donderdag 7 december 2017

Het mensenoffer


Arnon Grunberg besteedt vandaag (6/12) in zijn Voetnoot op de voorpagina van de Volkskrant aandacht aan het mensenoffer.

Grunberg weet vaak met wat handig gekozen woorden bij de lezer eindeloos veel overhoop te halen. Dat lukte hem vandaag ook bij mij. Dank zij zijn column denk ik, ook na verder zoeken, te zien dat er over het onderwerp 'mensenoffer' soms merkwaardig wordt gedacht.

Grunberg schrijft: "Overal is strijd. Waar strijd is, kan het mensenoffer worden gevraagd. In een echte oorlog, denk aan hen die 'voor onze vrijheid vielen,' . . ." Je kunt natuurlijk denken aan soldaten die vallen door vijandelijk vuur als slachtoffers van de oorlog, maar mijns inziens is dat niet precies wat we zouden moeten bedoelen met 'mensenoffers.'


Slachtoffers van irrationaliteit

Bij 'mensenoffer' kun je heel concreet denken aan de ongeveer zes miljoen Holocaust-slachtoffers. Hun dood diende geen enkel rationeel doel. Hun dood diende derhalve een irrationeel, ideologisch, religieus doel. Hun dood valt alleen te begrijpen door je te verplaatsen in de irrationele denkwereld van de daders.

Ook de Nederlandstalige Wikipedia gaat er (op dit moment nog) vanuit dat mensenoffers tegenwoordig amper voorkomen. De zes miljoen Holocaustdoden worden niet genoemd. Ook de Manson-moorden worden bijvoorbeeld (nog) niet vermeld. De schietpartij van Las Vegas op 1/10/2017 wordt niet vermeld. Kennelijk is er bij de Wikipedianen pas sprake van een mensenoffer als er op het lijk 'mensenoffer' staat vermeld.

Google levert bij zoeken op 'mensenoffer' als vierde hit de volgende macabere passage op van de blog van Marc Vermeersch (hier): "Het offer is een handeling die parallel is aan de ruil tussen mensen. Het mensenoffer is een extreme vorm van het offer. Beide hebben als doel de voedselvoorziening en uiteindelijk de reproductie van de menselijke maatschappij te verzekeren." Hij ziet het mensenoffer als een handeltje met de Goden: wij geven iets, maar we willen ook iets terug.

Als dat zo zou zijn, zou je verwachten dat jagers/verzamelaars dat handeltje met de Goden ook zouden drijven, maar -- zoals hij ook vermeldt -- dat deden ze niet. Zijn verklaring klopt dus niet met de feiten. Het mensenoffer heeft pas een vlucht genomen na de uitvinding van de landbouw.

Een actueel voorbeeld van mensenoffers zijn de onthoofdingen van IS die men voor propaganda-doeleinden uitgebreid filmde. Omdat het in dit geval ging om propagandadoelen zou je misschien kunnen tegenwerpen dat het in dit geval niet een volledig irrationeel doel was. Ik kom straks terug op dat punt.

De Wikipedia geeft ook nog een verklaring van Jung die me onzin lijkt. Als meer conventionele verklaring geeft men: met een mensenoffer wil men laten zien alles over te hebben voor de goden, die men op die manier gunstig hoopt te stemmen.

Ook die verklaring lijkt me dubieus. Ten eerste wat schieten de Goden op met een dood mens. Worden ze geacht dat smakelijk te nuttigen? Ten tweede: als men echt alles voor de Goden over heeft, waarom offert men dan zichzelf niet op. Op die manier zou een hele stam collectief zelfmoord kunnen plegen, maar doorgaans loopt het zo'n vaart niet.


De verklaring vanuit het soortenmodel

Wat de Wikipedia verder vermeldt, is dit. Het mensenoffer heeft door zijn radicale en grensoverschrijdende karakter de mens vanouds sterk geïntrigeerd. In veel culturen zijn mensenoffers een onderdeel van de religieuze praktijk geweest.

Het mensenoffer heeft dus een grote emotionele impact waardoor er kennelijk veel verhalen over circuleren en verder is het gekoppeld aan geloof/ideologie.

Vanuit het soortenmodel vormt geloof/ideologie echter een belangrijk deel van de menselijke beschaving na de uitvinding van de landbouw. Verder kan geloof/ideologie niet los gezien worden van sociale dominantie. De variabelen die die twee eigenschappen meten, autoritarisme en sociale dominantie, leiden ertoe dat er machtige hiërarchische groepen ontstaan die de dienst uitmaken en de macht hebben.

Wat is er een overtuigender bewijs voor de macht van een Groot Leider dan een willekeurige collectie mensen terecht te laten stellen. Ieder weldenkend mens dat zijn onderdaan is, laat het daarna wel uit zijn hoofd, verzet tegen hem te plegen of oneerbiedig over hem te praten. Het offeren van mensen dient op deze manier dus een propagandadoel.

De Grote Leider probeert echter ook zijn volgelingen/gelovigen te motiveren door het verzinnen van allerhande bedreigingen en foute groepen. De ondergeschikten geloven dat en beschikken over een reservoir van kolkende agressie dat slechts wacht op een kans om er uit te komen.

Vanuit het soortenmodel gezien zijn er dus twee verschillende verklaringen gelijktijdig werkzaam. Aan de ene kant is het de sociale dominantie van de leider met zijn elite die tot agressie leidt, aan de andere kant is er het autoritarisme van de volgelingen/gelovigen.

In het eerste geval dient het mensenoffer een propagandadoel, in het tweede geval dient het een emotioneel, irrationeel doel. Het geeft een goed gevoel, men voelt zich superieur en sterk. Men voelt zich onderdeel van de superieure groep. Men voelt zich een beetje God.

Volgelingen/gelovigen plegen het vaak in het verborgene te doen. Men doet het bij voorkeur alleen openlijk als dat geen extra risico levert. Na het keren van het tij in de Tweede Wereldoorlog (Stalingrad) was het dus 'slimmer' alles zo stiekem mogelijk uit te voeren.


Ifigeneia in Aulis

De reden voor Grunberg over het mensenoffer te schrijven was het zien van de film The Killing of a Sacred Deer. De basis voor deze film was de Griekse tragedie Ifigeneia in Aulis van Euripides. Wat heeft Euripides te melden over het mensenoffer? Ik volg eerst zijn verhaal.

Koning Agamemnon wil met zijn leger Troje vernietigen, maar kan door windstilte met zijn vloot niet uit de kloven bij Aulis komen. Een profeet vertelt dat de godin Artemis de wind stilgelegd heeft, omdat Agamemnon bij een jachtpartij haar heilige hert heeft gedood. Artemis is alleen bereid voor wind te zorgen als hij zijn dochter Ifigeneia aan haar offert.

Agamemnon lokt daarop zijn dochter naar Aulis met het verhaal dat ze daar met Achilleus zal trouwen. Hierna verschijnt Iphigeneia met haar moeder op het toneel. De doortrapte opzet van Agamemnon komt echter uit. Onder invloed van alles wat er gebeurd is, besluit Iphigenia echter zich vrijwillig op te offeren voor haar vader en de goede zaak.

Op het laatste moment wordt dat Artemis echter te dol. Die laat het meisje vervangen door een hert en neemt haar op in de wereld der Goden. Of is deze laatste wending slechts een verhaal bedacht door Agamemnon om de werkelijkheid voor de moeder te verbloemen? De moeder lijkt (hier) het laatste te geloven.

Wat kun je uit zo'n verhaal afleiden? Allereerst valt me op dat het verhaal volledig in de alfa-wereld speelt. In de wereld van de double-highs. Het gaat voortdurend over macht, status, geweld en oorlog. Alles mag en alles moet kunnen, mits het maar macht, status of rijkdom oplevert.

