dinsdag 21 augustus 2018

Het lastige van onderzoek naar discriminatie/agressie


Met het onderzoek naar discriminatie is iets vreemds aan de hand. Als je vertelt dat je je bezig houdt met het onderzoek naar discriminatie, krijg je bijvoorbeeld te horen: discrimineren doen we allemaal. Dat is natuurlijk ook zo, wanneer we uitgaan van de oorspronkelijke betekenis van dat woord: onderscheid maken. Een tafel is geen stoel. In die zin maken we dus allemaal onderscheid.

De term 'discriminatie' is dus nog ongelukkig en misleidend. Het is niet iets dat iedereen doet en het is niet iets onschuldigs. Het gaat in werkelijkheid meer om negativiteit en agressie dan om discriminatie. Mensen die hoog scoren op bevooroordeeldheid kunnen om vrijwel niets ontploffen.

Je kunt ook zeggen, dat gaat het om het Kwaad in de mens. De politiek ponerologen hebben het over: the study of Evil. Door het zo te benoemen gaan we precies de andere kant uit. We stellen het voor als een zelfstandig, groot en kwalijk ding met bovennatuurlijke eigenschappen. Wanneer we nog een stap verder gaan, worden de onderzoekers priesters die geheimzinnige bezweringsformules uitspreken om ons tegen het Kwaad te beschermen.

Ik denk dat beide benaderingen fout zijn. Een term als 'discriminatie' is misleidend, omdat men een kwalijk iets opzettelijk vervangt door een woord dat voorheen een neutrale betekenis had. Een woord dat bovendien iets totaal anders betekende dan waar het in werkelijkheid over gaat. Het probleem is niet wie precies wel of niet X is, maar het probleem is dat de X vervolgd worden en dat wanneer de X vernietigd of verjaagd zijn, een andere groep gezocht wordt om hetzelfde lot te ondergaan.

Maar het heeft ook geen zin het verschijnsel op te blazen tot bovennatuurlijke proporties. Ik hoorde een archeoloog een eindeloze reeks oorlogen en extreme gewelddadigheden ooit verklaren als: mensen zijn nu eenmaal niet zulke aardige wezens. Mensen hebben een aardige kant en een minder aardige en zelfs gevaarlijke kant en die laatste kant proberen we in deze blog te begrijpen en zo mogelijk te beïnvloeden.

Je vindt die neiging het probleem volledig te neutraliseren ook terug op de vele sites die gaan over discriminatie. Men gaat er vanuit dat iedereen het per ongeluk misschien wel eens doet, maar dat eigenlijk niemand het bewust zal doen. Mocht iemand het wel doen, dan volstaat om daar even vriendelijk op te wijzen. Hallo, het is u misschien nog niet opgevallen, maar wat u daar net deed, hoort eigenlijk niet, want het zou uitgelegd kunnen worden als discriminatie.

Wie zich verdiept in het probleem van Zwarte Piet ziet dat de zogenaamde 'anti-racisten' geen idee hebben van wat discriminatie vaak betekent. In het echt gaat het vaak over zijn of niet zijn. Over leven of dood. Wanneer ik het echter zo formuleer, is het onderwerp niet sexy meer en haken veel mensen af.

Toen ik me als 'foute' man voor het eerst durfde te realiseren dat ik te kampen had met discriminatie zat ik volledig in de positie van underdog. Wanneer ik openlijk gesteld had dat ik gediscrimineerd werd, had men dat opgevat als een persoonlijke aanval en was dat een prachtige reden geweest om me te ontslaan. De onderlingen verhoudingen waren in dat geval immers verstoord en dat was dan gekomen door mijn toedoen.

Toen ik vele jaren later, via enige basale statistiek, kon aantonen dat ik in het kader van mijn promotie-onderzoek gediscrimineerd werd, begonnen mijn mede transgenders me voor rotte vis uit te schelden. Want ze wisten zeker dat discriminatie niet bestond en als het al bestond, zouden het zeker geen hoogleraren zijn, die dat zouden doen.

De kille werkelijkheid waar ze door mij mee geconfronteerd werden, was zo frustrerend dat ze in de aanval- en agressiemodus schoten. Vermoedelijk zegt dat ook iets over de persoonlijkheid van deze 'klassieke' (type II) transgenders. Bij informatie die niet overeenkomt met hun denkbeelden, reageren ze met agressie.

Wie zich verdiept in de geschiedenis van het empirische onderzoek naar discriminatie ziet dat dat uiterst merkwaardig begint en verloopt. De onderzoekers nemen een bewering waarvan ze veronderstellen dat het een vooroordeel moet zijn, doen onderzoek en tonen vervolgens aan dat hun zogenaamde vooroordeel klopt.

Hun conclusie: er bestaan dus geen vooroordelen, wat wij aanzien voor vooroordelen zijn in werkelijkheid terechte oordelen. Die conclusie vonden ze zo prachtig, dat in wezen hetzelfde onderzoek bijna honderdmaal herhaald werd.

