vrijdag 6 januari 2023

De werkelijkheid is tegenwoordig voor velen onvoorspelbaar

 

Het meest grappige bericht dat ik deze jaarwisseling las, ging over een 18-jarige vrouw. In haar hand had ze een aangestoken nitraatbom, maar ze was ondertussen zo druk met andere dingen, dat ze vergat die bom weg te gooien. Ze had geluk, het lijkt erop dat ze haar hand kan houden.

Waarom doe je zoiets? Ze had kennelijk geen idee waar ze precies mee bezig was.

 

Dit bericht werkte op mijn lachspieren, maar het is ook nogal triest. Als reactie bestelde ik het boek van W. F. Hermans: Door gevaarlijke gekken omringd. Hij zag kennelijk, wat ik ook vaak denk te zien. Mensen die niet precies weten, wat ze aan het doen zijn.


Op NOS.nl vond ik het volgende bericht (https://nos.nl/artikel/2458512-plastisch-chirurg-amputeerde-op-oudjaarsavond-hand-van-11-jarige-waar-zijn-we-mee-bezig). Ik geef alleen het begin:

 

'Plastisch chirurg amputeerde op Oudjaarsavond hand van 11-jarige: "Waar zijn we mee bezig?"

Terwijl op Oudejaarsavond om klokslag 00.00 uur de ene na de andere vuurpijl de lucht in schoot en iedereen elkaar vrolijk een gelukkig nieuwjaar wenste, stond plastisch chirurg Emma Paes met haar team druk te opereren in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht.Voorovergebogen over de hand van een 11-jarige jongetje konden de artsen niets anders dan concluderen dat een amputatie onvermijdelijk was. Niet veel later werd besloten dat zijn rechteroog vanwege uitgebreid letsel ook verwijderd moest worden.'


Het AD bracht op 3/1/2023 het volgende bericht (https://www.nu.nl/uit-andere-media/6245462/vader-van-mortiergranaatslachtoffer-14-uit-hengelo-vol-berouw.html):

 

'Vader van mortiergranaatslachtoffer (14) uit Hengelo vol berouw

De veertienjarige Hengelose jongen die op Oudejaarsdag zijn oog kwijtraakte bij een explosie van een mortiergranaat is nog steeds niet aanspreekbaar. Dat zegt zijn vader, die erbij was toen de bom ontplofte. De man kocht de illegale shell zelf, op straat. "Ik had daar moeten liggen."

Met een grote klapper. Zo zouden de 48-jarige Hengeloër en zijn zoon het jaar 2022 uitgaan. Maar die ene grote knal op Oudejaarsdag werd een drama. De shell ontplofte bijna in het gezicht van de veertienjarige jongen. "Hij had geen schijn van kans om te reageren", zegt de vader, die wel zijn verhaal wil doen maar niet wil dat zijn naam bekend wordt.

De zware mortierbom lag al maanden in de woning in de Hengelose Sterrenbuurt. Op Oudejaarsdag wilden vader en zoon de bom afsteken. "Het was 's middags rond vijf uur, het begon net te schemeren."

Eigenlijk had de vader de shell zelf willen aansteken. "Ik had daar moeten liggen", zegt hij over zijn zoon, die nu zwaargewond in het ziekenhuis ligt. "Maar mijn zoon wilde het graag doen. Ik heb hem nog gezegd hoe hij het moest aanpakken." Maar onmiddellijk na het aansteken van de lont ontplofte het zware vuurwerk.

Op het moment van de klap waren er geen andere mensen in de buurt, zegt de Hengeloër. "We deden het op een pleintje waar het op dat moment helemaal vrij was. Er stonden ook geen auto's. Ik dacht: hier kan het mooi, het is veilig."

De jongen raakte door de klap zwaargewond. Naast het feit dat hij bij de explosie een oog kwijtraakte is ook zijn neus gebroken. Verder heeft hij bij de klap een schedelbasisfractuur opgelopen. Ook het ooglid van het andere oog is bij de klap beschadigd geraakt. "Aan dat ooglid is hij inmiddels geopereerd, zodat hij z'n oog weer open en dicht kan doen. Dat moet nu genezen", zegt de vader.

Het slachtoffer is zaterdag meteen overgebracht naar het ziekenhuis in Enschede. Inmiddels ligt hij in het ziekenhuis in Nijmegen, dat specialisten heeft op het gebied van oogheelkunde. De vader heeft maandag rond het middaguur nog geen contact gehad met zijn zoon. "Hij is nog niet aanspreekbaar."

De vader erkent dat het om illegaal vuurwerk ging. "Ik dacht dat er een vertragingslont aan zat. Maar dat was het niet, het was een snellont. Aansteken… en direct boem. Er moet bij zo'n shell blijkbaar nog een langzame lont worden bevestigd aan die snellont. Ik dacht dat dat al geregeld was. De snellont was wel 60 centimeter lang, maar binnen een à twee seconden was ie weg."

Toen hij de gevolgen van de klap zag, zakte de grond naar zijn eigen zeggen onder z'n voeten weg. "Het ging zo snel. Je kunt amper reageren. Binnen enkele minuten waren de hulpdiensten er, gelukkig." De Hengeloër zoekt deze maandag naar woorden om zijn gevoel te omschrijven, laat veel stiltes vallen. Dan: "Dit is het allemaal niet waard geweest."

Na het ongeval ging uiteraard eerst alle aandacht uit naar de zorg voor zijn zoon. Maar de politie wil uiteraard ook weten waar de shell is gekocht. "Ik had hem al enkele maanden in huis liggen. Ik heb gereageerd op iemand die de shell op Facebook aanbood. Ik heb het vuurwerk opgehaald in Enschede. De verkoper gaf aan: kom maar daar en daar, dan zien we elkaar wel, hij kwam aanrijden op een scootertje. Ik had geen naam of niks..."

De vader zag er aanvankelijk geen gevaar in, zegt hij. "Ik dacht: waarom niet? Ik heb er maar eentje gekocht. Je mag tegenwoordig bijna niks meer met vuurwerk." Volgens de Hengeloër was het de eerste keer dat hij illegaal vuurwerk kocht. "Dan doe je een keer iets dat niet mag en dan gebeurt dit... Bij ons in de buurt wordt wel vaker van dat spul afgestoken. Ik heb er 20 euro voor betaald."'


Maar het is niet alleen vuurwerk, waarbij je je afvraagt of men wel helemaal weet waar men mee bezig is.

 

Het AD berichtte op 2/12/2022 over de Mandelabrug die per direct moet worden afgebroken wegens fouten in de berekeningen bij de bouw (https://www.ad.nl/zoetermeer/mandelabrug-over-a12-per-direct-afgesloten-wegens-gevaarlijke-scheuren-station-zoetermeer-dicht~ab572db4/).

 

Mandelabrug over A12 per direct afgesloten wegens gevaarlijke scheuren, station Zoetermeer dicht

De Mandelabrug, de karakteristieke glazen brug over de A12, is niet veilig en gaat daarom per direct dicht. De brug is sinds vrijdagavond 20.00 uur niet meer te gebruiken. Station Zoetermeer is daardoor ook gesloten.

De plotselinge sluiting heeft alles te maken met de eerdere ontdekking van scheurtjes in betonnen liggers, ouderdomsverschijnselen van de dertig jaar oude brug. Toen zei eigenaar gemeente Zoetermeer dat er geen gevaar was maar dat er wel onderzoek zou volgen. De brug kreeg meetapparatuur om problemen te registeren. Enkele gespecialiseerde adviesbureaus keken ondertussen nog eens goed naar de scheurvorming én pakten de originele constructieberekeningen erbij van de bouw in 1989. Daarvoor zijn letterlijk dozen vol papieren uit het archief gehaald.
Een van de verbindingen waar een ligger op een staander rust, waar meetapparatuur op is aangesloten. De brug werd sinds begin dit jaar gemonitord.
Een van de verbindingen waar een ligger op een staander rust, waar meetapparatuur op is aangesloten. De brug werd sinds begin dit jaar gemonitord. © AD

Na het doorrekenen van die gegevens gingen alle alarmbellen af: de Mandelabrug is helemaal niet veilig, concluderen de experts. ,,Bij de constructieberekeningen zijn fouten gemaakt. De brug is veel te zwaar voor de ondersteuning. Dit is heel slecht nieuws’’, reageert wethouder Marijke van der Meer (openbare ruimte).


