageren op informatie: emotioneel of rationeel;
7. de bereidheid om tijd en moeite in iets te investeren;
8. de populariteit van strongmen;
9. de minachting voor feiten en feitelijke juistheid.

Al die dimensies suggereren hetzelfde: de cultuur is verschoven in negatieve (consumptieve) richting.








Geen opmerkingen:

Een reactie posten