Een tweede punt dat me opvalt, is het klakkeloos accepteren van twijfelachtige waarheden. Iets dat uiterst typerend is voor deze wereld. Iemand als Einstein leert dat iedere verborgen assumptie iets is als arsenicum in de boerenkool met worst, maar het lijkt duidelijk dat die manier van denken in deze wereld niet past. Men weet bij voorbaat zaken absoluut zeker.

De basisvraag in dit verband is natuurlijk: is het wel zo'n goed idee om uit te varen? Hoe je het ook draait of keert: oorlog blijft een riskante onderneming die gemakkelijk anders kan uitpakken dan je verwacht. Daar komt in dit geval nog bij dat ook de Goden het nut niet echt lijken te zien.

Agamemnon toont op dit punt echter geen enkele twijfel. Ook in het verhaal is geen twijfel te vinden aan het mooie en nuttige van oorlog. Het koor zingt aan het einde: en neem de mooiste wapenbuit uit Troje voor ons mee. Men ziet oorlog dus als een prima manier om royaal te leven en twijfelt niet aan de goede afloop.

Een derde punt is dat Agamemnon afgeschilderd wordt als een echte double-high. Agamemnon zit wel luidkeels te zuchten en te klagen: wat zal zijn vrouw, de moeder van Ifigeneia wel niet zeggen? Maar uiteindelijk is de keuze niet echt moeilijk: de kans Troje aan te vallen en misschien te veroveren, is belangrijker dan het leven van zijn dochter.

Ook Ifigeneia past volledig in deze wereld waar alles draait om status en macht. Als haar vader, de koning, haar leven vraagt, dan is het niet anders. Ze is de ideale volgeling/gelovige.

Een vierde punt dat goed lijkt te kloppen, is het manipuleren van de werkelijkheid door middel van een mooi verhaal. Dat wordt heel terloops geformuleerd, maar het verhaal dat Ifigeneia naar de Goden is gegaan, is afkomstig van Agamemnon en de moeder van Ifigeneia gelooft het toch niet helemaal.

Het mensenoffer in dit verhaal is dus volledig gesitueerd in een cultuur van status, macht, geweld en oorlog. In eerste instantie wordt getracht iemand via een list op te offeren, in laatste instantie is die persoon bereid zichzelf op te offeren voor de goede zaak. Tenslotte wordt daar door de Grote Leider een mooi verhaal over opgehangen, waarbij Euripides openlijk even aan de juistheid van het verhaal laat twijfelen door de moeder.

Ook dit verhaal situeert het mensenoffer dus in een cultuur die volledig gericht is op status, macht, agressie en oorlog.

Aan de ene kant is het mensenoffer, hoe je het ook draait of keert, iets van na de uitvinding van de landbouw. Aan de andere lijkt het onmiskenbaar dat het thuis hoort aan de alfakant van de discriminatie/agressie-as. De kant waar emoties en irrationaliteit de norm zijn en alles draait om status en macht.


woensdag 6 december 2017

De les van de Slag om Dokkum


In de Volkskrant op maandag (4/12) twee bladzijden over wat inmiddels bekend staat als de 'Slag om Dokkum 2'. Wat gebeurde er tijdens de veldtocht van de anti-Zwarte-Piet-demonstranten in Dokkum bij hun tweede poging? Ik volg eerst het verslag van Maud Effting. Daarna: wat ging er mis en hoe moet het dan wel?

 
Het verloop van de slag

Op zaterdag 2 december 2017 vertrekt uit Amsterdam een indrukwekkende colonne. Negen gepantserde ME-bussen met tientallen ME'ers erin, twee gigantische sleepwagens, elf agenten op motoren en, o ja, drie bussen met anti-Zwarte-Piet-demonstranten. Zo begint het artikel van Effting ongeveer (hier).

Het doel van de tocht: Dokkum. Of men het doel zal bereiken, weet men niet. De organisator, Mitchell Esajas, houdt rekening met het ergste. Men moet niet denken dat het een gezellig schoolreisje wordt. Het doel is tijdens de intocht van Sinterklaas te demonstreren tegen Zwarte Piet als racistisch stereotype.

Twee weken eerder heeft men ook getracht Dokkum te bereiken, maar werd toen door een blokkade van boze Friese pro-Zwarte-Piet-activisten tegengehouden: de Slag om Dokkum I.  De term 'De Slag om Dokkum' is van Telegraaf-journalist Wierd Duk, die onmiddellijk in het gebeuren een kloof tussen de randstad en het platteland ontwaarde, kennelijk om het verhaal nog wat mooier te maken.

"Nu proberen de demonstranten het dus opnieuw. Gespannen staat demonstratieleider Jerry Afriyie voor in de bus. Hij waarschuwt zijn 'medestrijders' zoals hij ze noemt, dat ze zich vandaag vooral niet moeten laten provoceren."

"Gaandeweg volgen meer middelvingers langs de kant van de weg. Sommige automobilisten wijzen op hun voorhoofd. Binnen [in de bus] vertelt een demonstrante dat ze bang is. 'Als zwarte vrouw kan ik daar straks niet alleen lopen.'"

"De anti-Zwarte Piet-demonstranten en de Dokkumers -- het zijn twee werelden die elkaar vandaag niet lijken te begrijpen. Een zwarte journaliste die vragen wil stellen aan de Friezen, wordt weggeduwd, zegt ze. 'Ze riepen dat we klootzakken waren.'"

"'Weet je wat ze moeten doen?', zegt Henk de Vries. 'Ze moeten ze allemaal in de gracht gooien. Schrijf dat maar op.' De blokkeerders op de A7? Dat zijn de 'helden van Friesland', vinden ze."

"'Het was mooi', zegt Jerry Afriyie in de bus [na afloop]. 'Het voelt goed om je stem te laten horen.' Hij is de afgelopen jaren vele malen bedreigd, zegt hij. 'Maar als ik daar echt bij stil ga staan, werkt het niet.'"


Werkt deze aanpak?

Werkt deze aanpak nu dan wel?, vraag ik me af. Als ik het verslag van Effting lees, lijkt de hele actie averechts uit te werken. In plaats van begrip voor het eigen standpunt kweekt men vooral onbegrip, boosheid, haat en angst. Men bereikt precies het tegenovergestelde van wat men zegt na te streven.

Wat heeft deze actie volgens de activisten zelf opgeleverd? Het voelde goed. Het was mooi. Het heeft bij de activisten een goed gevoel opgeleverd. Een goed gevoel ziet men kennelijk als rechtvaardiging voor zijn actie.

Zo'n op emotie gerichte benadering is typerend voor volgelingen/gelovigen. Had men concrete doelen? Heeft men nagedacht voordat men in de bus naar Dokkum stapte of was dat allemaal te hoog gegrepen?

Kennelijk heeft men sterke gevoelens over Zwarte Piet. Wanneer ik een donkere huidskleur zou hebben, zou ik die vermoedelijk ook hebben. Dat lijkt begrijpelijk. Vervolgens organiseert men op basis van die gevoelens een demonstratie. Men vindt Zwarte Piet tien keer niks en wil zijn geloof uitdragen.

Die benadering past in onze moderne cultuur. We weten tegenwoordig weinig. We hebben problemen met zindelijk denken, maar we vinden gelukkig overal wat van. Over alles hebben we een mening, die eruit gegooid moet worden. Liefst snel, krachtig en met overtuiging.

Die benadering kan iemand in de huidige cultuur ver brengen. Kijk naar Trump. Gewoon een grote bek en maar blijven drammen en je komt onvoorstelbaar ver. Toch lijkt de Trump-benadering in dit geval niet goed te werken. Hoe kan dat?

Mensen als Trump en andere strongmen, hebben een doel: het verwerven van macht. Men wil liefst de absolute macht bezitten. Om die macht te verwerven, verkondigt men zo krachtig mogelijk de boodschap die het grootst mogelijke aantal volgelingen oplevert.

De inhoud van die boodschap wordt dus volledig gekozen om de doelgroep emotioneel maximaal te raken. Strongmen interesseert het niet, wat ze precies verkondigen. Mits het maar leidt tot hun doel: volgelingen en macht.

De anti-Zwarte-Piet-demonstranten doen echter precies het omgekeerde. Ze gaan uit van een specifieke boodschap. Ze willen mensen overtuigen dat Zwarte Piet eigenlijk niet langer kan. Dat is een moeilijke boodschap.

Mijn favoriete reclame is de Pepsi-clip: 'We will rock you.' In de clip, die op YouTube nog wel te vinden is, wordt via indrukwekkende scenes en veel beroemde sterren Pepsi gekoppeld aan positieve emoties. Tenminste, dat is de bedoeling.

In het geval van Zwarte Piet ligt de zaak echter precies andersom. Mensen hebben bij Zwarte Piet een sterk positieve emotie. Het is dus net alsof je een alcoholist vertelt dat hij de fles moet laten staan. Alcoholisten zouden niet zijn, wat ze zijn, als die boodschap werkte.

Wat de anti-Zwarte-Piet-demonstranten in werkelijkheid bereiken, is precies het omgekeerde. Dankzij deze actie worden zij, en daarmee ook andere zwarte mensen, gekoppeld aan de ME, aan overvalwagens, aan politie, aan wegblokkades, aan gevaar, aan verstoring van de openbare orde.

Ze worden gezien als mensen die proberen iets moois, dat men altijd gehad heeft, af te pakken. Ze slagen er in om zich bedreigend te manifesteren tegenover gewone witte Nederlanders. Op internet zijn sites te vinden waarin ze inmiddels als terreurdreiging worden afgeschilderd.

Uiteindelijk hebben alle donker gekleurde landgenoten daar last van. Ook valt nooit te voorspellen, waar dit soort gevoelens en geruchten uiteindelijk eindigt. Wat klein begint, kan maar al te gemakkelijk groot eindigen. Wie wind zaait, zal soms storm oogsten.

In mijn optiek is het dus niet alleen een mislukte actie, maar ook een actie die uiteindelijk alle donkere mensen in Nederland problemen kan opleveren. Dat is niet iets, waar  je aan mee zou moeten willen werken.


Een gelovige club

Ik denk dat je de anti-Zwarte-Piet-demonstranten moet zien als een club van gelovigen. Het begint met een sterk gevoel dat veel donkere mensen om begrijpelijke redenen zullen hebben. Vervolgens komt er, zoals die dingen gaan, iemand die de boel organiseert. Die persoon heeft een aansprekende boodschap en trekt volgelingen aan. Opeens ben je een leider en je hebt volgelingen/gelovigen. Het geloof moet uitgedragen worden, er moet actie komen.

Wie echter een geloof verkondigt, dat andere mensen inperkt, vraagt om problemen. Daar zijn veel voorbeelden van te geven. Vaak waren het mensen die het recht aan hun kant hadden om die anderen wat in te perken. Zelfs wie moreel volledig gelijk heeft en in zijn recht staat, gaat in dat geval toch een levensgevaarlijke strijd aan.

Een simpel voorbeeld is een stam of volk die zijn grondgebied probeert te verdedigen. Mensen laten zich niet gemakkelijk inperken en kunnen in zulke gevallen snel gewelddadig worden. Op de website van The Guardian is een hele lijst te vinden van gesneuvelde milieu-activisten die actie voerden voor terechte zaken. De verovering van Amerika door witte mensen en de bijna volledige uitroeiing van de oorspronkelijke bevolking, is een ander voorbeeld. Hoewel de witte kolonisten geen enkel moreel recht hadden, trokken ze zich daar weinig van aan.

Volgelingen/gelovigen onder aanvoering van hun Grote Leider zijn geneigd te denken in termen van discriminatie, agressie en strijd. Men voelt zich binnen de eigen club sterk en machtig. Alles buiten de club ziet men als fout en bedreigend. Het stuk van Effting bevestigt dat met een term als 'medestrijders'. Men moet rekening houden met het ergste. Het wordt geen gezellig schoolreisje.

Tegelijkertijd is er sprake van concrete bedreigingen, maar daar denkt men liever niet al te diep over na. Dat lijkt me typerend voor het irrationele standpunt van volgelingen/gelovigen. Wie lid is van een minderheidsgroep, doet er echter juist verstandig aan voortdurend over alle mogelijke gevaren actief en scherp na te denken. De kunst is niet om dood te gaan, maar om in leven te blijven.


Waarom werkt deze aanpak in dit geval niet?

Uitgaande van het volledig op empirisch onderzoek gebaseerde soortenmodel, bestaan er in grote lijnen twee totaal verschillende manieren van bestaan in een moderne landbouw-samenleving. De eerste manier is te zorgen dat men iets nuttigs produceert. Vroeger waren dit boeren en ambachtslieden.

De tweede manier is te zorgen dat men in dienst treedt van een machtig heer. Zo'n machtig heer of Grote Leider werkt zelf niet productief, maar roomt de productie van de mensen die wel produceren af en onderhoudt op die manier zichzelf en zijn ondergeschikten. Die ondergeschikten geloven wat hun Heer hun vertelt. Wiens brood men eet, diens woord men preekt.

Gelovige clubs mikken dus op die tweede manier van bestaan. Als club kunnen ze door hun aantal macht uitoefenen. En macht kan in een rijke samenleving veel opleveren.

Maar dan moet je eerst wel zorgen die macht ook inderdaad te hebben. En daar ligt in dit geval een groot probleem. Het gaat om een kleine club van anti-Zwarte-Piet-activisten die niet een boodschap verspreiden die grote aantallen aanhangers oplevert, maar die grote aantallen tegenstanders oplevert.

Hitler wist natuurlijk met zijn tegenstanders wel raad, maar kon dat alleen doen doordat hij op dat moment al grote aantallen volgelingen/gelovigen achter zich had. In dit geval lijken de aantallen niet te deugen. De groep tegenstanders is veel te groot. Daar valt niet tegen te strijden.

Binnen de eigen club is de boodschap effectief, maar op het moment dat men blindelings dat geloof begint uit te venten, start men een verloren strijd waarvan men de consequenties niet overziet.


Gaat het hier om echte discriminatie?

Hoe moet je dan wel omgaan met discriminatie? Hoe je moet omgaan met discriminatie valt, denk ik wel te zeggen. Ik kom daar straks op terug. De vraag is echter of het hier echt om discriminatie gaat.

Natuurlijk roepen de systematisch zwarte slaafjes van Sinterklaas als je donker gekleurd bent, snel een negatief gevoel op. Dat is begrijpelijk. De vraag is echter, hoe je daarmee om gaat. Een negatief gevoel dat je voelt, is nog niet hetzelfde als daadwerkelijke discriminatie.

Bij daadwerkelijke discriminatie gaat het om zaken als uitsluiting, anders behandelen, het onthouden van voordelen, het stellen van extra eisen, uitschelden, verdacht maken, geweld gebruiken, mishandelen en zo kunnen we nog even doorgaan.

Bij echte discriminatie gaat het om zaken die serieus invloed hebben op de duur of op de kwaliteit van het leven. Zo is bijvoorbeeld voor transseksuelen na de sekse-operatie ooit gevonden dat de mortaliteit ten opzicht van een vergelijkbare even oude controlegroep van gewone mensen enkele malen zo hoog laag. In de periode die men bekeek, gingen in de ene groep maar liefst enkele malen zoveel mensen dood als in de andere groep.

Mijn indruk is dat de anti-Zwarte-Piet-demonstranten het prima naar hun zin hebben in Nederland. Ze durven zich te laten horen. Ze eisen hun rechten op. Ze hebben het best gezellig samen. Tot nu toe is er dus weinig reden om te denken dat ze daadwerkelijk ernstig gediscrimineerd zouden worden.


Hoe omgaan met discriminatie?

Hoe kun je het beste omgaan met discriminatie? Mijn antwoord daarop komt erop neer dat je dat moet gebruiken wat je als mens zo bijzonder maakt: je brein, je gezonde verstand.

Als 'travestiet' kan ik op het gebied van discriminatie ondertussen putten uit bijna vijftig jaar ervaring. En dan hebben we het niet over iets als Zwarte Piet wat misschien onaangename associaties oproept, maar over zaken die of snel of op termijn een eind kunnen maken aan het belangrijkste dat je bezit.

Ik vermaak me zelf soms door de 'aanslagen' te memoreren en te tellen die ik ondertussen heb weten te pareren, zij het niet altijd zonder kleerscheuren. Soms ben je stiekem geneigd daar de hand van een hogere macht in te zien, maar resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst.

De gevaarlijkste fase die het langste duurt, is volgens mij die van de ontkenning. Ik kwam jong uit de kast en zag eigenlijk geen enkel probleem. In mijn optiek stond ik volledig in mijn recht. Andere mensen konden daar onmogelijk serieus bezwaar tegen maken. Ik deed toch niets verkeerds? Rationeel gezien was er geen enkele reden, in mijn idee, om me ergens zorgen over te maken.

Door dit sterke geloof zag ik de problemen en gevaren niet. Aan één kant is dat prettig, want dat leeft gemakkelijk, maar aan de andere kant had dat gemakkelijk snel verkeerd kunnen aflopen. Ik leefde er onbezorgd op los en de zaken leken goed te gaan. De voortdurende problemen en moeilijkheden die zich voordeden, zag ik niet, wilde ik niet zien of schreef ik aan totaal andere factoren toe.

Ik denk dat veel transgenders, maar ook veel zwarte mensen, veel milieu-activisten, noem maar op, de lijst is eindeloos, zo in het leven staan. Ze staan in hun recht. Als ze dingen meemaken die niet passen bij die opvatting, zien ze die niet of zal het wel meevallen.

Mensen uit minderheidsgroeperingen zien normaal zelf niet, hoe gevaarlijk de wereld voor hen is. Jules Schelvis stapte met zijn gitaar op de trein naar Sobibor om daar bij het kampvuur muziek te maken -- dacht hij. Het is een soort beschermingsmechanisme om verder te leven, maar wel een gevaarlijk mechanisme.

De omslag in geloof kwam bij mij toen het echt niet meer anders kon, toen het bijna te laat was en ging supersnel. Opeens realiseerde ik me dat er iets niet klopte en dat wat er niet klopte, was mijn idee dat het allemaal geen problemen gaf. Het nieuwe geloof was, dat mijn bekend staan als 'travestiet' kennelijk voor veel mensen in mijn omgeving een reden was om uiterst onvoorspelbaar, gemeen en gevaarlijk te doen.

Dat is een deprimerende gedachte waar mensen depressief en gestrest van worden. Zodra men dus in staat is de situatie realistisch onder ogen te zien, ligt zelfmoord op de loer. Wanneer de situatie wat langer duurt, blijkt dit te resulteren in hartaanvallen en beroertes door het chronisch verhoogde stressniveau. Ik kon deze fase afsluiten dankzij Albert Ellis en zijn CBET (Cognitive Behavioral Emotive Therapy) waar ik via een krantenartikel op geattendeerd werd.

Ik denk dat de derde fase iets was van boosheid en woede. Dat was vermoeiend en leverde niets op behalve stress. Uiteindelijk wees ook Ellis hier de weg.

De vierde fase zou je acceptatie kunnen noemen. Mensen zijn wat ze zijn. Je moet je door de beperkingen van andere mensen niet laten afremmen. Juist dingen doen en produceren die andere mensen niet gelukt zijn, geeft een bepaalde voldoening.

In termen van het soortenmodel geloof ik meer in nuttige productie waar uiteindelijk iedereen beter van wordt, dan in een zero sum game (een gevecht om de macht) zoals de mensen aan de andere kant van de discriminatie-as het spel willen spelen. Zowel de geschiedenis als experimenteel onderzoek leren dat vechten om de beschikbare voorraden veel kost en uiteindelijk (in totaliteit) niets oplevert.

Inmiddels zit ik misschien in de vijfde fase. Ik zie de voordelen van discriminatie. Discriminatie is niet leuk, het is gevaarlijk, maar het is ook iets -- als je het overleeft -- dat je bij de les houdt. Het dwingt je tot alert zijn, tot scherp nadenken en tot productie. Andere mensen zoeken spanning door bergen te beklimmen, maar wie lid is van een minderheidsgroepering hoeft daarvoor helemaal niet naar het buitenland.

C.P. Snow signaleerde in zijn column The Two Cultures in 1956 (hier) echter iets dat hij zag als een nog belangrijker resultaat van de rationele (empirisch wetenschappelijke) benadering. Hij zag als grootste verdienste dat het de mensen die deze benadering omarmden, moreel zuiver hield.

Rationeel gezien is dat een wat merkwaardig argument, want goed/slecht zijn geen criteria die goed passen bij een rationele benadering. Iets werkt of het werkt niet. Het empirisch wetenschappelijke discriminatie-onderzoek bevestigt echter volledig zijn gelijk. De irrationele benadering omarmt en legaliseert het kwaad in de menselijke natuur.


Hoe niet om te gaan met discriminatie

Uitgaande van het soortenmodel is bij moderne mensen echter ook de tegenovergestelde reactie mogelijk op discriminatie. In plaats van te vluchten in rationaliteit kan men ook zijn toevlucht zoeken in de irrationaliteit, dat wil zeggen: in de groep en bij de macht.

Volgelingen/gelovigen zullen geneigd zijn de bescherming van een groep zoeken en zich aan de normen van die groep, dat wil zeggen aan de normen van de leider van die groep, te onderwerpen. Ze zoeken als het ware een machtig Heer die hen wil beschermen. In ruil voor die bescherming zijn ze bereid hem te geloven en te dienen. Doordat volgelingen/gelovigen normaal niet of amper produceren, liggen geweld, agressie, terreur en oorlog in het verschiet.

Het merkwaardig van deze benadering is dat men in feite zelf ook kiest voor discriminatie. Als zij gemeen doen, doen wij het ook, is het idee. In het verlengde van discriminatie ligt agressie. Deze benadering leidt gemakkelijk tot langdurige conflicten tussen twee groepen, waarbij de minst machtige groep tenslotte het onderspit delft en weggejaagd, vernietigd of onderworpen wordt.

Er zijn dus in beginsel twee totaal verschillende reacties mogelijk voor leden van minderheden: de ene reactie is de rationele benadering, de andere reactie is de irrationele benadering van de volgeling/gelovige die geleid wordt door zijn strongman en diens woorden ziet als absolute waarheid.

Deze laatste benadering leidt tot groepsvorming, het zich afsluiten van de rest van de wereld en uiteindelijk tot strijd. Het is geen productieve benadering. Helaas is het wel een benadering die steeds meer terrein wint. Iets wat mogelijk verklaard kan worden door de steeds efficiëntere productie (steeds minder mensen zijn nodig voor de productie) en de toenemende ongelijkheid.

Ongelijkheid in de vorm van bijvoorbeeld de Gini-coëfficiënt is een eenvoudige en redelijk harde maat voor de hoeveelheid discriminatie in een samenleving. Het valt misschien te verdedigen dat die iets hoger ligt dan bij jagers/verzamelaars (onder de 0.20), maar waarden boven de 0.40 lijken te betekenen dat men in een samenleving leeft, waarin het niet langer vooral gaat om te produceren, maar in de eerste plaats om te graaien en te pakken wat men krijgen kan.