 

De Telegraaf meldt op 21/12/2022 een bericht over de Prinses Margriettunnel (https://www.telegraaf.nl/nieuws/1553707819/ruim-2000-grote-zandzakken-in-a7-tunnel-niet-genoeg-nog-7500-extra-nodig).

 De vloer van de tunnel is omhoog gekomen. In eerste instantie heeft men de schade proberen te beperken door 2000 super grote zandzakken te plaatsen. Helaas blijkt dat niet voldoende, men gaat nog eens 7500 bij plaatsen.

Het gaat me niet om het plaatsen van die zandzakken, maar om het gegeven dat in een nog vrij nieuwe tunnel de onderkant opeens omhoog komt. Kennelijk is er bij de bouw nogal geknoeid. Of het ontwerp deugde niet, of de uitvoering. Voor die conclusie hoef je geen helderziende te zijn.

 

 

Hermans dacht dat hij door gevaarlijke gekken omringd werd. Ik denk dat hij in essentie gelijk had, maar met die omschrijving komen we niet echt veel verder.

Wat we om ons heen zien, zijn mensen met een hoog ontwikkeld systeem 1. Ze kunnen babbelen als Brugman. Maar doordat ze opgegroeid zijn in een rijke omgeving waarin geen harde eisen aan hen werden gesteld, is hun systeem 2 denken nooit ontwikkeld.

Ze hebben een brandende nitraatbom in de hand, maar begrijpen niet, dat die bom niet begrijpt, dat hij even moet wachten met ontploffen. Domme bom! Inderdaad, maar helaas, zo werken nitraatbommen nu eenmaal.

Een vader koopt voor veel geld een mortiergranaat, maar weet in de verste verte niet wat dat precies is. Dat zo'n ding behoort te worden afgeschoten uit een mortierbuis heeft hij nog nooit gehoord.  Nee, een stevige knal lijkt hem heel gaaf en heel lollig. Daar moet je niet al te moeilijk over doen.

Dan hebben we een prachtige en veel bejubelde Mandelabrug. Helaas blijken de sterkteberekeningen gebakken lucht.

Tenslotte is er een recent gebouwde tunnel waarin het wegdek opeens de lucht inschiet. Maar geloof me, de natuur is heel wetmatig, de natuurwetten zijn niet opeens gewijzigd.

Wat er veranderd is, zijn de mensen. Moderne mensen geloven dat je het met de natuur wel op een akkoordje kunt gooien. Even kletsen en dan begrijpt die natuur wel wat de bedoeling is.

Wat we zien, zijn problemen met systeem 2 denken. We kunnen vandaag de dag prima babbelen, maar we hebben een probleem met koel, gericht, rationeel denken. We begrijpen niet langer dat opinies iets totaal anders zijn dan harde feiten. We geloven dat we het met de natuur op een akkoordje kunnen gooien, maar de Natuur trekt zich van onze wensen en gebabbel niets aan.

 

 

 


 






donderdag 5 januari 2023

Wie valt voor de strongman, is 'fascist'!

 

Laatst bijgewerkt: 8/1/2023 om 1.00

 

Trouw lijkt vandaag (5/1/2023) in de greep van de filosoof en rechtse schrijver Michel Houellebecq te zijn. Eerst besteedt Sylvain Ephimenco zijn column aan dit figuur. Daarna volgt in de Verdieping nog een artikel van een pagina lang over de vraag of de man nu kunstenaar is of toch racist?

De strekking van dat laatste artikel is dat het vooral een groot schrijver/kunstenaar is, en tja die hebben nu eenmaal een bepaalde vrijheid nodig. En misschien is de man toch ook wel een beetje een racist. Hij is beide tegelijk.

De column van Ephimenco is meer uitgesproken. We mogen Houellebecq geen 'fascist' noemen. Want dan zouden we ons schuldig maken aan 'wokisme' en dat willen we natuurlijk niet.

Wat is 'wokisme'? Dat is dat alles en iedereen die een andere mening heeft dan degene die beschuldigt,  wordt gelabeld als 'extreemrechts'.

Hmmm. Dat betekent dus dat je niemand meer 'extreemrechts' mag noemen of 'fascist' want zodra je dat doet, maak je je schuldig aan 'wokisme'. Met andere woorden: fascisten bestaan niet langer. Nou ja, ze bestaan misschien nog wel, maar je mag ze ze niet langer 'fascist' noemen.

Het doet me denken aan de oorlog in Oekraïne, die er onmiskenbaar wel is, maar die van Poetin geen 'oorlog' genoemd worden. Het is slechts een speciale militaire operatie om Oekraïne te bevrijden van 'fascisten', vindt hij.

Ik weet eigenlijk niet zoveel van Houellebecq. Wat me bijstaat is dat het geen fris figuur is. Maar gelukkig helpt de column me verder. De man heeft ooit beweerd: 'Trump is de beste president die ik ooit heb gezien'.

Maar wacht even, dan ben je dus fascist. Mensen die achter de strongman aanlopen, zijn 'fascist'. Of je dat nu leuk vindt of niet. De (operationele) definitie van 'fascist' is: iedereen die achter de strongman aanloopt.

Waarom is dat zo? In het empirische onderzoek naar fascisme zoals dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in de VS begon, wilde men fascisme meetbaar maken. Maar wat is precies een 'fascist'?

Wel, daar bedoelde men de mensen mee in Duitsland, die Hitler aan de macht hadden geholpen. De belangrijke minderheid van Duitsers die op Hitler gestemd hadden, voordat hij aan de macht kwam.

Die mensen kon men natuurlijk niet goed ondervragen vanuit de VS, maar de onderzoekers realiseerden zich dat het om een algemeen iets ging. Je had overal fascisten, je had overal mensen die de strongman zouden steunen, zodra ze zijn roep zouden horen.

De (operationele) definitie voor fascist is dus: een ieder die achter de strongman aanloopt of de strongman op andere wijze steunt.






 


 


Alleen fascisten geloven in foute woorden, zinnen, teksten en boeken

 

In een voorgaande blogpost maakte ik me vrolijk over het idee van 'strafbare teksten'. Maar eigenlijk is dat wat gevaarlijk. Je maakt je vrolijk over iets, je vindt het vreemd, je vindt het belachelijk. Je reageert dus emotioneel op een verschijnsel. Dat is op zich niet zo erg en wel begrijpelijk, maar als je het bij die emotionele reactie laat, veeg je misschien een belangrijk verschijnsel onder het tapijt. Je gooit misschien het kind weg met het badwater.

In de Volkskrant van 4/1/2023 vind ik een betoog van Leo Lucassen dat vrijwel volledig het idee van foute en strafbare teksten onderschrijft (https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/1762/articles/1743072/27/1). Ik zou denken een tekst is een tekst, maar hij ziet dat totaal anders.

Ik ben zo vrij zijn betoog hierna integraal over te nemen.


-----

Politici en media moeten zich veel duidelijker uitspreken tegen racistische incidenten

Omvolkingstheorie

Het is tijd om racistische leuzen - zoals die op de Erasmusbrug geprojecteerd - principiëler te bestrijden, bijvoorbeeld via het Wetboek van Strafrecht. Ook is meer bewustwording nodig van de gevaarlijke ideologie van de 'omvolking'.

LEO LUCASSEN
De projectie van racistische teksten op de Rotterdamse Erasmusbrug in Nieuwjaarsnacht leidde tot veel verontwaardiging. En terecht. De in extreemrechtse kringen bekende 'fourteen words' ('We must secure the existence of our people and a future for white children') is namelijk een internationale strijdkreet van groeperingen die menen dat het 'blanke ras' op het punt van uitsterven staat.

