zaterdag 27 december 2025

Waarom is geloof de bindende factor?

 

Laatst bijgewerkt: 28/12/2025 om 13.23 

 

Toen in 1345 graaf Willem IV met zijn troepen Friesland binnenviel, gebruikte de Friese volksheld Grutte Pier de slogan:

"Bûter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries".

Het niet goed beheersen van het Fries was een duidelijk bewijs dat men te maken met een vijand. De verdedigers hadden een belangrijk element gemeen, waaraan ze elkaar konden herkennen. Ze spraken Fries en de indringers deden dat niet.

Maar wat is het bindende element tussen de volgelingen van de strongman?

 

De vooroordelen, het geloof, als bindend element 

Voor de strongman is het niet echt relevant of zijn volgelingen dezelfde taal spreken. Maar wat wel relevant is, is dat ze allen hetzelfde geloof koesteren. Dat ze in dezelfde sociale wereld verkeren als die hij predikt. Dat ze de vooroordelen van hem en zijn groep omarmen.

Daar komt bij dat de volgelingen van de strongman bestaan uit twee totaal verschillende groepen, die elkaar overlappen doordat de double highs beide bijzondere eigenschappen hebben. Je kunt de volgelingen voorstellen als twee cirkels die elkaar voor een belangrijk deel overlappen. Aan de linkerkant bevinden zich de mensen die hoog scoren op SDO (Social Dominance Orientation). Aan de rechterkant bevinden zich de mensen die hoog scoren op RWA (Right Wing Authoritarianism). In de overlap bevinden zich de strongman en de andere double highs. Mensen die zowel hoog scoren op SDO, als op RWA.

Het gaat dus om drie verschillende groepen. Wat bindt deze groepen? Het gezamenlijke element is dat ze allemaal dezelfde vooroordelen omarmen. De SDO+'ers doen dat omdat het sociaal goed uitwerkt. Ze willen status en macht. De RWA+'ers doen dat omdat het het hun verteld wordt van hogerhand en ze bij de groep willen horen. Dat levert veiligheid en met wat geluk brood en spelen.

De gezamenlijke vooroordelen zijn daarmee wat de verschillende soorten aanhangers van de strongman gemeenschappelijk hebben en verbindt. Het is niet dezelfde taal spreken. Het is dezelfde overtuigingen hebben en die uitdragen.

De beloning is tweeërlei. Door het geloof van de groep te belijden verbeteren de SDO+'ers hun sociale postie in de groep. Men komt hoger. En door het geloof van de groep te belijden, stellen de RWA+'ers hun lidmaatschap van de groep veilig. Men hoort bij de club. Men staat niet langer alleen, maar heeft een machtige groep achter zich staan.

Dat maakt ook duidelijk wat bevooroordeeldheid inhoudt. Het gaat om het irrationele geloof van de groep. Wanneer men gelooft dat morgen de zon vermoedelijk weer op komt, helpt dat niet. Maar wanneer men de juiste irrationele overtuigingen debiteert, dan lijkt er niet langer twijfel mogelijk.

Dat maakt het in beginsel voor een verspieder of geheim agent relatief eenvoudig zich naar binnen te praten. Hij hoeft niet de taal perfect te beheersen. Nee, het is voldoende de juiste overtuigingen uit te dragen.

Dat leidt ertoe dat de strongman en andere leiders in de groep nooit volledig zeker van iemand kunnen zijn. Is het echt een loyaal aanhanger of een verrader? Dat maakt leven in de groep stressvol. Ieder moment kan een gerucht ertoe leiden dat een hoger geplaatst iemand besluit het zekere voor het onzekere te nemen. Niemand is zijn leven ooit volledig zeker. Zelfs de strongman moet altijd beducht zijn voor zijn adjudanten. Altijd kan het noodlot toeslaan.

 

De aartsvijand, de Antichrist 

Er is echter één soort mensen dat bij voorbaat door de mand valt. Waarvan vrijwel ieder lid van de machtige groep weet: die hoort hier niet! Double lows geloven niet! Althans niet irrationeel. Met zaken als het vermoedelijk weer opkomen van de zon hebben ze geen probleem, maar voor de rest staan ze achterdochtig tegen over alles dat niet overtuigend gebaseerd is op empirische evidentie.  

