zaterdag 20 april 2024

De strijd tegen de zwarte schimmel: een praktisch voorbeeld van wij-zij denken bij het oplossen van een alledaags probleem

 

Een prachtig verhaal in de Volkskrant (8/4/2024, p. 4) met de titel:

"Tussen schimmels leven, is geen leven'".

Als je zo'n titel leest, denk je automatisch: zo is het!


De Rotterdamse Rianne van Noort (34) voert al jarenlang een tevergeefse strijd tegen de zwarte schimmel in haar woning. Mevrouw Van Noort is 'vangwege chronische ziekten bijna 24 uur per dag aan huis' gekluisterd. Haar zoontje Jeavy (8) heeft astma. Zelf heeft ze reuma en hersenschade als gevolg van de ziekte myalgische encefalomyelitis.

Als psycholoog vraag ik me dan af: hoe weet je dat allemaal zo zeker? Om te beginnen, hoe moet je die hersenschade precies aantonen? In extreme gevallen wil dat misschien nog wel, maar daar lijkt hier, althans in vergelijking met de gemiddelde moderne Nederlander, geen sprake van te zijn. En hoe weet je dan zo zeker, dat die schade inderdaad veroorzaakt is door die ziekte? Het zijn wel wat erg veel ziekten en zekerheden achter elkaar.

Terug naar het artikel. Wat heeft het een met het ander te maken? Zwarte schimmel in woningen is een bekend probleem en natuurlijk moet je dat niet willen. Maar wat moet die hele waslijst aan ziekten daarbij? Die ziekten zijn kennelijk bedoeld bij de lezer meeleven op te wekken. Zo van: het is toch wat!

 

Wat is precies het probleem?

Mevrouw van Noort trok de afgelopen jaren regelmatig aan de bel bij de verhuurder van de woning. Ze had zwarte schimmel! De verhuurder kwam dan kijken, althans personeel van de verhuurder, probeerde eventueel wat weg te halen, maar kan daar natuurlijk niet simpel iets tegen doen.

Zwarte schimmel krijg je door een te vochtige binnenmilieu. Verder is het in Nederland een veel voorkomend iets, dat in veel woningen te vinden is, mits je goed zoekt.

 

Wat maakt het artikel bijzonder?

Op de grote foto, die de helft van het paginagrote artikel beslaat, staat mevrouw Van Noort (een verzorgde, leuke jongedame) wijzend naar een plek met zwarte schimmel in het plafond van de kleine doucheruimte.

In die doucheruimte zie je twee raampjes zitten, die zitten beide potdicht! Dat helpt natuurlijk niet echt, als je schimmel graag kwijt wilt raken.

Als je vervolgens nog wat beter kijkt, zie je een wasdroger staan. En wel een Indesit IDC75-B. De toch altijd nog wat vochtige lucht van die condensdroger, eindigt dus in die piepkleine douche zonder ventilatie. Dat lijkt me niet echt te helpen.

Als je nog beter kijkt, kun je ook het energielabel van die wasdroger zien en het verwachte stroomverbruik. Deze wasdroger scoort een matige B en verbruikt per jaar naar verwachting meer dan 500 kWh. Bij de huidige doorsnee prijs van een kWh is dat ieder jaar meer dan 170 euro.

De meest energiezuinige droger van Coolblue op dit moment (een Miele TSF-763 WP EcoSpeed) verbruikt per jaar minder dan 55 euro aan stroom. Een verschil van 115 euro per jaar. Over de totale verwachte levensduur van zo'n wasdroger loopt dat verschil op tot meer dan 1200 euro, uitgaande van de huidige electraprijs. Die natuurlijk naar verwachting komende jaren nog belangrijk gaat stijgen. Daarmee heb je de aanschafprijs van die energiezuinige wasdroger er al uit en hou je nog geld over ook. En is je douche vermoedelijk ook nog eens stuk minder vochtig.


Wat is het interessante van dit artikel?

Iemand zit met een echt probleem. Je moet geen schimmel in je huis willen. En zwarte schimmel, die er eenmaal zit, krijg je nooit meer helemaal weg.

Hoe los je dat probleem op? Wel, simpel! Het is natuurlijk niet jouw schuld! Het is natuurlijk de schuld van de verhuurder! Die moet gewoon zorgen dat er geen schimmel in de woning zit!

Maar de verhuurder ziet het anders. Die vindt, dat de bewoner zelf verantwoordelijk is voor het binnenklimaat van de woning. Dus genoeg stoken en genoeg ventileren!