De bedenker van deze slogan, vaak gevolgd door de zin 'Because the beauty of the White Aryan woman must not perish from the Earth', was de Amerikaanse neonazi David Lane. Deze werd in 1983 lid van 'The Order', die als doel had 'ons volk te bevrijden van de Joden en het Arische ras de totale overwinning te brengen'. Na een aantal terroristische aanslagen op vertegenwoordigers van wat zij de 'zionistische bezettingsstaat' noemden, werd hij in 1985 tot 190 jaar veroordeeld, om in 2007 op 55-jarige leeftijd achter de tralies te sterven.

Waar veel onderzoekers dachten dat we met een langzaam uitdovende ('fout na de oorlog'-)beweging te maken hadden, bleek haar vitaliteit aanzienlijk groter. Zo werden op Twitter de racistische projecties op de Erasmusbrug door Forum voor Democratie enthousiast begroet, terwijl Ongehoord Nederland-boegbeeld Raisa Blommestijn het als een gerechtvaardigd opkomen voor de witte medemens beschouwde.

Maar ook het dehumaniseren van vluchtelingen en het voortdurende propageren van de omvolkingsdenken door PVV-politici als Bosma en Wilders, of hun Vlaamse evenknieën Dewinter en Van Langenhove, heeft een maatschappelijk klimaat gekweekt waarin extreem-rechtse denkbeelden steeds ongeremder en openlijker worden geuit.

De verklaring daarvoor is dat de wortels van het 'white supremacist'-denken veel dieper reiken dan het nazisme. Met name in Noord-Amerika is het ten nauwste verbonden met de door de eeuwen van interne slavernij ingebakken dehumanisering van zwarte en gekleurde Amerikanen.

Het door de Ku Klux Klan gevoede idee dat afstammelingen van tot slaafgemaakten door de afschaffing van de slavernij en de daarop volgende gelijkberechtiging de positie van witte Amerikanen zouden bedreigen was wijdverbreid. Dit leidde in de periode 1883-1941 tot minimaal 4.500 lynchpartijen. Van de slachtoffers was het overgrote deel zwart; in bijna een kwart van de gevallen ging het om witte Amerikanen die de moed hadden zich tegen het racisme te keren.

Het idee dat het witte ras superieur was, werd aan het einde van de 19de eeuw door uiteenlopende wetenschappers aan prestigieuze Amerikaanse universiteiten bovendien actief verspreid en werd een cruciale factor in de discussie over immigratie, die toen nog vrijwel uitsluitend uit Europeanen bestond.

De kerngedachte was dat het 'Nordic race', degenen afkomstig uit Noordwest-Europa, op het punt stond uit te sterven door de massamigratie van Zuid- en Oost-Europeanen, met name Joden. Door hun aantallen en vermenging met de 'Nordics', waarbij de inferieure genen opvallend genoeg altijd zouden winnen, dreigden die minderwaardige rassen de strijd te winnen.

Dat dit bepaald geen marginale ideeën waren, blijkt onder meer uit de geschriften van de bekende president Theodore Roosevelt over 'race suicide'. Maar ook uit het feit dat het de leidende gedachte vormde van de in 1907 door het Congres ingestelde Dillingham-commissie die de oorsprong en gevolgen van de Europese migratie moest onderzoeken.

Met name het zeer populaire en onder meer in het Duits vertaalde boek The passing of the Great Race (1916) van de zeer gerespecteerde New Yorkse filantroop en natuurbeschermer Madison Grant, leverde de nodige ammunitie voor anti-immigratiewetten na de Eerste Wereldoorlog. Waar voor Chinezen (en andere Aziaten) al vanaf 1882 de deuren waren gesloten, gebeurde dat tussen 1918 en 1924 ook min of meer voor Zuid- en Oost-Europeanen.

Grant voorspelde een gitzwart toekomstbeeld als de immigratie niet onmiddellijk zou stoppen en het hoeft niet te verwonderen dat de nazi's in de jaren twintig het inmiddels in het Duits vertaalde boek van Grant verslonden. Hitler bedankte Grant en noemde diens boek 'mijn Bijbel'.

En nu, een eeuw later, blijken die ideeën steeds openlijker te worden verspreid en gedeeld, in zowel de VS als Europa, en vormen ze de inspiratie voor terroristen, zoals Breivik in 2011, gevolgd door minstens twaalf andere aanslagen wereldwijd, waarbij zo'n tweehonderd doden vielen, waaronder joden, moslims, sikhs, Mexicanen, Afro-Amerikanen en tientallen leden van de jeugdbeweging van de Noorse sociaal-democraten.

Het is tijd om dit soort haatzaaiende en apocalyptische ideeën principiëler te bestrijden. Te denken valt aan het inzetten van artikel 137d van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht ('aanzetten tot haat tegen of discriminatie van mensen'), maar belangrijker lijkt mij een grotere bewustwording bij (mainstream) politici en media, die zich veel duidelijker tegen dit soort giftige en - in uiterste consequentie - moorddadige ideologieën moeten uitspreken.

Leo Lucassen is directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar in Leiden.
-----

 

De kop van het artikel heeft het over zich uitspreken tegen racistische incidenten. In Canada wordt een inheemse vrouw vermoord en wij spreken hier uit, dat we het daar niet mee eens zijn. Maar in Zuid-Amerika worden aan de lopende band transgenders vermoord, als je je dus uitspreekt tegen iedere afzonderlijke moord ben je wel even bezig. Ik denk zelfs dat je in dat geval nooit klaar komt, want in de VS vinden ook nog al wat moorden plaats met een racistische achtergrond. En wat moet je dan met al die doden in Oekraïne? Dat is toch ook een vorm van racisme, dus ook daar zullen we ons tegen uit moeten spreken.

Maar wacht even, alleen politici en media hoeven zich uit te spreken. Een blog is echter ook een medium. Dat wordt dan dagelijks een lange lijst met racistische moorden waartegen ik me moet uitspreken. Niemand leest dat natuurlijk, maar goed, het houdt me wel van de straat.

Vervolgens komt er in het betoog een merkwaardige overgang. Eerst hebben we het over racistische incidenten, daarna over racistische leuzen. In de optiek van Lucassen is dat kennelijk hetzelfde. Als Jood zou ik liever naar mijn hoofd krijgen 'vuile Jood' dan dat ik de gaskamer in moest, maar in de optiek van Lucassen is beide eigenlijk hetzelfde.

Bovendien gaat het in dit specifieke geval niet om kreten die naar een individueel lid van een minderheidsgroep worden geschreeuwd, maar om algemene slogans en uitspraken die op een brug worden geprojecteerd. In het ene geval is zo'n kreet bedreigend en gevaarlijk, in het andere geval is het vooral een kreet die in de ruimte zweeft. Iemand roept iets. Maar mensen roepen zo veel.

Wat er dus gebeurt, is dat Lucassen van een mug een olifant probeert te maken. Een algemene kreet wordt opgewaardeerd tot een racistisch incident.

Dan die eerste twee zinnen van het betoog:

'De projectie van racistische teksten op de Rotterdamse Erasmusbrug in Nieuwjaarsnacht leidde tot veel verontwaardiging. En terecht.'

Iemand projecteert wat zinnen op een brug, mensen winden zich daar vreselijk over op en Lucassen laat weten, dat hij het met die verontwaardigde mensen helemaal eens is. Hij geeft een mening, maar geen feit. Andere mensen zullen precies de omgekeerde mening hebben. Uit het vervolg van zijn stuk blijkt dat ook. Wie heeft er dan gelijk?

De enige manier om zo'n meningsverschil te beslissen, is kijken naar de feiten. Maar bij opinies lukt dat niet, dat lukt alleen bij toetsbare uitspraken. Iedereen mag zijn eigen opinies hebben, maar niet zijn eigen feiten. In dit geval gaat het om opinies, die kwestie valt dus niet met hard onderzoek te beslechten.

Even verder stelt hij:

'Waar veel onderzoekers dachten dat we met een langzaam uitdovende ('fout na de oorlog'-)beweging te maken hadden, bleek haar vitaliteit aanzienlijk groter.'

Onderzoekers moeten onderzoek doen en de resultaten melden. Onderzoekers die vooral denken (lees: filosoferen, leuteren) lijken me geen echte onderzoekers. Dat blijkt ook, want deze mensen zaten er volledig naast. Lucassen dacht dat het onderzoekers waren, het waren in werkelijkheid leuteraars. Dat vergroot je vertrouwen in zijn oordeel niet.

Dan merkt Lucassen op:

'Maar ook het dehumaniseren van vluchtelingen en het voortdurende propageren van de omvolkingsdenken door PVV-politici als Bosma en Wilders, of hun Vlaamse evenknieën Dewinter en Van Langenhove, heeft een maatschappelijk klimaat gekweekt waarin extreem-rechtse denkbeelden steeds ongeremder en openlijker worden geuit.'

Lucassen suggereert hier een oorzaak voor het opkomen van extreem-rechtse denkbeelden, maar heeft daar weer geen echte gegevens over. Je weet niet precies waardoor rechts zo is opgekomen. Hij kwebbelt maar wat. Het klinkt leuk, maar als je beter kijkt, betekent het niets, is het nergens op gebaseerd.

Dan beweert hij iets, dat nogal merkwaardig is:

'[. . .] dat de wortels van het 'white supremacist'-denken veel dieper reiken dan het nazisme.'
De stelling dat de wortels van het 'white supremacist'-denken veel dieper reiken dan het nazisme, mist iedere grond en is onzinnig. De nazi's hebben door de oorlog en de Holocaust tientallen miljoenen mensen de dood ingejaagd. Hoe kun je beweren dat witte-supermens- denkers erger zijn dan nazi's? De nazi's waren juist typische gelovers in het idee van de witte mens als supermens. Dit is weer iets beweren, dat diepzinnig klinkt, maar volstrekte onzin is.

Hoe denkt Lucassen de in zijn opvatting foute ideeën te bestrijden? Wel, dat laat hij graag over aan de Officier van Justitie. Het strafrecht moet worden ingezet om zijn opinies kracht bij te zetten.

Maar als je je mening met geweer en knoet aan de rest van de bevolking wilt opleggen, ben je volgens mij een aspirant strongman. Je wacht slechts op je kans de macht te grijpen.

Lucassen zelf heeft geen feitelijke argumenten voor zijn meningen. Het is allemaal geroeptoeter, bedoeld de oppervlakkige lezer te imponeren. Het is bullshit. Fascisten zullen die bullshit echter niet herkennen als bullshit, dat is nu eenmaal wat hen tot fascist maakt. Het niet door het verhaal van de strongman heen kijken.

Wat als het strafrecht het laat afweten? In dat geval wordt door Lucassen de eerdere oplossing weer van stal gehaald. Meer bewustwording van het foute karakter van deze foute ideeën en ons er meer tegen uitspreken.

Hoe moet ik me die extra bewustwording voorstellen? Komt die als stof uit de lucht vallen? De problemen met ons uitspreken tegen alles dat fout is, signaleerde ik al. Je komt er nooit klaar mee en het helpt niet echt. Het is niet effectief.

Het verhaal van Lucassen is snel wat roepen om sociaal te scoren. Daarmee stelt hij zichzelf op een lijn met de extreem-rechtse volksmenners, die hij stelt zo te verfoeien.

Wat kunnen we uit het voorgaande leren? Mensen in de alfacultuur blijven in het paradigma functioneren dat het soortenmodel schetst. Ze willen voor alles bij de groep horen en in de groep zo hoog mogelijk komen. Ze doen dat door de juiste dingen te roepen. De stellingen die hun groep graag wil horen.

Ze zijn kennelijk niet in staat echt anders te denken, dan in goede en foute woorden, uitspraken, teksten en boeken. Ze komen met imponerende lariekoek aanzetten, maar hebben geen feitelijke argumenten waarom het standpunt dat ze zien als fout, inderdaad fout is.

Ik denk dat de zaak simpel is. Alleen fascisten geloven in goede en foute woorden, zinnen, teksten en boeken.

De onbevooroordeelde geesten kijken of een uitspraak klopt met de waarneembare feiten. Het enig harde criterium dat er is, om bullshit te onderscheiden van zinnige informatie.


 

 

 

 

 

 

Fascisme is het niet herkennen van bullshit

 

Laatst bijgewerkt: 5/1/2023 om 13.28

 

Nederlandse media grossieren in nepnieuws. Dat klinkt als een nogal wilde stelling, maar je kunt die eenvoudig valideren. Neem een willekeurige nieuwsbron en tel de hoeveelheid opinie-verhalen ten opzichte van alle verhalen. Een opinie kun je nooit hard maken en is dus per definitie nepnieuws.

Aan de andere kant produceert iedereen wel eens een opinie en gaat het dus misschien wat ver om zo'n uiting dan onmiddellijk als nepnieuws in te delen. Wanneer je zegt, dat je wel een koek wilt, produceer je eigenlijk een opinie. Het is iets, dat je zegt, dat je beweert, waar geen harde onderbouwing voor is. We accepteren de uitspraak op basis van degene die deze uit. Hij zegt het, dan zal het wel zo zijn.

Het punt waar het natuurlijk om draait, is dat in het ene geval die opinie duidelijk herkenbaar is als opinie, terwijl in de media opinies vaak worden gebracht als feiten. Je moet soms akelig scherp lezen om te zien, dat wat als feit gepresenteerd wordt in werkelijkheid slechts een opinie is.

Wanneer men feitelijk nieuws probeert te brengen, gaat het vaak mis. Trouw bracht vanochtend (5/1/2023) een groot verhaal op de voorpagina met de kop Doorbraken in de wetenschap worden zeldzamer. De basis voor dat verhaal is een groot kwantitatief onderzoek in een groot aantal wetenschappelijke publicaties. Het verhaal heeft daardoor een solide feitelijke basis.

Helaas gaat het daarna toch mis. De journalist in kwestie acht zichzelf niet in staat het gepubliceerde artikel te begrijpen en gaat daarom te rade bij iemand van een universiteit. Het gevolg is dat wat een goed feitelijk onderbouwd verhaal had kunnen worden, nu vooral een stuk is geworden dat gebaseerd is op de wilde opinies van een enkele 'wetenschapper'.

Wanneer ik vervolgens ga kijken op Nu.nl wordt het nog doller. Onder de kop GEZONDHEID heeft het eerste item de titel: Twijfel je over een dry january? Zo slecht is alcohol (hier: https://www.nu.nl/gezondheid/6244615/twijfel-je-over-een-dry-january-zo-slecht-is-alcohol.html).

Als lezer zou je een solide verhaal verwachten, dat via vergelijkend onderzoek demonstreert wat de mortaliteit van alcoholgebruik is. We hadden 10.000 tot Javanengemaakten over. Die hebben we verdeeld in twee groepen. De groep die 2 glazen wijn per dag kreeg, ging maar liefst 12 jaar eerder dood. In die trant.

Niet leuk voor de tot Javanengemaakten, maar wel heel verhelderend.

In plaats daarvan krijgen we een stuk tendentieuze reclame van de stichting IkPas om in te schrijven op hun dry january actie.

Nu erger ik me wel aan zo'n stuk verkapte reclame, maar voor mij is dat verder niet een echt probleem. Ik herken het item al snel voor wat het is: tendentieuze reclame vol allerhande wilde uitspraken van veronderstelde experts. Maar als je je realiseert dat veel mensen niet meer goed begrijpend kunnen lezen en dat zelfs veel studenten dat ook niet meer kunnen en ook nooit meer leren ...

Dit is slechts een misleidende reclame om op iets in te tekenen. Als iemand erin trapt, valt het vermoedelijk nog wel mee. Maar politici komen natuurlijk met vergelijkbare misleidende reclame.

Dat is in feite de basis voorn het empirische onderzoek naar autoritarisme en discriminatie. Wie precies waren de Duitsers die in de dertiger jaren van de vorige eeuw vielen voor Hitler? Op welke punten week deze belangrijke minderheid van fascistische Duitsers af van de grote meerderheid?

Inmiddels weten we hoe we dat soort mensen kunnen herkennen. We weten de punten waarop ze afwijken van de rest. De bepalende variabele is het instemmen met vooroordelen. Wilde, op niets gebaseerde uitspraken, die mensen toch graag geloven.

Je verwacht dus dat de mensen die intekenen op zo'n 'dry january' actie bevooroordeelde geesten zijn, die niet alleen snel intekenen op zo'n actie, maar ook gemakkelijk te porren zijn om de eerstvolgende strongman enthousiast toe te juichen.

Als je je dat realiseert, dan is ook duidelijk hoe je discriminatie, fascisme en verrechtsing kunt bestrijden. Mensen zouden weer fatsoenlijk moeten leren om begrijpend te lezen. Met zulke misleidende teksten als dit keer op Nu.nl zouden ze geen enkele moeite moeten hebben om die te herkennen als bullshit.

Als je er dus over nadenkt, is fascisme eigenlijk niets anders dan het niet herkennen van bullshit. We meten het als bevooroordeeldheid, maar de vaardigheid waar het om gaat, is het herkennen van bullshit.






 

woensdag 4 januari 2023

Strafbare teksten

 

In tegenwoordige kranten staan weinig feiten en veel meningen. Dat maakt het vaak moeilijk iets te vinden dat de moeite van het lezen echt waard is.

Vandaag heb ik echter geluk. Ik ontleen het citaat aan de Volkskrant van vandaag (4/1/2023), maar in andere kranten en nieuwsbronnen stonden het zelfde bericht.

Het citaat luidt:

'Het Openbaar Ministerie meldde dinsdag dat de teksten strafbaar zijn, en dat de politie een strafrechtelijk onderzoek is begonnen.'

Een rechtse actiegroep heeft teksten op de Erasmusbrug geprojecteerd en tijdens het aftellen naar het nieuwe jaar waren die zichtbaar op tv.

Mijn voorstel is de foute teksten stevig te straffen. Ik stel voor minimaal 30 jaar eenzame opsluiting. Geen contact met andere foute teksten. En strenge bewaking door een nog op te richten tekst-politie.

Wat de stelling van het Openbaar Ministerie nog grappiger maakt, is de bewering dat de tekst BLM (Black Lives Matter) niet racistisch is, maar de tekst WLM (White Lives Matter) wel.

Mijn voorstel is het hier niet bij te laten. Ook de stelling van Pythagoras dient onverwijld opgesloten te worden. In dat geval is 30 jaar niet lang genoeg. Levenslang dient die stelling van haar vrijheid beroofd te worden.

Immers tal van scholieren worden door die stelling levenslang beschadigd. Meer evidentie voor het agressieve gedrag van die stelling is moeilijk voorstelbaar. Als dat nog niet genoeg is voor levenslange opsluiting . . .

En wees gerust: een beroep op de universele rechten van de mens zal in dit geval niet baten, want een stelling is natuurlijk geen mens.


Feit of mening?

Het voorgaande laat ook zien, hoe lastig het onderscheid feit/mening soms is. De stelling van het Openbaar Ministerie dat die teksten strafbaar zijn, is natuurlijk slechts een mening. 

Maar op het moment dat het Openbaar Ministerie die mening naar buiten uitdraagt, wordt die mening een feit. Het Openbaar Ministerie heeft dat immers daadwerkelijk beweerd. Of de bewering klopt of niet klopt met feiten of wetgeving, doet daarbij niet langer ter zake.

In Europa heerst een vernietigende oorlog. Maar het Nederlandse Openbaar Ministerie gelooft oprecht dat er strafbare teksten bestaan.

Mijn voormalige baas zou zeggen: 'Het is wat!' Maar misschien is dat in dit geval niet de juiste reactie.

Het zou immers kunnen, dat het ene niet los staat van het andere. Als je in het ene land volstrekte idioten hebt, waarom zou je die  dan ook niet in het andere land hebben?

Het zou dus kunnen dat de fascistische manier van denken die typerend is voor de Russen onder Putin ook de basis is voor het idee in Nederland dat je strafbare teksten hebt.

Had de Rooms Katholieke kerk niet ooit een lijst met verboden boeken? Haalden de nazi's niet hele bibliotheken leeg om de boeken op straat te verbranden?

Was tot voor kort Mein Kampf in Nederland niet verboden? Een boek dat de sleutel vormt tot het begrijpen van de Tweede Wereldoorlog was tot voor kort in Nederland verboden. Kan het nog gekker?

 

 

 

 



 

De twee culturen hypothese opnieuw bevestigd: angstige studenten leren langzamer

 

 Laatst bijgewerkt: 4/1/2023 om 2.35

 

De basis van discriminatie

Discriminatie ontstaat doordat een moderne landbouw-samenleving is opgebouwd uit verschillende soorten mensen. Van die vier soorten trekken drie elkaar aan, klitten en vormen een machtige groep. De machtige groep is gericht op discriminatie en onderdrukking van de minderheid, die bestaat uit de vierde soort.

De bindende factor tussen de drie soorten is bevooroordeeldheid. Een hoge mate van bevooroordeeldheid hebben ze gemeenschappelijk. De vierde soort (de zogenaamde double lows, bèta's of boeren) onderscheidt zich door een lage mate van bevooroordeeldheid

Dat betekent dat in een moderne landbouw-samenleving twee tegenovergestelde culturen bestaan. Een hoge cultuur die enerzijds gericht is op groep en status en anderzijds op discriminatie en uitbuiting van de minderheid en een lage cultuur die gericht is op overleven, veiligheid en productie.

Een belangrijk verschil tussen de leden van beide culturen zit in hun gerichtheid en vaardigheid. De leden van de hoge cultuur hebben een sterk ontwikkeld systeem 1 (het emotionele systeem), maar een slecht ontwikkeld systeem 2 (het systeem van rationeel denken).  De leden van de lage cultuur bezitten ook een goed werkend systeem 1, maar beheersen daarnaast ook systeem 2 in hoge mate.

Een ander verschil tussen beide culturen is de manier van denken. De hoge cultuur denkt bij voorkeur deductief (van binnen naar buiten: ik  voel, ik vind, ik wil) en associatief (bij zwart denk ik aan dom, dus moet zwart wel dom zijn, anders zou ik dat niet denken). De lage cultuur denkt bij voorkeur inductief (van buiten naar binnen, ze nemen graag informatie op mits die klopt) en analytisch. Hun favoriete denkstijl is functioneel denken: waarom doen we dit?, wat gebeurt er als we dit doen? Hoe moet dit precies?

De basis van discriminatie wordt beschreven door het soortenmodel. Het soortenmodel vat slechts zo beknopt mogelijk samen wat uit het empirische discriminatie-onderzoek bekend is. Uit het soortenmodel volgt dat er twee tegenovergestelde culturen bestaan in moderne landbouwsamenlevingen.

Een tweede empirische bevestiging van het soortenmodel via een totaal andere route werd in de vorige blogpost besproken. Bij instructie via het online educatieve programma TAVAN wordt gevonden dat studenten die hoog scoren op de taalfactor (iets) meer moeite hebben met het opnemen van nieuwe informatie. Er werd een significante, maar lage correlatie gevonden tussen de taalfactor en leersnelheid. In beginsel zijn het twee totaal verschillende dingen, maar wie goed kijkt, ziet dat mensen die goed zijn in taal in doorsnee iets trager zijn met het oppikken van nieuwe informatie. Dit bevestigt de twee culturen hypothese. De ene groep studenten is wel talig, maar niet erg analytisch. De andere groep studenten is minder talig, maar wel behoorlijk analytisch. Simpel gesteld: er zijn alfa- en bèta-studenten.

Valt er meer bevestiging te vinden voor de twee culturen hypothese? Dat is het onderwerp van onderstaande post.



Angstige studenten staan minder open voor nieuwe informatie

In The Economist (November 5th, 2022, p. 77) vind ik een artikel over examenvrees dat mijn aandacht trekt.

Het gaat om een onderzoek van Maria Theobald en anderen  in Psychological Science (https://journals.sagepub.com/doi/full/10.1177/09567976221119391).

De samenvatting die de onderzoekers maakten, is heel leesbaar en laat ik hier volgen:

'Do test-anxious students perform worse in exam situations than their knowledge would otherwise allow? We analyzed data from 309 medical students who prepared for a high-stakes exam using a digital learning platform. Using log files from the learning platform, we assessed students’ level of knowledge throughout the exam-preparation phase and their average performance in mock exams that were completed shortly before the final exam. The results showed that test anxiety did not predict exam performance over and above students’ knowledge level as assessed in the mock exams or during the exam-preparation phase. Leveraging additional ambulatory assessment data from the exam-preparation phase, we found that high trait test anxiety predicted smaller gains in knowledge over the exam-preparation phase. Taken together, these findings are incompatible with the hypothesis that test anxiety interferes with the retrieval of previously learned knowledge during the exam.'