Ik denk dat de Slag om Dokkum laat zien, hoe snel de irrationele benadering kan ontaarden in iets, dat niemand zou moeten willen.


zaterdag 2 december 2017

Kunnen anti-racisten racistisch zijn?


Het kritische tv-programma 'Zondag met Lubach' besteedde aandacht aan het Zwarte-Piet-probleem. Dat is een heikel onderwerp. Je kunt het vermoedelijk veiliger hebben over de Holocaust dan over Zwarte Piet.

In werkelijkheid liggen die twee natuurlijk in elkaars verlengde, maar de Holocaust was toen,  verder waren het foute Duitsers en het zal natuurlijk nooit weer gebeuren. Bovendien is het geweest en praten we liever over iets anders.

Zwarte Piet is echter iets dat we iedere decembermaand tegenkomen en soms al eerder. Zwarte Piet is dus nu en het is van ons!

Lubach deed het magistraal. Hij kegelde rustig ieder tegenargument omver en wist het ook nog leuk en onderhoudend vorm te geven.

Ik zou de uitzending echter nooit gezien hebben zonder de column van Asha ten Broeke in de Volkskrant van 1/12.

Ten Broeke had een ander standpunt dan de vele Nederlanders die enthousiast over het programma waren. 'Dit is hoe witheid werkt,' was de titel van haar column en dat vat de inhoud wel aardig samen.

Lubach zou zoveel positieve waardering hebben gekregen via bijvoorbeeld Twitter omdat hij wit was. Als hij zwart was geweest, hadden we er geen goed woord voor over gehad.

Zwarte anti-racisten verkondigden al lang wat hij in zijn uitzending beweerde. Het was dus allemaal niets nieuws, maar de zwarte anti-racisten hadden geen erkenning gekregen. Integendeel, ze hadden ellende en serieuze bedreigingen ontvangen.

Ten Broeke verwijst als bron naar de 'immer scherpzinnige anti-racist Arzu Aslan' op Twitter. Bij nazoeken kon ik weinig scherpzinnigs vinden.

Van andere anti-racisten heb ik tot nu toe eigenlijk alleen maar vrij irrationele betogen gehoord die erop neerkomen dat ze als gekleurde mensen systematisch gediscrimineerd worden, terwijl witte mensen door hun witheid 'wit privilege' zouden bezitten.

In feite zeggen ze daarmee dat ze jaloers zijn op de witheid van witte mensen. Dat verschaft in het leven als het ware een voordeel, dat zij ook graag gehad zouden willen hebben. Ik begrijp dat standpunt wel, maar het is ook nogal beperkt.


Discriminatie hoort bij wie ik ben

Om te beginnen ben ik inderdaad wit, maar ik sta/stond ook bekend als 'travestiet'. Je zou kunnen zeggen dat dat mijn eigen schuld was, maar voor 1970 was de cultuur veel vrijer en liberaler. Ik overzag op dat moment dus niet de gigantische consequenties van dat als 'travestiet' naar buiten stappen.

Ook andere jongens in die tijd, die zich aangetrokken voelden tot het vrouwelijke plaatje, stapten in die tijd nog wel eens naar buiten en ook zij overzagen de consequenties daarvan niet.

We hadden in die tijd ook geen informatie op basis waarvan je een realistische inschatting van de consequenties kon maken. We waren op de hoogte met de Holocaust, maar dat leek iets totaal anders.

De meeste van die andere jongens zijn er niet meer. De wereld is hard en voor openlijke travestieten geldt en gold dat het leven vaak kort is.

Ondanks mijn witheid geldt voor mij dus, dat je mijn leven niet kunt begrijpen als je niet weet dat ik bekend stond/sta als 'travestiet'. Mijn leven is volledig getekend en bepaald door dat simpele gegeven en de bijhorende discriminatie.

Doordat mensen weten wat je bent, word je net even anders behandeld dan anders. Uiteindelijk telt dat net even anders behandeld worden dan anderen, stevig op. Dat is ook de reden dat de meeste van mijn lotgenoten er niet meer zijn.

Ik zou dus al na die jaren heel erg boos kunnen zijn op al die bevoorrechte 'normale' mensen, die al die problemen niet kennen en zich die problemen ook niet kunnen voorstellen. Zij hebben het voordeel van 'normaliteit' dat ik door mijn keuze, aanleg of geaardheid, al die tientallen jaren nooit gehad heb.

Verder is het ook zo, dat als ik iets bijzonders ontdek of iets bijzonders presteer, dat een grote club van Nederlanders er als de kippen bij is om die prestatie voor te stellen als volstrekt fout, verdacht en minderwaardig.

De wilde en kwalijke beweringen in de pers en op internet over het dubbele proefschrift van mijn vrouw en mij laten op dit punt geen enkele twijfel over. Echter ook een proefschrift waarin we een historische doorbraak op het gebied van taalonderwijs als eersten konden publiceren naast een hele reeks kleinere ontdekkingen.

De systematische smaad- en lastercampagne die daarna vanuit de Rijksuniversitet Groningen jegens mijn vrouw en mij gevoerd werd en wordt, onder leiding en verantwoordelijkheid van de voorzitter van het College van Bestuur, heb ik -- tot een bepaald moment uiteraard -- precies gedocumenteerd, beschreven en gepubliceerd.

Nadat ik dit gepubliceerd had, meende de NRC de universiteit bij deze systematische discriminatie te hulp te moeten komen, hoewel men volledig op de hoogte was van het kwalijke karakter van het geheel.

Ik twijfel dus niet aan het bestaan van (systematische) discriminatie. Ik twijfel ook niet aan de gigantische impact die dat kan hebben.

Maar moet ik nu jaloers zijn op al die 'normale' mensen die het op veel punten vaak zo veel gemakkelijker hadden? In mijn optiek niet.


Het mooie van discriminatie

Mijn eerste reden is dat die jalouzie/boosheid niets oplevert. Het kost wel tijd en energie, maar leidt uiteindelijk tot niets of tot ellende.

Mijn tweede reden ligt in het verlengde hiervan. 'The world is a dangerous place to live,' merkte Einstein ooit op. Voor Joden, zwarte mensen, homo's, travo's en andere minderheidsgroepen geldt dat in het bijzonder. De manier om daarmee om te gaan, is niet boosheid of agressie, maar jezelf zo nuttig mogelijk maken.

Mijn derde reden heb ik afgekeken van Viktor Frankl. Die discriminatie was niet leuk om het zachtjes te zeggen en natuurlijk hebben veel van mijn lotgenoten het niet al te lang volgehouden, maar in mijn geval heeft het ook veel gebracht.

Dankzij die langdurige discriminatie ontwikkel je een bepaalde instelling. Vergelijk het met een polio-patiënt. Je krijgt een andere instelling, een andere mentaliteit. Problemen die je overleeft, maken je sterker.

Zonder dat stigmatiserende etiket van 'travestiet' zou het bijvoorbeeld nooit gelukt zijn een onderzoek van in totaal zo'n 40.000 uur samen met mijn vrouw te realiseren en voor het grootste deel zelf te bekostigen. Zoiets vereist een bepaalde instelling die je niet zomaar ontwikkelt.

En vervolgens was de universiteit zo 'aardig' me onbedoeld een schat van materiaal aan te leveren. Aan de ene kant ging het met wetenschappelijke zekerheid om discriminatie, aan de andere kant was het duidelijk dat er met het denken van de betrokkenen systematisch iets mis was.

Zoals Frankl het concentratiekamp zag als een prachtige kans om menselijk gedrag onder extreme omstandigheden te bestuderen, zo kreeg ik de unieke kans om in het hoofd te mogen kijken van mensen die extreem geneigd zijn tot discriminatie.

