zondag 22 januari 2023

Hoe komt het, dat de IAT niet werkt? Bij discriminatie gaat het om expliciete vooroordelen

 

Hoe komt het, dat de IAT (Implicit Association Test) niet werkt? Waarom meet die test niet de geneigdheid tot discrimineren bij mensen?

Stel je bent opgegroeid in een omgeving met louter blanke mensen. Dan belt er opeens iemand aan en staat er een gitzwart iemand voor je deur. Dat verwacht je niet, dat is vreemd, dat heb je nog nooit meegemaakt, je wist niet eens dat dat soort mensen bestond.

In die omstandigheden zal je automatisch werkende emotionele systeem 1 reageren. Dit is vreemd, dit is ook wel een beetje eng, klopt dit wel allemaal?

Maar is dat discriminatie? Of is het een normale reactie op een onbekende situatie?

 

Wat wij in werkelijkheid weten over discriminatie is een totaal ander verhaal. Hitler droomt van een Groot-Duitsland met zichzelf als de Grote Leider. Maar Duitsland ligt in puin. Wie zijn schuld is dat? Waardoor heeft Duitsland de Eerste Wereldoorlog verloren?

De Joden in Duitsland wijken op een of andere manier vaak wat af en ze doen het vaak opmerkelijk goed. Veel mensen voelen iets van jaloezie op de Joden die sociaal geslaagd zijn en rijk zijn geworden. De Joden zijn dus een ideale zondebok. Het komt allemaal door die rot Joden. Het is een verhaal dat veel Duitsers, maar lang niet allemaal, maar wat graag geloven.

Dankzij Hitler krijgen we in Duitsland dus twee groepen. De ene groep, een belangrijke minderheid, gelooft het verhaal van Hitler en denkt dat alles de schuld van die rot Joden moet zijn. De grootste groep, veel meer dan de helft, gelooft het verhaal van Hitler niet en denkt dat hij gevaarlijk is.

Aan die belangrijke minderheid van Duitsers die hem steunen, heeft Hitler echter genoeg. De grote meerderheid is onderling verdeeld en is het over van alles en nog wat oneens. Daardoor kan Hitler aan de macht komen. Daarna rekent hij snel af met iedereen die anders denkt. Hij wordt de Grote Leider, de onbetwiste dictator.

Bij discriminatie gaat het dus niet om onbewuste vooroordelen, maar om expliciete vooroordelen die uitgekraamd worden door mensen die zichzelf willen opwerpen als Grote Leider. De mensen die het verhaal van de Grote Leider klakkeloos geloven en overnemen, zijn de mensen die met zijn toestemming de minderheden gaan vervolgen. 

Maar je opwerpen als gelovige en volgeling van de Grote Leider kun je niet impliciet doen. Je kunt het niet stilletjes doen, je moet het luidkeels doen. De Grote Leider wil je zien marcheren, wil je zien groeten, wil je zien schreeuwen: Heil Hitler!

Bij discriminatie gaat het dus niet om impliciete vooroordelen, maar om expliciete vooroordelen. Wilde, op niets gebaseerde beweringen, waarvan de aanhangers van de strongman heilig overtuigd zijn.

Kunnen we die expliciete vooroordelen meten? Ja, dat kan al heel lang zonder veel problemen. Wanneer mensen een lijst krijgen met allerhande populaire uitspraken over minderheden en die moeten beoordelen, krijgen we een betrouwbare en valide score voor bevooroordeeldheid (generalized prejudice).

Betrouwbaar wil zeggen dat we bij een volgende afname een soortgelijke waarde vinden. Valide wil zeggen dat die score inderdaad aangeeft dat men de strongman wil volgen en bereid is (voor hem) geweld te gebruiken (jegens minderheden).

Bevooroordeeldheid is dus ook de maat voor agressie.






 



Waarom de Implicit Association Test (IAT) niet deugt!

 

Veel mensen die het over discriminatie hebben, denken dat de IAT (Implicit Association Test) een betrouwbare en valide maat is om de (onbewuste) neiging op bepaalde manieren te discrimineren, te meten en in kaart te brengen.

Wel, dat is IAT niet!

Waarom deugt de IAT niet?