Men heeft onderzocht hoe angstig medische studenten waren voor een belangrijk examen. Doordat de voorbereiding liep via een digitale leeromgeving, kon men ook vooraf nauwkeurig het kennnisniveau van de kandidaten meten.

Hoewel angstige studenten het inderdaad slechter blijken te doen op het examen, blijkt die angst geen enkele voorspellende waarde te hebben. Hun voorafgaande kennis blijkt echter wel een goede voorspeller, de examenvrees voegt daar verder niets aan toe.

In het onderzoek werd echter nog iets gevonden. Studenten die angstig (zeggen te) zijn voor het examen, blijken een lagere leersnelheid te hebben. Ze gaan minder snel vooruit dan studenten die niet angstig zijn.

Het artikel in The Economist formuleert:

'The greater a student's anxiety in the days before the exam, the lower his of her knowledge-gain was during that period [...]'.

 

Wat het onderzoek extra interessant maakt, is dat de onderzoekers de verklaring niet zien, voor wat ze precies gevonden hebben.

Zij zoeken de oplossing voor het 'probleem van de examenvrees' in een benadering waarbij studenten hun geloof in eigen kunnen moeten vergroten (door zichzelf te vertellen dat ze al heel veel weten). Hun tweede oplossing is het belang van het examen leren relativeren: als ik zak, doe ik het gewoon een jaar later opnieuw.

Maar als je vindt, dat examenvrees geen enkele invloed heeft op je prestaties tijdens een examen, dan is examenvrees natuurlijk helemaal geen probleem. Je maakt je druk over iets, dat er op het examen niet toe doet.

Bovendien als je matige studenten vertelt, dat ze al heel veel weten, dan zullen ze dat opvatten als: gelukkig, ik hoef dus niet meer echt naar de stof te kijken. De suggestie is onwaar en kan verkeerd uitwerken.

Wat de onderzoekers natuurlijk gevonden hebben, is dat systeem 1 denkers minder open staan voor nieuwe informatie dan systeem 2 denkers. De systeem 1 denkers richten zich op hun emotionele systeem, hun gevoel. Het is een belangrijk examen, gaan ze dat wel halen? Het examen wekt negatieve gevoelens op. Die negatieve gevoelens blokkeren het rustig kijken naar en opnemen van de aangeboden nieuwe informatie.

De systeem 2 denkers daarentegen hebben hun leven lang geprobeerd systeem 1 niet de overhand te laten krijgen. Ze voelen dus vermoedelijk wel angst, maar willen daar niet op focussen. Angst is normaal en gezond. Ze richten hun aandacht zo volledig en geconcentreerd mogelijk op de aangeboden informatie. Wat staat er precies? Wat betekent dat precies? Snap ik het echt? Ze zullen zichzelf vragen gaan stellen, omdat ze twijfelen aan hun eigen beheersing. Ik begrijp het nog steeds niet helemaal. Laat ik nog een keer kijken. In die trant.

Wat Theobald e.a. gevonden hebben, is dat je twee soorten studenten hebt. De ene soort probeert zijn emoties te onderdrukken en focust op de nieuwe informatie. De andere soort focust op de eigen emoties en uit die ook desgevraagd. Maar die focus op de eigen emoties gaat niet samen met een sterke focus en concentratie op de nieuwe informatie. Wie focust op systeem 1 kan niet tegelijkertijd ook focussen op systeem 2.

Het omgekeerde is niet waar. Uit de experimenten en interviews van Asch weten we, dat mensen die focussen op systeem 2 ondertussen systeem 1 laten doordraaien. Dat is ook logisch, systeem 1 is een automatisch werkend systeem dat altijd werkt, ongeacht of men dat wil of niet. Het probleem voor de systeem 1 denkers ontstaat doordat men de bewuste aandacht volledig focust op systeem 1. Men ziet daardoor de omringende werkelijkheid niet langer. In dit geval de aangeboden informatie.

Simpel geformuleerd: je hebt emotionele studenten die focussen op systeem 1 en je hebt leergierige, analytisch denkende studenten die focussen op systeem 2. Maar dat is in feite de twee culturen hypothese. Eenvoudiger gesteld: je hebt alfa- en bèta-studenten.

 

Nawoord

We hebben uit drie verschillende bronnen bevestiging voor de twee culturen hypothese. Allereerst het empirische discriminatie-onderzoek naar fascisme en autoritarisme, aangevuld later met sociale dominantie. Ten tweede het TAVAN-resultaat dat leersnelheid en de taalfactor licht negatief correleren. Ten derde dit resultaat: angstige studenten leren minder snel.  Anders geformuleerd: neurotische studenten nemen niet goed informatie op.

De grote vraag die dan overblijft is: wat is nu precies de variabele die het onderscheid maakt? Is dat inderdaad iets als neuroticisme/angstigheid of gaat het, zoals het soortenmodel voorspelt om bevooroordeeldheid?

De grote vraag is dan als volgt. Wanneer je twee niet neurotische mensen neemt, zit er dan verschil in mate van open staan voor nieuwe informatie? Meer specifiek: is een 'man of action' (wel sociaal-dominant, maar niet autoritaristisch) een even goede probleemoplosser als een double low (niet sociaal dominant en niet autoritaristisch)?

Lijkt me niet moeilijk. De double low wint. De man of action wordt gehandicapt door zijn drive om sociaal te scoren. Hij of zij kan daardoor nooit volledig focussen op het probleem in kwestie.

Maar dat is slechts mijn inschatting. Onderzoek moet uiteindelijk het definitieve antwoord leveren.

 







maandag 2 januari 2023

De taalfactor en leersnelheid correleren negatief, dat pleit voor de twee culturen hypothese

 

Laatst bijgewerkt: 5/1/2023 om 23.58

 

Het soortenmodel vat de resultaten van het empirische discriminatie-onderzoek beknopt samen. Het stelt dat moderne landbouwsamenlevingen bestaan uit in beginsel vier verschillende soorten mensen. Drie van die vier soorten zoeken elkaar op, klitten en vormen een machtige groep. Die machtige groep kan alleen overleven door de productie van de vierde groep (de double lows of bèta's) af te romen. Je verwacht dus in een moderne landbouw-samenleving twee tegengestelde culturen te vinden. In de ene gaat het om productie en overleven, in de andere gaat het om bij de groep horen en zo'n hoog mogelijke status bereiken. 

Maar wordt deze twee culturen-hypothese ook bevestigd via ander onderzoek?

Hierna beschrijf ik hoe we via een totaal andere methode vonden dat de taalfactor en leersnelheid licht negatief gecorreleerd zijn. Mensen die goed zijn in taal, staan minder of niet open voor nieuwe informatie en omgekeerd. Omdat vaardigheden normaal onderling altijd positief gecorreleerd zijn, is dat een uiterst merkwaardige uitkomst. Deze uitkomst bevestigt echter wel de twee culturen hypothese. 


Mijn vrouw en ik hebben samen een lesmethode ontwikkeld die de schrijfvaardigheid van studenten in korte tijd belangrijk verbetert*. Dat is vrij uniek, want voor zover bekend zijn er geen andere methodes bekend die overdraagbaar zijn en dat ook doen.

Onze methode gaat uit van een online computerprogramma, dat we zelf ontwikkeld hebben en toezicht door een docent. Beide componenten zijn essentieel. Het computerprogramma is 'niet leuk', dus als je wilt dat studenten het serieus doorwerken, heb je iemand nodig, die zorgt dat ze dat inderdaad doen. Anders zitten ze in die tijd porno te kijken of op Facebook.

Wat is in 'korte tijd'? In de testfase waren dat 10 computerlessen van een uur. In de praktijkfase van 8 jaar is dat uitgebreid naar iets van 20 lessen van een uur.