Hij zag slechts hun gedrag, maar ik kon zien hoe ze dachten. Wat ik zag, leek onvoorstelbaar. Ik zag eeen donkere wereld van borrelende, duistere emoties en wilde associaties. Wat ik zag, had ik me als empirisch wetenschapper niet kunnen voorstellen.

De resulterende jarenlange en koortsachtige speurtocht naar de wortels van discriminatie had nooit plaatsgevonden zonder al die eigen ervaringen op dit gebied. Het is het bestuderen van het kwaad in de mens, de donkere kant van de menselijke persoonlijkheid. Dat is niet altijd leuk. Dat vereist een bepaalde gedrevenheid.

In feite heeft die zoektocht naar de wortels van discriminatie nog belangrijk meer gebracht. Iets dat in de wetenschap bekend staat als serendipity. Som struikel je over iets en dan blijkt het een diamant te zijn. Maar dat gaat verder dan in dit verband misschien relevant is.

Het punt waar het mij om gaat, is dat er op discriminatie twee totaal verschillende reacties mogelijk zijn. De ene reactie is boosheid, verbale agressie en uiteindelijk geweld. Wij worden gediscrimineerd, dat is niet eerlijk, dat is iets om heel pissig van te worden. Uiteindelijk leidt dat vaak tot geweld. In feite reageert men op discriminatie met discriminatie en agressie.

De andere reactie is dat discriminatie een gegeven is. Ondanks die discriminatie moet je er toch het beste van zien te maken. En dat doe je door rationeel en constructief te denken, door productie, door nuttig bezig te zijn.

Die twee verschillende soorten reacties op discriminatie zijn volledig overeenkomstig het soortenmodel. In deze blog staat dat wel ergens beschreven. De ene optie is die van de double-highs, de andere die van de double-lows. De double-highs zitten volledig aan de irrationele kant van de discriminatie-as en vinden dat ze onterecht behandeld worden en niet genoeg hebben, de double-lows zitten volledig aan de rationele kant. Ze weten niet beter of het leven is oneerlijk, maar ondanks dat, proberen ze er het beste van te maken. En soms lukt dat wonderwel.

Wat ik vaak bij de anti-racisten denk te zien, is dat ze aan de kant zitten die discriminatie omarmt. Dus de irrationele kant. Het enige probleem is in hun optiek dat zij de macht of de meerderheid (nog) niet hebben.

Kan dat? Anti-racisten die geloven in discriminatie/racisme? Volgens het soortenmodel wel en de waarnemingen lijken dat te bevestigen.





---

De 11 Twitter-berichten

Hieronder  de 11 Twitter-berichten die aanleiding waren voor bovenstaand stukje.


1/11 Asha ten Broeke schrijft in VK 1/12 over het Zwarte-Piet-item in Zondag met Lubach: "Toch was niet iedereen bereid om Lubach onmiddellijk tot het heldendom te verheffen." https://www.volkskrant.nl/opinie/asha-ten-broeke-uit-de-mond-van-lubach-werden-feiten-over-zwarte-pietendiscussie-eyeopeners-waarom~a4542466/

2/11 Mijns inziens mis je dan het punt waar het om gaat. Lubach benadert de kwestie puur rationeel, maakt zijn punt en zorgt dat zijn punt overkomt. Asha ten Broeke trekt de kwestie echter onmiddellijk in het persoonlijke vlak. Ze speelt niet op de bal, maar op de man. - MvE

3/11 Ander voorbeeld van op de man spelen. Bij de relativiteitstheorie van Einstein was belangrijk dat zijn voorspelling uitkwam. Voor de nazi's was dat niet relevant, Einstein was Jood en dus deugde hij en zijn theorie niet.

4/11 Op de man spelen, is dus sterk gekoppeld aan racisme en discriminatie. #discriminatie #racisme

5/11 Het argument tegen Lubach is dat hij wit is. Ja, en hij is ook nog Fries, net als ik. Dat maakt hem uiterst verdacht. Wit en Fries, moeten we nog meer weten? Weg ermee! Laten we in Godsnaam proberen ons land zuiver te houden! Dit is gajes van het ergste soort!

6/11 Asha ten Broeke: "Zo kwam de immer scherpzinnige anti-racist Arzu Aslan op Twitter met een kritische analyse van Lubachs bewieroking." Hier speelt AtB opnieuw op de man. Het gaat om de juistheid van het verhaal, de veronderstelde scherpzinnigheid van AA doet er niet toe.

7/11 Wat me verder opvalt in het citaat is de term 'bewieroking'. De reden voor de kritiek/boosheid is dat Lubach waardering oogst met zijn prestatie. Hij krijgt waardering, terwijl ik die zo graag had willen hebben. Met andere woorden: AA is jaloers op Lubach.

8/11 Jalouzie is echter een typerende emotie van mensen die sterk geneigd zijn tot discriminatie, racisten dus. Mensen die gemakkelijk naar op emoties gebaseerde conclusies springen en zich snel tekort gedaan voelen en dat wijten aan anderen.

9/11 Bevooroordeeldheid of de geneigdheid tot discrimineren komt in alle landbouw-samenlevingen voor en zeker ook bij gekleurde mensen. Gelukkig niet bij iedereen in dezelfde mate. De mensen die heel zakelijk en rationeel denken, mensen zoals Lubach, hebben er de minste last van.

10/11 Ik durf wel een voorspelling te doen na #ZML. Ik weet niet zoveel van Doutzen Kroes, behalve dan dat ze vrouw, Fries en mooi is. Dat heeft echter weinig te maken met mijn voorspelling: ze is goed in logisch, helder, zakelijk, rationeel denken! - MvE

11/11 Soms ben ik stiekem geneigd te denken dat Friezen iets bijzonders hebben met nuchter denken, maar helaas gaat dat lang niet altijd op. - MvE





vrijdag 1 december 2017

De Gini-coëfficiënt als maat voor discriminatie en ongelijkheid



De prijs voor de beste column van de week tot nu toe, gaat wat mij betreft naar Peter de Waard in de Volkskrant van 28/11 voor "Neemt de ongelijkheid al tienduizend jaar toe?" Waarom? Uiterst relevante informatie, kort en prima leesbaar.


Ik besteedde er daarna nog 10 tweets aan, die ik hier laat volgen.


1/10 "Neemt de ongelijkheid al tienduizend jaar toe?" Peter de Waard bespreekt in de Volkskrant van 29/11 het onderzoek van Tim Kohler e.a. (Nature, d.d. 30/11). De mate van #ongelijkheid is bepaald op basis van de huizengrootte. #discriminatie

2/10 De mate van ongelijkheid in huizengrootte is uitgedrukt in de Ginicoëfficiënt voor vermogensverdeling. Iedereen evenveel=0, één iemand alles en de rest niets=1.

3/10 In het stenen tijdperk was de Ginicoëfficiënt slechts 0.17, in de kleinschalige landbouwsamenleving steeg die tot 0.25, toen de koeien en paarden e.d. verschenen werd de Gini 0.35, in de Middeleeuwen met pachters, horigen en lijfeigenen werd die 0.56, aldus De Waard.

4/10 Op dit moment is de Gini 0.54 in Zuid-Korea, in Griekenland en Spanje 0.58, in Nederland 0.64, in China 0.70 en in de VS 0.81 maar liefst, aldus De Waard.

5/10 Conclusie: tienduizend jaar beschaving heeft de wereldgemeenschap heel veel ongelijker gemaakt, aldus De Waard.

6/10 Mee eens, het is mooi dat het nu eens niet alleen bedacht is, maar ook aangetoond is via empirisch onderzoek. - MvE

7/10 Eigenlijk is het niet 10.000 jaar beschaving, maar 10.000 jaar technische vooruitgang die de wereld veel ongelijker heeft gemaakt. Het probleem ontstaat doordat de productie steeds minder menstijd vergt. - MvE

8/10 Verder is het niet alleen een ongelijkheidsprobleem en een probleem van toenemende discriminatie/agressie of afnemende moraliteit. Ook de rationele en cognitieve vermogens lijken snel af te nemen. - MvE

9/10 Een Ginicoëfficiënt van 0.81 zoals de VS scoren, lijkt slechts één ding te kunnen betekenen, zou je verwachten. Lijkt te kloppen met als je Trump hoort of zijn getwitter leest. - MvE

10/10 Het leek zo slim de uitvinding van de landbouw. Wie had het ook al weer over een pact met de duivel? - MvE

---
 
Het onderliggende artikel in Nature is door dat idee de huizengrootte te gebruiken als maat voor de Ginicoëfficiënt heel bijzonder, maar vervolgens lijken de auteurs zich voor mijn idee wat te verliezen in de veelheid van gegevens. Men is als het ware zelf even kwijt wat men nu precies wilde aantonen. Tegelijkertijd wil men vermoedelijk veel te veel.

Allereerst laten ze zien dat de Gini gemiddeld oploopt van jagers-verzamelaars (onder de 0.2), via kleinschalige landbouw (horticulture) naar gemiddeld onder de 0.3, tot bij grootschalige landbouw (agriculture) naar gemiddeld onder de 0.4. De Gini lijkt dus langzaam op te lopen naarmate de landbouw een grotere vlucht neemt. Dat is natuurlijk ook wat je zou verwachten.

De spreiding blijkt echter erg groot te zijn, het is dus geen vaste regel. Gemiddeld lijkt er een effect te zijn, maar voor afzonderlijke culturen kan het totaal anders liggen.

Ten tweede leggen ze een verband met de politieke schaal. Natiestaten hebben gemiddeld een hogere Gini, rond de 0.4 dan kleine samenlevingen. Maar de spreiding is ook in dit geval weer erg groot, dus kennelijk gaat ook deze regel niet altijd op. Verder is het begrip 'natiestaat' nogal vaag, wat het verband wat subjectief maakt.

Ten derde lijkt de Gini, afgaande op hun data/figuren, geleidelijk met de tijd op te lopen. Het probleem is echter dat ze dat kennelijk zo voor de hand liggend vonden, dat ze het verder niet onderzocht hebben, als ik het goed begrijp.

Afgaande op wat er bekend is over de huidige Gini's lijkt dat echter onmiskenbaar en het lijkt ook te kloppen met hun gegevens. Ook De Waard gaat daar in zijn column vanuit.

De enig echt harde conclusie die getrokken kan worden, is dus kennelijk dat de Gini bij jagers/verzamelaars onder de 0.2 lag. Verder denken we te weten waar die nu ligt in verschillende landen en dan lijkt het verschil verontrustend groot.

Ongelijkheid en daarmee ook discriminatie, zijn dus echt iets van na de uitvinding van de landbouw.























woensdag 29 november 2017

Over column van Heleen Mees: 'Alles is racisme'


Laatst bijgewerkt op 29/11/2017 om 21.34 uur


'Alles is racisme' is de titel van de column van Heleen Mees die ik vanochtend zag in de Volkskrant. Ik weet niet zeker, hoe ze die titel bedoelt, maar niet alles is racisme.

Het is wel zo, en vermoedelijk bedoelt ze de titel ook zo, dat sommige mensen overal racisme denken te zien. Het begrip wordt daardoor een lege huls. Het wordt een emotioneel geladen woord dat men te pas en te onpas overal op plakt. Om die reden ben ik er niet zo dol op.

Ook is het niet zo dat iedereen racistisch is. Dat idee is door een stel literaire wetenschappers, vertellers van mooie verhalen, de wereld ingepompt en op niets gebaseerd. In ieder geval niet op solide, systematisch empirisch onderzoek.

Mees geeft in haar column ook een concreet voorbeeld hoe dat in zijn werk gaat. Omdat je zulke concrete voorbeelden niet vaak ziet, maakte dat haar column bijzonder de moeite waard.

In plaats van 'racistisch' is het beter om 'bevooroordeeld' te gebruiken. Het omarmen van vooroordelen (prejudice) wordt eenvoudig gemeten met een vragenlijst. Dat blijkt prima te gaan, een betrouwbare score op te leveren en ook nog valide te zijn. Bevooroordeeldheid is dus geen mistig, vaag concept, maar iets dat vrij simpel betrouwbaar te meten valt.

De valse profeten van racisme komen vaak aanzetten met de IAT, de Implicit Association Test. De IAT probeert impliciete vooroordelen af te leiden uit de verschillen in reactietijd op de items die men de proefpersonen voorschotelt.

Dat is vernuftig bedacht, maar blijkt helaas niet goed te werken. Er zijn met de IAT 'slechts' twee problemen. Het ding is niet betrouwbaar en niet valide. Die twee aspecten zijn echter wel de twee aspecten waar het bij een test in de eerste plaats om gaat. De IAT is misschien niet volledig onzin, maar de test zegt weinig tot niets over racisme, discriminatie en agressie.

De redenen dat de IAT dat niet doet, is ook simpel. Allereerst is de test niet betrouwbaar. Wat er gemeten wordt, is vooral toeval.

In de tweede plaats gaat het bij racisme, discriminatie en agressie niet om impliciete vooroordelen, maar om expliciete vooroordelen. Dat lijkt misschien een klein verschil, maar is het niet.

Discriminatie en agressie beginnen met het uiten van vooroordelen. Het begint met geleuter, met geklets, met gepraat. Met borrelpraat die op niets gebaseerd is. Met beweringen zonder enig feitelijke grond. Zulke borrelpraat leidde uiteindelijk tot gebeurtenissen als de Holocaust.

De neiging om zulke borrelpraat te verspreiden en er mee in te stemmen, is iets verbaals en kan daardoor met een vragenlijst gemeten worden.

Het gaat bij racisme en discriminatie dus om expliciete vooroordelen en niet om een of ander vaag gevoel dat een blanke misschien heeft als er opeens een zwarte persoon voor de deur staat. Of dat een zwart iemand misschien krijgt als er opeens een wit persoon voor de deur staat. Dat vage gevoel is vaak heel normaal en begrijpelijk, maar het betekent nog niet dat je dan ook geneigd bent, enthousiast deel te nemen aan een lynchpartij of genocide.

Als ik erover nadenk, zou het best kunnen zijn dat dat vage gevoel inderdaad het beginpunt van alle ellende is. Het grote verschilpunt is echter dat sommige mensen dat vage gevoel vertalen in een zeker weten en hun onterechte conclusies daarna uitdragen als volstrekte zekerheden, terwijl andere mensen het vage gevoel negeren en zich realiseren dat een vaag gevoel niets meer is dan een vaag gevoel en dat we ons vooral niet moeten laten leiden door onze gevoelens, maar door ons gezonde verstand.

Omdat de vragenlijsten waarmee expliciete vooroordelen gemeten worden, betrouwbaar zijn, betekent dat, dat mensen op het punt van het omarmen van vooroordelen, belangrijk verschillen. Als mensen op dit punt niet zouden verschillen, zouden de vragenlijsten niet betrouwbaar zijn. De vragenlijsten slagen er in systematische en grote verschillen tussen mensen aan te tonen.

Dit is een belangrijk punt. Mensen verschillen in de mate waarin ze vooroordelen omarmen en koesteren! Iemand die instemt met negatieve uitingen over zwarte mensen, is geneigd dat ook te doen met negatieve uitingen over Joden, homo's en ga zo maar door.

Een volgend belangrijk punt is dat deze maten voor bevooroordeeldheid (of prejudice) inderdaad valide blijken te zijn, dat wil zeggen: voorspellende waarde hebben. Deze maten voorspellen werkelijk gedrag op het gebied van discriminatie en agressie.