 

Het bijzondere van dit artikel is dat je de werking van de alfa-bètafactor (bevooroordeeldheid) in de praktijk ziet. In plaats van zelf het probleem aan te pakken en op te lossen, belt men een instantie, die het probleem maar moet oplossen.

Men denkt niet langer vanuit het harde probleem, maar men ziet alles door een wij-zij bril. Wij hebben een probleem! Zij moeten dat dus oplossen! En anders deugen ze niet! Stelletje luie kapitalisten! Gore huisjesmelkers! Weg met die foute X!

 

Er is echter nog iets met dit artikel. Kennelijk zien de meeste Nederlanders het ongerijmde van zo'n verhaal niet langer. Natuurlijk is de verhuurder verantwoordelijk! Natuurlijk kun je niet de hele dag een raampje in je douche open hebben staan! Natuurlijk zet je je wasdroger in een toch al vochtige douche! En waarom zou je onnodig veel geld uitgeven aan een dure wasdroger! Het is toch veel fijner je blauw te betalen aan een goedkope droger, die electra slurpt.

Ik zag in de reclame-mail van Blendle die men mij regelmatig toestuurt, het artikel ook vermeld staan. Het was kennelijk een verhaal dat veel mensen prachtig vonden.

Ik denk, dat Johan Huizinga dit 'de algemeene verzwakking van het oordeel' genoemd zou hebben en gezien zou hebben als bewijs voor de 'daling van de kritische behoefte'. Het probleem dat aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog levensgroot speelde, speelt kennelijk nu weer.











vrijdag 19 april 2024

Het begon allemaal met een vreemd probleem: de taalfactor meet geen betekenis!

 

Laatst bijgewerkt: 21/4/2024 om 1.08

 

Wanneer is mijn onderzoek, waar deze blog op gebaseerd is en over rapporteert, begonnen? Dat valt niet precies te zeggen. Het hangt er ook vanaf waar je het precies wilt laten beginnen.

Zeker is dat deze blog er nooit geweest zou zijn, zonder de bizarre gebeurtenissen die plaats vonden na de promotie van mijn vrouw en mij op ons gezamenlijke proefschrift op 8 mei 2014. Het lijdt geen twijfel dat die gebeurtenissen aangestuurd en vormgegeven werden door en vanuit de Rijksuniversiteit Groningen. De universiteit waarbij we samen gepromoveerd zijn.

In zekere zin moet ik dus de RUG diep dankbaar zijn voor haar bizarre gedrag. Soms heb je als onderzoeker wat geluk nodig.  Dit keer waren de Goden mij kennelijk gunstig gezind, hoewel ik dat op dat moment natuurlijk absoluut niet kon voorzien.

Maar in zekere zin was ik al eerder begonnen. Op 6 maart 2014 hadden we de commentaren van de leden van de leescommissie op ons gezamenlijke proefschrift zo goed mogelijk verwerkt en ging de herziene tekst van het proefschrift de deur uit. Nu ontstond er even rust in de tent. We moesten wachten op het oordeel van de promotiecommissie op de herziene tekst en konden verder als het ware niet veel doen.

Er waren nu twee grote problemen, die ik op basis van ons proefschrift zag. Over het tweede probleem later meer.

Het eerste probleem was de taalfactor. Met ons online taalprogramma TAVAN konden we voortdurend het taalniveau van 'onze' studenten uiterst betrouwbaar meten. Verder wisten we dat de TAVAN-score na correctie voor onbetrouwbaarheid correleerde met een hele reeks andere taalmaten, die onderling ook allemaal weer uiterst hoog met elkaar correleerden, mits je rekening hield met hun onbetrouwbaarheid.

Verder hadden we geleerd, dat dat alles niet echt uitzonderlijk was. Alle objectieve taalmaten blijken voortdurend uiterst hoog met elkaar te correleren. Al die maten meten de zogenaamde taalfactor.

Maar wat ik vreemd vond, was dat de taalfactor op geen enkele manier betekenis leek te meten. Je zou denken dat taal betekenis communiceert, maar de taalfactor was puur talig en leek op geen enkele manier iets te maken te hebben met de inhoud en betekenis van taal.

Het leek duidelijk, dat er iets moest bestaan als een betekenisfactor, alleen die factor scheen om een of andere reden niet goed gemeten te kunnen worden.

