dinsdag 17 januari 2023

Waarom geloven alleen fascisten/gelovigen in foute woorden, zinnen, opmerkingen, teksten en boeken?

 

De vorige blogpost werd onbedoeld toch weer erg lang. Mijn stelling was dat alleen 'fascisten' (mensen die de roep van de strongman niet kunnen weerstaan) denken in foute woorden, opmerkingen, zinnnen, etc. Ik probeerde te illustreren en te toetsen aan een korte bijdrage in de NRC over de 'foute' teksten die rond de jaarwisseling op de Erasmusbrug in Rotterdam werden geprojecteerd.

Laten we voorlopig even aannemen dat ik gelijk heb. Waarom is dat dan zo? Wat is het mechanisme hierachter?

Er zit kennelijk een fundamenteel verschil in de manier waarop fascisten/gelovigen teksten interpreteren en de manier waarop niet bevooroordeelde mensen dat doen. Wat is dat verschil precies?

Laat ik eerst de werkwijze van de onbevooroordeelde geesten schetsen. Iemand komt met een uitspraak. Bijvoorbeeld: er staat in jullie tuin een roze olifant. Dat is een vrij vreemde uitspraak, maar geen reden om boos of kwaad te worden. Klopt die uitspraak met de feiten? Vermoedelijk niet, maar als we echt zeker willen zijn, kunnen we even kijken.

Voor een onbevooroordeelde geest is een uitspraak waar (in overeenstemming met de waarneembare feiten) of niet waar (niet in overeenstemming met de waarneembare feiten). Natuurlijk zijn er veel vage uitspraken, die niet verwijzen naar harde feiten. Wel, dat is simpel, dat is geleuter, bullshit, opinie. Iedereen mag vrij leuteren, maar je mag niet je eigen feiten kiezen of construeren. Over de feiten zouden we het eens moeten kunnen worden.

Op deze manier bekeken, is er geen enkele reden de strijd aan te gaan met de zee van opinies, wilde verhalen en overig geleuter die je voortdurend in boeken en de media kunt vinden. Dat is nu eenmaal zo, daar zullen we mee moeten leren leven.

Hoe ziet een fascist/gelovige een uitspraak? Voor een fascist/gelovige bestaat de harde, externe realiteit niet echt. Hij of zij leeft in een sociale wereld van gebabbel. De groep en de leiders van de groep bepalen of de groep een opmerking oké vindt of niet oké. Opmerkingen zijn dus per definitie goed of fout en het criterium is simpel en snel. Als het publiek of de hoger geplaatsten de opmerking goed vinden, is die goed. Als ze hem fout vinden, is die fout.

Het oordeel van de groep of de strongman kan natuurlijk gemakkelijk opeens volledig veranderen. Dan verandert het oordeel van de fascist/gelovige mee. Woorden en opmerkingen hebben dus alleen sociale betekenis. Feitelijke betekenis bestaat niet voor de fascist/gelovige.

De waarheid van de fascist/gelovige is dus, dat bepaalde door de strongman aangewezen uitspraken oké zijn, zonder dat dat valt te koppelen aan een externe betekenis. Uitspraken hebben dus voor een fascist/gelovige nooit een diepere inhoud. Het enige dat ze weten, is dat bepaalde frases oké zijn en andere frases volledig niet oké zijn en bestreden moeten worden.

Voor de fascist/gelovige is 2+2=4 waar, omdat de juf het zegt. Maar als de juf zegt, dat 2+2=5, dan is dat waar. Ze snappen dus niet echt het verschil tussen beide uitspraken.

Beide uitspraken zijn voor de fascist/gelovige slechts manieren om sociale bijval op te wekken. De relatie met de harde werkelijkheid is er voor hem of haar niet.

In de korte tekst die onderwerp van de vorige blogpost bleek dit ook. Op geen enkele manier werd duidelijk wat nu precies de kwalijke uitspraken waren geweest en waarom die dan wel kwalijk waren. Dat deed niet ter zake. De groep vond het kennelijk 'foute' uitspraken, wel nu dan waren het 'foute' uitspraken die zo fanatiek mogelijk bestreden moesten worden. Dus de verspreiders van deze foute uitspraken moesten met harde hand tot de orde worden geroepen.

Onmiddellijk daarop volgde een pleidooi om voor elkaar open te staan. Volstrekt strijdig met het vorige, maar de schrijfster zag het probleem niet. Het waren toch allebei 'goede' standpunten, die ze verkondigde?

Abel J. Herzberg schreef het al: fascisten zijn van binnen leeg. Er is iets mis met hun cognitie. Maar wat er mis is met hun cognitie, is dus dat opmerkingen alleen geëvalueerd worden via hun systeem 1. De opmerking is goed of die is fout. Een diepere betekenis ontbreekt voor hen. Ze zien alleen de talige oppervlakte van de uitspraak en moeten het daarmee doen.

 

 

 

 

 

 

 

 


 

maandag 16 januari 2023

Alleen 'fascisten' geloven in foute woorden, zinnen en opmerkingen (2)

 

In een eerdere blogpost (https://stopdiscriminatie.blogspot.com/2023/01/alleen-fascisten-geloven-in-foute.html) kwam ik met de stelling dat alleen 'fascisten' geloven in foute woorden, zinnen, teksten en boeken.

Met 'fascist' bedoel ik dan iedereen die de strongman (dictator of aspirant dictator) volgt. Ik bedoel 'fascist' dan dus niet als scheldwoord, maar puur als beschrijvende term. Het gaat om de mensen die zich enthousiast achter de strongman scharen, hem steunen, op hem stemmen en alles voor hem willen  doen. Wat ze speciaal graag willen doen met zijn toestemming, is het samen met groepsgenoten vervolgen van minderheden.

Dankzij ongeveer 80 jaar onderzoek kunnen we die geneigdheid om de strongman te volgen op een groot aantal verschillende manieren meten. De belangrijkste en meest ingeburgerde manier is bevooroordeeldheid. Het instemmen met op niets gebaseerde populaire uitspraken die betrekking hebben op minderheidsgroepen.

Als je bevooroordeeldheid wat ruimer neemt, valt ook het geloof in complottheorieën eronder. Als je het nog iets wijder neemt, valt alle irrationele geloof eronder. Fundamentalistisch gelovigen scoren uitermate hoog op bevooroordeeldheid.

Bevooroordeeldheid kun je ook meten via de 'wortels' (basisvariabelen) die het aansturen. Die wortels meten de drijfveren die mensen hebben om bevooroordeeld te denken. Het zijn (rechts) autoritarisme en sociale dominantie.

Die twee wortels samen bepalen het grootste deel van alle verschillen in bevooroordeeldheid tussen mensen. Daarbij doet zich iets vreemds voor: beide wortels zijn totaal verschillend. Als je weet, hoe autoritaristisch iemand is, weet je nog vrijwel niets over zijn sociale dominantie.

Rechts autoritarisme is de neiging om je aan de heersende autoriteiten te onderwerpen en te geloven wat zij je vertellen. De autoritarist denkt: alle zegen komt van boven. Met 'van boven' bedoelt hij dan niet de harde Natuur, maar de mensen die sociaal boven hem staan qua status. Voor de autoritarist is de groep het middel om in de harde natuur te overleven. De groep is zijn alles.

Sociale dominantie is de neiging om ten koste van alles de top van de groep te bereiken. Hoe hoger je komt, hoe meer macht je krijgt. Die macht levert grote voordelen op.

Fascisme meten we dus in de eerste plaats via bevooroordeeldheid. Bevooroordeeldheid is niet alleen de variabele die bepaalt of we achter de strongman aanlopen, het is ook de variabele die bepaalt, hoe we denken.

Mensen kunnen van oudsher op twee verschillende manieren denken, Ze hebben twee verschillende manieren van bestaan en overleven. In de groep moet het gezellig zijn en willen we de onderlinge samenhorigheid vergroten. In het oerwoud gaat het erom te overleven en buit te bemachtigen. In de groep proberen we leuk en gezellig te kwebbelen, zodat onze status omhoog gaat. In het oerwoud moeten we scherp nadenken en het gevaar zien, voordat het gevaar ons ziet.

Die twee denksystemen worden aangeduid als systeem 1 en systeem 2. Met systeem 1 vragen we als baby om melk. Met systeem 2 bouwen we een val om een groot dier te vangen. Bevooroordeelde mensen zijn goed in systeem 1 denken, onbevooroordeelde geesten beheersen systeem 1 ook, maar zijn daarnaast ook nog goed in systeem 2 denken.

Wat is het grote verschil tussen systeem 1 denken enerzijds en systeem 2 denken anderzijds?

Bij systeem 1 denken proberen we niet zo zeer iets te bedenken, maar we zeggen iets. We beweren iets, we babbelen. Wat we beweren, is gericht op een maximaal sociaal effect. Hitler maakte zich dus niet druk over de juistheid of onjuistheid van wat hij bij zijn toespraken beweerde. Waar het om ging, was dat na afloop van zijn toespraak het aantal aanmeldingen voor de NSDAP zo groot mogelijk zou zijn. Het succes van zijn toespraken mat hij af aan het aantal aanmeldingen na afloop.

Bij systeem 2 denken proberen we iets te bedenken, dat klopt. Als we een val bouwen voor een groot dier, is het de bedoeling dat daar na verloop van tijd een groot dier in gevangen is. Als dat niet lukt, hebben we niet goed gedacht. Als dat wel lukt, hebben we wel goed gedacht.

Het grote verschil tussen beide denksystemen is dus het doel, dat we beogen en in relatie met dat doel, de feedback waarop we focussen. Bij systeem 1 willen we een maximaal sociaal effect en focussen we dus op de instemming en bijval die onze opmerking oplevert. Bij systeem 2 willen we interacteren met de harde natuur en bepaalt die harde Natuur, of ons denken correct was of niet. In het ene geval kijken we naar snelle feedback (hoe onze woorden vallen, is vaak snel duidelijk). In het andere geval kijken we naar trage feedback. We weten pas heel veel tijd later of onze val goed werkt of niet.

Dat grote verschil in gerichtheid maakt het doorgaans eenvoudig (voor mensen die systeem 2 beheersen) om een tekst in te delen als product van systeem 1 of van systeem 2. Systeem 1 teksten zijn totaal anders dan systeem 2 teksten. Mensen die systeem 1 hanteren, babbelen er lustig op los, maar produceren vooral bullshit en onzin. Mensen die systeem 2 hanteren moeten moeizaam nadenken en proberen te zorgen dat hun beweringen kloppen met de harde feiten.

Ik kwam dus in de eerder vermelde blogpost tot de stelling dat alleen fascisten geloven in foute woorden, zinnen, teksten en boeken. Waar baseerde ik mijn stelling op?

Ik baseerde mijn stelling op een artikel van Leo Lucassen. Voor een systeem 2 denker is het nogal een wild verhaal met allerhande op niets gebaseerde beweringen. Wat me in dat verhaal opviel, was dat Lucassen oprecht gelooft in 'foute' woorden, teksten, beweringen, etc. Er is als het ware een heel lange lijst van dingen, die je beslist niet mag zeggen en als je ze wel zegt, moet je eigenlijk naar de gevangenis of naar een strafkamp. Want het juiste geloof moet ten koste van alles verdedigd worden, bij voorkeur met geweld.

Het interessante was dat Lucassen 'foute' teksten dacht te zien, maar dat zijn eigen tekst ook nogal 'fascistisch' was. De ene 'fascist' bestreed de andere, leek het.

Het bezwaar van het artikel van Lucassen is echter dat het nogal een lang verhaal is. In de NRC van 7 en 8 januari (2023) vond ik een veel korter artikel (https://www.nrc.nl/nieuws/2023/01/06/we-houden-ons-niet-stil-a4153550#/krant/2023/01/07/#314), dat mijn stelling illustreert.

Ik laat het verhaal hier volledig volgen (inclusief de spellingsfout).

 

'Racisme

We houden ons niet stil

Het jaar 2023 begon in Rotterdam met de projectie van walgelijke, racistische en polariserende teksten op de Erasmusbrug. Inmiddels is het OM in Rotterdam een strafrechtelijk onderzoek gestart naar de uitingen.

En terecht, want dit soort nare ideeën leggen iets bloot waar we verre van moeten blijven. Namelijk de aantasting van onze zorgvuldig opgebouwde democratie en rechtsstaat in Nederland en Europa.

Ik maak me dan ook zorgen om reacties die deze duidelijk racistische leuzen goedpraten of zelfs aanmoedigen. Ik maak me zorgen om de stand van onze vrije maatschappij, waarin steeds minder ruimte lijkt voor diversiteit. We kunnen niet toestaan dat het normaliseren van haat, geweld en intimidatie onderdeel wordt van onze samenleving. Hetzelfde geldt voor de ontmenselijking van de ander. Die ander is een mens met een verhaal en emoties net als jij. Die ander heeft net als jij het recht op een waardig bestaan. En de samenleving, dat zijn we zelf, dus laat het je raken en koester onze opgebouwde democratie. Het schrikbeeld dat we kennen uit de Tweede Wereldoorlog hebben we nog niet zo lang geleden achter ons gelaten en is heel dichtbij. Kijk maar naar de oorlog in Oekraïne en de opkomst van extremisme in heel Europa.

De leuzen zoals die geprojecteerd werden op de Erasmusbrug zijn dan ook een Europabreed probleem, dat we alleen kunnen bestrijden door op alle niveau's van ons te laten horen. Dat moet politiek: lokaal, regionaal, nationaal en Europees. Maar begin ook bij jezelf. Wees niet stil en verzet je tegen de glijdende schaal van intolerantie. Want daar begint het mee: niet meer tolerant zijn naar elkaar, naar die ander.

Laten we wel tolerant zijn in het verkeer, op straat, op school, op het werk en in heel Europa. Want we leven op een fantastisch continent waarin we vrij kunnen reizen, wonen en werken met bijzondere culturen en mooie natuur. Laten we de kernwaarden van onze democratie en vrij Europa niet doen afbrokkelen. We zijn met velen en houden ons niet stil.


Imane Elfilali'


Als je afgaat op het verhaal denkt de schrijfster dat er 'walgelijke, racistische en polariserende teksten op de Erasmusbrug' geprojecteerd zijn.

Maar hoe weet ze dat allemaal zo zeker? Heeft ze die teksten gezien, heeft ze die genoteerd? Hoe heeft ze dan vastgesteld dat die teksten 'racistisch' waren en 'polariserend'? Haar verhaal doet op dit punt eigenlijk geen mededelingen.

De tweede zin geeft echter een belangrijk argument, waarom ze gelooft dat het volstrekt foute teksten waren, die geprojecteerd werden. Ze meldt dat het OM (Openbaar Ministerie) in Rotterdam een strafrechtelijk onderzoek gestart is naar de uitingen.

Ze gelooft dus: het OM start een onderzoek, dan moeten het dus wel volledig foute teksten geweest zijn. Als de rechter via dezelfde lijn denkt, is de verdachte bij voorbaat veroordeeld ongeacht wat hij werkelijk gedaan heeft. Ik denk, dat je die optie niet bij voorbaat kunt uitsluiten.

Ze vaart volledig blind op het gezag van een autoriteit. Een autoriteit die in dit geval alleen maar een individuele mening verkondigt. De Officier van Justitie gelooft dat het misschien iets strafbaars is, maar voorlopig is er geen enkele evidentie dat het inderdaad strafbaar is.

In feite zit de Officier van Justitie enthousiast geruchten te verspreiden, want de stelling dat je een onderzoek start, is net zo'n soort stelling als dat je bezig bent een boek te schrijven. Grote kans dat het boek nooit af komt, maar het klinkt wel heel indrukwekkend.

Mevrouw Imane Elfilali heeft aan dat gerucht dat de Officier van Justitie in Rotterdam de wereld in meent te moeten pompen, echter meer dan genoeg. Dit gaat om hele 'nare ideeën'. We moeten ver uit de buurt blijven van dit soort foute ideeën!

Over welke ideeën heeft ze het precies? Bij een leeuw of tijger kun je inderdaad beter wat uit de buurt blijven, maar een idee lijkt me toch wel iets anders dan een leeuw of een tijger.

Maar ze weet te melden waarom de onbekende ideeën, die ze afgaande op haar verhaal nooit gezien heeft, zo vreselijk gevaarlijk zijn. Deze UDO's (Unidentified Dangerous Ideas, niet te verwarren met UFO's: Unidentified Flying Objects) tasten onze zorgvuldig opgebouwde democratie en rechtsstaat in Nederland en Europa aan.

Het vaderland is niet alleen in gevaar, maar heel Europa! In Europa woedt een vernietigende oorlog, die zodra Poetin gewonnen heeft in Oekraïne, zeker niet zal stoppen, maar mevrouw Elfilali denkt de bedreiging van onze rechtsstaat en democratie op een totaal andere plek te zien: de Erasmusbrug in Rotterdam. Dat is waar de vernietiging van ons land is begonnen! En niet alleen van ons land, van heel Europa!

Maar wacht even. De schrijfster zelf heeft die teksten kennelijk nooit echt gezien en als ze die wel gezien heeft, heeft ze volledig niet opgelet, want ze meldt er niets over. Ze baseert zich volledig op het wilde bericht dat een overspannen Officier van Justitie in Rotterdam de twitter-ruimte in meent te moeten zenden. Op grond van dat bericht weet ze alles al bij voorbaat helemaal zeker. Levensgevaarlijke ideeën die fel bestreden moeten worden. Die mensen achter die berichten onmiddellijk afvoeren naar de gevangenis of nog beter: naar een kamp.

Maar wie is er dan bezig onze rechtsstaat te vernietigen?

En als in Europa tegelijkertijd een vernietigende oorlog woedt, die op termijn ook ons land kan treffen: zijn die teksten dan echt zo gevaarlijk, dat we daarom moeten wachten met het sturen van tanks (die we niet meer hebben) naar Oekraïne? Is het in geval van oorlog niet beter je prioriteiten duidelijk te stellen en te bewaken?

Er valt me nog meer op in die korte tekst. Is Europa echt een rechtsstaat? Rusland ligt toch echt voor het belangrijkste deel in Europa, als je dat een rechtsstaat noemt, is er met je denken iets ernstigs mis. Over landen als Hongarije, Roemenië en Wit-Rusland zullen we het dan maar even niet hebben.

Het verhaal van mevrouw Elfilali is ook nogal tegenstrijdig. De mensen achter de foute teksten op de Erasmusbrug moeten met het strafrecht bestreden worden, vindt ze. Maar even verderop schrijft ze: 'Ik maak me zorgen om de stand van onze vrije maatschappij, waarin steeds minder ruimte lijkt voor diversiteit.' 

Op het ene moment moeten mensen, die in haar ogen iets fouts beweren, worden opgesloten. Een moment later maakt ze zich zorgen dat er in onze maatschappij steeds minder ruimte is voor andersdenkenden. Ze vindt kennelijk dat de vaas wit moet zijn, maar tegelijkertijd ook zwart. Ik vrees dat dat de natuurkundigen voorlopig voor een onoplosbaar probleem stelt, waarbij vergeleken kernfusie peanuts is.

Toch heeft het epistel van mevrouw Elfilali een melding die belangrijk en waar is. 'We zijn met velen en houden ons niet stil.' Het aantal mensen dat er lustig op los kwekt, is onvoorstelbaar groot en wat er ook gebeurt, ze zullen vrolijk verder blijven kwekken als een kip zonder kop. Het leger van autoritaristische gelovigen waar de strongman in eerste instantie uit moet putten, is eindeloos groot.

Mevrouw Elfilali weet het zeker: het waren volstrekt foute teksten. Die mensen moeten bestreden en liefst de gevangenis in.

Maar klopt mijn stelling? Mensen die geloven in foute teksten, zijn 'fascisten'. Het zijn mensen die maar wat graag achter iedere strongman aanhuppelen, blij dat ze mogen meedoen.

Het criterium of iemand in objectieve zin 'fascist' is, is bevooroordeeldheid. Een heilig geloof in op niets gebaseerde beweringen. Mevrouw Elfilali weet in de verste verte niet wat ze precies beweert. Een wilde mening van een Officier van Justitie in Rotterdam is voor haar voldoende voor een blind geloof. Ze weet zaken volstrekt zeker zonder enige overtuigende evidentie, maar wat ze precies gelooft, weet ze zelf niet.

Met andere woorden: ze gelooft bij voorbaat heilig wat een willekeurige autoriteit haar op de mouw spelt, ook al weet ze in de verste verte niet, wat dat precies inhoudt. Ik denk dus dat mijn stelling ook in dit geval weer bevestigd wordt.

Alleen 'fascisten' (mensen die achter de eerste, beste strongman aanlopen, zodra ze zijn roep horen) geloven in foute woorden, zinnen, teksten, opmerkingen en boeken.









 









zondag 15 januari 2023

Het probleem met empathie

 

Mensen geloven vaak dat empathie goed is. Empathie zou een medicijn zijn tegen onmenselijkheid. Tegen wreedheid, tegen geweld, tegen discriminatie.

Je zou vooral empathisch moeten zijn, dan komt het allemaal wel goed.

Ik herinner me iemand, die als kind tot tranen toe geroerd was door een gewond vogeltje. Of een poes met een zeer pootje.

Als je erover nadenkt, zou het kunnen zijn dat de poes zodra het pootje weer beter is, dat vogeltje -- dat toch een klap heeft gehad, maar wat graag oppeuzelt. Maar zo diep gingen de gedachten kennelijk niet van degene die me dit verhaal vertelde.

Wat is het probleem met empathie?

Het probleem met empathie is dat mensen zich heel erg druk kunnen maken over een gewond vogeltje en dan vol medeleven zijn met het vogeltje, maar uiteindelijk ook vooral met zichzelf. Maar dat ze zes miljoen vermoorde Joden afdoen als nu niet meer relevant.

Dat was toen, dat waren de Duitsers, dat zal nooit weer gebeuren, dat is niet hier en nu. Dat was vreselijk, maar tja . . . Dat waren Joden, die hadden het er zelf naar gemaakt. Hadden ze Jezus niet aan het kruis genageld?

Zes miljoen is maar een getal. Ja, dat beweren ze, maar is het wel echt gebeurd? Waarom is dat nu nog relevant? Het is toch allang gebeurd? Wat konden wij daaraan doen? Het zijn ook rotlui, die Joden!

Ik ben misschien niet zo empathisch. En zes miljoen doden is inderdaad voor de meeste mensen vooral een getal waarbij je je niets meer kunt voorstellen. Zoals Stalin, naar men beweert, ooit opmerkte: 'Eén dode is een tragedie, een miljoen doden een statistiek.' En sommige Joden zullen ongetwijfeld niet altijd even aardig zijn geweest.

Waarom maak ik me dan toch druk over die zes miljoen vermoorde Joden?

Wel, om eerlijk te zijn, daar gaat het me niet echt om. Die mensen zijn dood en blijven dood. Dat kunnen we niet meer veranderen. Maar als zo'n 80 jaar geleden zes miljoen Joden vermoord zijn, dan kan dat in beginsel morgen weer gebeuren. En als er toen op grote schaal Joden vermoord zijn, kunnen het morgen misschien donkere mensen zijn, of boeren, of 'foute' mannen. De groep waartoe ik zelf behoor, of ik wil of niet.

Ik bestudeer de wortels van de Holocaust niet uit empathie met die zes miljoen Joden, die er niet meer zijn. Ik bestudeer de wortels van de Holocaust uit welbegrepen eigenbelang. Morgen kan ik aan de beurt zijn. En overmorgen misschien de lezer. Dan is het beter om voorbereid te zijn en te begrijpen, wat je tegenstanders drijft.

Zij geloven: waarheid is niet belangrijk, het gaat erom wie de macht heeft. Ik geloof: kennis is macht. En heel soms, is kennis het verschil tussen leven en dood.






 







vrijdag 13 januari 2023

Een tragisch ongeval: is de weg fout of is de bestuurder fout?

 

Laatst bijgewerkt: 15/1/2023 om 13.32

 

 

In de Telegraaf van vandaag (12/01/2023) een aangrijpend verhaal van Wierd Duk. Dennis (54) is bij de vrijwillige brandweer van Schoorl. Op zondagmiddag 9 oktober 2022, rond 16.45 krijgt hij een oproep: een ernstig ongeval op de N9 bij Bergen nabij Koedijk. Ze rukken uit. De melding is: frontale botsing tussen Duitse touringcar en personenauto op N9. Automobilist op slag overleden. Aantal mensen in bus bekneld en mogelijk gewond.

Wat doe je dan? Je taak uitvoeren, die mensen in de bus helpen. De auto die op de verkeerde weghelft terecht was gekomen, stond een eindje verderop en was afgeschermd. Dennis: "Ik was niet met die auto bezig, omdat de bestuurder was overleden. De voorkant ervan was weggeslagen. We konden sowieso niks meer doen." De echtgenote van Dennis, Sylvia (52): "Het motorblok lag meters verderop." 

Na een kwartier, twintig minuten dacht Dennis "wat dingen aan de auto te herkennen. Ik liep er omheen, op zoek naar het kenteken en ineens begreep ik dat het mijn auto was, met mijn eigen kind erin. Onze zoon. Op zo'n moment valt de bodem onder je weg. Dat is niet te bevatten."

Gunnar was 20 en had sinds een half jaar zijn rijbewijs. Hij woonde (volgens andere bronnen) in IJmuiden. 

Wat is er precies gebeurd?, vraag ik me af. Het artikel van Duk stelt die vraag wel, maar gaat daar amper op in. Het richt zich vooral op de impact van het tragische gebeuren op Dennis en Sylvia. 

"Sylvia wil nabestaanden opzoeken van andere slachtoffers op de wegen in de regio. Ik ben maatschappelijk werker en weet dat gesprekken met lotgenoten erg helpen bij de rouwverwerking." Dennis wil publiekelijk aandacht vragen voor de onveilige N9. "Ik zie hoeveel impact zo'n ongeluk heeft. De wijkagent, die in het verleden met Sylvia samenwerkte, trof Gunnar aan in de auto; de brandweermensen, de voetbalclub, de hele gemeenschap is geraakt."

Wat is er precies gebeurd? "Sylvia: 'In elk geval zat Gunnar niet op z'n telefoon. Mogelijk was hij verblind door de zon die heel laag stond.'"

De N9 is een beruchte dodenweg. Het is een eindeloos doorlopende lange, smalle weg met twee rijbanen die slechts van elkaar gescheiden zijn door een dubbele witte streep. Op de strepen zitten om ongeveer iedere meter ribbels, zodat de automobilist die per ongeluk de streep raakt, dat ook terdege voelt.

Wat gebeurde er die zondagmiddag? De Duitse bus vol touristen reed via de N9 naar het noorden. Gunnar reed naar het zuiden. Om een of andere reden kwam Gunnar met de linkerkant van 'zijn' auto even op de rijbaan van de tegenliggers.

De linker voorkant van de bus werd vrijwel weggeslagen en in elkaar gedrukt. Doordat de auto van Gunnar links werd tegengehouden, schoot de achterkant door, zodat de auto 180 graden gedraaid tenslotte tot stilstand kwam. Door de klap tegen de linker zijkant van de auto vloog de motor eruit en landde meters verderop in een greppel.

Om een idee te krijgen over de heftigheid van de klap, moet je beide snelheden bij elkaar optellen. De bus zal minimaal iets van 80 km/uur gereden hebben. Gunnar mogelijk tegen de 100. Die zware bus stopt niet onmiddellijk, maar duwt door. Voor Gunnar was het daarom alsof  hij met meer dan 100 tegen een massief blok beton knalde.

Dat de N9 een levensgevaarlijke weg is, leidt geen twijfel. Maar als je dood bent, heb je daar niets meer aan. Op de N9 raast de dood voortdurend op een paar centimeter links van je auto voorbij. Een windvlaag, even niet opletten, een iets te ruim genomen bocht en het is voorbij.

Maar realiseerde Gunnar zich dat? En realiseerde hij zich dat voldoende? Hij had nog maar net zijn rijbewijs, hij had dus nog geen rijervaring van betekenis. Hij was nog akelig jong. Als jong mens heb je weinig levenservaring en realiseer je je vaak niet, hoe snel dingen volledig fout kunnen gaan. Dat blijkt ook uit de ongevalsstatistieken.

Tot overmaat van ramp was Gunnar man. Mannen en zeker jonge mannen, zien een auto vaak niet als een transportmiddel dat tevens een moordwapen is, maar als iets moois, als iets indrukwekkends. Op dit punt wreekt zich dat mannen een stuk agressiever* zijn dan vrouwen. Dat komt niet door hun autoritarisme (wat dat is voor mannen en vrouwen ongeveer gelijk), maar door hun sociale dominantie. Door het ten koste van alles de hoogste in status van de groep willen zijn.

Dan is er ook nog het milieu en de cultuur. In de begintijd van de straaljager in Nederland vielen ze bijna met bosjes uit de lucht. Men had op dat moment nog niet echt door, hoe vreselijk snel ze gaan. Een klein foutje, kan dan grote gevolgen hebben.

Realiseerde Gunnar zich terdege dat hij op een dodenweg reed? Dat het dodelijke gevaar op 10 of 20 centimeter bij hem langs denderde? Dat een klein foutje kan betekenen, dat het even later definitief GAME OVER! is?

Als ik het stuk van Wierd Duk lees, ben ik daar niet zeker van. Dat kan natuurlijk aan Duk liggen. Het stuk ademt een beetje dezelfde sfeer als de rapportages over de drie jongens die door het ijs zakten. Of de vier tieners die met aflandige wind op twee sups klommen tegen het vallen van de nacht. Of de man die zijn zoontje een mortiergranaat liet afsteken.

Mijn vader zorgde dat ik rond mijn 18de perfect kon rijden, eindeloos veel rij-ervaring had voor een beginnende automobilist en al snel na mijn verjaardag mijn rijbewijs had. Daarna kreeg ik een motor en mocht ik even later mijn motorrijbewijs halen. Daarna haalde hij de motor weer weg, want dat was een gevaarlijk ding. En zo was het.

Kortom, ik leerde niet alleen rijden. Ik leerde ook dat de dood klaar staat bij iedere bocht. Dat inhalen levensgevaarlijk was, maar dat je het wel moest kunnen.

Wat ik me dus afvraag: had Gunnar dat ook allemaal geleerd?



-----

* Hoe meet je agressie? Via bevooroordeeldheid (generalized prejudice) dus. Via het instemmen met op niets gebaseerde uitspraken over minderheidsgroepen, die veel mensen maar wat graag geloven. Via de maat die de auteurs van The Authoritarian Personality driemaal vonden -- zonder dat ze dat zelf begrepen -- om fascisme te meten. Via de maat waarvan nu bekend is dat deze voorspelt wie de strongman (dictator) volgt. Via de maat die aangeeft, via welk systeem we bij voorkeur denken. Denken we vanuit onze vooroordelen en geloof of proberen we te denken vanuit de harde feiten en passen we ons denken aan bij die harde feiten?










Lezen met je gevoel of met je verstand?

 

 

In de Telegraaf van vandaag (12/1/2023) stond (zie mijn vorige blogpost) een paginagroot artikel op de T3 over het probleem van huurwoningen die te traag worden geïsoleerd door de eigenaar. Iets dat mij niet helemaal verbaast.

Het artikel is ingegeven door de Woonbond en het is geschreven door Marouscha van de Groep.

Ik laat hier het aangrijpende begin volgen.

'"Ik besta, maar ik leef niet," zegt de 51-jarige Sjefke Dooms met een sombere blik in zijn ogen. "Ik betaal  mijn rekeningen en mijn boodschappen en dan houdt het op. Leuke dingen zitten er al heel lang niet meer in. Eens in het half jaar mag ik van mezelf naar de kringloop om even tussen de dvd's te neuzen. Ik gooi in het weekend geen geld over de balk in het café, heb geen grote plasma-tv aan de muur, rook niet en heb geen huisdieren," vertelt hij vanuit zijn sociale huurwoning in Breda.

Zo'n vijf jaar geleden werd Dooms afgekeurd. "Ik weet wat mensen denken als ze types als ik zien: werkschuw tuig. Maar ik heb altijd zelf mijn broek opgehouden en werkte als lasser dertig jaar lang 60 tot 70 uur per week, totdat de pezen in mijn schouders door slijtage afscheurden. En kijk waar ik nu sta," verzucht hij. "Deze maand krijg ik mijn eindafrekening en hoor ik hoe hoog mijn nieuwe voorschot voor energie wordt. Slapeloze nachten heb ik ervan."

Een maand geleden besloot Dooms de stekker uit de grootste boosdoener te trekken: de 36-jaar oude boiler die er een slordige 3500 kilowattuur per jaar doorheen jaagt, wat gelijk staat aan het jaarlijkse stroomverbruik van een Nederlands huishouden met 3 personen. Dooms zocht contact met de wooncorporatie, die hem lieten weten dat hij zelf voor de kosten van een nieuwe boiler op zou draaien. "De woningbouw doet helemaal niets, behalve de huur opstrijken dan," stelt Dooms geërgerd.

Bij het Meldpunt Energie-alarm van de Woonbond zijn tussen 1 november en 5 januari 355 verhalen als die van Dooms binnengekomen van huurders in onzuinige woningen.'

 

Als je dit leest, ben je geneigd te zeggen: 'Het is wat!' Het is een aangrijpend verhaal. Iemand die moet rondkomen van een vermoedelijk kleine uitkering en dan dit! Maar als je het verhaal wat meer met verstand leest, vallen je een paar dingen op.

Mijnheer woont kennelijk alleen en heeft een oude, elektrische boiler. En die boiler vreet stroom. Maar liefst een 3500 kWh per jaar, schat hij. Bij de huidige stroomprijs kan dat snel oplopen tot een 3600 euro per jaar. Dat is 300 euro per maand voor warm water.

Maar moet je als alleenstaande man voortdurend je handen met warm water wassen? Moet je iedere dag beslist een warme douche? Ik zou me ook kunnen voorstellen dat je een of twee keer per week warm doucht en verder geen warm water gebruikt uit de boiler. Dus dan kan die boiler bijna steeds uit.

En moet je beslist warm douchen? Zelf douche ik altijd koud en dat is best lekker, zodra je eenmaal gewend bent. Dat is zelfs zo lekker, dat ik er niet aan moet denken om in 3 of 4 minuten te moeten douchen. Ik sta graag een klein kwartier me voor te spoelen, in te zepen, te borstelen en daarna af te spoelen. En dan nog even van het koude water na te genieten.

Dan is er nog iets, dat nogal vreemd is. Het Meldpunt van de Woonbond is voor problemen met de woning (https://www.woonbond.nl/meldpunt-energiealarm). Maar dit is geen probleem met de woning, dit is een probleem met de boiler. Als de boiler bij de woning hoorde, zou de verhuurder die -- als dat echt nodig was -- vervangen. Maar de verhuurder stelt, dat hij zelf desgewenst voor een andere boiler moet zorgen. Het ding hoort, zoals gebruikelijk, niet bij de woning. Vaak wordt het gehuurd van het energiebedrijf. In dat geval zullen die, indien nodig, voor vervanging zorgen.

Is er in dit geval wel echt een probleem met de boiler? Als je een keer warm wilt douchen, kun je het ding eerst aanzetten en later weer uit. Met een nieuwe boiler bespaar je dan dus niet echt, want het water moet in beide gevallen opgewarmd.

Dan is er nog iets. Dooms was lasser, hij weet dus echt wel iets van elektra. Die boiler kostte hem ieder jaar (uitgaande van de oude prijs) iets van 800 aan elektra per jaar. Dat is 65 euro per maand om warm te kunnen douchen. Je zou denken dat de man de stekker er dan wel iets eerder uitgetrokken zal hebben.

Bovendien is de man niet bepaald achterlijk, want de jaarafrekening komt binnenkort. Met andere woorden: hij wil optimaal profiteren van het prijsplafond voor energie en is daarom aan het begin van het nieuwe jaar overgestapt naar een andere energieleverancier.

We hebben ondertussen een hele lijst van punten die niet helemaal kloppen. Klopt het opgegeven verbruik van de boiler wel?

Milieucentraal (https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/apparaten-in-huis/grote-energieslurpers/) zegt dit:

'Een elektrische boiler (groter dan 20 liter) verbruikt in een gemiddeld huishouden bijna 1.800 kWh per jaar. Gerekend met de stroomprijs voor de lange termijn betaal je hiervoor zo'n 400 euro. En met de hoge stroomprijzen van nu kan dat oplopen tot wel 1.260 euro.'

Maar een verbruik in een gemiddeld huishouden van 1800 kWh is iets heel anders dan de 3500 kWh die mijnheer Dooms als alleenstaande nodig denkt te hebben om warm te douchen. Dus hoe hij bij dat vreemde getal komt? Joost mag het weten.

Het jaarlijkse warmteverlies van een 100 liter boiler (genoeg om heel uitgebreid te douchen) die het hele jaar aanstaat, kan oplopen tot wel 350 kWh. Dat is inderdaad nogal wat, maar kan nooit die 3500 kWh van mijnheer Dooms verklaren. (Of heeft mijnheer Dooms dat warmteverlies van de doorsnee boiler genomen en daar gemakshalve een nul achter gezet?)

Gelukkig valt aan dat warmteverlies simpel iets aan te doen en het is moeilijk voorstelbaar dat mijnheer Dooms als voormalig lasser dat niet zou weten. Je kunt het ding gewoon na-isoleren. Pak het ding lekker warm in en het warmteverlies wordt vrijwel nihil. Iets dat iedereen kan en mijnheer Dooms zeker.

Kortom: het is een 'prachtig' verhaal, dat diep ontroert, maar er klopt geen bliksem van.

 



 





donderdag 12 januari 2023

Een mooi idee en de harde realiteit

 

In de Telegraaf van vandaag (12/1/2023) lees ik op pagina T3 een artikel over het probleem van huurwoningen die door de verhuurder onvoldoende snel geïsoleerd worden. Als je weet hoe lastig en tijdrovend en kostbaar het isoleren van een bestaande woning kan zijn, dan kost het weinig moeite je te realiseren dat dat voor een verhuurder geen simpel iets is.

In de tijd dat wij onze woning nog huurden, ging onze zeer vermogende eigenaar enthousiast aan de slag. Hij realiseerde zich toen al, dat een goed geïsoleerde woning meer waard is, dan een slecht geïsoleerde. Het geld dat hij uitgaf, was dus goed besteed, dacht hij.

Wat ging hij doen? Beneden kregen we dubbel glas. Alle spouwmuren werden geïsoleerd door ze vol steenwol te spuiten. De vloer van de begane grond werd geïsoleerd met een dikke laag piepschuim in de kruipruimte. De cv-ketel werd vervangen door een hoog rendement ketel (HR-ketel). Verder bleken de woningen erg vochtig, doordat er onvoldoende geventileerd werd door de meeste huurders. Er kwam daarom in iedere woning mechanische ventilatie.

Hoe werkte dat uit? De buitenmuren op het westen begonnen na enkele jaren vocht door te slaan van de regen naar de binnenmuren. Die binnenmuren raakten dus vochtig en beschimmeld. Wat je ook deed en probeerde, dat euvel liet zich niet meer echt verhelpen.

Bij inspectie van de kruipruimte door mij heel veel jaren later, bleek die helemaal niet geïsoleerd te zijn. Men had in de kruipruimte in de buurt van het luik heel veel piepschuim neer gekieperd, zodat het leek alsof de kruipruimte geïsoleerd was. Ik begrijp nu wel waarom, als je de kruipruimte wilt isoleren, moet je die eerst leeg halen en dieper maken. Een gigantische klus.

De HR-ketel had een afvoer nodig voor het condenswater, dat er vrijwel nooit was. Want meestal was de ingestelde temperatuur voor het cv-water hoger, dan de temperatuur waarbij het water in de rookgassen in belangrijke mate condenseert. De veronderstelde besparing werd dus grotendeels niet gerealiseerd. Maar het weinige condenswater vol zuur dat wel ontstond, bleek enthousiast via de afvoer weg te lekken, de woning in.

Dat bleek nog niet alles. Doordat de nieuwe HR-ketel in het stookhok zo geplaatst was, dat de monteur er gemakkelijk bij kon, was het stookhok, dat ook fungeerde als opslag, als het ware een heel stuk kleiner, althans minder bruikbaar geworden.

Dat bleek nog niet alles. De nieuwe doorvoer van de HR-ketel door het dak bleek ongeveer twintig jaar later, voortdurend gelekt te hebben. Al die jaren lekte het in het stookhok op de daar staande spullen, zonder dat duidelijk was waar het lekwater precies vandaan kwam, omdat het via het schuine dak naar beneden weg liep.

De mechanische ventilatie gebruikte een nogal zware elektromotor, die dag en nacht doorliep. Het jaarverbruik van elektra viel daardoor opeens een heel stuk hoger uit.

Dat was nog niet alles. Na een aantal jaren begaven de lagers het vaak. De ventilator van het systeem draaide dan nog wel, maar maakte tegelijkertijd een zwaar dreunend geluid. Doordat de box van de mechanische ventilatie niet zwevend was opgehangen, ging dat zwaar dreunende geluid als contactgeluid het hele blok door zonder dat iemand precies kon achterhalen waar het vandaan kwam.

Dan bleek er nog een probleem. De voortdurende werkende ventilatie trok vet en stof het buizenstelsel binnen. Na een aantal jaren moest de zaak dus eigenlijk grondig gereinigd worden, maar niemand dacht daaraan. En toen men er tenslotte wel aan dacht, wist eigenlijk niemand hoe dat dan precies moest en wie dat dan moest doen en betalen.

Leverde al het geïsoleer inderdaad een besparing op in de stookkosten? Ik heb er nooit iets van gemerkt. De opbrengst van het dubbele glas beneden en de muurisolatie viel weg tegen de meerkosten aan elektra van de mechanische ventilatie.

Dan was er nog een punt, waar niemand ooit aan gedacht had. In een normaal geventileerde woning verlies je (volgens berekeningen en metingen) ruim 40% van alle warmte door ventilatie. Doordat wij altijd nogal enthousiast ventileerden, lag dat bij ons vermoedelijk nog een stuk hoger. Wat je met enthousiast isoleren dus maximaal kunt besparen, is slechts de helft van het totale verbruik.

Kortom, het idee dat een huis goed geïsoleerd moet worden, is prachtig, maar de realiteit is hard en weerbarstig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


zondag 8 januari 2023

De zoektocht naar de variabele die meet of men 'fascist' is

 

 

 

Wie valt voor de strongman, is 'fascist'.

Je kunt natuurlijk eindeloos twisten over wat precies een fascist is. Maar de overwegend Joodse wetenschappers in de VS tijdens de Tweede Wereldoorlog wilden niet twisten, maar onderzoek doen. Hun opdracht was uit te zoeken wat de Holocaust in Europa mogelijk had gemaakt en hoe dat eventueel in de toekomst voorkomen zou kunnen worden.

De onderzoekers redeneerden eerst heel rustig. Het probleem van de Holocaust was ontstaan doordat Hitler aan de macht kwam. Hoe had Hitler aan de macht kunnen komen? Doordat een belangrijke minderheid van de Duitsers met hem wegliep, hem steunde.

Verder beschikten de Joodse onderzoekers van Duitse origine vanuit eigen ervaring vaak over een belangrijke observatie. De mensen die Hitler steunden, waren op een bepaalde manier anders dan de rest van de Duitsers.

Maar wat was die bepaalde manier precies? Op dit punt hadden ze wel allerhande ideeën en speculaties, maar geen harde data.

De grote opdracht waarvoor ze zich dus gesteld zagen, was uitvinden op welk punt -- als je generaliseerde naar het algemene geval -- mensen die de strongman steunden, afweken van andere mensen.

Die vraag werd de basis voor wat ik noem, het empirische onderzoek naar discriminatie, agressie en fascisme. Dat onderzoek begon tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar het duurde tot 2020 voordat het definitieve antwoord gepubliceerd werd in gedrukte vorm.

Dit is dus geen kort verhaal. Het verhaal beslaat meer dan 75 jaar onderzoek. Moeizaam onderzoek, maar tenslotte toch succesvol. Ik probeer het hierna zo beknopt en helder mogelijk te vertellen.


De zoektocht naar het instrument om 'fascisme' te meten. Wie lopen er achter de strongman aan?

Wat ik noem 'het empirische onderzoek naar discriminatie' begon tijdens de Tweede Wereldoorlog in de VS. Amerikaanse Joden maakten zich grote zorgen over de situatie in bezet Europa.

Wat konden ze doen om hun eigen mensen te helpen? Ze kwamen op een idee waar vermoedelijk alleen Joden op kunnen komen. In Europa was een holocaust gaande. Wel nu, dan moest de wetenschap uitzoeken, waarom dat steeds weer gebeurde en wat daaraan viel te doen. Ze brachten dus gelden bij elkaar, zochten een stel wetenschappers en gaven die opdracht de zaak wetenschappelijk uit te zoeken.

De wetenschappers die de zaak moesten uitzoeken waren vaak Joden, die uit nazi-Duitsland hadden kunnen vluchten. Wat hun was opgevallen, was dat de belangrijke minderheid van de Duitsers die Hitler in het zadel had geholpen, op een bepaalde manier anders was dan de rest. Het was alsof er iets mis was met hun geest, met hun persoonlijkheid.


Mijn vader was geen Jood en kende geen nazi-Duitsers, hij had ze althans niet in zijn kennissenkring. Maar hij kende wel een heel stel Nederlandse NSB'ers. En hij had zichzelf de vraag gesteld: wat is er precies mis met die mensen? Het waren aardige mensen, er leek niets mis mee te zijn, maar als je beter keek, was er wel degelijk iets mis.

Mijn vader drukte dat zo uit. 'Ze hadden een kronkel in de kop'. Iets in hun hoofd was niet helemaal in orde. Ze hadden moeite met rechtlijnig denken. Ze waren niet in staat door het geleuter van Hitler heen te kijken.

 

Terug naar die wetenschappers in de VS. Er leek dus iets mis te zijn met nazi's, maar wat precies? Wat onderscheidde nazi's en andere extreem rechtse figuren van normale mensen?

Het grote probleem was die eigenschap X te vinden en aan te tonen. Anders geformuleerd: men moest 'fascisme' meetbaar maken. Maar 'fascisme' is nogal een beladen term. Daarom maakte men ervan: autoritarisme. En daarna werd het allemaal nog weer wat mooier en minder expliciet gemaakt. Het ging nu om de 'autoritaire persoonlijkheid'.

Het vervangen van het ene moeilijke woord door het andere, zie je vaak bij wetenschappers en andere mensen. Het lijkt dan net alsof je bent opgeschoten, maar dat is natuurlijk niet zo. In feite heb je het probleem alleen ingewikkelder gemaakt. Het basisprobleem was nog steeds hetzelfde. Men moest 'fascisme' op een of andere manier meetbaar maken.

De eerste poging ging uit van vooroordelen. Hitler grossierde in vooroordelen. Vermoedelijk waren nazi's dus mensen met een zwak voor vooroordelen. De meest opvallende vooroordelen hadden betrekking op Joden. Met die vooroordelen begon men.

Men probeerde te meten of mensen negatief dachten over Joden. Men maakte een vragenlijst met allerhande uitspraken over Joden. Wat vonden respondenten van die uitspraken?

Die vragenlijst was een groot succes. Het bleek een betrouwbaar instrument om de mening van mensen over Joden te meten. Je kon er dus de mensen met uitgesproken negatieve ideeën over Joden mee achterhalen.

Op dat succes bouwde men verder. Men bouwde de vragenlijst uit tot een vragenlijst waarmee men in een keer de mening over een heel stel minderheidsgroepen kon afvragen. Ook deze vragenlijst bleek prima te werken en betrouwbaar.

Dit vormde het eerste grote succes. Mensen die negatief dachten over Joden, dachten ook vaak negatief over andere minderheidsgroepen. Om fascisten op te sporen, hoefde men zich niet langer te beperken tot vragen over Joden. Je kon vragen over alle mogelijke minderheidsgroepen gebruiken. Het ging niet langer om alleen antisemitisme, het ging nu om haat tegen minderheden.

Maar had men nu inderdaad 'fascisme' te pakken? Mat deze lijst met uitspraken over verschillende minderheidsgroepen inderdaad wat fascisten zo afwijkend en bijzonder maakte?

Om zeker te zijn, had men een check nodig. Men had een tweede vragenlijst nodig, die op een andere manier 'fascisme' zou meten. Als beide instrumenten soortgelijke resultaten opleverden op een groep respondenten, had men kennelijk fascisme te pakken.

Er was dus een tweede poging nodig om fascisme te meten. Mensen die Hitler steunden, waren politiek gezien vaak extreem rechts. Als je een vragenlijst kon maken om dat te meten, had je een andere vragenlijst waarmee je vermoedelijk ook fascisten kon herkennen.

Men verzamelde een aantal politiek rechtse uitspraken en vroeg de geïnterviewden die te beoordelen. Ook deze vragenlijst bleek een redelijk succes: de vragen bleken onderling qua resultaat redelijk te correleren. De betrouwbaarheid had nog wel iets hoger gemogen, maar voor de rest werkte alles.

Nu bleek er echter een probleem. De vragenlijst naar de houding ten opzichte van minderheden en de vragenlijst naar politiek rechtse opvattingen bleken wel wat overeen te stemmen in uitkomsten, maar lang niet perfect. De correlatie tussen beide lijsten was lager, dan wat men gehoopt had.

Men concludeerde hieruit dat vreemdelingenhaat en politiek rechts wel een factor gemeenschappelijk hadden, maar toch niet helemaal hetzelfde waren.

 

Op dit punt zag men kennelijk door de bomen het bos niet meer. De onderzoekers waren lang niet allemaal even goed in statistiek en psychometrie onderlegd en dat euvel wreekte zich nu.

Als je wilt weten of twee vragenlijsten dezelfde factor meten, bereken je de correlatie tussen de scores van mensen die beide lijsten hebben ingevuld. Tot zover klopt, wat de onderzoekers deden. Maar vervolgens is er nog iets, dat je moet doen.

Psychologische vragenlijsten zijn vaak erg onbetrouwbaar. Voor die onbetrouwbaarheid moet je bij correlaties corrigeren, je moet er rekening mee houden. Dat doe je door eerst de (alfa-)betrouwbaarheden van de gebruikte vragenlijsten te berekenen. Daarna corrigeer je de gevonden correlatie voor de beperkte betrouwbaarheden van die lijsten. De formule hiervoor heet 'correction for attenuation' (https://psychology.fandom.com/wiki/Correction_for_attenuation).

Helaas, de onderzoekers vergaten deze essentiële stap en staarden zich blind op de in hun ogen te lage correlatie. Die correlatie was duidelijk meer dan nul, maar lang niet perfect.

Wie nu de moeite neemt wel te corrigeren voor de onbetrouwbaarheid, ziet dat beide vragenlijsten onmiskenbaar dezelfde factor maten. Men was erin geslaagd tweemaal 'fascisme' te meten, maar de onderzoekers dachten dat het slechts half gelukt was.

 

De onderzoekers gingen daarom verder en richtten nu hun aandacht volledig op hun derde en laatste poging: de beroemde en beruchte F-schaal. Men wilde 'fascisme' meten via een serie uitspraken die de diepere persoonlijkheid van de respondent zouden blootleggen.

Ook deze vragenlijst bleek weer een succes. De lijst leverde een betrouwbare score, de items bleken onderling redelijk samen te hangen.

Maar nu herhaalde zich, wat er al eerder gebeurd was. Men keek naar de correlaties met de twee eerdere vragenlijsten, men had immers iets van bevestiging nodig. Maar weer vergat men te corrigeren voor de onbetrouwbaarheid van de vragenlijsten.

Opnieuw vielen de correlaties met de twee eerdere pogingen daardoor tegen. Het leek duidelijk dat alle drie pogingen wel gedeeltelijk geslaagd waren, maar niet volledig. Het leek alsof alle drie instrumenten wel enigszins 'fascisme' maten, maar lang niet perfect.

De onderzoekers probeerden dit halve resultaat te camoufleren door de F-schaal uitgebreid aan te prijzen als de enige echte, ideale maat om fascisme te meten. Maar dat verhaal overtuigde natuurlijk niet volledig, omdat de gevonden correlaties te laag waren.

 

Wie echter de moeite neemt te corrigeren voor de onbetrouwbaarheid, vindt dat alle drie vragenlijsten vrijwel perfect dezelfde factor meten. De onderzoekers van The Authoritarian Personality (1950) hebben driemaal dezelfde factor gemeten, maar waren zichzelf dat niet bewust!

Alle drie vragenlijsten meten dus 'fascisme'. De lijst met vooroordelen over minderheden (etnocentrisme, wij zouden zeggen: bevooroordeeldheid, of in het Engels: prejudice), de lijst met politiek rechtse opvattingen (de PEC-schaal: Politiek Economisch Conservatief) en de F-schaal (Fascisme). De auteurs en daarnee ook de lezers van het dikke boek dat in 1950 verscheen, wisten dit echter allemaal niet.

De mensen die het veel te dikke boek moesten doorworstelen, hadden geen tijd en zin zelf alles te checken en na te lopen en misten ook vaak de benodigde specifieke kennis. De lezers zagen daardoor niet, wat er was misgegaan. Het gevolg was dat tot voor kort nog steeds niet duidelijk was, hoe je 'fascisme' precies moest meten.

Dat dat tenslotte wel lukte, danken we vooral aan de volharding en het doorzettingsvermogen van Bob Altemeyer. Als student bleek hij in de vijftiger jaren van de vorige eeuw voor een mondeling The Authoritarian Personality niet gelezen te hebben. Als compensatie moest hij vervolgens een nota schrijven over dit boek.

Hij richtte zich op de F-schaal en gaf in zijn paper aan, wat er allemaal mis mee was. Dit paper werd het uitgangspunt voor tientallen jaren onderzoek, waarin hij gestaag en stug doorging met het verbeteren van de F-schaal. De maat die hij daaruit tenslotte ontwikkelde, noemde hij: 'right wing authoritarianism'. Hij hoopte dat zijn RWA-lijst 'fascisme' beter zou meten.

Helaas bleek dat tenslotte tegen te vallen. Onderzoekers realiseerden zich dat vooroordelen typerend zijn voor fascisten en extreem rechts. Verder is bevooroordeeldheid een goede maat voor discriminatie en agressie. Maar de RWA-lijst correleerde slechts matig met bevooroordeeldheid. Ook de correctie voor de onbetrouwbaarheid bracht daarin niet wezenlijk verbetering.

Vervolgens verscheen er een nieuwe variabele op het toneel: sociale dominantie. Een vragenlijst (SDO) die de wens meet om ten koste van wat dan ook de top van de groep te bereiken (mijn omschrijving).

Nu werd iets vreemds duidelijk. Sociale dominatie en (rechts) autoritarisme zijn totaal verschillend (vrijwel ongecorreleerd), maar kunnen samen het grootste deel van bevooroordeeldheid voorspellen. Men had de wortels van bevooroordeeldheid gevonden! Deze twee variabelen maken duidelijk waarom mensen bevooroordeeld zijn.

Maar dan moest bevooroordeeldheid de variabele zijn, die voorspelde of men wel of niet achter de strongman aanliep. Klopte dat?

Pas kort geleden (2020) is de kwestie empirisch ondubbelzinnig bevestigd. Bevooroordeeldheid is de variabele die voorspelt of mensen achter de strongman (in dit geval: Trump) aanlopen. Zodra je de bevooroordeeldheid van respondenten weet, kun je ook voorspellen of ze wel of niet op Trump hebben gestemd.

Bevooroordeeldheid blijkt dus de variabele te zijn, die bepaalt of men 'fascist' is. 





 

 

 

 

 

 

-----

Bronnen

De informatie voor mijn uitleg is gebaseerd op drie bronnen.

1 - The Authoritarian Personality,  Theodor W. Adorno, Else Frenkel-Brunswik, Daniel Levinson, and Nevitt Sanford, 1950. (https://www.amazon.com/Authoritarian-Personality-T-W-Adorno/dp/B001P2OENQ/ref=tmm_hrd_swatch_0?_encoding=UTF8&qid=1673132760&sr=8-1)

2 - The Authoritarians, Bob Altemeyer, 2006. (https://theauthoritarians.org/)

3 -  Authoritarian Nightmare: Trump and His Followers, John W. Dean and Bob Altemeyer, 2020. (https://www.amazon.com/Authoritarian-Nightmare-Trump-His-Followers/dp/1612199054)

Wie de moeite neemt, het na te zoeken in The Authoritarian Personality ziet dat de auteurs driemaal dezelfde factor gevonden en gemeten hebben. Op deze blog heb ik daar al eerder over gerapporteerd.

Altemeyer geeft een heel leesbare samenvatting van vrijwel alles dat bekend is over autoritarisme en de RWA-schaal. Daarnaast behandelt hij ook de belangrijke SDO-schaal en wat daarover bekend is.

Hij behandelt ook het fundament van het empirische onderzoek naar discriminatie: het empirische resultaat dat RWA en SDO samen meer dan de helft van de variantie in bevooroordeeldheid (prejudice) verklaren.

Zijn boek staat als pdf online en is gratis te downloaden.

Maar wat is nu de alles bepalende factor? Welke maat bepaalt of men de strongman steunt en achterna loopt? 

Wie The Authoritarians (2006) leest, ziet dat Altemeyer niet langer geloofde dat RWA het antwoord was. Hij erkent op dat moment al het belang van SDO (de sociale  dominantie schaal).

Maar als RWA en SDO samen het antwoord zijn, is het natuurlijk veel logischer dat de variabele die ze samen vrijwel volledig bepalen, dus bevooroordeeldheid, de strongman-variabele is. Merkwaardig genoeg trekt hij die conclusie in 2006 nog niet openlijk. Hij vond het misschien moeilijk zijn RWA-schaal te degraderen tot een ondergeschikte positie.

Het onderzoek dat Altemeyer echter in 2020 publiceerde in Authoritarian Nightmare laat geen enkele ruimte open voor twijfel. Bevooroordeeldheid (prejudice) is de variabele, die voorspelt of men de strongman (in dit geval: Trump) omarmt en steunt.

Dat lost ook een ander probleem op. Bevooroordeeldheid is in beginsel normaal verdeeld. De variabele loopt van lager naar hoge bevooroordeeld. Maar waar moet je precies de grens leggen tussen bevooroordeeld en onbevooroordeeld?

Wel, wie de strongman steunt is bevooroordeeld. Wie dat niet doet, is kennelijk -- voor de belangrijkste praktische toepassing -- onbevooroordeeld.