Dat is hier te vinden: https://www.heritage.org/science-policy/report/the-implicit-association-test-flawed-science-tricks-americans-believing-they.

 
De belangrijkste conclusies van het hierboven gelinkte artikel:

"1. Proponents of the IAT have not shown that it unequivocally measures unconscious racism and have failed to rule out alternative explanations.
2. The IAT has not been shown to correlate with other established measures of prejudice and discrimination or to predict discriminatory behavior.
3. There are high rates of false positives and false negatives associated with the test. The IAT has not been shown to apply to real-world settings."

Korter geformuleerd: de IAT is niet betrouwbaar en niet valide.

Betrouwbaar wil zeggen dat de test bij een nieuwe afname op dezelfde personen ongeveer weer dezelfde resultaten oplevert.

Valide wil zeggen dat de test inderdaad meet, wat hij bedoeld is te meten. In dit geval dus imliciete (onbewuste) associaties waardoor men zou discrimineren. Je ziet iemand met een donkere huidskleur en weet dan automatisch en onbewust: oh, die deugt niet!

De IAT is dus niet betrouwbaar en het kleine stukje wel betrouwbare variantie dat ze bevat, blijkt vervolgens ook nog eens niets te zeggen over de geneigdheid te discrimineren.

Vergelijk het met een politieman die je snelheid meet met een kapot lasergun. Als zijn apparaat een getal oplevert dat vrijwel helemaal niets zegt over je werkelijke snelheid, kan hij beter opkrassen.

Maar als je heel goed kijkt, zie je dat zijn apparaat toch nog iets meet. Het getal dat het apparaat oplevert, blijkt niet volledig bepaald te worden door toeval. Helaas: het weinige dat het apparaat wel meet, blijkt niets met je snelheid te maken hebben. Het is bijvoorbeeld de kleur van je auto die gemeten wordt.










Door gevaarlijke gekken omringd - 1

 

 

De titel van het boek is Door gevaarlijke gekken omringd. De auteur is Willem Frederik Hermans. Het gaat om een bundel met columns en dergelijke. Het boek bevat ook een interview met de auteur.

Ik moet bekennen dat de titel me onweerstaanbaar aantrok. Het gevoel omringd te worden door gevaarlijke gekken bekruipt me in deze samenleving zo af en toe. Als er dus iemand anders was, die dat gevoel van tijd tot tijd ook had . . . De bundel bleek antiquarisch nog verkrijgbaar.

Ik ontving een nog keurig uitziend exemplaar, maar zo af en toe had de eerdere lezer met potlood iets bijgeschreven. Commentaren waar ik me vaak wel in kon vinden.

Hermans geeft een eenvoudige rechtvaardiging voor de titel. Neem het verkeer. Wat is het probleem met het moderne verkeer? Je weet nooit helemaal zeker, wat die andere weggebruiker voor vreemds gaat doen.

Gisteren kwamen mijn vrouw en jongste dochter thuis van een uitstapje. Ze reden op de vierbaans, natuurlijk niet harder dan de 100 km die is toegestaan tegenwoordig. De vierbaans was rustig, op de linkerbaan was geen verkeer. Mijn dochter stuurde, mijn vrouw zat op de passagiersstoel.

Opeens werd mijn vrouw opgeschrikt. Een auto rechts, die met hoge snelheid inhaalde over de vluchtstrook. In de auto vier jongens van ongeveer 20, die heel erg grappig leken te vinden, wat ze aan het doen waren.








Na een fout kun je op twee totaal verschillende manieren reageren via systeem 2

 

In een eerdere blogpost (https://stopdiscriminatie.blogspot.com/2023/01/alleen-fascisten-geloven-in-foute_16.html) besteedde ik aandacht aan een stukje in de NRC van 7 en 8 januari 2023 onder het kopje Racisme en de titel We houden ons niet stil.

De schrijfster van dat stukje maakt zich druk over de teksten die rond de jaarwisseling op de Erasmusbrug in Rotterdam werden geprojecteerd. Wat die teksten precies waren, bleef onduidelijk, maar volgens de schrijfster waren ze uitermate kwalijk en gevaarlijk en moesten ze uit alle macht bestreden worden. Niet alleen het land was in gevaar, maar heel Europa.

Wat maakte dat de schrijfster gemotiveerd werd zich druk te maken over deze teksten?

