woensdag 11 december 2019

Anorexia IV: de dood van Noa


Laatst bijgewerkt: 13-12-2019 om 23.59


Ik begon mijn vorige blogpost door een artikel in NRC.next over de dood van Noa. Er werd verondersteld dat zij leed aan 'anorexia'. Het artikel droeg de titel: Noa wilde niet dood, ze wilde rust. Het stond op dinsdag 10 december 2019 in de krant. Het is een interview met haar ouders, dat opgeschreven is door Anne-Martijn van der Kaaden.


Anorexia, Münchhausen by Proxy en de alfa-persoonlijkheid

Wanneer je 'anorexia' gedragspsychologisch bekijkt, dan wordt het hongergedrag aangeleerd, in stand gehouden en bekrachtigd door de sociale omgeving van het slachtoffer (hier). Mensen reageren echter niet allemaal gelijk op een kind, dat zijn eten weigert.

Het lijkt plausibel dat het moet gaan om een sociaal-dominant persoon, die ongecontroleerd 'denkt'. Met andere woorden: die 'babbelt'. De persoon is dus niet alleen sociaal-dominant, maar ook autoritaristisch.

Mensen met die twee eigenschappen hebben echter nog een derde eigenschap, die veroorzaakt wordt door de eerste twee: ze zijn uiterst bevooroordeeld. Ze omarmen de meest extreme vooroordelen. Dat betekent nog iets: ze zijn extreem agressief. Ze zien de wereld als een voortdurende strijd waarbij het erom gaat te winnen. In het kader van die strijd is niets te gek (hier).

Je krijgt dan de situatie dat iemand in de omgeving van het kind door hun bekrachtiging met aandacht 'psychische signalen en symptomen' veroorzaakt, in stand houdt en in sterkte doet toenemen. Maar dat is precies de omschrijving van 'Münchhausen by Proxy'.

Wanneer je de stelling uit mijn tweede blog over anorexia dus wat ruimer trekt, zou je verwachten dat we in geval van 'Münchhausen by Proxy' op zoek moeten naar een persoon met een alfa-persoonlijkheid: sociaal dominant, autoritaristisch en extreem bevooroordeeld (hier).

Maar klopt mijn verhaal? Het artikel in NRC.next gaf een gelegenheid mijn idee te testen. Het voert hier te ver om alle punten die ik in het artikel heb aangestreept, te behandelen. De reeks is bijna eindeloos.


Een somber portret

Het artikel begint met een somber portret van Noa in de woonkamer. Waarom hang je een 'somber' portret op van je overleden dochter? Wel, dat was hoe Noa zich voelde. Oké, maar dat verplicht jou nog niet om een somber portret van haar op te hangen.

Het sombere portret van Noa vertelt iets over haar sociale omgeving. Een somber portret van je overleden dochter communiceert naar de bezoeker in de woonkamer toe: erg, hè! Zijn wij niet zwaar getroffen?

De verbale reactie, 'omdat Noa zich zo voelde', vertelt nog iets. Allereerst is hoe zij zich voelde, niet relevant voor het wel of niet ophangen van die plaat. Haar sociale omgeving denkt dus niet rationeel, maar irrationeel. Het laat zien, dat men een grote rol toekent aan gevoelens.

Op het portret van Noa, met die sombere uitstraling, zijn littekens te zien, kennelijk van verwondingen die Noa zichzelf toebracht. Wie zijn slimme idee is dat?

Het blijkt dat de fotosessie het idee van Noa was. Maar een kind komt in de praktijk niet zo maar op zo'n idee. Noa verwachtte dus met haar fotosessie een bepaald sociaal effect te bereiken. Het moest dramatisch overkomen.

Je laat als ouders je kind zo fotograferen dat ze een sombere uitstraling heeft, dat haar littekens zichtbaar zijn en je hangt vervolgens dat portret pontificaal in de woonkamer. Voer je als ouders een publiciteitscampagne met de strekking: Noa is heel erg ziek?

Hoe noemt Noa haar littekens? Die noemt ze 'oorlogswonden'! Niemand in de sociale omgeving die even op de rem trapt, vraagt of ze wel goed snik is. Nee, het moet allemaal maar kunnen. Het klinkt dramatisch, dus dan is het helemaal oké.


Anorexia: de 'ziekte' die Noa fataal werd

Wat waren de veronderstelde kwalen van Noa? De ouders van Nora formuleren het belangrijk stelliger. Noa leed aan: posttraumatische stressstoornis (PTSS), anorexia en depressie. Je bent zeventien en je lijdt aan een heel reeks 'ziektes'? Ik kan me voorstellen dat je één van die drie kwalen hebt, maar alle drie? Is dat niet wat veel tegelijk?

Hoe weten haar ouders dat eigenlijk allemaal zo zeker? Het probleem met die drie 'ziektes' is dat het geen echte ziektes zijn, maar labels die je baseert op het gedrag van de betrokkene. Wat was er dan precies zo fout aan het gedrag van Noa? Je krijgt de indruk dat de labels hier gehanteerd zijn als een soort sociaal commando. Attentie: Noa heeft PTSS en dat is heel erg!

Stel dat Noa PTSS had. Psychische trauma's -- vreselijke dingen die je meemaakt -- horen bij het leven en laten altijd hun sporen na. Maar PTSS valt prima te behandelen, zeker bij iemand die zo slim was als Nora. Voor 'depressies' geldt precies hetzelfde.

Die twee zaken kunnen de dood van Nora dus niet verklaren. Blijft over die anorexia. Kennelijk is ze  aan anorexia overleden. Iets dat heel goed mogelijk is. Maar in het geval van 'anorexia' moet er in de sociale omgeving van het slachtoffer op zijn minst één persoon zitten, die het hongergedrag -- bewust of onbewust -- in stand houdt en bekrachtigt.