Wat is 'belangrijk verbetert'? Nu wordt het even wat technisch. De studenten die het TAVAN-programma (TAVAN staat voor TAalVAaardigheid Nieuw) gedaan hadden, waren 1,1 SD verbeterd in schrijfvaardigheid. Dat geldt als erg veel. De controlegroep met een traditioneel programma om beter te leren schrijven, was niet verbeterd.

In gewone mensentaal: studenten maakten nogal wat fouten in hun schrijfprodukten, maar na het TAVAN-programma gedaan te hebben, was dat met ruim 20% afgenomen. Dat lijkt misschien niet veel, maar het levert zichtbaar en merkbaar een andere tekst op. (Beoordelaars beoordelen een tekst vooral op basis van het aantal fouten per honderd woorden.)

Wat bedoel ik met overdraagbaar? De meeste lesmethodes om schrijfvaardigheid te verbeteren bestaan uit een boek eventueel aangevuld met een docent-handleiding. Iedere docent geeft daar vervolgens zijn eigen invulling aan. Het boek controleert niet, wat de docent precies doet in de klas, laat staan wat een student doet. Verder heeft een docent slechts beperkte mogelijkheden, omdat je in een klas met 30 studenten nooit voortdurend iedereen individueel kunt begeleiden en feedback kunt geven.

Onze methode vraagt slechts dat de docent zorgt dat de student het programma doorwerkt. Het programma zit zo in elkaar, dat de student dan inderdaad doet, wat hij moet doen. Het bevat niet allerhande toeters en bellen waardoor de student kan wegvluchten van de echte leertaak.

Wat is het geheim van TAVAN? TAVAN presenteert de student steeds een enkele, korte zin waar een fout in zit. De taak van de student is die fout te vinden en die te verbeteren. Het programma checkt vervolgens de oplossing van de student aan de hand van de docent-antwoorden. De student 'hoort' onmiddellijk of het goed was of niet.

Wat TAVAN eigenlijk doet, is de student kritisch leren lezen. Klopt de zin of kan die op een bepaald punt nog beter?

Om wat voor studenten ging het? Het programma is uitgetest en daarna nog 8 jaar toegepast op eerstejaars hbo-studenten. Maar in beginsel is het programma voor alle mogelijke doelgroepen geschikt. 

In de 8 jaar dat het programma in het reguliere onderwijs draaide, is op verschillende manieren gecheckt of studenten inderdaad nog steeds vooruitgingen. Steeds werd hetzelfde resultaat gevonden.

Natuurlijk is het programma in die 8 jaar ook nog verder verbeterd. Het is precies een van die verbeteringen die leidde tot het merkwaardige resultaat dat in deze blogpost centraal staat.

 

Wat de (taal)docent niet kent, deugt niet

Je zou denken, prachtig! Eindelijk is er na ruim honderd jaar een effectief programma beschikbaar om de schrijfvaardigheid van studenten in korte tijd belangrijk te verbeteren. (De speurtocht naar methodes om de schrijfvaardigheid van studenten te verbeteren, begon in de VS bij Harvard ruim een eeuw geleden.) Maar nee, taaldocenten en Neerlandici zien ons programma als vloeken in de kerk. Ons programma deugt niet en wij deugen nog minder.

Dat lijkt misschien een vreemde reactie. Maar in de Verenigde Staten heeft men ooit een groot onderzoek gedaan om de meest effectieve lesmethodes voor basisonderwijs te vinden. Die vond men inderdaad (Direct Teaching), maar vervolgens gebeurde er iets vreemds. Die methode werd nooit ingevoerd. Docenten vonden het een erg 'foute' methode. De methode deugde niet, kon niet deugen en de ontwikkelaar deugde nog minder.

Docenten hebben hun eigen idee over wat goede methodes zijn en zullen ieder andere methode hartstochtelijk bevechten als volstrekt fout en verwerpelijk. Vertel een docent niet wat hij moet doen, want dan tast je hem in zijn eer aan en wordt hij ziedend. Er trekt een rood waas voor zijn ogen.

Je zou kunnen zeggen: docenten staat niet open voor informatie dat andere methodes van lesgeven beter zouden kunnen zijn. In zekere zin is dat ook begrijpelijk: als docent wil je blijven lesgeven op de manier zoals je dat altijd gedaan bent. Ieder andere methode is een inbreuk op de vertrouwde gang van zaken.

Op een of andere manier heeft de methode van direct teaching echter toch ingang gevonden. Niet in de VS, maar in Hong Kong en China. Wie wel eens een video heeft gezien, hoe het in zo'n Chinese klas toegaat, kan zijn ogen niet geloven. Ze noemen het daar geen 'direct teachting', maar dat is het onmiskenbaar wel. Wat Amerikaanse docenten wisten tegen te houden, lukte hun Chinese collega's niet. Wie daar niet mee wilde doen, kon het kennelijk schudden.

Wat kunnen we leren van dit soort reacties? Docenten, en veel taaldocenten in het bijzonder, staan niet echt open voor nieuwe informatie. Als ze geconfronteerd worden met nieuwe informatie, reageren ze daar emotioneel op. Door die emotionele reactie zijn ze niet langer in staat de nieuwe informatie tot zich te nemen en te verwerken.

Taaldocenten en gewone docenten zijn echter niet de enigen, die aan dit euvel lijden.


TAVAN meet de taalfactor

TAVAN ontwikkelt niet alleen de (basale) schrijfvaardigheid van studenten, maar meet die ook voortdurend. Het is dus niet alleen een schrijfmethode, maar ook een testmethode.

Hoe kan dat? De student krijgt steeds een foute zin, die verbeterd moet worden. Naarmate de student dat beter kan, scoort hij hoger op taalvaardigheid. De TAVAN-score blijkt vrijwel perfect te correleren met alle andere methodes om taalvaardigheid te meten.

Als je erover nadenkt, zou iedere onderwijsmethode misschien zo in elkaar moeten zitten. Als je beter wilt worden in iets, dan moet je die vaardigheid trainen. Maar zodra je beter wordt in iets, moet dat ook zichtbaar zijn.

Ik had het over methodes om de taalvaardigheid te meten. Eigenlijk zijn dat er niet zo veel. Allereerst is er het holistisch oordeel. De docent kijkt naar het schrijfproduct (het opstel) en zet er dan een cijfer op. Die methode werkt wel, maar de betrouwbaarheid is uiterst laag. Het subjectieve oordeel van de docent kan snel de overhand kunnen krijgen.

De tweede methode bestaat uit het gebruik van een objectieve taaltest. Dat kan dus een meerkeuze-item zijn of een ander item dat objectief valt na te kijken. Deze tests zijn valide en betrouwbaar.

De derde methode bestaat uit de taalitems van een intelligentietest, maar eigenlijk is dit hetzelfde als de vorige methode.

De vierde methode bestaat uit het aantal fouten per honderd woorden volgens een of meer beoordelaar(s). Eventueel gebruik je bij meerdere beoordelaars alleen de fouten die beide beoordelaars hebben gezien.

Al die methodes leveren (binnen de grenzen van hun soms zeer beperkte betrouwbaarheid) precies dezelfde factor op. Die factor staat bekend als de taalfactor. Welke taaltest je ook pakt, zodra die een betrouwbare score levert, blijk je in de praktijk altijd de taalfactor te meten.

Met de taalfactor blijkt iets vreemds aan de hand te zijn. Je zou denken dat taal gaat over betekenis. Maar de taalfactor is volledig herleidbaar tot het aantal taalfouten per honderd woorden. De betekenis van de taal die gebruikt wordt, speelt voor de taalfactor geen rol.

De taalfactor wordt ook door intelligentietest gemeten, maar daarnaast meten intelligentietest nog iets anders. Een soort algemene intelligentie, een factor die sterk verwant is aan analytisch denken, goed kunnen leren, scherp kunnen lezen en goed zijn in rekenen en wiskunde.

Wat we dus normaal betitelen als IQ is in werkelijkheid een mengsel van de taalfactor met de algemene intelligentiefactor.