De ene optie is dat ze deze teksten daadwerkelijk zag (uit haar stuk blijkt dat niet) en dat haar automatisch werkende emotionele systeem 1 aansloeg op deze teksten. Het systeem reageerde dan in de trant van: dit zijn foute teksten, dit zijn gevaarlijke teksten. Alarm!

Een andere mogelijkheid is dat ze via de media hoorde over de 'foute' teksten en zich vervolgens onmiddellijk realiseerde, dat hier een kans lag sociaal te scoren. Uit de conformiteitsexperimenten van Asch weten we, dat de zich conformerende deelnemers vaak niet de moeite namen om echt te kijken, maar volledig focusten op wat de andere 'deelnemers' zeiden. Wat ze hoorden, vonden ze relevanter dan wat ze zagen.

Ook in dat geval verwacht je een reactie van het automatisch werkende emotionele systeem 1, maar dan zou het gaan om een positieve emotie.

Hoe de motivatie om te reageren in dit geval precies tot stand kwam, doet voor het vervolg van mijn verhaal verder vermoedelijk niet ter zake.  De schrijfster werd op een of andere manier gemotiveerd en deed daarna haar oproep in de NRC ten strijde te trekken. Heel Nederland moest weten, hoe gevaarlijk dit was.

Die oproep betrof natuurlijk bewust gedrag. Het ging dus om operant gedrag, gedrag dat aangedreven wordt door de verwachting op bekrachtiging. Met andere woorden: het ging om een systeem 2 reactie.

 

Laten we nu kijken naar mijn gedrag op haar bijdrage. Mijn reactie op haar stuk was in eerste instantie natuurlijk ook een systeem 1 reactie. Mijn automatische systeem sloeg aan en ik kreeg zoiets als de melding: dit is fout, dit klopt niet.

Maar wat deed ik vervolgens? Ik bestudeerde haar bijdrage en probeerde mijn emotie te rationaliseren. Haar stuk leek niet te kloppen, maar waarom dan niet? En ik probeerde het geheel in een kader te plaatsen: de eerder vermelde blogpost begint met een relatief lange inleiding waarom alleen 'fascisten' denken in foute woorden, termen, begrippen, uitspraken, teksten en boeken.

Als je beide reacties vergelijkt, zijn ze nogal verschillend. Ik roep niet op tot de strijd, maar probeer te begrijpen, waarom zij denkt zoals ze denkt en ga daarbij vooral uit van haar stuk. Zij besteedt geen enkele aandacht aan de foute  teksten, maar roept vervolgens wel fanatiek op, die te bestrijden.

Dat verschil in manier van reageren doet erg denken aan wat we zagen bij de TAVAN-studenten. De studenten die snel leerden, trokken veel tijd uit om het juiste antwoord te lezen en te analyseren. De studenten die niet of heel traag leerden, trokken geen tijd uit om zich het juiste antwoord eigen te maken, maar probeerden zo snel mogelijk verder te gaan met het volgende item.

De ene soort studenten wilde na een negatief resultaat zo snel mogelijk doorgaan en geen tijd verspillen aan de aangeboden informatie. De andere soort studenten wilde na een negatief resultaat begrijpen waarom het resultaat negatief was en trok geruime tijd uit om dat na te zoeken.

 

Kennelijk zijn er dus twee totaal verschillende manieren om te reageren op iets dat fout gevonden wordt. De ene reactie (alfa) is supersnel, zit vol boosheid en agressie, ziet dat wat fout gevonden wordt als uiterst bedreigend en roept anderen op tot strijd, terwijl de leersnelheid vrijwel nul is. De andere reactie (bèta)  is juist tijd nemen om goed te kijken en na te gaan: waarom is het fout? Die reactie is niet agressief, maar juist analytisch en leidt tot een maximale leersnelheid.

De ene persoon staat niet open voor nieuwe informatie, de andere persoon staat volledig open voor nieuwe informatie. De ene persoon reageert snel, emotioneel en agressief. De andere persoon reageert langzaam (neemt de tijd om de beschikbare informatie nauwkeurig te onderzoeken), rustig en niet-agressief.