Inmiddels beschikken we over een soort portret van de mensen die extreem geneigd zijn te discrimineren en lijkt ook duidelijk waarom mensen die neiging soms bezitten. Discriminatie is vaak de basis voor een prima bestaan. Mensen die extreem discrimineren, lukt het vaak op die manier een goed belegde boterham te verdienen en een goede positie te krijgen.


Een vreemde twist

De mate van bevooroordeeldheid valt goed te meten. Maar daar houdt het niet op. Bevooroordeelde mensen zijn mensen die graag verhalen verzinnen en graag verhalen geloven en omarmen. Ze springen uit het niets naar vergaande conclusies.

Op basis van hoe iemand schrijft of praat, kun je dus afleiden of het om een bevooroordeeld persoon gaat of niet. Door het schrijven van deze blog geef ik me dus op dit punt gevaarlijk bloot. Als ik zo maar wat uit mijn mouw schud, weet de lezer meer over me dan me misschien lief is.

Het voorbeeld dat Heleen Mees gaf van Gloria Wekker illustreert precies wat ik bedoel. Volgens Mees springt Wekker naar een conclusie die ze niet echt hard kan maken. Mees laat het niet bij die bewering. Ze geeft de foute redenering erbij.

Dat lijkt te kloppen met wat ik ook wel eens gezien denk te hebben bij andere anti-racisten. Men springt veel te gemakkelijk naar vergaande, op niets gebaseerde conclusies.

Dat betekent echter -- veel lezers zullen nu denken dat ook ik wild aan het springen ben -- dat sommige antiracisten heel erg geneigd zijn tot discriminatie. De mensen die zo hard schreeuwen bij alles dat het om racisme gaat, blijken zelf racistisch te zijn.





----

Ik geef hierna de 11 twitter-berichten die ik naar aanleiding van de columm online zette.


1/11 Column #Alles_is_racisme van #Heleen_Mees in de #Volkskrant van 29/11 over #racisme en #discriminatie. Column begint met het boek #Witte_onschuld van #Gloria_Wekker. Zij probeert de alomtegenwoordigheid van racisme in Nederland aan te tonen, aldus HM.

2/11 Volgens #Heleen_Mees bouwt #Gloria Wekker voort op het werk van #Philomena_Essed die in de jaren 80 opschudding veroorzaakte met het boek #Alledaags_racisme, waarin ze de ervaringen van Surinaamse vrouwen in Nederland optekende.

3/11 Voorbeeld van #Gloria_Wekker in #Witte_onschuld over #racisme. Wit kind valt van schommel. Witte vrouw snelt toe. Zwarte vrouw snelt toe. "Haal haar moeder," roept witte vrouw. Zwarte vrouw is echter moeder van wit kind. #Heleen_Mees: GW vervuilt het begrip 'racisme'.

4/11 Column #Heleen_Mees in VK 29/11: #racisme is de werkhypothese van #Forum_voor_Democratie.

5/11 HM stelt dat we met "onze ingebouwde aannames [over mensen] de sociale ongelijkheden in stand houden." Dat klopt volledig, mijns inziens, maar niet op de manier die zij denkt. -- MvE #racisme #discriminatie

6/11 Ten eerste gaat het niet om specifieke aannames die zijn ingebouwd bij mensen, maar om een algemene ingebouwde neiging tot #vooroordelen (#bevooroordeeldheid, #prejudice). Mensen die discrimineren, discrimineren nooit slechts een enkele groep, maar ieder mogelijke groep. - MvE

7/11 Ten tweede is die neiging tot #bevooroordeeldheid (#prejudice) niet bij iedereen in dezelfde mate ingebouwd. Sommige mensen zijn extreem geneigd te discrimineren, andere mensen zijn niet of amper geneigd te discrimineren. #discriminatie #racisme

8/11 Het idee dat iedereen van nature discrimineert of een racist zou zijn, wat men daar ook mee mag bedoelen, is dus volstrekte onzin! Bullshit! - MvE #discriminatie #racisme

9/11 Dankzij empirisch onderzoek van #Bob_Altemeyer en anderen naar #autoritarisme (#RWA) en #sociale_dominantie (#SDO) bestaat er nu een duidelijk portret van de mensen die extreem geneigd zijn tot #discriminatie, #racisme, #agressie en #oorlog.

10/11 Tussen productie en discriminatie bestaat een duidelijk verband. Hoe sterker de discriminatie in een samenleving groeit, hoe meer dat ten koste van de productie gaat. Naarmate de irrationaliteit in een samenleving groeit, neemt de rationaliteit af.

11/11 Wie meer informatie zoekt over #discriminatie, #agressie, #racisme gebaseerd op hard empirisch onderzoek kan zoeken op #soortenmodel op stopdiscriminatie.blogspot.nl. 





Uitschelden anti-Pieten bestraft?


Ik geef hier de 11 tweets naar aanleiding van dit artikel in de VK van 28/11.


1/11 'Uitschelden anti-Pieten bestraft', meldt de VK vandaag. De veroordeling is echter volgens het artikel niet voor het uitschelden van anti-Pieten, maar voor groepsbelediging. Afgaande op de beledigende tekst werden alle zwarte mensen beledigd.

2/11 Het gaat het dus niet slechts om uitschelden en het gaat helemaal niet om anti-Pieten. De kop van het artikel verdraait de strekking van het vonnis daarmee stevig. Waarom? Waarom moet de strekking van het vonnis ingeperkt en afgezwakt worden?

3/11 Kennelijk wordt de boodschap van de rechter dat een heel deel van de bevolking niet nodeloos mag worden afgeschilderd als minderwaardig, voor de VK-lezers als te heftig beschouwd.

4/11 Dat afzwakken in de krant van zo'n vonnis, vind ik verontrustender dan het beledigende gedichtje van de man in kwestie. In het ene geval is het de krant die het doet, in het andere geval een man die zijn borrelpraat via Facebook de wereld inslingert. - MvE

5/11 De rechter stelt dat de uitlating van de man geen zinnige bijdrage in de discussie over het Sinterklaasfeest vormde. Daar ben ik het niet mee eens. Mijns inziens sloeg de man met zijn gedichtje onbedoeld de spijker precies op de kop! - MvE

6/11 De man toont namelijk met zijn gedichtje op overtuigende wijze aan dat de bezwaren tegen anti-Pieten komen van mensen die extreem geneigd zijn tot discriminatie.

7/11 Het gedichtje van de man illustreert mijns inziens prachtig, hoe iemand die sterk geneigd is tot discriminatie (hoog scoort op bevooroordeeldheid) de wereld ziet. - MvE

8/11 Strikt genomen, weet ik natuurlijk niet absoluut zeker of de man echt hoog scoort op Prejudice (bevooroordeeldheid), maar gezien zijn gedichtje zou ik dat wel verwachten. - MvE

9/11 Hier komt het discriminerende gedichtje. 'Gewoon weer voor slaaf laten werken, kunnen ze ook niet meer klagen, is toch wat ze willen, dat luie zweet eruit werken, nikker daar ben je voor geboren.'

10/11 De essentie van discriminatie is dat voor 'nikker' met even veel gemak 'Jood', 'homo', 'travo', 'wijf', 'Rus', 'mof', etc,, kan worden ingevuld. Mensen die discrimineren, beperken zich nooit tot een specifieke groep! Dit wordt bij onderzoek steeds opnieuw bevestigd.

11/11. Het probleem zit dus niet in al die minderheidsgroepen, het probleem zit echt in die specifieke groep mensen die (extreem) geneigd zijn te discrimineren. #discriminatie #zwartepiet #antipiet




Nu ook op Twitter!


Op 27 november 2017 een twitter-account geopend onder de naam Stop Discriminatie! op @SDiscriminatie.