Iedere double low is daardoor een bedreiging voor de strongman en zijn volgelingen. Iemand die gelooft kun je met de nodige moeite bekeren. Maar iemand die weigert te geloven, is een voortdurende bedreiging van alles waar de groep in gelooft en voor staat. Dat maakt dat de ongelovige gezien wordt als de aartsvijand, als de Antichrist.

 

 

 

Het enthousiasme voor de strongman wordt bepaald door bevooroordeeldheid

 

De auteurs van TAP (The Authoritarian Personality, 1950) zochten naar het persoonlijkheidskenmerk waardoor de volgelingen van de strongman anders waren dan de rest van de bevolking.

Ze hadden verschillende redenen om te denken dat de aanhangers anders moesten zijn. Ten eerste hadden veel van de auteurs ervaringen opgedaan met de nazi's in Duitsland. Die persoonlijke ervaringen gaven hun het idee dat nazi's onmiskenbaar anders waren.

De tweede reden was simpel. Slechts een minderheid, wel een grote minderheid, stemde op Hitler. Maar die grote minderheid was voldoende om Hitler aan de macht te brengen. Het ging er dus om te achterhalen op welke punten die minderheid afweek.

De auteurs van TAP ondernamen in totaal drie pogingen om die aanleg enthousiast te raken voor de strongman en zijn verhaal te meten. Daarbij moet je denken aan schriftelijke vragenlijsten.

De basis voor dat idee van meten via schriftelijke vragenlijsten was gelegd door Rensis Likert. Samen met zijn promotor (Gardner Murphy) publiceerde hij in 1938 het boek: Public Opinion and the Individual. Tot dat moment had men uiterst ingewikkelde manieren gevolgd om psychologische schalen (vragenlijsten) te construeren. Likert liet zien dat dat helemaal niet nodig was.

Wanneer je gewoon een serie uitspraken steeds liet beoordelen op een schaal van bijvoorbeeld 1 tot 5 met bijvoorbeeld respectievelijke omschrijvingen als 'volstrekt oneens', 'oneens', 'neutraal', 'eens', 'heel erg eens' en je gebruikte het gemiddelde (of het totaal) van die reeks beoordelingen, dan ging het even goed.

De auteurs van TAP begonnen met anti-semitisme. Dat ging prima. Op basis van de onderlinge correlaties tussen de items is het mogelijk de betrouwbaarheid van zo'n schaal te berekenen. Die was bevredigend. Vervolgens probeerden ze deze schaal uit te breiden (te veralgemeniseren) tot meerdere minderheidsgroepen. Op die manier ontstond de maat voor Etnocentrisme.

Het belangrijke resultaat dat hierbij gevonden werd, was dat anti-semitisme sec niet bestaat. De mensen die hoog scoorden op de antisemitisme schaal scoorden ook hoog op de Etnocentrisme schaal. Simpel gezegd: Haters gonna hate. Mensen die de ene minderheidsgroep haten, haten ook andere minderheidsgroepen.

Maar mat men nu echt het enthousiasme voor de strongman of slechts iets als vreemdelingenhaat? Om zeker te zijn dat men inderdaad de 'fascistische persoonlijkheid' te pakken had, had men een tweede maat nodig om het enthousiasme voor de strongman te meten. Die tweede meting kon dan fungeren als check op de eerste meting. Wanneer beide maten hetzelfde zouden opleveren, zou dat een duidelijke indicatie zijn dat men inderdaad de fascistische persoonlijheid had weten te vangen.

Die tweede maat werd PEC (Political Economic Conservatism). Men verzamelde een serie uitspraken, liet die beoordelen en berekende de betrouwbaarheid. De betrouwbaarheid was niet al te hoog, maar nog wel toereikend dacht men.

Toen kwam het eerste probleem. De correlatie met Etnocentrisme. De twee schalen correleerden duidelijk wel, maar een stuk lager dan ideaal was. De check die PEC had moeten opleveren viel dus niet volledig negatief uit, maar ook niet overtuigend positief. Het was alsof Etnocentrisme wel enigszins de fascistische persoonlijkheid mat, maar niet volledig. En hetzelfde gold voor PEC.