Hoe moest je dat verklaren? De enig mogelijke verklaring die ik kon verzinnen, was dat er kennelijk onoplosbare onenigheid bestond over de betekenis van teksten. Wanneer die tekst beperkt was tot puur rekenkundige symbolen als '2+2=?', dan was die onenigheid er kennelijk niet, maar zodra het om woorden ging, was die onenigheid er kennelijk opeens wel.

Met andere woorden: kennelijk bestonden er totaal uiteenlopende opvattingen over de betekenis van teksten en konden de veronderstelde deskundigen het daar niet over eens worden. Wat de een een juiste betekenis vond, vond de ander een foute betekenis.

Maar in vakken als wiskunde, natuurkunde, statistiek leek je van dat betekenisprobleem geen of minder last te hebben. Met andere woorden: de mensen die op dat gebied verondersteld werden deskundig te zijn, konden het kennelijk onderling in grote lijnen wel eens worden.

Je zou dan verwachten dat dat bij alfa's (mensen van letteren en geesteswetenschappen e.d.) wel een probleem moest zijn. En inderdaad, mensen die betrokken zijn bij taaltests, zijn vaak taaldocenten en dus in beginsel alfa. Dat zou dat vreemde probleem dus kunnen verklaren.

Ik schrijf het nu zo beknopt en helder mogelijk op. In maart 2014 zat ik wel in deze richting te denken, maar was ik nog lang niet in staat een en ander helder te formuleren. Ik snapte dat bèta's een methode hadden om het onderling eens te worden, maar dat alfa's een dergelijke methode misten en dat ook helemaal niet erg leken te vinden. 

Ik realiseerde me dat die vreemde kwestie met de taalfactor iets te maken moest hebben met het alfa-bèta onderscheid. Maar hoe het allemaal precies zat, was op dat moment nog grotendeels een witte vlek. Ook dat alfa-bèta onderscheid leek er onmiskenbaar te zijn, maar hoe je het precies moest meten, was op dat moment nog een groot raadsel.

Zo begon in maart 2014 mijn onderzoek dat door bizarre gebeurtenissen zou uitgroeien tot deze blog over discriminatie en agressie.  Het begon allemaal met een taalfactor die we op heel veel manieren heel betrouwbaar kunnen meten. Je zou denken: prachtig! Maar het vreemde is, de taalfactor lijkt niets te bevatten, dat verwijst naar de inhoud of betekenis van tekst of zin.

Inmiddels zijn we meer dan 10 jaar verder. En zijn er ondertussen heel wat stukjes op hun plaats gevallen. Maar in zekere zin begon het dus allemaal met een merkwaardig meetprobleem.









 



dinsdag 9 april 2024

'Poetin geeft zijn nuttige idioten echt niks'

 

In de Volkskrant (8/4/2024, p. 2) vandaag een column van Sander Schimmelpenninck met de titel:

"Poetin vindt het prima dat nuttige idioten zijn propaganda herhalen, maar geeft ze echt niks".


Schimmelpenninck gelooft niet dat Baudet uit Moskou geld heeft ontvangen. Eerst schrijft hij:

"De hoofdverdachte was afwezig en dat maakte voor sommigen de verdenking [in de Tweede Kamer tijdens het debat hierover, MvE] alleen maar groter. Toch zou het mij verbazen wanneer Baudet geld heeft gekregen van de Russen. Zeker, Baudet houdt van geld, maar toch vooral om uit te geven. Hij houdt van klassieke auto's, goede wijnen en ander vertier voor knorrige vroegboomers, maar van serieuze financiële ambities verdenk ik hem niet. Die maaltijdboxhandel, apps en andere flauwekul die FvD uitrolt is vooral bezigheidstherapie voor loyalisten die hun zetel kwijt zijn."

Even verderop eindigt hij zijn column zo:

"Dat hij geen inzicht in financiële transacties wil geven, bewijst natuurlijk niet dat hij door de Russen betaald is; de sneue vastgoedfiguren die hem in de begintijd wat hebben toegestopt zullen dat ongetwijfeld op voorwaarde van anonimiteit hebben gedaan, En geef ze eens ongelijk.

Dat wil niet zeggen dat Poetin geen invloed koopt. Maar Poetin gaat met zijn tijd mee en koopt vooral online. Door gif in de riolen van de sociale media te gooien, beïnvloedt hij miljoenen mensen, die op hun beurt weer opportunisten als Baudet en Carlson kweken. Niet andersom. Poetin vindt het prima dat eerloze schlemielen zijn Kremlinpropagande herhalen, maar die krijgen daar niks voor terug. En al helemaal geen respect."

 

Hoe weet Schimmelpenninck dat allemaal zo zeker?

Een strongman die zijn mensen niet betaalt? Maar hoe moeten die mensen dan leven? Het basisprincipe van de strongman is, ik heb de macht en dus het geld. Als je nuttig voor mij bent, beloon ik dat. Maar als je dat niet meer bent, laat ik je vermoorden.

De argumenten die Schimmelpenninck noemt, zijn vooral argumenten om te denken dat Baudet wel geld en andere giften ontvangen heeft. Sterker nog, Schimmelpenninck vermeldt dat ook nog eens expliciet: "sneue vastgoedfiguren die hem in de begintijd wat hebben toegestopt".

Het fascinerende punt hier is dat iemand volstrekt zeker weet, dat Baudet niets gekregen heeft uit Moskou, zonder dat hij dat op enigerlei wijze kan onderbouwen.

Waar komt dat irrationele geloof opeens vandaan?

Heeft Moskou weer een betaling gedaan?

Een andere mogelijkheid is dat het wishful thinking is. Wensdenken. Je vind het idee dat Baudet betaald is door Moskou niet prettig en daarom verwerp je het als mogelijkheid. Het kan niet waar zijn, geloof je.

Als de auteur sterk via systeem 1 denkt, dan is deze laatste optie heel realistisch, lijkt me.










maandag 8 april 2024

Wie van de drie? Waar koppelt telefoongebruik in het verkeer precies aan?

 

Telefoongebruik in het verkeer is iets, dat sommige mensen heel veel doen en andere mensen niet of amper.

Daarbij blijkt het niet verklaard te kunnen worden door hoe veel men de telefoon in het algemeen gebruikt. Maar mensen die het in de ene verkeersrol (automobilist, fietser, voetganger) vaak doen, blijken het ook in de andere verkeersrollen vaak te doen. Het gaat dus om een persoonskenmerk.

Ik rapporteerde dat alles in een eerdere post (https://stopdiscriminatie.blogspot.com/2024/04/hoevaak-men-belt-in-het-verkeer-is.html). 

In die eerdere post veronderstelde ik ook dat de frequentie van het telefoongebruik koppelt aan bevooroordeeldheid. Maar klopt dat inderdaad? 

Het probleem is, dat er in dit geval in totaal drie mogelijkheden zijn: rechts autoritarisme (RWA), sociale dominantie oriëntatie (SDO) en de resultante van die twee: bevooroordeeldheid (prejudice). Wie van deze drie is het?

In totaal hebben we uit het eerder besproken onderzoek vijf gegevens. De punten 2 tot en met 5 staan in volgorde van afnemende belangrijkheid.

1. Vrouwen doen het in verhouding minder vaak dan mannen.

2. Automobilisten die het veel doen, overschatten hun eigen vaardigheid.

3. Automobilisten die het veel doen, onderschatten de risico's.

4. Automobilisten die het veel doen, laten zich sterk beïnvloeden door hun sociale omgeving.

5. Automobilisten die het veel doen, zijn bang voor negatieve sociale reacties, als ze het niet zouden doen.

De punten 2 en 3 suggereren dat men zichzelf en de harde omgeving niet goed kan inschatten. Men is niet in staat met een objectieve blik naar zichzelf te kijken. Men is ook niet in staat het gevaar goed in te schatten van ogenschijnlijk heel gewone zaken. Dingen die men vaak doet.

Dat suggereert dat men vrij los van de objectieve werkelijkheid staat en leeft. De implicatie is dat men vooral in de sociale werkelijkheid leeft.

De punten 4 en 5 sluiten daar perfect bij aan. Men lijkt volop bezig te zijn met de sociale omgeving. Dat is, waar men zich volledig op oriënteert. Dat is, waar men zijn gedrag op afstemt.


Uitgaande van het soortenmodel (volledig gebaseerd op empirisch onderzoek) zijn er vier verschillende soorten mensen en niet meer dan die vier.

De mensen die zich het sterkst richten op de harde werkelijkheid en het omgaan daarmee, zijn de double lows. Ze scoren laag op: rechts autoritarisme (RWA-) en laag op sociale dominantie oriëntatie (SDO-). Daardoor zijn ze niet of amper bevooroordeeld.

Normaal zullen ze daardoor actief zoeken naar mogelijke vooroordelen in hun denken, omdat die de uitkomsten van hun denken onwaar (in strijd met de feiten) kunnen maken.

Je bent dus geneigd te verwachten, dat double lows het soort mensen is, dat focust op de harde werkelijkheid en zich van de sociale omgeving niet al te veel aantrekt. Je verwacht dat de double lows behoorlijk voorzichtig met de telefoon in het verkeer zullen omgaan.

De vraag daarna is: wie van de drie overgebleven soorten scoort het hoogst?

Omdat we punt 1 hebben (vrouwen scoren in doorsnee lager op SDO dan mannen), lijkt het vrijwel zeker dat het moet gaan om één van de twee soorten mensen, die hoog scoren op SDO. Het moeten dan de 'men of action' zijn (RWA-, SDO+) of de double highs (RWA+, SDO+).

Maar 'men of action' kunnen realistisch denken, als het nodig is. Met het denken van men of action is in doorsnee weinig mis. Ze zijn ook goed in staat de harde werkelijkheid te zien. Hun denken is niet beperkt tot het herhalen van holle frasen, zoals autoritaristen plegen te doen.

Dat suggereert dat double highs het soort mensen moet zijn, die het meest enthousiast de telefoon hanteren in het verkeer. Ze zien de harde gevolgen die dat kan hebben niet.

Dat betekent dat bevooroordeeldheid (prejudice) de variabele is, die de sterkste koppeling met telefoongebruik in het verkeer heeft.

Voorlopig is dit slechts een voorspelling. Op dit moment is niet aangetoond, dat die voorspelling klopt. Je hoopt dat het klopt. Je hoopt dat je geen vergissingen hebt gemaakt. Maar uiteindelijk heeft de harde werkelijkheid het laatste woord.







 

 

zondag 7 april 2024

"Alles in ons land lijkt op dit moment vast te lopen"

 

Laatst bijgewerkt: 8/4/2024 om 23.53

 

Gerdt van Hofslot signaleert in het hoofdredactioneel commentaar in het Dagblad van het Noorden van vrijdag, 5 april 2024, dat alles in ons land op dit moment lijkt vast te lopen.

De punten die hij noemt zijn:

- er is te weinig ruimte,

- er is te weinig stroom,

- er zijn problemen met de drinkwatervoorziening,

- er is te weinig personeel,

- er is gebrek aan nieuwe woningen,

- er is het stikstof-probleem waardoor boeren niet meer weten, waar ze aan toe zijn,

 

De titel van zijn column is: "Geloof in groei nekt overvol Nederland". Hij denkt dat groei het credo was. Men dacht steeds groter te moeten en kunnen groeien, maar nu stuit men op de grenzen van wat er mogelijk is.

 

Niet slecht geschoten, maar ook niet helemaal raak, denk ik. Het eerste deel van zijn analyse klopt, maar het tweede deel niet. Het eerste deel is 'geloof'. Dat lijkt me een goede omschrijving van het probleem. Maar het gaat niet specifiek om het geloof in groei. Het gaat om irrationeel geloof in het algemeen.

Ik zag via een mail van de NSC een stukje van een Tweede Kamer commisievergadering over de nieuwe pensioenwet. Een hele reeks zaken is nog steeds niet duidelijk en de pensioenfondsen moeten dringend weten, waar ze nu precies aan toe zijn. De mevrouw van de NSC maakte zich daar oprecht zorgen over.

Maar je hoort aan de manier waarop over dat soort urgente problemen gebabbeld wordt: dit komt niet goed! Je hoort een soort opgewekte borrelpraat alsof men in de kroeg sociaal moet scoren. Gevat, geestig, leuk, lollig. Maar niet de manier waarop je echt problemen analyseert en oplost.

Ik denk dus dat het gaat om die irritante factor waardoor het Romeinse Rijk tenslotte ten onder ging. Waardoor de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Waardoor Amerikanen massaal op Trump stemmen. Ik denk dat het gaat om bevooroordeeldheid.

Bevooroordeeldheid is het geloof van de groep. De groepsleden leven in een sociale werkelijkheid en zijn daardoor niet langer in staat de echte werkelijkheid te analyseren en problemen in die harde werkelijkheid met succes aan te pakken en op te lossen.

Bevooroordeeldheid is via systeem 1 (het babbelpraat-systeem) gaan denken en steeds minder via systeem 2 (het moeizame nadenken via de prefrontale cortex). Zodra een rijke samenleving dat gaat doen, beginnen steeds meer zaken fout te gaan. Tot het tenslotte helemaal fout gaat.







zaterdag 6 april 2024

Het gelijk van W.F. Hermans: we zijn omringd door gevaarlijke gekken!

 

Laatst bijgewerkt: 6/4/2024 om 23.03

 

De uitspraak "Door gevaarlijke gekken omringd" is van W.F. Hermans. Hij gebruikte die uitspraak als titel voor een bundel van columns en andere stukken. (Niet ieder stuk in die bundel is even lezenswaardig, maar de stukken over het literaire wereldje dat hij goed kende, zijn dat wel.)

Zijn onderbouwing van die uitspraak was dat je in het verkeer soms situaties meemaakte, die je ernstig deden twijfelen aan de psychische gesteldheid van je mede weggebruikers. Ik formuleer het in mijn woorden.

De vorige post onderbouwt de bewering van Hermans met cijfers. Een groot deel van de bevolking lijkt het normaal te vinden om onder het autorijden, fietsen of lopen de telefoon nog even te gebruiken voor van alles en nog wat.

De jeugd lijkt daarbij in overgrote meerderheid geen enkel probleem meer te zien in dat soort gedragingen.

We zijn dus inderdaad letterlijk omringd door levensgevaarlijke idioten. Mensen waarvan het rijbewijs onmiddellijk zou moeten worden ingetrokken, als we verstandig waren. Mensen die beter nooit weer een fiets zouden kunnen aanraken.

Maar op grond van het besproken onderzoek weten we nu ook meer. Allereerst gaat het niet om iets dat specifiek te maken heeft met het verkeer, maar wel met de personen in kwestie. Het gaat om een persoonseigenschap.

Ten tweede lijkt duidelijk dat die persoonseigenschap te maken moet hebben met bevooroordeeldheid. Een kenmerk dat een centrale rol speelt bij discriminatie en agressie (en in deze blog al vaak aan de orde is geweest).

Wat betekent bevooroordeeldheid precies? Je zou het kunnen vertalen als wij-zij denken. Bevooroordeelde mensen zijn groepsmensen, die alleen hun sociale werkelijkheid zien. Die ten koste van alles lid van hun groep willen zijn en ten koste van alles in die groep zo hoog mogelijk proberen te komen.

Dat heeft gevolgen voor het cognitieve functioneren. In sociale situaties gebruiken we normaal vooral systeem 1, het automatisch werkende emotionele systeem. En niet systeem 2, het moeizame nadenken via de prefrontale cortex.

Bevooroordeelde mensen hanteren dus vrijwel voortdurend systeem 1 ('babbelen') en zijn vaak niet goed in systeem 2 denken (gericht nadenken).

De resultaten van het onderzoek naar telefoongebruik in het verkeer hebben dus belangrijk verder strekkende implicaties dan alleen het rijgedrag.

 

Ik denk ook, dat Hermans de sterke neiging naar irrationaliteit in de samenleving en in zijn omgeving waargenomen moet hebben. Hij koos de titel voor zijn bundel natuurlijk niet alleen op grond van wat hij zag als verkeersdeelnemer. Het was meer zo, dat hij op die manier zijn keuze op een eenvoudige manier kon verdedigen.

Al met al is het in de vorige blogpost besproken onderzoek naar het telefoongebruik in het verkeer een verdere aanwijzing dat de samenleving steeds hoger stijgt op de alfa-bètafactor. Men wordt steeds irrationeler, men wordt steeds bevooroordeelder. Of om het in politiek jargon te zeggen: men wordt steeds rechtser.

Maar laten we proberen het neutraal te formuleren. Mensen worden steeds simpeler van geest. Ze vallen steeds meer terug op hun emotionele systeem en krijgen steeds meer moeite met serieus nadenken.

Wat betekent dat? Dat voorspelt voor de toekomst weinig goeds. Dat wat mensen vooral tot mensen maakte, was dat ze beter dan alle andere bekende diersoorten, hun brein wisten in te schakelen. Nu dat vermogen steeds verder verloren gaat, wordt de mens steeds meer een normaal dom dier. Met alle kwalijke gevolgen, die dat heeft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 



vrijdag 5 april 2024

Hoe vaak men belt in het verkeer is een persoonskenmerk en koppelt aan bevooroordeeldheid