 

TAVAN meet ook de leersnelheid

Terug naar TAVAN. Op een bepaald moment ontdekten we, dat veel studenten de feedback (de informatie na een fout antwoord, dus het docentantwoord) niet lazen, maar weg klikten. Als deze studenten de feedback zagen, wisten ze: hun antwoord was fout. Daarna gingen ze zo snel mogelijk door met het volgende item. Ze wilden de fout zo snel mogelijk achter zich laten.

Als je daarna hetzelfde item nog een keer aanbood, werd het door deze studenten opnieuw fout gemaakt. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Het programma werd zo gewijzigd, dat studenten gedwongen werden het docentantwoord echt te lezen en die kennis daarna zelf toe te passen. Anders ging het programma niet verder.

Een volgende stap was via het programma bijhouden, hoe vaak iemand na een fout een item opnieuw fout maakte.

Nu bleek dat sommige studenten na een fout antwoord, die fout nooit opnieuw maakten. Ze lazen het docentantwoord eenmaal, verwerkten de informatie en deden het daarna altijd goed. Andere studenten bleken echter niet het docentantwoord te lezen, die informatie niet te verwerken en maakten het item gewoon opnieuw fout. Soms tot wel 19 of 20 keer.

 

Een vreemd resultaat

De verbeterde versie van TAVAN meet dus niet alleen de taalfactor, maar ook de leersnelheid. Nu wordt een vreemd verband zichtbaar. Leersnelheid blijkt licht negatief te correleren met de taalfactor. Studenten die na een fout antwoord de fout nooit opnieuw maken, blijken in doorsnee iets slechter te scoren op TAVAN dan studenten die de fout wel opnieuw maken.

Normaal is het zo, dat vaardigheidstests onderling altijd positief correleren. Wie goed is in de ene vaardigheid, is  ook goed (althans iets beter dan gemiddeld) in andere vaardigheden. Dat is de basis van intelligentietests. Welke items je precies gebruikt in de test doet er vaak niet veel toe. Mensen die hoog scoren op de test, doen het op school en in beroep beter.

Nu bleek deze stelling niet te kloppen. Het punt is niet alleen dat taalvaardigheid en de leersnelheid licht negatief correleren, maar dat ze vooral niet correleren. Taalvaardigheid is kennelijk iets totaal anders dan leersnelheid (het opnemen van nieuwe informatie).

Wie verder zoekt, vindt dat de niet lerende studenten ultra snel reageren, maar ze reageren door de informatie weg te klikken. De snel lerende studenten daarentegen gebruiken veel meer tijd om de feedback (het goede antwoord) te lezen, te bestuderen en op te slaan.

Die afwezige positieve correlatie betekent, dat intelligentietests twee totaal verschillende factoren door elkaar hutselen. Goed zijn in taal is kennelijk een ding. Snel informatie oppikken, goed leren is een totaal ander ding. Hoe kan dat?

Een taal leren is als het om je moedertaal gaat, vooral een kwestie van gevoel. Je voelt dat bepaalde constructies niet goed zijn. Je voelt, zo zeggen we dat niet. Maar nieuwe informatie je eigen maken, is een systeem 2 activiteit. Het vereist bewust en gericht nadenken. Het vereist mentale activiteit om het punt op te slaan, zodat je het volgende keer automatisch goed doet.

Wat we met TAVAN dus gevonden hebben, is dat studenten die een sterk ontwikkeld systeem 2 denken bezitten in verhouding een iets minder sterk ontwikkeld systeem 1 denken hebben en omgekeerd. Met andere woorden: studenten specialiseren zich kennelijk in systeem 1 of systeem 2 denken.

Hoe komt dit en wat betekent dit? Voor het antwoord op die vraag moeten we ons verdiepen in de resultaten van het empirische onderzoek naar fascisme.


De discriminatie-factor en het soortenmodel

Door de merkwaardige reacties op het proefschrift van mijn vrouw en mij (waarin we TAVAN beschreven) was ik me intensief gaan verdiepen in het empirische discriminatie-onderzoek. Als je wordt aangevallen als onderzoeker, kun je net als madame Curie ooit deed, slechts één ding doen: nog harder doorgaan met je onderzoek.

Mijn onderzoek van wat er aan informatie te vinden was, had als resultaat opgeleverd dat bevooroordeeldheid de factor moet zijn, die de geneigdheid tot discrimineren meet.

De twee drijfveren waardoor mensen geneigd zijn te discrimineren, zijn (rechts) autoritarisme (alles willen doen om bij de groep te horen) en sociale dominantie (alles willen doen om de top van de groep te bereiken). Die twee drijfveren bepalen samen het grootste deel (meer dan de helft) van bevooroordeeldheid.

Bevooroordeeldheid is niet alleen het enthousiast instemmen met het geloof, de meningen en de overtuigingen van je groep, maar het is ook de agressie- en discriminatiefactor. De meest bevooroordeelde mensen zijn ook het agressiefst en discrimineren het fanatiekst.

Als je op basis van de empirische resultaten verder redeneerde, kwam je uit op het soortenmodel. Dat stelt, dat een moderne landbouw-samenleving bestaat uit in beginsel vier soorten mensen. Drie van die vier soorten zoeken elkaar op, gaan klitten en vormen een machtige groep. De vierde soort, de double lows (of bèta's, boeren), worden niet gezien als behorend tot de machtige groep. Zij vormen de minderheidsgroep, wijken af, worden gediscrimineerd, uitgebuit, onderdrukt en gebruikt voor voedselproductie en het oplossen van alle mogelijke problemen. Zij zijn als het ware de werkbijen, die het goede leven van de 'hogeren' mogelijk maken.

In een moderne landbouw-samenleving ontstaan en zijn daardoor altijd twee verschillende culturen aanwezig. Aan de ene kant de alfacultuur van de machtige groep, aan de andere kant de bètacultuur van de double lows. Op basis van wat er uit onderzoek bekend is, kun je voorspellen, dat dit voortdurend weer zal gebeuren.

Om te overleven in die twee culturen, heb je voor iedere cultuur andere vaardigheden nodig. In de bètacultuur moet je aan de ene kant voldoende produceren, aan de andere kant moet je de gevaarlijke alfa's steeds een stap voor zijn. Onder die omstandigheden leef je als het ware in een levensgevaarlijk oerwoud. Je moet  het systeem 2 denken optimaliseren. Je moet het gevaar al zien, voordat het er is. Terwijl je ook de mogelijkheden tot productie optimaal moet benutten.

In de alfacultuur draait alles echter om sociaal handig reageren. De machtigen in de alfacultuur bepalen wie wat krijgt. Het enige middel dat iemand heeft om de machtigen gunstig te stemmen is de mond. Je moet voortdurend zeggen, wat de leiders willen horen. Je moet voortdurend hun vooroordelen bevestigen. Je moet de mensen met macht voortdurend naar de mond praten,

In de ene cultuur moet je de levensgevaarlijke wereld waar je in zit, voortdurend een stap voor zijn. Je moet dus optimaal voorspellen. In de andere cultuur moet je subtiel aanvoelen wat je machtige opponenten willen horen. In de ene cultuur draait alles om goed voorspellen, in de andere cultuur draait alles om het met woorden bevredigen van de ander.

Uitgaande van het soortenmodel verwacht je dat bèta's goed zijn in het hanteren van systeem 2: het rationele denksysteem om de harde wereld te voorspellen. En je verwacht dat alfa's goed zijn in het hanteren van systeem 1: door taal de ander emotioneel bevredigen.

Dat is precies wat we via TAVAN vinden. Leersnelheid (het open staan voor nieuwe informatie) correleert licht negatief met de taalfactor. De beheersing van systeem 1 en 2 vormen totaal verschillende vaardigheden, waarbij geldt dat mensen die goed zijn in de ene vaardigheid, naar verhouding vaak iets minder goed zijn in de andere.

TAVAN levert daarmee op een onverwachte manier bevestiging op voor de stelling dat er in moderne landbouw-samenlevingen twee tegenovergestelde culturen bestaan.

Maar zijn mijn vrouw en ik de enigen die een dergelijk resultaat gevonden hebben?

Wordt vervolgd.

 


* Meten en maximaliseren van basale schrijfvaardigheid. Anouk van Eerden, Mik van Es. Proefschrift. Rijksuniversiteit Groningen, 2014.