In hun optiek bewees dat vele onderzoek nog overtuigender hun ontwijfelbare gelijk. Elders merkte rond die tijd echter een bescheiden natuurkundige op: als ik echt ongelijk had gehad, was een enkele wetenschapper ook wel voldoende geweest. De juistheid of onjuistheid van een uitspraak valt niet te beïnvloeden met de hoeveelheid onderzoek. Een manier van denken die deze 'alfapsychologen' volledig vreemd was.

Van de veronderstelling dat zware voorwerpen sneller zouden vallen dan lichte, hadden deze vele onderzoekers kennelijk nog nooit gehoord. Toch was die veronderstelling eeuwenlang voor juist aangenomen. Kennelijk had men ook nog nooit gehoord van Galilei die rond 1600 niet alleen liet zien dat deze stelling niet klopte, maar ook empirisch de juiste formule afleidde om te voorspellen hoe lang een val precies duurde. Kennis die ooit op de middelbare school onderwezen werd.

Wat was er precies nodig om de vele psychologische onderzoekers die geloofden dat foute oordelen niet bestonden, van hun geloof af te doen vallen? Dat was niet een overtuigend onderzoek dat hun ongelijk definitief aantoonde, maar een strongman. Dankzij Adolf Hitler en miljoenen overbodige doden gaven de cognitief psychologen tenslotte schoorvoetend toe: misschien bestond er toch wel iets als een fout oordeel dat soms per ongeluk kon ontstaan. De mens was een volstrekt uniek wezen, maar soms kon er een kleinigheid in dat unieke brein misgaan.

De Duitse Joden die de nazi's van dichtbij mochten meemaken, zagen deze kleinigheid in het brein als een iets groter probleem. Het resultaat was een irrationeel boek van Fromm over een idee dat hij dacht te zien, maar dat hij zo vaag en wild geformuleerd was, dat onderzoekers er vermoedelijk meer last dan steun van hadden. Door zijn persoonlijkheid en de cultuur waarin hij was ondergedompeld, was hij kennelijk niet in staat het probleem zakelijk en onbevooroordeeld te verwoorden.

Daarna kwamen de onderzoekers en filosofen van The Authoritarian Personality. Zij zijn de eersten die echt onderzoek deden naar het probleem, maar tegelijkertijd lukte het hun niet hun irrationele modus voortdurend te bedwingen. Het resultaat was een gigantisch mengsel van feit en fictie. Iets waardoor het empirische onderzoek naar discriminatie en agressie niet alleen belangrijk vertraagd zou worden, maar bijna voorgoed op de vuilnisbelt van de wetenschap zou belanden.

Als moderne mensen (we zijn ontstaan na de uitvinding van de landbouw) hebben we kennelijk grote problemen onze irrationele modus voortdurende de baas te blijven als het over een emotioneel onderwerp als discriminatie en agressie gaat.

Maar wacht even, wat bedoel ik met 'irrationele modus' en met 'discriminatie en agressie'? Heb ik het dan niet over hetzelfde? Probeert de hond hier niet in zijn eigen staart te bijten? Ik denk dat daar wel iets in zit.

Op het moment dat we discrimineren, staan we in de irrationele modus. Dan lukt het niet om serieus onderzoek te gaan doen. Sterker nog: mensen die sterk geneigd zijn tot discrimineren zijn vermoedelijk sowieso niet in staat tot serieus onderzoek. Het is hun niet gegeven.

Wat je dus vermoedelijk nodig hebt voor serieus onderzoek naar discriminatie en agressie, is een merkwaardige mix. Je hebt allereerst mensen nodig met een grote drive om zich in het onderwerp te verdiepen, om te willen weten. Maar discriminatie/agressie is geen sexy onderwerp. Mensen die zelf het monster langdurig in de bek gekeken hebben, hebben dan qua motivatie een paar streepjes voor.

Die ervaring op zich is echter niet genoeg. Want als moderne mensen zijn we geneigd die ervaring te vertalen in . . .  Ja, inderdaad: discriminatie en agressie. Zij hebben geprobeerd ons een kopje kleiner te maken, nu is het onze beurt. Men kiest voor de strijd en niet voor analyse en onderzoek. Ik ben dus geneigd te denken dat je een bèta nodig hebt, die tegelijkertijd ook ervaringsdeskundige is. Maar misschien vergis ik me wel.

Wanneer we echter verder willen komen met het discriminatie/agressie-onderzoek moeten we in ieder geval proberen over te schakelen naar onze rationele modus, voor zover we die hebben. Het probleem moet zakelijk en nuchter aangepakt worden.










vrijdag 17 augustus 2018

Is Vrij Links fascistisch?


Als lezer van meerdere kranten en veel nieuwsbronnen wil ik graag hapklare brokken. Ik wil graag zo snel mogelijk weten, waar een artikel over gaat, wat de inhoud is in het kort en waar het precies op gebaseerd is. Bij wetenschappelijk onderzoek heb je bijna altijd aan de titel en de samenvatting al voldoende om te concluderen, dat je er niets mee kunt. Kranten hebben echter de vervelende gewoonte soms lange artikelen te plaatsen zonder beknopte samenvatting vooraf.