Maar in beide gevallen slaat systeem 1 aan en levert dat de emotie/conclusie dat er iets fout zit. Het verschil zit dus kennelijk niet in systeem 1, maar in systeem 2. De persoon met de bèta-reactie schakelt systeem 2 in om te onderzoeken, de persoon met de alfa-reactie schakelt systeem 2 (operant/bewust gedrag) in om andere mensen op te roepen tot de strijd.

Het grote verschil zit dan dus niet tussen wel of niet systeem 2 inschakelen, beide personen schakelen over naar bewuste actie (operant behavior), maar dat bewuste gedrag is afgestemd op totaal verschillende soorten bekrachtiging. De alfa zoekt het in oproepen tot strijd, de bèta zoekt het in nagaan wat er precies gebeurt en waarom.

Het idee dat alfa's geen goed ontwikkelde systeem 2 reactie hebben, klopt dan dus niet. Die hebben ze wel degelijk. Het grote verschil is dat alfa's focussen op sociale feedback/erkenning, terwijl bèta focussen op feedback/erkenning van de harde natuur. Het grote verschil is de bekrachtiging waarnaar men streeft met systeem 2.

 

 

 

 

 

 




A chat with CHATGPT about discrimination

 

 

 

mikvanes@gmail.com
What causes discrimination?

Discrimination can be caused by a variety of factors, including prejudice, stereotypes, and bias. These can be based on characteristics such as race, ethnicity, gender, sexual orientation, and socioeconomic status. Additionally, discrimination can be perpetuated and reinforced by societal power structures, such as institutions and systems that discriminate against certain groups.

mikvanes@gmail.com
Do all people discriminate equally?

No, not all people discriminate equally. Discrimination can occur at an individual level as well as at a societal level. Some individuals may hold more discriminatory attitudes and beliefs than others, while certain societal power structures may be designed to discriminate against certain groups of people. Additionally, some people may not be aware of their own biases and may not realize that their actions and attitudes are discriminatory.

It's also important to note that people can also be victims of discrimination, regardless of their personal beliefs or actions.

mikvanes@gmail.com
Is it possible to measure the attitude of people to discriminate others?

Yes, it is possible to measure people's attitudes towards discrimination. There are a variety of methods that can be used to assess discriminatory attitudes, including self-report surveys, implicit bias tests, and behavioral measures.

Self-report surveys are one of the most common methods used to measure discriminatory attitudes. These surveys typically ask people to respond to questions about their attitudes towards certain groups of people, such as people of different races or ethnicities.

Implicit bias tests are another method used to measure discriminatory attitudes. These tests measure the unconscious biases that people may hold towards certain groups of people. They can be in the form of Implicit Association Test (IAT) or Single Category Implicit Association Test (SC-IAT)

Behavioral measures are also used to assess discriminatory attitudes, which measure the discriminatory behavior of people. For example, field experiments can be used to assess discrimination in areas such as hiring, housing, and lending.

It's important to note that these measures have limitations and should be used in conjunction with other measures and methods to get a comprehensive understanding of discriminatory attitudes.

mikvanes@gmail.com
What is the reliability of the IAT?

The Implicit Association Test (IAT) is a measure of implicit bias that has been widely used to assess attitudes towards different social groups. The IAT has been found to have good test-retest reliability, meaning that when the same person takes the test multiple times, their scores tend to be consistent. However, the IAT's criterion-related validity, which is the extent to which the test measures what it is supposed to measure, is more controversial.

Some studies have found a moderate to strong correlation between IAT scores and discriminatory behavior, while other studies have found little or no correlation. Additionally, some researchers have raised concerns about the IAT's construct validity, which is the extent to which the test measures a specific construct or trait, such as prejudice or bias.

It's important to note that the IAT is just one measure of implicit bias and should be used in conjunction with other measures and methods to get a comprehensive understanding of discriminatory attitudes. It's also important to consider the context and demographics of the sample being tested, as well as researcher's interpretation of the results.

mikvanes@gmail.com
Where can a find a report about the reliability of the IAT?

There are several sources where you can find reports about the reliability of the Implicit Association Test (IAT).

One way to find these reports is to search for research studies that have been published in academic journals. You can use search engines like Google Scholar or PubMed to find studies that have investigated the reliability of the IAT. You can also search for reviews or meta-analyses of research on the IAT, which can provide an overview of the reliability findings from multiple studies.

Another way to find information about the reliability of the IAT is to look at reports from organizations that have used the IAT in their research. For example, the Project Implicit website (https://implicit.harvard.edu/) has a lot of information about the IAT, including technical reports and publications about the reliability of the test.

Additionally, you can also find some reports from the developers of the IAT, such as from researchers from Harvard University and the University of Washington, which also have more detailed information about the reliability of the test.

It's important to keep in mind that the reliability of the IAT may vary depending on the specific version of the test, the sample being tested, and the context in which the test is administered.

mikvanes@gmail.com
I think your idea about the reliability of th IAT is not quite correct. Can you give a test-retest correlation for scores acquired with the IAT?

I apologize if my previous statement was not entirely accurate. The Implicit Association Test (IAT) has been found to have moderate test-retest reliability, which means that when the same person takes the test multiple times, their scores tend to be consistent to some extent, but not completely. The test-retest correlation coefficient for the IAT scores varies depending on the specific version of the test and the group of people being tested. Generally, the test-retest correlation for IAT scores ranges from 0.4 to 0.6.

It's important to note that test-retest reliability is just one aspect of the IAT's reliability and that the overall reliability of the IAT is a complex issue that has been debated in the scientific literature.

Additionally, it's also important to keep in mind that the IAT is just one measure of implicit bias and should be used in conjunction with other measures and methods to get a comprehensive understanding of discriminatory attitudes. The IAT has some limitations, such as the fact that it measures only one aspect of implicit bias, which is the association between concepts (e.g. black-good or white-good) and evaluative dimensions (e.g. good-bad).

mikvanes@gmail.com
Well, let us assume that test-retest reliability for the IAT is in the range of 0.4 to 0.6. That is well below the test reliability that is considered minimal sufficient for research purposes.

You are correct that a test-retest correlation coefficient of 0.4 to 0.6 for the IAT is lower than what is typically considered sufficient for research purposes. Test-retest reliability is generally considered good if the correlation coefficient is above 0.7, and acceptable if it is between 0.5 and 0.7.

It's also important to note that test-retest reliability is just one aspect of the IAT's reliability and that the overall reliability of the IAT is a complex issue that has been debated in the scientific literature. While the IAT has moderate test-retest reliability, it has been found to have good internal consistency, which means that the items on the test are measuring the same construct. It also has been found that the IAT scores have been found to be consistent across different versions of the test, different languages, and different cultures.

Additionally, as I mentioned before, it's important to keep in mind that the IAT is just one measure of implicit bias and should be used in conjunction with other measures and methods to get a comprehensive understanding of discriminatory attitudes. The IAT has some limitations, such as the fact that it measures only one aspect of implicit bias, which is the association between concepts (e.g. black-good or white-good) and evaluative dimensions (e.g. good-bad).

mikvanes@gmail.com
Your statement that test-retest reliability is just one aspect of the IAT's reliability sounds great, but is bullshit.

I apologize if my previous statement seemed dismissive of the importance of test-retest reliability. Test-retest reliability is a crucial aspect of the IAT's reliability, as it indicates the consistency of scores over time and it is a key factor in determining whether a test is suitable for research purposes.

It's also important to note that test-retest reliability is just one aspect of the IAT's reliability and that the overall reliability of the IAT is a complex issue that has been debated in the scientific literature. While the IAT has moderate test-retest reliability, other aspects of the test's reliability, such as internal consistency, criterion-related validity and construct validity, should also be taken into account when interpreting the results of the IAT.

It is important to consider the limitations of the IAT and the need for additional methods and measures to get a comprehensive understanding of discriminatory attitudes.

Again, I apologize if my previous statement was not clear and caused confusion. I strive to provide accurate and helpful information to the best of my ability.

mikvanes@gmail.com
Thanks for the interaction. I wish you well.

You're welcome, I'm glad I could help clarify the information. I apologize if my previous statement caused confusion and I hope I was able to provide you with the information you needed. If you have any other questions, please feel free to ask. Have a great day!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vrijdag 20 januari 2023

Zijn de propagandisten van Poetin inderdaad vooral alfa's?

 

Op 30 september 1938 keerde de Britse minister-president Neville Chamberlain per vliegtuig in Londen terug. Hij had in Munchen onderhandeld met 'Herr Hitler'. Hitler had van hem toestemming gekregen het Tsjecho-Slowaakse Sudetenland te bezetten, in ruil voor de toezegging van blijvende vrede.

Chamberlain sprak na zijn aankomst later op de dag voor de deur van Downing Street 10 de verzamelde menigte als volgt toe:

'My good friends, for the second time in our history, a British Prime Minister has returned from Germany bringing peace with honour. I believe it is peace for our time. We thank you from the bottom of our hearts. Go home and get a nice quiet sleep.'

Op 3 september 1939, minder dan een jaar laten (2 dagen na de invasie van Polen door Duitsland), verklaarde hij Duitsland officieel de oorlog. Zijn geloof dat het 'peace for our time' zou zijn, was niet uitgekomen.

Op 19 december 2022 deed in Nederland de zogenaamde Golfgroep samen met andere prominenten een oproep (https://golfgroep.blogspot.com/2022/12/oekraine-oorlog-oproep-tot-onderhandelen.html). Oekraïne en Rusland moeten onderhandelen en op die manier de oorlog stoppen.

Je hebt te maken met een dictator die zich niets aantrekt van andere landen en lak heeft aan regels en afspraken. Die trekt je land binnen en schuwt daarbij geen enkel middel, hoe wreed en vernietigend ook, om zijn zin door te drijven. Je zou denken dat je dan weinig keus hebt: het enige dat je kunt doen is vechten voor je vrijheid. Maar de Golfgroep ziet het anders: je gaat gewoon onderhandelen met die man en het probleem is opgelost.

 

Ook veel anderen hadden problemen met deze oproep.

 

Hubert Smeets drukte het in de NRC van 12 januari 2023 (https://www.nrc.nl/nieuws/2023/01/12/wie-wil-onderhandelen-is-dienstbaar-aan-poetin-a4153990#/krant/2023/01/12/#118) als volgt uit:

 'Wie wil onderhandelen is dienstbaar aan Poetin'.

 

Jeroen van der Starre drukte het op Socialisme.nu (https://socialisme.nu/petitie-voor-onderhandelingen-is-vileine-pro-poetinpropaganda/) als volgt uit:

"Petitie ‘voor onderhandelingen’ is vileine pro-Poetinpropaganda".

 

Heleen Mees drukte het in de Volkskrant van 17 januari 2023 (https://www.volkskrant.nl/columns-van-de-dag/westerse-escalatie-die-is-er-pas-als-oekraine-westerse-wapens-gebruikt-om-russisch-grondgebied-aan-te-vallen~b62a42fd/) als volgt uit: 

"Dat de ondertekenaars van de petitie dwaallichten zijn, mag blijken uit de slotzin van de petitie: ‘Hoe eerder de wapens zwijgen, hoe beter dat voor alle betrokkenen is – voor de Oekraïners, de Russen en de rest van de wereld.’ Je vraagt je af wat voor paddestoelen ze hebben gegeten. Concessies doen zou betekenen dat Poetin een strategische pauze krijgt om de Russische wapens, munitie en troepen aan te vullen om het conflict over een paar jaar weer te hervatten."

 

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog zag je dezelfde wereldvreemdheid. Men wilde dolgraag vrede en kreeg daardoor oorlog. Soms moet je bereid zijn even na te denken en bereid zijn tot harde actie om te krijgen, wat je graag wilt hebben. Dat systeem 2 denken was aan het begin van de Tweede Wereldoorlog het grote probleem. En het is nu kennelijk, meer dan 80 jaar later, weer een groot probleem.

Maar wie precies zijn deze dwaallichten, deze pro-Poetin propagandisten, deze mensen die dienstbaar zijn aan Poetin?


Wat we uit het empirische onderzoek naar discriminatie/agressie weten, is dat de mensen die de strongman steunen extreem bevooroordeeld zijn. Het zijn mensen die veel meer denken vanuit hun geloof en overtuiging dan vanuit de uit harde feiten. Anders geformuleerd: je verwacht dat het vooral om alfa's gaat en dat er weinig of geen echte bèta's tussen zullen zitten.

Ik ben zo vrij geweest de lijst met ondertekenaars te copiëren en de ondertekenaars in te delen op basis van wat er achter hun naam vermeld staat als A (alfa) of B (bèta). Soms ontbrak die informatie of was die informatie voor mijn idee onbevredigend. In die gevallen heb ik een vraagteken geplaatst en heb daarna  op internet gezocht naar meer gegevens over die persoon. Vervolgens heb ik zo'n persoon alsnog zo goed mogelijk ingedeeld.

Hier komt de lijst met ondertekenaars, die ik genummerd heb. Met een A is aangegeven dat het volgens mij om een alfa gaat. Met een B dat het volgens mij om een bèta gaat. Uiteraard steeds uitgaande van de beperkte informatie die vermeld stond of die ik op internet vond. Met een vraagteken geef ik aan dat ik op internet gezocht heb.


------
1A.     Jan Joost Teunissen (schrijver, directeur van Forum on Debt and Development en filmmaker)
2A.     Henk Overbeek (emeritus hoogleraar internationale betrekkingen VU, en oud-lid van de Eerste Kamer)
3A.     Paul Aarts (politicoloog, UvA)
4A.     Wendela de Vries (onderzoeker wapenhandel en wapenindustrie)
5A.     Harry van Bommel (oud-lid van de Tweede Kamer)
6A.     Hedy D'Ancona (oud-Europarlementariër en oud-minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur)
7A.     Nout Wellink (econoom en voormalig President van De Nederlandsche Bank)
8A.     Aafke Steenhuis (schrijfster en oud-redacteur De Groene Amsterdammer)
9A.     Kiki Amsberg (voormalig VPRO-programmamaker)
10A.   Joost Smiers (emeritus hoogleraar politicologie)
11A.   Tanja Aalberts (hoogleraar Law and Security, VU)
12?A. Rita Hendriks
13A.   Menno Grootveld (vertaler en uitgever bij Starfish Books)
14A.   Bert Wagendorp (columnist en schrijver)
15A.   Jan van der Putten (schrijver en journalist)
16A.   Yvonne Scholten (journalist)
17A.   Rob Simons (journalist)
18A.   Anne-Ruth Wertheim (onderzoeker racisme)
19A.   Rudi Künzel (historicus)
20A.   Adriana Bulnes (historica)
21A.   Berend Vis (jurist, RUG, staats/bestuursrecht)
22A.   Anton Wessels (emeritus hoogleraar godsdientswetenschappen, VU)
23A.   Theo van der Veen (docent en vakontwikkelaar economische vakken)
24?A. Marie Reehorst (beeldend kunstenaar)
25A.   Corry van der Pol (voormalig beleidsfunctionaris GGZ)
26A.   Peter Quentin Reinsch (gepensioneerde sociale onderzoeker)
27?A. Mieke Goudt
28A.   Jesse Bos (oud-gemeenteraadslid Amsterdam en stadsdeelbestuurder)
29A.   Anne van Delft (vertelster, regisseur sociaal-artistieke projecten)
30A.   Liduine J. Michiels van Kessenich (coördinator voormalig Vredesbureau Midden-Amerika, Pax en IKV)
31A.   Pieter Smit (mensenrechten-onderzoeker)
32?A. Marleen Mitzman-Wessel (onderzoekster financieel toezicht, UvA)
33A.   Welmoed Koekebakker (expert mensenrechten en conflict-transformatie)
34A.   Renée Smithuis (schrijfster/kunstintermediair)
35A.   Jan Nederveen Pieterse (Distinguished Professor Global studies & Sociology, University of California, Santa Barbara)
36A.   Jan Breman (emeritus hoogleraar sociologie, UvA)
37A.   Ewald Engelen (hoogleraar financiële geografie, UvA)
38A.   Ineke Jungschleger (oud-redactrice de Volkskrant)
39A.   Elise Koolmees (ecoloog/visionair)
40A.   Sander Hoffer (duurzaam bankier)
41A.   Bram Grandia (emeritus predikant, oud IKON-pastor)
42A.   Gerhard Scholte (predikant PKN)
43A.   Klaas de Jonge (antropoloog en Afrikanist)
44A.   Annette Freyberg-Inan (hoogleraar International Relations Theory, UvA)
45A.   Otto Holman (politicoloog, UvA)
46A.   Said Rezaeiejan (politicoloog, UvA)
47A.   Jeroen Doomernik (politicoloog, UvA)
48A.   Martijn Dekker (docent Conflictstudies, UvA)
49A.   Jan Aart Scholte (Leerstoel Global Transformations and Governance Challenges, Universiteit Leiden)
50A.   Mariwan Kani (docent Midden-Oostenstudies, UvA)
51A.   Peyman Jafari (onderzoeker, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis)
52A.   Wiert Wiertsema (senior beleidsadviseur Both ENDS)
53A.   Nikolaos van Dam (oud-ambassadeur)
54A.   Bertjan Verbeek (hoogleraar internationale betrekkingen, Radboud Universiteit)
55A.   Duco Hellema (emeritus hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkeingen, Universiteit Utrecht)  
56A.   Mouin Rabbani (Co-Editor, Jadaliyya)
57A.   Max Arian (oud-redacteur De Groene Amsterdammer)
58A.   Maartje Arian-Schönfeld Wichers (lerares Frans)
59A.   Nana de Graaff (hoofddocent internationale betrekkingen, VU)
60A.   Barbara Giannakos-Teunissen (voormalig medewerker Stichting Buitenlandse Werknemers)
61?A. Arie van den Brand (pensionado, landbouwkundig ingenieur)
62?B. Pauline Wertheim-van Dillen (gepensioneerd klinisch viroloog)
63A.   Corrie Oudhoff (secretaris Multicultural Women Peacemakers Network)
64A.   Marjolijn Hohberger (lerares, journaliste)
65A.   Anja Meulenbelt (schrijfster, voormalig Eerste Kamerlid)
--------------------

 

Ik tel 64 keer een A en 1 keer een B. Mijn indeling is natuurlijk wat ruw en beperkt. Je kunt je voorstellen dat iemand anders tot enigszins andere uitkomsten kan komen. De grote lijn lijkt echter onmiskenbaar. Het gaat inderdaad in overgrote meerderheid om alfa's.

De mensen die de strongman steunen zijn inderdaad vrijwel altijd alfa.

 

 

 

 



 

donderdag 19 januari 2023

Zelfs het weerbericht klopt niet meer

 

Op Nu.nl zie ik vandaag (19/1/2023 om 9.32) het weerbericht staan. Omdat ik nog wel eens wandel en sup heb ik geleerd dat onjuistheden in zo'n bericht, als je dat klakkeloos gelooft, grote problemen kunnen veroorzaken.

Sinds de keer dat het voor mij op een haar na volledig mis ging, heb ik daarom een abonnement op Windy.com. Je beschikt dan over dezelfde medium range voorspellingen die ook het KNMI voor zijn verwachtingen hanteert, zoals onder andere de ECMWF-voorspelling. (ECMWF staat voor European Centre for Medium-Range Weather Forecasts.)

Nu.nl beweert dit:

'Vooral in het noordelijk kustgebied trekt de wind behoorlijk aan en wordt het krachtig tot stormachtig, met windkracht 6 tot 8. Er is kans op zware windstoten van rond de 90 kilometer per uur.'
De voorspelling van het ECMWF (doorgaans beste die er is) levert de hoogste windstoten op bij Marrum, in het noord-oosten van Friesland, met windstoten van 50 km/uur om 10.00 uur. Dus bepaald geen 90 km/uur.

Maakt dat uit? Behoorlijk. Een windstoot van 90 km/uur heeft meer dan 3 maal zoveel kinetische energie als een van 50 km/uur (om precies te zijn: 3,24 keer zoveel). De kracht die de wind uitoefent, neemt toe met het kwadraat van de snelheid.

In dit geval geeft Nu.nl dus ten onrechte aan dat er stevige windstoten te verwachten vallen. Dat is natuurlijk minder ernstig dan het omgekeerde geval.

Hoe kan zulke misleidende berichtgeving ontstaan? Nu.nl gebruikt vaak niet de informatie van het KNMI maar van communicatiebureau's die kant en klare stukjes produceren. Die bureau's hebben standaard als verdienmodel dat hoe meer kliks een stukje oplevert (des te meer reclame wordt gezien), des te beter. De focus ligt dus niet op juistheid, maar op het aantal kliks die het bericht oplevert.