Daarom ondernam men een derde poging: de F-schaal. Het idee was via een omweg de fascistische persoonlijkheid bloot te leggen. Men ging niet rechtstreeks vragen naar vooroordelen en naar minderheidsgroepen, maar ging uit van een model dat men gemaakt had van de 'autoritaire persoonlijkheid' zoals men het inmiddels eufemistisch was gaan noemen.

Deze derde poging leek weer een redelijk betrouwbare maat op te leveren. Maar als alles klopte, zouden Etnocentrisme en PEC de resultaten weer moeten bevestigen. En nu ontstond hetzelfde probleem als eerst. De F-schaal correleerde wel duidelijk met Etnocentrisme en met PEC, maar niet overtuigend.

De auteurs van TAP zaten nu in een spagaat. Ze hadden een enorm project opgezet, ze hadden er jaren aan gewerkt, ze hadden enorme pretenties de wereld ingestrooid, maar uiteindelijk konden ze niet overtuigend aantonen dat ze inderdaad het enthousiasme voor de strongman hadden weten te meten.

Wat ga je in zo'n soort situatie doen? Je gaat een ingewikkeld verhaal ophangen waar geen mens meer wijs uit kan worden en je doet alsof je wel geslaagd bent in je streven. Maar niet iedereen laat zich natuurlijk eeuwig door dat ingewikkelde verhaal om de tuin leiden. De resultaten van TAP werden daardoor uitgebreid bekritiseerd en daarmee leek iedereen het wel te vinden.

Wie echter de moeite neemt TAP door te spitten (geen kleine klus), ziet tenslotte iets vreemds. De auteurs gebruikten drie matig betrouwbare maten en keken vervolgens naar de correlaties tussen die maten. Maar als je matig betrouwbare maten hebt, moet je die correlaties natuurlijk corrigeren voor de onbetrouwbaarheid van die maten.

Zodra je dat doet, zie je iets geks. De auteurs van TAP maten driemaal dezelfde factor. Alle drie maten correleerden zeer hoog, mits je corrigeert voor hun onbetrouwbaarheid.

We weten dus nu dat de auteurs van TAP driemaal hetzelfde maten. Met andere woorden: de kans dat ze inderdaad het enthousiasme voor de strongman hebben weten te meten, lijkt daarmee aanzienlijk.

Maar om welke factor of variabele gaat het nu precies? Met welke maat bepaal je het enthousiasme voor de strongman? Etnocentrisme is zoveel als bevooroordeeldheid ten opzichte van minderheidsgroepen (generalized prejudice). De PEC-schaal is wat minder duidelijk, maar is vermoedelijk iets als 'politiek rechts'.

En dan hebben we de F-schaal nog. Bob Altemeyer reduceerde de F-schaal tot de RWA-schaal (Right Wing Authoritarianism) maar filterde in dat proces wel heel wat weg van de F-schaal. Vervolgens verscheen SDO (Social Dominance Orientation) op het toneel. Altemeyer zag SDO als het ontbrekende deel van de fascistische persoonlijkheid. Maar samen (SDO met RWA) voorspellen die twee maten meer dan de helft van bevooroordeeldheid.

Dat suggereert allemaal dat bevooroordeeldheid (generalized prejudice) de variabele is, die het enthousiasme voor de strongman het best voorspelt.

Het laatste grote onderzoek van wijlen Bob Altemeyer (Authoritarian Nightmare: Trump and His Followers, 2020, zie de online bijlage) leverde de empirische bevestiging. Prejudice was de variabele die het beste (beter dan .80) het stemmen op Trump voorspelde. Beter dan RWA en SDO. En dat is precies wat je zou verwachten.

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

vrijdag 26 december 2025

Wat maakt de volgelingen van de strongman anders?

 

Laatst bijgewerkt: 26-12-2025 om 23.14 

 

Wat maakt de enthousiastelingen voorr de strongman anders dan de rest van de bevolking? Waardoor wijken de enthousiastelingen af? Dat was de grote vraag die de auteurs van TAP (The Authoritarian Personality, 1950) zich stelden.