Het begin van de rit naar de dood

Hoe is dat hongergedrag eigenlijk begonnen? In het geval van Noa is het begonnen op 27 januari 2016. Haar moeder vond bij het opruimen van haar kamer een stapeltje afscheidsbrieven. Wacht even. Noa zou de maandag voordat het artikel in de NRC verscheen, 18 geworden zijn. Op het moment dat alles begon, was ze dus net 14.

Je hebt een intelligente dochter die op het VWO zit, maar die op die leeftijd haar eigen kamer nog niet kan schoonhouden? En je vindt een stapeltje brieven op haar kamer, dat je vervolgens onmiddellijk gaat zitten lezen? De moeder houdt er kennelijk flexibele normen op na.

Dat betekent ook dat die brieven niet bij toeval door de moeder gevonden werden. Noa kende haar moeder natuurlijk wel wat en verwachtte een groot en dramatisch effect. Dat kwam ook inderdaad. Wat ze natuurlijk niet voorzag, was dat dat effect uiteindelijk tot haar dood zou leiden.

Op het moment dat de brieven gevonden worden, gaat het echter met Noa nog prima. Ze loopt lachend met haar vriendinnen over het schoolplein. Zij vermaakt zich goed.

Je zou denken: niets aan de hand. Maar dan vergis je je. De vader: 'Je snapt er niets van.' Inderdaad, heftig: je wilt graag het gedrag van je kind begrijpen, maar hoe je dat ook probeert, het lukt je niet.

De moeder: 'Je denkt: dit is een droom, ik ben in een slechte film beland.' Met Noa is dus op dat moment nog steeds niets mis, maar met haar ouders lijkt op dat moment heel veel mis te zijn. Ze zijn door de vondst helemaal de kluts kwijt.

Het artikel beschrijft dit met: 'Het was alsof ze vanaf dat moment in een sneltrein stapten die niet meer stopte. Noa blijkt een depressie te hebben, ze ontwikkelt een eetstoornis.'

Het ene moment loopt Noa nog lachend over het schoolplein, het volgende moment weten haar ouders zeker: er is van alles mis met haar.

Maar waar is die absolute zekerheid op gebaseerd? Niet op harde feiten. Natuurlijk zijn die brieven er. Maar het is je kind, als ouders is het dus zaak verstandig te reageren en niet in het wilde weg maar wat te gaan doen. In eerste instantie moet je in zo'n geval natuurlijk helemaal niets doen. Je behoort die brieven niet eens gezien en gelezen te hebben.

Als je het verhaal van de ouders volgt, lijkt het probleem dus duidelijk niet bij Nora vandaan te komen. Nora loopt opgewekt lachend over het schoolplein. Maar haar ouders reageren vervolgens als de anekdotische motorbootvaarder, die zodra hij denkt in een moeilijke situatie te zitten, de ogen stijf dicht knijpt en vol gas vooruit geeft.


De daders

Hebben de ouders dit alleen gedaan? Nee, dat denk ik niet. Ze hebben de trein in beweging gezet. Ze zijn op de locomotief geklommen, waarna het enorme gevaarte langzaam begon te rollen en vervolgens steeds sneller ging rijden.

Wie werkten er verder nog mee aan deze fatale afloop? Op 27 januari 2016 vond de moeder een stapeltje afscheidsbrieven en was Noa nog volledig in orde. Op 2 juni 2019 was ze dood. Hoe krijg je een jong, gezond meisje in drie en een half jaar dood?

Het artikel volgend, is dat onmiskenbaar. De ouders hebben hulpverleners ingeschakeld, die hun waan bekrachtigd moeten hebben. Er was van alles mis met Nora! Dat werd het heersende geloof in de sociale groep om Noa heen.

Dat geloof werd vervolgens vertaald in een eindeloze reeks onzinnige en overbodige opnames, die het probleem -- dat er niet was -- veranderden in levensgevaarlijk gedrag en dat gevaarlijke gedrag vervolgens ook nog eens gingen bekrachtigen.


Conclusie

Bij anorexia moet er een factor in de sociale omgeving aanwezig zijn, die het hongergedrag bekrachtigt. Maar waarom zou je hongergedrag bij iemand anders bekrachtigen?

Die behoefte heb je alleen als je sociaal-dominant bent. Verder moet je ook warrig denken, anders realiseer je je dat je helemaal verkeerd bezig bent. Met andere woorden: je bent autoritaristisch (irrationeel gelovig).

Wanneer je hoog scoort op die twee meetbare eigenschappen, betekent dat, dat je extreem bevooroordeeld bent. Je omarmt ieder extreem vooroordeel en gerucht dat sociaal goed valt. Ongeacht of het klopt met de harde werkelijkheid of niet.

Noa overleed aan het door haar omgeving aangeleerde en bekrachtigde hongergedrag. Als de theorie  tot zover klopt, moeten er dus in haar sociale omgeving mensen gezeten hebben die extreem bevooroordeeld waren.

Als je voor een gezonde dochter drie ziektebeelden veronderstelt en die vervolgens zonder harde evidentie als vaststaande feiten accepteert, dan ben je qua bevooroordeeldheid behoorlijk ver heen.

Er is een tweede punt dat de bevooroordeeldheid van de ouders verder bevestigt. Stel Noa had echt iets. In dat geval zoek je natuurlijk een oplossing voor dat probleem. Maar is die oplossing er echt?

Stel je zit in A en je wilt naar B. Wanneer je dan in het wilde weg maar wat gaat doen, kom je tenslotte ergens uit waar je helemaal niet wilt zijn. Je eindigt misschien in Z. Iets dat in dit geval inderdaad gebeurde.

Waar ik op doel is het onbegrensde vertrouwen van de ouders in de hulpverlening. In het artikel staat: 'Het is het begin van een eindeloze reeks opnames en behandelingen.'

Men doet dus alsof een opname geen enkel kwaad kan, terwijl de realiteit natuurlijk precies het tegenovergestelde is. Je kunt de patiënt altijd opereren, maar als je in het wilde weg gaat opereren, is de patiënt snel dood.


Een extra check

Dan is er nog een simpele check, die je kunt uitvoeren. Wat doet een alfa-persoonlijkheid (double-high) in de praktijk? Alfa's hebben een boodschap voor de wereld en dragen die met kracht en overtuiging uit. Daarbij gaat het niet om de (feitelijke) juistheid van de boodschap, maar om de emotionele lading van het verhaal. Het uiteindelijke doel is populariteit, status en macht. Om die reden staan alfa's ook wel bekend als 'men of words'.

De krant schrijft: 'Maandag, de dag nadat Noa achttien jaar zou zijn geworden, zat [de moeder] aan tafel bij Pauw.' Het interview met de ouders stond op dinsdag in de krant. De moeder: '''We hebben een verhaal te vertellen waarvan we hopen dat ervan wordt geleerd en dat er iets verandert.'"


Moraal

Wat kunnen we leren van haar verhaal? Sociaal-dominante gelovigen (mensen met een alfa-persoonlijkheid, double-highs, men of words) zijn extreem gevaarlijke mensen, ook voor hun eigen kinderen.

Strikt genomen, is dat niet echt iets nieuws. Aan de ene kant klopt het met wat bekend is uit het empirische discriminatie-agressie onderzoek. Aan de andere kant waren ook de oude Grieken al bekend met het verschijnsel. Een echte koning doet over een dochter meer of minder niet moeilijk. Agamemnon offert in het gelijknamige drama -- na enig geweeklaag -- zonder aarzelen zijn dochter Iphigenia, want voor hem gaat het overwinnen van Troje boven alles.

Mijn veronderstelling was dat er in gevallen van anorexia en Münchhausen by Proxy een alfa-persoonlijkheid (double-high) aanwezig moet zijn. De informatie in het interview met de ouders van Noa bevestigt dat.
















dinsdag 10 december 2019

Anorexia III: anorexia en Münchhausen by Proxy


Laatst aangepast: 12-12-2019 om 1.04


In de NRC.next kom ik vandaag (10 december 2019) een groot verhaal tegen over de dood van Noa. Het is een interview met de ouders van Noa. Noa overleed op 2 juni, een paar dagen nadat ze gestopt was met eten en drinken. Er werd verondersteld dat ze 'anorexia' had.


Meer aandacht voor anorexia leidt tot meer overbodige anorexia-doden

Ik schreef op deze blog eerder over anorexia (hier en hier). Mijn eerste blogpost was een reactie op het kabinetsplan om dit soort problemen -- nadat men de snelheid op de autoweg teruggebracht had naar 100 -- voortvarend aan te pakken.

Die twee zaken lijken misschien ongerelateerd, maar politiek is nu eenmaal een bedrijf waar alles draait om beeldvorming en kordaat optreden. Wanneer je op het ene punt bakzeil moet halen, is het logisch dat je iets anders zoekt om je daadkracht te tonen.

De strekking van mijn reactie was dat die actie op termijn vrijwel zeker tot nog belangrijk meer overbodige anorexia-doden zal leiden. Een resultaat waar we mijns inziens niet blij mee hoeven te zijn.

De reden om dat te denken, is dat 'anorexia' niet een ziekte is, maar gedrag. Dat betekent dat het de normale gedragswetten volgt. Het stuk van de psychologie dat al iets van honderd jaar oud is en staat als een huis. Wat in de natuurkunde de zwaartekracht-theorie van Newton is, is de behavioristische gedragspsychologie in de psychologie. Geen enkel stuk psychologie is zo solide onderbouwd als de gedragsanalyse.

Het vreemde is echter dat die kennis nogal weggezakt, lijkt te zijn. Als je tegen de gemiddelde psycholoog over gedragsanalyse begint, kijkt hij je glazig aan en draait hij zich vervolgens om. Dat is zijn taal niet, dat is zijn ding niet.

Ik denk dat ook wel te kunnen verklaren. Ooit lang geleden had ik een discussie met collega's. Ze vonden de gedragsanalyse helemaal niets. Maar, wierp ik tegen, het voorspelt wel voortdurend precies wat er gebeurt. Ja, vonden ze, dat is misschien wel zo, maar daar gaat het niet om. Die theorie voelt niet goed. Het is een vreemde manier van denken. Wij vinden die behavioristische gedragsanalyse helemaal niet tof.

Ik kon op dat moment hun reactie niet goed plaatsen. Als empirisch wetenschapper zoek je een theorie die correct voorspelt. Niet een theorie die je 'lekker' vindt. Maar mijn collega's dachten op dit punt dus duidelijk totaal anders over wetenschap dan ik.

Nu denk ik die reacties wel te kunnen plaatsen. Mensen hanteren twee systemen om waarheid vast te stellen. Mensen in de alfa-cultuur voelen waarheid. Als de theorie in de mode is, als ze goed voelt, als andere mensen die theorie ook geloven, als autoriteiten hun vertellen dat het zo is, dan voelt de theorie goed. Het gevoel vertelt, dat het zo moet zijn. Het positieve gevoel dat de theorie oproept, betekent dat de theorie waar moet zijn.

Bèta's stellen waarheid vast door te kijken of de theorie klopt met de bekende feiten, met de bekende waarnemingen. Einstein bedacht een uiterst vreemde theorie, maar het was wel een theorie die correct voorspelde. Dankzij die vreemde manier van denken werkt onze TomTom.

Terug naar anorexia. Bij 'anorexia' gaat het om gedrag. Om gedrag te begrijpen, moet je bij een goede gedragspsycholoog zijn. Maar die zijn schaars, want gedragsanalyse vereist een vreemde manier van denken, die je wel hebt als bèta, maar niet als alfa. Veel psychologen willen graag mensen helpen, dat betekent in de praktijk dat ze doorgaans 'alfa' zijn. Zo'n uitspraak is niet de manier waarop een bèta denkt.

Hoe ziet de gedragspsycholoog anorexia? Natuurlijk als gedrag. Maar waar komt dat gedrag vandaan? Wat is de oorzaak? Op dit punt weten we iets: in bepaalde culturen komt het niet voor. Het is dus een cultureel iets. De omgeving werkt in op iemand.

Gedragspsychologisch gezien, is dat niet zo vreemd. Mensen zijn extreem gevoelig voor hun sociale omgeving. Aandacht is een bekende en krachtige bekrachtiger ('reinforcer'). Wanneer de omgeving dus maar reageert op bepaald gedrag, zal dat gedrag in frequentie en sterkte toenemen. Je mag dat helemaal verkeerd vinden, maar dat is hoe de Natuur in elkaar zit. Of beter geformuleerd: hoe de mens in elkaar zit (en vrijwel alle andere dieren).

Wanneer je dus allemaal instituten opricht om anorexia te behandelen, levert dat nog meer foute aandacht op en krijg je nog meer overbodige doden. Zo simpel zit de werkelijkheid soms in elkaar.


De mensen die anorexia veroorzaken en bekrachtigen scoren hoog op bevooroordeeldheid

Naar aanleiding van mijn stuk, dat ik naar de krant stuurde, kreeg ik enkele reacties. Dat resulteerde in mijn tweede blogpost over anorexia.

Eén reactie bevestigde vrijwel letterlijk mijn verhaal. Een dominante moeder had zich verantwoordelijk gevoeld voor het slechte eten van haar zoon. Daarna was er een lange keten van diepe ellende en extreme behandelingen gevolgd, waardoor het slachtoffer nu -- heel veel jaren verder -- nog steeds zwaar getraumatiseerd leek.

Een tweede reactie wist zeker dat ik het volledig verkeerd zag, suggereerde dat ik me als 'psycholoog' schandelijk gedroeg en maakte melding van een zus die al vele jaren met anorexia kampte. Kennelijk was de behandeling niet erg effectief, dacht ik, maar de briefschrijver leek zichzelf dat niet zo te realiseren.

De tweede reactie bevestigde, volledig onbedoeld, ook mijn verhaal. De briefschrijver wist alles absoluut zeker, had een hele 'theorie' over anorexia, maar niet gebaseerd op enige harde data. Mijn stelling echter dat er iemand moest zijn in de sociale omgeving die het hongergedrag bekrachtigde met aandacht, paste de briefschrijver als een nauwsluitende handschoen.

De reacties op mijn stuk brachten bij mij een idee naar de oppervlakte, dat ik al langer koesterde. Anorexia wordt veroorzaakt door één of meer personen in de sociale omgeving die het hongergedrag bekrachtigen. Wanneer die bekrachtiging lang genoeg duurt en voldoende effectief is, zal dat tenslotte lijden tot de hongerdood. Maar wat voor persoon?

Op grond van de reacties die ik gekregen had, op grond van mijn eigen ervaringen als 'anorexia-geval' en op grond van wat we (de lezers van deze blog) inmiddels weten over de zooifactor -- en dat is heel veel -- leek het onmiskenbaar dat het bijna altijd om een 'alfa' moet gaan. Iemand die hoog scoort op autoritarisme, sociale dominantie en daardoor extreem bevooroordeeld is en denkt.

Tot zover de inhoud van mijn tweede post over anorexia. Realiseer je even wat dit betekent. Voor gedragspsychologen is duidelijk: dat anorexia-gedrag komt niet uit de lucht vallen, er moet op zijn minst één iemand in de sociale omgeving zitten, die dat hongergedrag bekrachtigt met aandacht.

Maar nu ging het niet langer om een willekeurig 'iemand', maar om een persoon met een specifieke persoonlijkheid. Eerst waren we als het ware op zoek naar 'iets' in de sociale omgeving, nu hadden we een duidelijk plaatje hoe die persoon er qua persoonlijkheid precies moest uitzien.

Het is iemand die niet twijfelt aan het eigen oordeel. Iemand die zaken volstrekt zeker weet, maar in werkelijkheid zijn praatjes baseert op gebakken lucht en populaire vooroordelen. Het is iemand die naar A wil en dan vaak in Z uitkomt. Het is iemand met een grote overredingskracht. Iemand die volstrekt warrig denkt. En het is iemand die extreem gevoelig is voor sociale aandacht.


Anorexia en 'Münchhausen by Proxy'

Ik moest denken aan 'Münchhausen by Proxy'. Je hebt iemand in de sociale omgeving van een kind die zichzelf als verantwoordelijk ziet voor het eetgedrag van dat kind. Meestal: een dominante moeder. En het is iemand die de heldenrol, de rol van 'redder des Vaderlands' niet kan weerstaan. Of die geniet van de aandacht die het drama oproept.

Is dat denken aan 'Münchhausen by Proxy' terecht? De omschrijving die ik op internet vind (hier), luidt: 'Kenmerkend voor het münchhausen-by-proxysyndroom is dat de plegers bij een kind fysieke of psychische signalen of symptomen voorwenden of een verwonding of ziekte veroorzaken of verergeren.'

Ik vind dat praten over 'plegers' wat overtrokken. Je maakt dan stilzwijgend de veronderstelling dat het om bewust gedrag zou gaan. Op grond van wat we weten, is daar eigenlijk geen sprake van. Alfa's gedragen zich wel, maar overzien hun eigen gedrag niet. Hun gedrag wordt gestuurd door de sociale omgeving. Het gevolg is dat ze normaal zich niet bewust zijn, wat ze precies aan het doen zijn.

Hun bewuste, gerichte, kritische denken is -- voor zover we weten -- uitgeschakeld. Ze zijn als ware een beetje: 'dement', maar daarom niet minder gevaarlijk. Alfa-persoonlijkheden (double-highs) staan bekend als de gevaarlijkste mensen die er op Gods aardbodem rondlopen. Ze scoren maximaal op bevooroordeeldheid, de standaard maat voor agressie.

Als je die omschrijving van 'Münchhausen by Proxy' verder volgt, gaat het er dus om dat bepaalde personen bij een kind 'psychische signalen of symptomen' veroorzaken of verergeren.

Ik beschreef 'anorexia' eerder als hongergedrag dat tot stand komt door één of meer personen in de sociale omgeving van het kind, die dat gedrag -- onbewust en onbedoeld misschien -- bekrachtigen. Maar dat kun je dus ook bestempelen als: 'Münchhausen by Proxy'.

Maakt dat uit? Ik denk van wel. Psychiaters hebben door hun opleiding vaak slechts een beperkte kennis van gedragspsychologie. Dat is nu eenmaal iets waar we die schaarse gedragspsychologen voor hebben. Dat psychiaters met een anorexia-geval de mist ingaan, kun je ze dus misschien niet al te zeer kwalijk nemen.

Maar als de naam van het beestje verandert in 'Münchhausen by Proxy' dan is dat iets, waar iedere psychiater van gehoord heeft. Met andere woorden: men krijgt een anorexia-geval voorgeschoteld, maar niemand van de hooggeleerde 'collega's' komt op het idee: wacht eens even, is dit geen 'Münchhausen by Proxy'? Triest, maar het is niet anders.

Er is echter nog een tweede gevolg. Als mijn verhaal over anorexia in feite een verhaal is over 'Münchhausen by Proxy' dan moeten de conclusies uit mijn verhaal natuurlijk ook kloppen voor Münchhausen by Proxy.

Met andere woorden: dan weten we vrij precies naar wat voor soort mensen we in de omgeving van het slachtoffer moeten zoeken als we het over 'Münchhausen by Proxy' hebben. We hebben in dat geval een nauwkeurig plaatje van de persoonlijkheid van de 'dader'. Het moet gaan -- zou je verwachten -- om minstens één typische alfa-persoonlijkheid. Om een persoon die autoritaristisch is, sociaal-dominant en extreem bevooroordeeld.



















zaterdag 7 december 2019

Twee manieren om dementie te bestrijden



Wat is 'dementie'? De duidelijkste definitie vind ik op de site van Alzheimer Nederland (hier). De omschrijving nog wat inkortend, krijg ik:
Dementie is dat de hersenen informatie niet meer goed verwerken.

Onze hersenen zijn als het ware de computer van de zelf-rijdende auto. Onze zintuigen leveren informatie over de wereld, via zenuwen gaat die het brein in, dat verwerkt de input en bewerkt die tot een output. De output gaat vervolgens via andere zenuwen naar de emotie regulerende klieren en naar de spieren, waarmee we bewegen en in wezen ook gericht, kritisch denken.

Wanneer er iets mis is met de computer, merk je dat aan de output. Ons gedrag is niet meer, wat het zou moeten zijn. We maken vergissingen, we vergeten dingen die we nog zouden moeten weten, we hebben onszelf minder goed in de hand, we weten niet meer waar we precies zijn, we kunnen de weg niet meer vinden, we kunnen niet meer op het juiste woord komen, maken taalfoutjes waar we die vroeger niet maakten en ga zo maar door.

Andere woorden voor 'dementie' zijn 'geestelijke aftakeling' en 'kindsheid'. Mensen die dement zijn, worden geestelijk weer als kinderen. Ze missen het overzicht en moeten verzorgd worden.

Wanneer ons brein binnenkomende informatie niet meer goed verwerkt, kunnen we dat dus in beginsel op twee niveau's merken. Op het eerste niveau reageren we op de binnenkomende informatie via het automatisch werkende emotionele systeem. Dit systeem wordt bij dementie pas het laatst aangetast.

Pavlov heeft dat ooit experimenteel keurig en knap uitgezocht, hoe het emotionele systeem precies werkt. Die kennis lijkt tegenwoordig nogal weggezakt te zijn, maar is in werkelijkheid uiterst belangrijk. Het staat bekend als 'klassieke conditionering'.

Op het tweede niveau reageren we op de binnenkomende informatie met bewust gedrag of we reageren niet. Het gerichte, kritische denken (systeem 2, traag denken) hoort hierbij. Maar ook zaken als wandelen, fietsen, joggen, dansen vormen allemaal operant gedrag en vallen onder systeem 2.

Hoe systeem 2 werkt, is blootgelegd door B.F. Skinner. De basis van het systeem staat bekend als 'operante conditionering'. Ook deze kennis is al weer oud (ongeveer 1950) en vaak onbekend. Waarom zou je zaken willen weten, als je met wat geblaat toch wel eten in je bekje gestopt krijgt?

Nu heb ik geen onderzoek gedaan naar dementie. Maar als wat wij weten, klopt, zou je verwachten dat dementie in ieder geval op twee manieren bestreden kan worden. Allereerst is bewust bewegen iets dat het tegenwerkt.

Denk aan zaken als lopen, wandelen, fietsen, hollen, joggen, yoga, ballet, dansen, gymnastiek, zingen, muziek maken, klussen, tuinieren, een dagboek bijhouden (maar dan wel liefst zakelijk, beschrijvend), schrijven (liefst feitelijk en zakelijk, liever niet emoties versterkend).

Ten tweede moet je het rationele denken (denken gevolgd door harde feedback) oefenen en versterken. Dat kan soms heel simpel: speel een computerspelletje. Of ga bloggen over iets. Bijvoorbeeld wat je in de krant leest. Probeer actief concrete problemen op te lossen.

Die twee simpele, concrete aanbevelingen hoorde ik tot nu toe nog niet van de 'expert' op dementiegebied (Van der Plaats), terwijl ze toch niet zo moeilijk lijken te zijn. Verder lijkt er ook nog empirische ondersteuning voor te bestaan. Als 'expert' zou je dat misschien toch moeten weten.







De meeste mensen zijn dement


In de Volkskrant vandaag een prachtig verhaal over dementie. Eigenlijk: over een expert in dementie. De titel van het verhaal: De expert in dementie is zelf getroffen. En natuurlijk door: dementie.

Het verhaal is bijna zo mooi, dat je je begint af te vragen -- ik heb een achterdochtige geest -- of het verhaal wel helemaal klopt. Aan de andere kant, het schijnt dat zo'n 20% van alle mensen ooit dement wordt, dus het kan gemakkelijk.