Op dinsdag, 14 augustus 2018, zag ik echter in de NRC een column van Floor Rusman die me door de titel intrigeerde en naar binnen trok. Verder speelde natuurlijk mee dat ze in een eerdere column een rake 'observatie' had beschreven: rechtse denkers leken veel op linkse intellectuelen. Iets dat tot een blogpost op deze blog leidde (hier).

De titel van haar nieuwe column was: "Pleit voor een open debat en je bent een fascist." Het leek dus te gaan over de vraag of iemand wel of niet als 'fascist' betiteld mocht worden. Mijn aandacht was daarmee gewekt.

Bestudering van de column bracht me echter niet veel verder. De eerste alinea van haar column luidt: "Stel, je spreekt je in een interview uit voor gewetensvrijheid, een seculiere staat en een open debat. Een 'wolf in schaapskleren' word je dan genoemd, 'walgelijk', en als je pech hebt waarschuwt er ook nog iemand dat 'fascisme niet altijd in laarzen komt.'"

Kennelijk, denk ik nu, moest mijn reactie iets zijn in de trant van: schandalig, vreselijk, foei! Mijn reactie was echter dat ik graag die commentaren in hun context wilde zien. Dat merkwaardige 'stel' aan het begin van de alinea suggereerde dat het om een denkexperiment ging. Iets waar Einstein beroemd door is geworden. Ging het inderdaad om een fictief probleem?

Verder lezen leerde dat het om een echt probleem ging, dat echter belangrijk minder simpel was dan de eerste alinea suggereerde. Het verhaal bleek, na het nodige zoeken en reconstrueren, te beginnen met het manifest van Vrij Links. Op 17 mei van dit jaar publiceerde (de site?) van de Volkskrant een opiniestuk dat men kort aanduidde als 'Manifest Vrij Links' (hier).

Wie het opiniestuk beter bekijkt, ziet dat het in werkelijkheid in de eerste plaats gaat om (gratis) reclame voor een debat in De Balie te Amsterdam op 22 mei. Verder is het kennelijk een poging de auteurs Asis Aynan, Femke Lakerveld, Eddy Terstall en Keklik Yücel gratis publiciteit te bezorgen. Misschien ben ik nu iets te achterdochtig, maar vermoedelijk niet veel.

Dat doel werd inderdaad volop bereikt. Twee van de auteurs, Eddy Terstall en Keklik Yücel, mochten in een uitgebreid interview tegenover Vrij Nederland hun verhaal doen. Lees: nog meer gratis publiciteit genereren voor zichzelf (hier).

Zit ik op dat punt fout? Ik citeer uit het interview: "Yücel: ‘We zijn de voorhoede [van links].'" En even verder: "Terstall: ‘. . . we zijn een vastberaden rebellenclub, en we zijn nog maar net begonnen.'" Dat klinkt mij behoorlijk propagandistisch in de oren.

Goed, ik moest dus om zelf tot een oordeel te komen twee stukken lezen. Maar dat had alleen zin als ik ook het commentaar kon vinden. Waar was dat commentaar? Dat bleek niet eenvoudig. Sterker nog: het commentaar bleek onvindbaar. Rusman vermeldt over het commentaar slechts: "Veel reacties zeilden ziedend om de inhoud heen, op ten minste vier manieren." Dat zal best, maar waar is dat verd... commentaar te vinden?

Op het einde van haar column blijkt dat ze zich baseert op de reacties van twitteraars. Maar ook dan blijft de vraag: over welke reacties heeft ze het precies? In dit geval kreeg ik een groot aantal wilde, oncontroleerbare uitspraken die ik kennelijk geacht werd voor zoete koek te slikken, omdat de journalist in kwestie dat beweerde.

Verder zoeken leerde me dat een dag eerder, op 13 augustus, ook al een column in de Volkskrant verschenen was (hier) van Jonathan van het Reve over hetzelfde onderwerp. Ik neem het begin van zijn column hierna over. Hij schetst het probleem, zoals hij het ziet, in heldere termen.

------------------------
De bekende filmmaker Eddy Terstall vindt het geen goed idee om kinderen op kosten van de overheid religieus te onderwijzen. Hij wil het liefst dat kinderen goed, neutraal onderwijs krijgen, zonder indoctrinatie van welk geloof dan ook. Van Eddy Terstall mag iedereen geloven wat hij wil, maar kinderen moeten zo vrij mogelijk kunnen opgroeien, zodat ze later zelf kunnen bedenken of ze bij een geloof willen horen. Het lijkt Eddy Terstall daarom ook geen goed idee om meisjes van onder de twaalf al met hoofddoekjes op hun hoofd in de schoolbanken te laten zitten.

Je zou hieruit kunnen concluderen dat Eddy Terstall het beste voorheeft met kinderen, en dat hij de vrijheid van het individuele kind zelfs belangrijker vindt dan het recht van ouders of religieuze organisaties om hun leer al vanaf de kleuterschool in onschuldige hoofdjes te masseren. Dat zou kunnen. