zondag 8 juli 2018

Een fascist die waarschuwt voor fascisme?


Laatst bijgewerkt: 10/7/2018 om 0.55 uur.


Op vrijdag (6/7) lees ik in de bijlage Boeken van de NRC een interview van bijna anderhalve bladzij met Madeleine Albright. Het doel van het artikel is kennelijk het nieuwe boek van Albright te promoten: Fascisme. Een waarschuwing. Deze vertaling van het Engelstalige origineel is uitgegeven door De Arbeiderspers en kost, op 1 cent na, 20 euro.

Wat me dan opvalt, is dat men zijn toevlucht neemt tot een interview. Kennelijk was zelf serieus het boek doorwerken te hoog gegrepen. Je vraagt je ook af, hoe het precies zit met de betaling. Is dit gratis reclame? Of wisselt er onder de tafel een behoorlijk geldbedrag? Mijn eerdere ervaringen met de NRC op dit punt waren niet altijd even positief.


Is Trump een fascist?

De titel van het interview is: 'Ík denk niet dat Trump een fascist is.' Ik vind dat een vreemde uitspraak. Je schrijft een boek over fascisme en je beweert dat Trump geen fascist is. Om de verwarring nog groter te maken, blijkt Trump bijna voortdurend in het boek te worden opgevoerd als bedenkelijk voorbeeld.

Wat is dan volgens Albright precies de definitie van een fascist? Dat was even zoeken in haar boek. Ze vindt het lastig. Ze zet haar studenten aan het werk, die het natuurlijk ook niet precies weten. Maar op die manier kan ze in ieder geval kwijt dat ze hoogleraar is. Vervolgens krijg je heel veel woorden die het er niet duidelijker op maken.

Op internet is echter een Google Talk met haar te vinden van bijna een uur lang. In mijn opinie een degelijk stuk werk van Google (hier). Op 7:16 geeft ze als omschrijving: '[a] kind of bully with an army.'

Is Donald Trump geen bully? Iemand die voor zijn politieke gewin kleine kinderen levenslang beschadigt alleen in de hoop daar zelf beter van te worden. Heeft Donald Trump opeens geen leger meer tot zijn beschikking? Tot voor kort gold het leger van de VS als het grootste en het modernste ter wereld. Is dat nu opeens totaal veranderd?

De titel van het interview is kennelijk vooral bedoeld de vele Trump-aanhangers onder het NRC-publiek niet voor het hoofd te stoten. Maar de uitspraak laat ook zien, dat Albright er lekker op los kwebbelt zonder echt na te denken. Het is alsof je de woordvoerder van Trump, Sarah Huckabee Sanders, hoort praten.

Ik vrees echter dat de meeste hedendaagse lezers niet op zoek gaan naar een heldere definitie van 'fascisme' in het volumineuze werk van Albright. Ik denk zelfs dat ze de definitie die ik hier boven uit het interview gepakt heb, min of meer bij toeval heeft geproduceerd. Albrigt lijkt me een typisch 'talking head', een pundit. Ze heeft haar woordje wel klaar en tegen de tijd dat jij nog over de eerste zin zit na te denken, is zij al ergens aan de andere kant van de wereld om haar evangelie te verspreiden. Zorg dat je publiek geen tijd krijgt om na te denken. Overweldig ze met woorden.

Het interview met haar in de NRC viel me vooral op door de grote inhoudelijke leegte. Ze heeft in feite niets te vertellen. Hier hebben we een vitale, goed verzorgde, oudere dame die nog steeds prima van de tongriem gesneden is, maar die inhoudelijk niets te melden heeft. Dat was in ieder geval de indruk die bij mij achterbleef.


Wat zeggen de Amazon-reviewers over het boek?

Via amazon.com kan ik de reviews van lezers van het boek opvragen. Ik vind 354 positieve (4 of 5 sterren) en 33 kritische (3 sterren of minder). De positieve reviews slagen er niet in mij duidelijk te maken wat zo waardevol is aan dit boek. Het zijn vooral verhalen die vermelden hoe geweldig en hoe bijzonder de auteur volgens de lezer is. Mensen die het boek dus de hemel inprijzen, omdat ze denken dat de auteur een belangrijk iemand is.

Neem bijvoorbeeld de op Amazon.com als meest behulpzaam beoordeelde (599 mensen) positieve review (4 sterren) van Gary Moreau (hier). Hij begint met op te merken dat dit boek precies op het juiste moment verschijnt en geschreven is door een briljant persoon die op de eerste plaats zat bij de Europese tragedie (hij refereert kennelijk aan de Holocaust.)