 

Bevooroordeeldheid (prejudice) 

Hun onderzoek had als doel maten te vinden om vast te stellen wie de strongman zouden steunen. De auteurs vonden, zonder zich dat te realiseren, driemaal dezelfde variabele. Wij zouden die nu vermoedelijk omschrijven als bevooroordeeldheid (prejudice). Wat de volgelingen/gelovigen bindt zijn hun vooroordelen, hun geloof in onbewezen zaken.

Het vervolgonderzoek dat na 1950 tenslotte moeizaam van de grond kwam, heeft slechts de 'wortels' van bevooroordeeldheid blootgelegd. Rechts autoritarisme (RWA) en Sociale Dominantie Orientatie (SDO). Dat zijn twee totaal verschillende (vrijwel ongecorreleerde) maten die samen de bevooroordeeldheid van mensen voor meer dan de helft voorspellen.

Als je dan door redeneert, kom je uit bij het soortenmodel: er bestaan in beginsel vier verschillende soorten mensen. Drie van die soorten zoeken elkaar op en gaan klitten. En vormen samen een machtige groep die de overblijvende soort mensen als goedkope werkkrachten ziet. Als een soort slaven dus. Als mensen die onderdrukt en vervolgd moeten worden.

Wat is bevooroordeeldheid dan? Aan de ene kant is dat het geloof in de prietpraat van de strongman. Aan de andere kant zegt de strongman niet zo maar wat, maar probeert hij vooral zijn volgelingen te paaien met mooie verhalen. Of die verhalen kloppen of niet, zal hem worst zijn.

De strongman speelt in op de vooroordelen die zijn volgelingen al hebben en komt met verhalen, die ze mooi vinden om te geloven. De strongman komt met geestelijk brood voor zijn aanhangers, dat die aanhangers precies levert, wat ze willen horen.

Op die manier houden strongman en volgelingen elkaar omarmd. De strongman komt met de verhalen die de volgelingen/gelovigen graag willen horen. De volgelingen/gelovigen leveren als tegenprestatie hun blinde agressie. Op een wenk van de strongman gaan ze maar wat graag los tegen iedereen die ze als zwakker zien. Het mooiste is met een groep volgelingen/gelovigen te jagen op een of twee weerloze slachtoffers.

 

Tenslotte gaat het fout 

Toch zijn er dreigende problemen. Als volgeling/gelovige heb je met geweld jegens minderheden geen probleem. Maar als volgeling/gelovige wil je ook brood en spelen. Je wilt op tijd je natje en droogje en tussendoor wil je ook nog vermaakt worden. Eventueel door met andere volgelingen/gelovigen gezellig op de X te jagen. Wat kan er nog misgaan?

Als de strongman niet langer kan voorzien in je natje en droogje. Als het eten op is en er geen geld meer is om de dure levensmiddelen te betalen. Een situatie die nu in Rusland bestaat en in de VS dreigt. Je wilt de strongman graag geloven, maar als je maag schreeuwt om eten, is die schreeuw tenslotte lastig te negeren.

Wat kan er nog meer misgaan? Als de strongman heel enthousiast een doldwaas conflict begint, dat vervolgens zwaar tegenvalt of zelfs helemaal misloopt.

Hitler begon de Tweede Wereldoorlog heel enthousiast en kon vervolgens geen minuut wachten alvorens de niets vermoedende Sovjet-Unie binnen te trekken. Maar tenslotte lag Duitsland in puin, was Hitler dood en zegevierden de geallieerde strijdkrachten.

Ook de Bijbel rapporteert al soortgelijke verhalen. Toen de machtige koning Belsazar van Babylonië bedreigd werd door Meden en Perzen organiseerde hij niet een effectieve tegenaanval, maar stak hij zijn kop in het zand door een extra groot feest te organiseren. Diezelfde nacht viel de stad en was zijn heerschappij voorbij.

Friezen kennen de Slag bij Warns (Stavoren) in 1345. Graaf Willem IV van Holland was een machtig man. Hij kwam op het briljante idee Friesland bij zijn rijk te voegen. Dan konden de Friezen hem belasting betalen en werd hij nog rijker en nog machtiger. Met een vloot stak hij de toenmalige Zuiderzee over. Maar vervolgens ging het totaal anders dan hij zich had voorgesteld. Zijn troepen waren door de storm zeeziek geworden. De vloot was uitelkaar geslagen en de schepen landden verspreid van elkaar. De Friese boeren stonden klaar met hooivorken en andere geïmproviseerde wapens. Zijn leger werd vernietigd en de graaf vond de dood.

Hoe zijn dat soort 'vreemde vergissingen' mogelijk? Uit onderzoek weten we dat SDO'ers in beginsel nog steeds scherp kunnen denken, maar dat geldt niet voor de overige volgelingen/gelovigen. De mensen die hoog scoren op RWA (dus ook de double high strongman) hebben een cognitief probleem. Ze leven in een sociale werkelijkheid, ze zijn niet in staat de harde natuur met haar kille feiten te zien. Ze zijn letterlijk blind voor harde feiten. Ze zijn dus ook niet in staat iets (een onderneming of zichzelf) realistisch in te schatten. Hun 'men of action' (de generaals en officieren) kunnen dat wel, maar zijzelf kunnen dat niet. Daardoor gaat het onder leiding van de strongman tenslotte of militair fout, of qua productie en distributie.

 

 

 

 

 

 

 

 

donderdag 25 december 2025

George Orwell zag de fascist als bully, maar kwam niet verder dan dat

 

Laatst bijgewerkt: 26/12/2025 om 17.22 

 

Via Blendle krijg ik uit de Kanttekening van 23/12/2025 een interview te lezen van Ewout Klei met de schrijver Aart Aarsbergen over diens laatste boek, getiteld: 

Het verdwijnen van de waarheid.

De ondertitel van het boek luidt: 

De actualiteit van George Orwell

Het boek is uitgegeven door Uitgeverij Kleine Uil te Groningen (2025) en kost 19,50. Daar komt nog 4,10 bij voor verzending. Er is ook een e-versie beschikbaar, die belangrijk goedkoper is.

Naar aanleiding van dit interview vroeg ik me af: wat was precies de bijdrage van Orwell op het gebied van fascisme?

Natuurlijk hebben we zijn twee beroemde boeken Animal Farm en 1984. Beide boeken zijn romans, fictie dus, die gaan over totalitaire samenlevingen. Ze helpen om een voorstelling te maken van zo'n samenleving, zo lang je die niet uit eigen ervaring kent. Maar wetenschap is het natuurlijk niet echt, omdat je altijd zit met de vraag: klopt het of niet?

 

Orwell en Huizinga 

Als ik Orwell vergelijk met Johan Huizinga dan valt me vooral op dat Orwell pas echt op gang komt als de oorlog bijna voorbij is. Huizinga publiceerde In de schaduwen van morgen in 1935. Liefst vijf jaar voordat de Tweede Wereldoorlog ons land binnentrok. Je zou op grond daarvan kunnen zeggen: Huizinga was veel meer een ziener. Hij zag de dingen fout gaan. Hij zag de dreiging, observeerde scherp en kon daardoor het wezen van het fascisme akelig raak treffen.

Eignlijk zeg ik het dan fout. Huizinga zag het fascisme als iets dat bij de cultuur van zijn tijd hoorde. Als cultuur-historicus zag hij het in de cultuur van zijn tijd verkeerd gaan. Het kritisch oordelen was in onbruik geraakt. Men consumeerde vooral en had steeds minder aandacht voor productie. Op basis van wat we nu weten, had hij het scherp gezien. En zo zagen zijn tijdgenoten het toen kennelijk ook al. Zijn boek werd in vele talen vertaald en vele malen herdrukt.

 

De bijdrage van Orwell 

Terug naar Orwell. Als ik de bijdrage van Orwell op het gebied van fascisme nazoek, kom ik tenslotte uit bij een kort essay van hem, verschenen in 1944, getiteld:

What is Fascism?

Hier te lezen: https://www.orwell.ru/library/articles/As_I_Please/english/efasc.

Wat ik goed vind aan het stuk is ten eerste dat het grootste deel handelt over het feit dat 'fascism' zo'n vage term is, dat niemand precies weet, wat het is of moet zijn. En zo is het ook. Fascisme is een te vage term om empirisch wetenschappelijk gezien bruikbaar te zijn. In de praktijk is het vaak vooral een scheldwoord.

Alfa-wetenschappers gebruiken het wel volop, maar daarbij doet zich het probleem voor dat vrijwel ieder zichzelf respecterende hotemetoot zijn eigen definitie kiest en dat -- zoals in de alfawetenschappen gebruikelijk -- die definitie nooit op een operationeel niveau liggen. Ik noem als tegenvoorbeeld in dat verband graag Bob Altemeyer die in feite zijn hele werkzame leven besteedde aan de operationele definitie van RWA (Right Wing Authoritarianism). Dat geduld en die volharding is slechts weinigen gegeven.

Dan het tweede punt. Ondanks al die vaagheidsproblemen probeert Orwell toch een stap verder te gaan. Als je toch probeert te omschrijven wat 'fascisme' in de kern inhoudt, zegt Orwell, kom je uit bij de Engelse term bully. De stier, de schreeuwlelijk, de jongen die op het schoolplein de grootste bek heeft en anderen terroriseert.

De alinea waarin hij de kern van 'fascisme' omschrijft, luidt als volgt:

"Yet underneath all this mess there does lie a kind of buried meaning. To begin with, it is clear that there are very great differences, some of them easy to point out and not easy to explain away, between the régimes called Fascist and those called democratic. Secondly, if ‘Fascist’ means ‘in sympathy with Hitler’, some of the accusations I have listed above are obviously very much more justified than others. Thirdly, even the people who recklessly fling the word ‘Fascist’ in every direction attach at any rate an emotional significance to it. By ‘Fascism’ they mean, roughly speaking, something cruel, unscrupulous, arrogant, obscurantist, anti-liberal and anti-working-class. Except for the relatively small number of Fascist sympathizers, almost any English person would accept ‘bully’ as a synonym for ‘Fascist’. That is about as near to a definition as this much-abused word has come."

 

Hoe ziet het empirische onderzoek 'fascisme'? 

Hoe verhoudt dit zich dat tot de gang van zaken in het empirische onderzoek naar fascisme? 

Om te beginnen is de tegenstelling tussen fascisme en democratie die Orwell zag, hetzelfde als wat de aartsvaders (de auteurs van TAP, The Authoritarian Personality) zagen. Het centrale idee van fascisme is één grote leider. Eén koning of keizer, die de absolute macht heeft. Die ook de macht heeft om onderdanen die hem niet welgevallig zijn, om te brengen en op te offeren. Dat staat haaks op het idee van een democratie.

Ook de bully speelt in het empirische fascisme-onderzoek een belangrijke rol. Hij heet daar geen bully, maar strongman. Je zou ook kunnen zeggen: dictator.

Maar vervolgens maakten de auteurs van TAP een belangrijke draai en die draai maakten ze al voor en tijdens de oorlog. Het gaat niet om de bully of strongman, maar het gaat om de mensen die de bully op het schild hijsen. De mensen die de bully zijn macht bezorgen. De volgelingen, de gelovigen, de mensen die enthousiast over de bully zijn en in feite maar al te vaak bereid zijn op zijn suggestie geweld te gebruiken en zelfs bereid zijn voor hem te moorden.

Orwell ziet de bully als fascist, maar de auteurs van TAP (en ook de onderzoekers daarna) zagen de meute die de bully/strongman zijn macht bezorgt, als de bepalende factor. Want bullies heb je overal, maar de idioten die een van die bullies op het schild hijsen, dat is de echte factor die fascisme en een strongman mogelijk maken.

Fascisme moet je dus zien als enthousiasme voor de strongman. De mensen die achter de bully aanlopen, de meelopers, de schare volgelingen, de machtsbasis van de strongman, die vormen het echte probleem. En die mensen wijken op een bepaalde manier af van de rest. Bij Hitler koos slechts een belangrijke minderheid voor Adolf. In andere gevallen is het soms een kleine meerderheid, maar vaak ook een tijdelijke meerderheid.

De grote vraag is dus: wat maakt de enthousiastelingen voor de strongman anders dan de rest van de bevolking? Waardoor wijken de enthousiastelingen af? In de volgende post ga ik hierop in.

 

 

 

 

Twee manieren van denken

 

Mensen hebben in beginsel twee verschillende manieren van denken. Ik schrijf 'in beginsel' omdat niet bij iedereen beide manieren volop aanwezig zijn (goed ontwikkeld zijn).

De eerste manier van denken en de voor ons meest simpele (en evolutionair gezien de oudste) is de wens, het verzoek, de vraag, de kreet, de schreeuw om aandacht. In termen van B.F. Skinner (Verbal Behavior) heet dat 'manding'. De baby leert vaak al snel dat huilen melk kan opleveren. Later vragen we netjes: 'Kun je me de kaas even geven?'

Maar wat Hitler deed in zijn toespraken, was in feite precies hetzelfde. Hitler is daar in Mein Kampf heel duidelijk over. Zijn criterium voor succes, was het aantal nieuwe aanmeldingen voor de NSDAP. Als hij goed had gesproken, waren er van het totale publiek veel mensen die zich opgaven als lid.

Realiseer je even de betekenis hiervan. Als Hitler tekeer ging tegen Joden, was zijn doel slechts nieuwe SDAP-leden te winnen. Wat hij allemaal uitkraamde over Joden, was hem verder volledig worst.

Het criterium voor succes van deze manier van denken (manding, systeem 1 denken, leuteren, borrelpraat, sociaal babbelen) is dus of het praten en gelul leidt tot de gewenste actie en response bij het publiek. De baby wil melk en als zijn gekrijs die melk oplevert, is het helemaal oké.

Maar op een bepaald moment lang geleden, werd de baby groot en moest er eten op tafel komen. De baby werd man of vrouw en moest uit het gevaarlijke oerwoud of van de gevaarlijke savanne genoeg eetbare zaken mee terug sjouwen naar het dorp om zichzelf en het gezin in leven te houden.

Als je antilope ziet, helpt het niet om tegen het dier te schreeuwen, dat je honger hebt. Je hebt dus een totaal andere manier van denken nodig om de antilope te bemachtigen.

Bij deze tweede manier van denken is het criterium voor succes dus niet een mens uit je omgeving dat iets moet doen voor jou, maar de harde natuur, die je op een of andere manier moet bedwingen.

En inderdaad zijn er duidelijke aanwijzingen dat mensen in interactie met de harde natuur totaal anders denken en praten dan mensen die in het dorp samen eten of drinken.

Een mooi simpel voorbeeld van systeem 2 denken vind ik nog altijd de hoge boom in onze tuin, die gevaarlijk scheef stond. Bij een zuidwester storm kon de boom omgaan en zou dan met de top in ons huis slaan. Dat was dus een duidelijke reden om de boom te toppen.

Maar het was ook een heel mooie boom. En mijn buurman gruwde van het idee dat die prachtige boom getopt zou gaan worden. Hij verklaarde zichzelf dus tot groot deskundige op boomgebied en stelde daar alles van te weten. Ik kon gerust gaan slapen, die boom ging niet omvallen. Niet nu en niet later!

Maar ik was bang dat die boom niet zou luisteren en op een kwade dag gewoon zou doen wat extreem schuin staande bomen vaker plegen te doen. De buurman had met zijn prachtige pleidooi op mij niet het gewenste resultaat. Ik dacht, dat ik in dit geval beter systeem 2 denken kon toepassen en de wetten van de klassieke mechanica moest respecteren.

Hoe noemt B.F. Skinner die tweede manier van denken? De term uit Verbal Behavior die er het dichtst bij komt is 'tacting'. Je probeert de werkelijkheid te beschrijven. In dit geval dus eigenlijk: je probeert de werkelijkheid te voorspellen.

Een voorspelling is strikt genomen natuurlijk geen feit. Maar we onderscheiden goede voorspellingen (die uitkomen) en slechte voorspellingen (die niet uitkomen). En we proberen vervolgens onze voorspellingen zo te kiezen, dat ze zo vaak mogelijk uitkomen. Dat is dus precies wat empirische wetenschappers proberen te doen.

Beide manieren van denken hebben dus hun eigen criterium voor succes. De problemen ontstaan wanneer we ons dat niet goed realiseren. We willen graag een HSL, maar de natuur werkt tegen door daar een fors prijskaartje aan te hangen. Hitler wou graag een grote SDAP, omdat hij macht en invloed wilde. Maar zijn wilde gebral over Joden zou tenslotte resulteren in de Holocaust.

Wanneer we dus wensdenken gaan mengen met feitelijk denken, kunnen er rampzalige dingen plaatsvinden. Wanneer de groep heilig gelooft dat God bestaat, moet jij als eenling niet verkondigen dat dat onzin is. Want daarna is je leven in gevaar. Maar als je te maken hebt met iets als de opwarming van de Aarde en je gelooft Trump, dan moet je niet vreemd opkijken als daarna je leven ook bedreigd wordt. Het kan even duren, maar daarna komt de ellende (van het klimaat) wel.

 

 

 

 

 

De ellende met de HSL is niet voorbij, maar wordt alleen maar erger

 

In de Volkskrant van 24 december 2025 op pagina 24 een stuk van een pagina met de kop:

"Wanneer is ellende met de HSL voorbij?" 

In het stuk probeert Maarten Albers vier vragen te beantwoorden over de hogesnelheidslijn (HSL) tussen Schiphol en Rotterdam. Daaronder ook de vraag hoe dit allemaal kon gebeuren.

Maar als je je realiseert dat er tegenwoordig een steeds groter probleem aan het ontstaan is tussen feitelijk denken en wensdenken (geloof, opinies, wensen) dan zie je de problemen rond de HSL precies andersom. Die ellende begint pas en wordt alleen maar groter.

Dat onderscheid tussen feit en fictie, tussen feit en geloof, tussen harde waarheid en geloofswaarheid, tussen systeem 2 denken en systeem 1 denken, tussem traag denken en snel denken, tussen objectief en subjectief wordt voor moderne mensen steeds lastiger. Dat is de basis van bevooroordeeldheid, dat is de basis van de ruk naar rechts, dat is de basis van facisme, dat is de basis van de totalitaire samenleving, dat is de basis voor de ondergang van samenlevingen en culturen. 

Bevat het stuk in de Volkskrant aanwijzingen dat dit inderdaad het probleem was? 

De eerste raming voor de kosten van het project ging uit volgens het stuk van ongeveer 2,5 miljard euro. De uiteindelijke kosten bedroegen 7,5 miljard. Maar dat de kosten niet nog belangrijk hoger werden, kwam doordat men op allerhande onderdelen van het project extreem bezuinigde. Met het gevolg dat er dus nu voortdurend problemen zijn met de HSL.

Je wenst een HSL maar het mag niet kosten, wat het in feite moet kosten. Met andere woorden: eigenlijk heb je het geld, maar ondanks dat, moest het project toch doorgaan.

En de akelige werkelijkheid is dat het wensdenken niet gaat stoppen met of na de HSL. De tragische realiteit is dat het wensdenken alleen maar erger gaat worden op alle mogelijke gebieden.

 

 

 

 

 

 

maandag 22 december 2025

Het heilige geloof in depressies

 

Bij PAIS (Post Acuut Infectie Syndroom) geloven we dat de oorzaak beslist iets lichamelijks moet zijn en beslist niet psychisch is. Dat deed me denken aan depressies.

Ook bij depressies weten we zeker dat het iets lichamelijks moet zijn en beslist niet iets psychisch.

Maar ergens zit een paradox. Aan de ene kant worden we steeds bevooroordeelder. Onze opinies, geloven en wensen worden steeds belangrijker en leidinggevender. Maar bij zaken als PAIS en depressies geloven we juist dat al die overtuigingen niets met onze denkwereld te maken mogen hebben en beslist afkomstig moeten zijn uit die vreemde wereld van de harde feiten.

Waarom? Omdat het dan overtuigender klinkt. Ik denk mezelf niet depressief. Natuurlijk niet! Waarom zou ik dat doen! Dat komt van buiten! Dat komt over mij! Daar kan ik niks aan doen! Dat is de harde werkelijkheid die mij te pakken neemt! Ik ben slachtoffer en dien als slachtoffer behandeld te worden! Respect s.v.p.!