Het verhaal gaat over Anneke van der Plaats. Hoe weten we dat zij 'expert' is op het gebied van dementie? Een fatsoenlijk empirisch wetenschapper krijgt koude rillingen van 'experts'. Einstein grapte ooit dat God hem gestraft had voor zijn hekel aan 'experts' door hem tot een expert op het gebied van relativiteit te maken.

De basis voor het 'expert' zijn van Van der Plaats wordt gevormd door een drietal boeken die zij -- soms samen met anderen -- over dementie heeft geschreven. Verder was zij uiterst bedreven in het zoeken van publiciteit, het vragen van aandacht en dat soort zaken.

De Volkskrant meldt dat ze vele jaren onderzoek heeft gedaan naar dementie, maar bij nazoeken op internet vind ik daar niets van terug. Iemand die onderzoek doet, moet rapporteren wat hij precies denkt te hebben waargenomen, maar in haar geval blijven die waarnemingen een groot vraagteken.

Zij was verpleeghuis-arts en kwam op die manier in aanraking met dementerende ouderen en natuurlijk heeft ze daardoor op dat gebied ervaring opgedaan. Ze heeft dus wel een heel verhaal over dementie, dat ze ook goed weet te brengen, maar de empirische basis voor dat verhaal -- de waarnemingen, de data -- lijkt vrijwel volledig te ontbreken.

Het lijkt dus inderdaad vooral om 'mooi' verhaal te gaan. In dat geval is het een verhaal dat we graag willen geloven en dat onze vooroordelen op het gebied van 'dementie' bevestigt, maar waarvan we de juistheid in twijfel moeten trekken. 

De demente bejaarden van Van der Plaats hebben bovennatuurlijke vermogens
Laat ik een concreet voorbeeld geven. Op internet staat een korte video over haar 'verklaringsmodel' (hier). De titel begint met: Hoe werken onze hersenen?
Bij dementie gaan de hersenen minder goed werken. Als we dus weten, hoe onze hersenen werken, kunnen we dementie beter begrijpen. Dat lijkt een plausibel idee, waar we gemakkelijk mee instemmen.

Maar klopt haar verhaal over de werking van de hersenen? Ze stelt bijvoorbeeld dat ons brein bestaat uit 4 lagen. Prima, maar waar is de evidentie? Je kunt dat wel heel suggestief stellen, maar je moet het ook hard kunnen maken. Die evidentie is er dus niet.

Zo zitten er in die clip veel suggestieve beweringen, die niet echt hard gemaakt kunnen worden. Het klinkt allemaal prachtig, maar in werkelijkheid is het allemaal verraderlijk drijfzand.

Wanneer je de clip helemaal uitkijkt, zie je dat het in feite een advertentie is voor haar boek. Het doel is niet onderzoek te rapporteren of de kijker voor te lichten. Nee, het doel is haar boek te promoten en te verkopen. In feite zit je dus naar reclame te kijken, die gebracht wordt als informatie over het brein en over dementie.

Een andere, langere clip van haar is getiteld: De Wondere Wereld van Dementie (hier). Op ongeveer 3.45 debiteert ze daar met veel nadruk -- als je er even over nadenkt -- een volstrekt onmogelijke uitspraak.

Even voor die uitspraak, kwam al een andere vreemde opmerking. Ze begon als verpleeghuis-arts en is eindeloos bezig geweest -- volgens haar zeggen -- demente mensen te observeren.

Stel je voor: je bent verpleeghuis-arts en je gaat net als een etholoog dagenlang dementerende ouderen observeren. Krijg je daar als verpleeghuis-arts de tijd voor? Waar zijn de observatieverslagen? Wat kwam er uit die observaties? Wat leer je dan?

Sterker nog: ik kan me mevrouw Anneke van der Plaats helemaal niet goed voorstellen als een soort bioloog die dagenlang in de hitte van het oerwoud haar dementerende chimps zit gade te slaan. Jane Goodall bestudeerde 40 jaar lang chimpansees. Zij ontdekte dat die werktuigen maken en gebruiken. Een wereldschokkende ontdekking. Maar als je beiden gehoord hebt, lijkt Goodall me een totaal ander soort mens.

Wat is de onmogelijke uitspraak die Van der Plaats debiteert in de clip? Ze is in de zeventiger jaren begonnen met het observeren van demente mensen. Pas in 2002, ruim 22 jaar later, mocht ze samen met iemand anders gespreksgroepjes oprichten voor dit soort mensen. Wat hoopten ze te bereiken met die gespreksgroepjes?

'Wij hoopten te bereiken dat zij zouden vertellen wat er in hun hoofd omging.' Stel je voor, je vraagt iemand die goed bij zinnen is, te vertellen wat er in zijn hoofd omgaat. Psychologen hebben dat meer dan honderd jaar geprobeerd en het is nooit echt gelukt. Maar nu vraagt iemand het aan demente mensen en kijk! Geen enkel probleem. Ze konden het precies vertellen!

Vervolgens wordt het nog gekker. De demente bejaarden konden vertellen over hun onbewuste brein, waarmee ze emoties verwerkten. Maar dat is echt een 'onbewust' brein. Hoe is het mogelijk dat iemand weet, wat er in zijn 'onbewuste' brein gebeurt? De demente bejaarden van Van der Plaats beschikken kennelijk over bovennatuurlijke gaven.


Kunnen niet 'demente' mensen wel altijd rationeel denken?

Wat me in het Volkskrant-artikel triggert, is de stelling van Van der Plaats dat mensen met zware dementie niet meer rationeel kunnen denken. Ze kunnen alleen nog emotioneel reageren op hun omgeving. Dat is, aldus het artikel, de basis van haar Brein Omgevingsmethodiek.

Nu heb ik geen problemen met het gegeven dat zwaar demente personen niet meer in staat zijn tot goed rationeel denken. Dat geloof ik wel. Maar de onderliggende veronderstelling is dat mensen die we niet beschouwen als 'dement' wel altijd rationeel kunnen denken. Klopt dat wel?

De maat om 'rationaliteit' te meten, is de zooifactor (bevooroordeeldheid). Mensen hanteren twee verschillende systemen om uitspraken (vooroordelen) te beoordelen. Dat kan via de gevoelsmatige route van systeem 1 en het kan via de rationele route van systeem 2. In het eerste geval volgen we onze onderbuikgevoelens, in het tweede geval proberen we moeizaam na te gaan wat er feitelijk precies bekend is en vermoedelijk klopt.

Door het meten van bevooroordeeldheid (de zooifactor, de alfa-bètafactor) krijg je dus een indicatie van het breinsysteem dat mensen bij emotioneel geladen uitspraken hanteren. Van der Plaats noemt die twee systemen: het onderbrein (systeem 1) en het bovenbrein (systeem 2). Bij dementie verdwijnt het laatst gevormde systeem (systeem 2, traag denken) het eerst.

Bevooroordeeldheid ('generalized prejudice') is een variabele die goed en betrouwbaar te meten valt. Dat betekent dat mensen op dit punt belangrijk verschillen. De realiteit is dus dat slechts een klein deel van de bevolking laag scoort op bevooroordeeldheid. Met andere woorden: ruwweg drie vierde van de bevolking heeft een probleem met rationeel denken. Men volgt in de praktijk vooral zijn emoties en niet zijn verstand.

Met andere woorden: de meeste mensen zijn 'dement'.


De betekenis van 'dement'

Klopt dat met de gangbare betekenis van 'dement'?

Synoniemen.net (hier) geeft de volgende drie betekenissen: 'kinds, seniel, zwakzinnig'. Alle drie betekenissen komen erop neer dat er met de verstandelijke vermogens iets zwaar mis is.

Het Engelstalige Wordhippo.com geeft voor 'demented' als adjectief (hier) de volgende 4 omschrijvingen:
1 - 'behaving irrationally due to anger, distress, or excitement';
2 - 'under a spell';
3 - 'unable to think clearly';
4 - 'deeply angered but not outwardly displaying it'.

Irrationeel gedrag, zich laten leiden door emoties, zich laten leiden door een innerlijke macht, niet helder kunnen denken en zo boos, dat men dat niet meer normaal kan uiten. Dat lijkt me wel een vrij behoorlijke omschrijving van bevooroordeeld zijn. Van hoog scoren op de zooifactor.










'De meeste mensen deugen'


'Onder een varkensstal in het Poolse gehucht Godlewo Wielkie zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog vijf Joodse onderduikers verstopt.

Ze waren volledig afhankelijk van de etensresten die de boerin één keer per dag bij het voeren van de varkens naar beneden gooide.

Twee onderduikers hielden het niet uit en verlieten voor heel even de schuilplaats om spullen te zoeken die ze nabij hun huis verstopt hadden.

Ze werden teruggevonden in het bos -- doodgeknuppeld.

De overgebleven drie onderduikers overleefden de oorlog wel. Twee dagen na de bevrijding liepen ze naar hun geplunderde huizen.

Meteen kwam een groep gewapende Polen bij ze langs; Joden die alles hadden overleefd, moesten wel heel rijk zijn.

Toen bleek dat de voormalige onderduikers helemaal niets bezaten, werden ze vermoord.

Op zoek naar goud trokken de Polen vervolgens naar de boerderij waar de Joden ondergedoken hadden gezeten.

Ze vonden er niets, hoe hard ze de boer ook sloegen.

Enkele dagen later overleed hij aan zijn verwondingen.'


---

Bovenstaande passage heb ik overgenomen uit de bespreking in de NRC (6 december 2019) van het boek: Liever dier dan mens. Een overlevingsverhaal.

Met het aangehaalde verhaal opent het boek.

Het boek is geschreven door Pieter van Os en behandelt het 'onwaarschijnlijke levensverhaal' van de nu 93-jarige Mala Kizel tijdens de Holocaust.

Het laat zien hoe eindeloos er tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog is gemoord. Aldus de ondertitel van de boekbespreking in de NRC.

De titel van de boekbespreking is: Gered door haar charme en blonde haar. Auteur van de boekbespreking is Jaap Cohen.

De titel voor deze blogpost is afkomstig van Rutger Bregman. Zijn gelijknamige boek verdedigt die stelling.











Wat zijn de twee onderliggende autisme-factoren?



De AQ meet autisme kennelijk op twee totaal verschillende manieren. De eerste manier is via de kernitems. Alle kernitems discrimineren goed tussen autisten en niet-autisten, maar wat meten ze precies?

Ik laat hier de 12 kernitems nog een keer volgen. Nu in volgorde van scoring. De bovenste (met * aangegeven) 8 items worden door een autist ontkennend beantwoord, de overige 4 items worden door een autist bevestigd.
De 12 kernitems
34*K. I enjoy doing things spontaneously.
17*K. I enjoy social chitchat.
38*K. I am good at social chitchat.
44*K. I enjoy social occasions.
10*K. In a social group, I can easily keep track of several different people’s conversations.
32*K. I find it easy to do more than one thing at once.
47*K. I enjoy meeting new people.
11*K. I find social situations easy.

22 K. I find it hard to make new friends.
13 K. I would rather go to a library than to a party.
46 K. New situations make me anxious.
26 K. I frequently find that I don’t know how to keep a conversation going.

De items lijken duidelijk te vragen naar plezier en handigheid in het babbelen met mensen. Met andere woorden: ze meten kennelijk autoritarisme, dat wil zeggen: de afwezigheid daarvan. Zoekt men zijn toevlucht in een groep of juist niet?

Als de kernitems autoritarisme meten, zou je verwachten dat de tweede factor iets als sociale dominantie moet meten.

De items van de AQ die goed discrimineren tussen autisten en niet-autisten, maar geen kernitems zijn, laat ik hierna volgen.
De 7 goed discriminerende items van de AQ die geen kernitem zijn
36*. I find it easy to work out what someone is thinking or feeling just by looking at their face.
24*. I would rather go to the theater than to a museum.
31*. I know how to tell if someone listening to me is getting bored.
15*. I find myself drawn more strongly to people than to things.

5. I often notice small sounds when others do not.
41. I like to collect information about categories of things (e.g., types of cars, birds, trains, plants).
45. I find it difficult to work out people’s intentions.

Deze items lijken vooral gericht te zijn op het wel of niet beïnvloeden van mensen. Maar dat is precies de basis van sociale dominantie. Men probeert de overhand te krijgen op de ander.


Conclusie

Autisme, gemeten met de AQ, lijkt dus inderdaad grotendeels hetzelfde te zijn als de omgekeerde zooifactor. Bèta's ('double-lows') scoren laag op bevooroordeeldheid, maar hoog op autisme. Alfa's ('double-highs') scoren hoog op bevooroordeeldheid, maar laag op autisme.

Het interessante is dan dat dezelfde variabele via totaal verschillende benaderingen boven is komen drijven. De mensen die de ene benadering kozen, zagen bèta's als mensen waar van alles mis mee was. De mensen die de andere benadering kozen, zagen alfa's als mensen waar van alles mis mee was.

Je zou dan verwachten dat het autisme-onderzoek vooral alfa's zou moeten aantrekken en het empirische discriminatie-agressie onderzoek vooral bèta's. Dat lijkt inderdaad te kloppen.

Ik wees er eerder al op dat bij autisme-onderzoekers zich bovenmatig vaak allerhande persoonlijkheidsproblemen voordoen. Ook iemand als Baron-Cohen bevestigt dat weer. Eerst meerdere malen de standaarddeviatie van de AQ benoemen als 3, kennelijk om het verschil tussen autisten en niet-autisten groter te doen lijken dan het in werkelijkheid is, vervolgens blijkt dat die standaarddeviatie in werkelijkheid meer dan tweemaal zo groot is.

Verder zou iemand als Bob Altemeyer dan een bèta-inslag moeten hebben. Wel als je iets van veertig jaar doorploetert om een begrip als 'autoritarisme' een solide empirische basis te geven en je bovendien ook nog eens extreem wars bent van speculatie, lijkt me daar weinig twijfel over mogelijk.

Autisme, gemeten met de AQ, is kennelijk slechts de zoveelste manier om de zooifactor vast te stellen, naast alle andere methodes die al bekend zijn.








De AQ meet autisme op twee totaal verschillende manieren.


Autisme kunnen we meten met de AQ, maar ook met de kernitems van de AQ.

Het nadeel van de AQ is dat die een vrij lage alfa-betrouwbaarheid heeft. De 'coëfficiënt alfa' is vrij laag (0.73). De items schieten als het ware alle kanten uit. Het voordeel van de kernitems is dat die wel een goede alfa-betrouwbaarheid hebben. De 'coëfficiënt alfa' is hoog (0.92). De items meten allemaal dezelfde eigenschap.

Een sterk punt van de AQ is echter dat die goed onderscheid maakt tussen groepen 'autisten' en groepen 'niet-autisten'. Het verschil tussen beide groepen, uitgedrukt in standaarddeviaties, bedroeg voor de Zweedse AQ 1.3.

De kernitems steken daarbij vergeleken maar mager af. Ook deze groep items maakt duidelijk onderscheid tussen beide groepen, maar het verschil dat zij leveren, bedraagt -- uitgedrukt in standaarddeviaties -- slechts 0.9.


De AQ meet autisme op twee totaal verschillende manieren

Wat betekent dit? Hoe is het mogelijk dat de AQ belangrijk beter discrimineert tussen 'autisten' en 'niet-autisten' dan de kernitems?

De kernitems zijn betrouwbaar en maken goed onderscheid tussen beide groepen. Wanneer de AQ op een of andere manier een groter verschil weet te maken tussen beide groepen, kan dat alleen betekenen dat de AQ nog een tweede factor meet, die (vrijwel) ongecorreleerd is met de factor die de kernitems meten. Die tweede factor voorspelt (of meet) wel autisme, maar is iets totaal anders dan wat de kernitems meten.

De AQ kan kennelijk 'autisme' voorspellen op basis van iets dat de kernitems niet meten. Met andere woorden: autisme kan op twee totaal verschillende manieren gemeten (of voorspeld) worden. De kernitems gebruiken de ene manier, de AQ gebruikt daarnaast ook nog de tweede manier.

In de psychologie is het heel zeldzaam dat een variabele op twee totaal verschillende manieren, die vrijwel ongecorreleerd zijn (niets met elkaar te maken hebben), voorspeld kan worden. Hoe valt dit vreemde resultaat te begrijpen?

Eerder heb ik gesteld dat er goede redenen zijn om te denken dat 'autisme' min of meer hetzelfde is als de zooifactor (bevooroordeeldheid), maar dan op een andere manier gemeten. Met de zooifactor is echter iets merkwaardigs aan de hand: deze factor kan op twee totaal verschillende manieren voorspeld worden. Iets dat in de testpsychologie als zeer uitzonderlijk geldt.

De ene manier is via sociale dominantie: het streven om ten koste van alles de top van de groep te bereiken. Zeg maar: men wil de baas worden. De andere manier is autoritarisme: de drang om veiligheid en onderdak te vinden bij een machtige groep door de leiders van die groep blindelings te gehoorzamen.

Dat de AQ autisme beter voorspelt dan de kernitems alleen betekent dat autisme zich net zo gedraagt als de zooifactor. Het is dus een aanwijzing dat autisme en de zooifactor inderdaad globaal hetzelfde zijn.

Dat wil zeggen: alfa's scoren hoog op hoog op bevooroordeeldheid (ze gaan oorlog voeren en discrimineren), maar laag op autisme. Terwijl bèta's laag scoren op bevooroordeeldheid (ze moeten niets hebben van vooroordelen), maar hoog op autisme. De beide maten lijken dus elkaars tegenovergestelde te zijn. Wie op de ene hoog scoort, scoort laag op de andere.