Kun je van bijvoorbeeld de relativiteitstheorie stellen dat die op precies het juiste moment verscheen, maar dat we nu wel eens weer wat anders willen. Hij begint dus met een uitermate vreemd argument. Daarna kiepert hij er twee autoriteitsargumenten overheen. De auteur is een briljant persoon. Maar juist briljante personen kunnen afschuwelijk manipuleren. Vervolgens zou Albrigt op de eerste rang hebben gezeten bij de Holocaust. Allereerst klopt die bewering niet. Albright zat de oorlogsjaren in het veilige Londen. Maar zelfs als die veronderstelling wel geklopt had, voegt dat niets toe aan de waarde van een boek over fascisme. Het idee is kennelijk, als je fascisten maar van dichtbij hebt meegemaakt, weet je er alles van. Ben je ervaringsdeskundige en kun je rapporteren wat andere mensen moeten doen om het te vermijden. Als het eens zo simpel was, was fascisme al in te tijd van Mozes de kop ingedrukt.

Vervolgens komt Moreau met een bijzondere uitspraak. Haar boek bestaat eigenlijk uit drie verschillende delen. Ik heb echter de inhoudsopgave en het begin en daarin valt niets te zien van die opsplitsing in drie delen. Het maakt op mij meer de indruk van een in stukken geknipte monoloog die eindeloos doorzeurt.

Wat zegt Moreau vervolgens over die drie verschillende delen die hij in het boek denkt te ontwaren? Het eerste deel ziet hij als een deel waarop veel lezers zullen afhaken. Ze probeert in dit deel duidelijk te maken wat fascisme is, maar haar omschrijving is zo vaag en ruim dat we iedereen waar we het niet mee eens zijn zonder problemen kunnen betitelen als 'fascist'. En zelf begrijpt ze ook wel, dat dat toch wat problematisch is. Over dit eerste deel is Moreau dus uitgesproken negatief.

Over het tweede deel, dat hij denkt te zien, is hij uitermate kort. Ze behandelt in dit deel recente politieke gebeurtenissen in een reeks landen en ze stelt in al die landen in meer of mindere mate afglijden naar Fascisme te zien. (Op dit punt weten we dus nog steeds niet, wat dat volgens haar precies is. Het wordt dan wel lastig om haar ongelijk aan te tonen.)

Het laatste deel van haar boek zou volgens Moreau het beste zijn. Volgens zijn review gaat dit deel echter specifiek over de Amerikaanse politiek. Wel een behoorlijke inperking als je een algemeen boek over fascisme schrijft. Wat is nu haar centrale boodschap om te zorgen dat we niet in een fascistisch systeem terecht komen?

De voorlaatste alinea van Moreau werpt daar een bijzonder licht op. Hij schrijft: 'In the end she notes that spend her time on issues like: “…purging excess money from politics, improving civic education, defending journalistic independence, adjusting to the changing nature of the workplace, enhancing inter-religious dialogue, and putting a saddle on the bucking bronco we call the Internet.” It’s a perfect ending to what is a very good book by an inspiring individual.'

Wat me opvalt, in die eerste zin, is dat hij niet loopt. Er lijkt een stuk te ontbreken. Mogelijk wilde hij iets schrijven in de trant van: aan het einde merkt ze op dat het besteden van haar tijd aan zaken als X1, X2, X3, . . . , een goede zaak is. De lezers die zijn review zo hoog beoordelen lijken deze oneffenheid aan het einde echter geheel en al niet op te merken. Kennelijk hebben ze niet zo ver of niet al te nauwkeurig gelezen.

Welke dingen, welke X, moeten we dan precies doen om het fascisme het hoofd te bieden? We moeten overtollig geld uit de politiek zuiveren. We moeten de opvoeding van burgers verbeteren. We moeten de journalistieke onafhankelijkheid verdedigen (maar een beetje rotzooien om aandacht te krijgen voor je boek moet natuurlijk blijven kunnen). We moeten ons aanpassen aan de veranderende natuur van de werkplaats. We moeten de dialoog tussen religies bevorderen. En een uiterst verontrustende: we moeten een zadel bevestigen op het bokkende wilde paard dat we Internet noemen.

De reviewer omschrijft die aanbevelingen om het fascisme blijvend de kop in te drukken als een perfecte afsluiting door een inspirerend individu. Maar wat het inspirerende individu debiteert zijn vrijblijvende algemeenheden. Het is vooral kretologie. Die manier van woordgebruik is helaas typerend voor precies dat wat men zegt te willen bestrijden: fascisme.

De kritische reviews vallen uiteen in twee groepen. Sommige mensen willen geen kritiek op Trump horen, die geeft ze in haar boek wel, en dus vinden ze het een slecht boek. Er zijn echter ook mensen die het boek inhoudelijk tegen vinden vallen. Iemand kent haar drie sterren toe, maar vraagt zich wel af het boek voldoende beknopt, helder en verhelderend is om te helpen bij het voorkomen en bestrijden van fascisme (hier).

Het eerste stuk van het boek dat ik via amazon.com gratis kan downloaden, nodigt niet echt uit om de rest ook op te vragen. Bij andere boeken die relevant zijn voor deze blog, heb ik vaak aan een stukje al genoeg om te denken: dit moet ik hebben en ik moet het nu hebben. In dit geval denk ik vooral het tegenovergestelde: zonde van de tijd.


Schrijven als zelfpromotie of schrijven om te begrijpen

Een punt dat je Albright ook mag verwijten, lijkt me, is dat ze volstrekt niet op de hoogte is met het empirische onderzoek op het gebied van fascisme/autoritarisme. Ze schrijft wel een heel boek, ze is zelfs te karakteriseren als een veelschrijfster (amazon.com levert 16 titels bij haar naam), maar ze vindt het kennelijk zonde van haar tijd om zich serieus in de materie te verdiepen. Waarom zou je, als je mikt op een publiek van mensen die niet of amper lezen en als ze lezen, niet kritisch lezen, maar de tekst vooral beoordelen op basis van hun idee over de auteur?

De reden voor mij, maar ook voor iemand als Bob Altemeyer, om ons te verdiepen in fascisme is dat we houden van puzzelen. Het is leuk een puzzel die nog nooit opgelost is, als eerste in de wereld op te lossen.

Daarnaast speelt nog een ander motief mee, in ieder geval bij mij. We leven in een bezeten wereld en we weten het, stelde Huizinga, toen hij over fascisme schreef. Dan is het uitermate handig om te weten hoe die wereld precies in elkaar steekt. Kennis is macht en soms kan een beetje kennis net het verschil betekenen tussen leven of dood. Of het publiek de oplossing van de puzzel wel of niet waardeert, doet er in dat verband niet toe. Wie empirische wetenschap beoefent om sociale erkenning te oogsten, beoefent geen wetenschap, maar doet precies het tegenovergestelde. Je kunt niet twee verschillende Heren dienen. Je bent of een empirisch wetenschapper of je bent een 'talking head,' maar beide tegelijk kan niet.

Als je dus over fascisme schrijft, staan er slechts twee routes open. Of je kiest de moeizame, harde, empirisch wetenschappelijke route. Het eindeloze zoeken en knutselen. De route waardoor Galilei bijna op de brandstapel eindigde en Einstein niet meer terug kon naar zijn woning in Berlijn. In zekere zin was hij daar nog gelukkig mee ook, want anders was het vermoedelijk slecht met hem afgelopen. Of je maakt het jezelf gemakkelijk en je schrijft een verhaal dat je publiek bevestigt in zijn vooroordelen. Bij Albright zie ik weinig van het eerste en veel van het tweede.

Natuurlijk geldt dit principe in beginsel ook voor andere teksten. Schrijvers hebben dus slechts twee opties. Of ze kiezen de fascistische route, of ze kiezen de harde, empirisch wetenschappelijke route. Journalisten die geloven dat harde wetenschap iets heel anders is dan journalistiek, vertellen daarmee in feite welke route zij kiezen. Wetenschappers die niet geloven in harde wetenschap, vertellen daarmee ook welke route zij kiezen.

Iets soortgelijks is zelfs voor dagboeken gevonden. Mensen die een dagboek bijhouden, kunnen dat op twee verschillende manieren doen. De ene manier is bij de eventuele lezer een sterk effect proberen op te roepen. De andere manier is problemen te inventariseren en na te gaan hoe ze het beste opgelost kunnen worden. De eerste benadering leidt vaak tot zelfmoord, de tweede benadering blijkt nuttig te zijn om beter om te gaan met problemen.

Opinies en ideologie uiten werkt dus in de praktijk totaal anders dan harde feiten uiten en kritisch nadenken. Het laatste is misschien minder leuk, maar levert soms toch belangrijke voordelen op.

Nu is er in dit geval een merkwaardige twist. Fascisme blijkt gekoppeld te zijn aan het uiten van opinies en ideologie. Democratie blijkt gekoppeld te zijn aan het uiten van harde feiten en kritisch nadenken.

Fascisme kun je niet los zien van een strongman. De strongman is een bully die streeft naar macht. Om macht te krijgen heeft hij een groot leger volgzame aanhangers nodig. Het eerste probleem van de strongman is dus zijn aanhang te wekken en te bezielen. Het verhaal dat een strongman vertelt is daarom altijd: de X deugen niet, volg mij, dan pakken we ze en je krijgt het goed.

Welke mensen zijn gevoelig voor die boodschap? De variabele die het beste het enthousiasme voor de strongman voorspelt, is bevooroordeeldheid (prejudice). Vooral mensen die gemakkelijk vooroordelen omarmen volgen de strongman. Bevooroordeeldheid is echter ook de variabele die maximaal onderscheid maakt tussen bèta's (double lows) en alfa's (double highs). Je kunt het dus ook de alfabèta-factor kunnen noemen. Het is dat waarin alfa's maximaal verschillen van bèta's.

Alfa's denken hiërarchisch. Iets is waar, omdat een hoger geplaatste het zegt. Bèta's denken egalitair. Wanneer iemand hun iets vertelt, geloven ze dat niet, maar willen ze weten of het feitelijk (qua beschikbare waarnemingen) klopt. De eerste groep denkt dogmatisch, het is zo omdat een autoriteit het ons verteld heeft. De tweede groep denkt inductief: wat men zegt moet kloppen met de feiten.

Je zou ook kunnen zeggen dat bèta's de Natuur zien als autoriteit of als God. Ze zien de Natuur als een hogere werkelijkheid, waar ze afhankelijk van zijn en die ze zo goed mogelijk willen begrijpen. De Natuur bepaalt in hun optiek uiteindelijk of een uitspraak klopt of niet. Alfa's zien de natuur eerder als een lastig iets, dat alleen maar tegenwerkt. Daarbij zien ze zichzelf graag in de rol van God. Wij willen gewoon het milieu kunnen vervuilen, de natuur moet daar niet zo moeilijk over doen, maar gewoon doen wat we zeggen, dat er moet gebeuren. In die trant.

Wie de teksten van bekende alfa's en bèta's vergelijkt, ziet belangrijke verschillen. Alfa's denken dogmatisch, op basis van vooroordelen. Het is zo, omdat zij of hun leider het beweert. Bèta's denken inductief. Het is kennelijk zo, omdat de bekende waarnemingen niet in strijd zijn met de uitspraak. Maar klopt de uitspraak echt of gooit de natuur op het laatste moment toch nog roet in het eten? De manier van denken is dus totaal verschillend. Dit maakt het mogelijk op basis van geschreven tekst na te gaan of iemand taal hanteert als alfa of als bèta.

De basis voor het omarmen van vooroordelen is sociale bekrachtiging. Hitler beweert zaken over Joden die effect sorteren op zijn publiek. De juistheid of onjuistheid van die uitspraken interesseert de man geen snars, maar het effect op zijn publiek wel.  Of zoals Melania Trump met haar jas het standpunt van haar man verwoordde: 'I really do'nt care. Do U?'

Bèta's willen echter dat zaken kloppen met de beschikbare waarnemingen. Op het moment dat iemand begint te roepen dat de X niet deugen, is hun automatische vraag: hoe weet je dat? Waar is je evidentie? Doordat de strongman zich van evidentie niets aantrekt, slaat zijn boodschap bij bèta's niet aan. Ze zien het als een nogal kinderlijk verhaal dat ze moeilijk serieus kunnen nemen. Lariekoek die bombastisch gebracht wordt. In werkelijkheid is het echter levensgevaarlijke lariekoek doordat een belangrijk deel van de bevolking de lariekoek verslijt voor absolute waarheid.

Omdat er slechts twee manieren zijn om taal te gebruiken, promotioneel of descriptief, die gebaseerd zijn op de verschillende soorten bekrachtiging, is de zaak simpel. Of iemand doet vooral het ene, of iemand doet vooral het andere. Men is of alfa, of men is bèta. Het is lastig om beide manieren van taalgebruik precies even frequent te doen. Het lukt doorgaans niet om op de taalbal te balanceren. We kukelen vroeg of laat, of we willen of niet, naar links of naar rechts. Je kunt niet tegelijkertijd denken als Einstein en denken als Trump. In dit verband is 'denken' een wat ongelukkige term. Trump denkt niet, hij babbelt. Dat klinkt ongevaarlijk, maar is het niet, doordat volgelingen/gelovigen dat gebabbel zien als absolute waarheid.

Het probleem met Madeleine Albright is volgens mij dat ze precies hetzelfde doet als Trump, maar dan voor een andere doelgroep. Ze stond bij de verkiezingen aan de kant van Clinton. Bij die doelgroep weet ze wel wat los te maken. In het Google interview met Heather Young vermeldt Albright (op 1:45) dat haar boek nummer 1 staat op de New York Time Best bestseller lijst.

Als je er dus over nadenkt, heb je hier kennelijk een 'fascist' die over fascisme schrijft en daarvoor zegt te waarschuwen. Het doet denken aan de anti-pieten die zelf racistisch bleken te zijn. Die zelf geen zin hadden om over racisme na te denken of dat gewoonweg niet konden.

Nu is de term 'facist' natuurlijk wat beladen. Ik zou daarom de term 'babbelaar' prefereren. Een babbelende baby is leuk en ontroerend. Maar babbelende volwassen zijn gevaarlijk, levensgevaarlijk.







Geen opmerkingen:

Een reactie posten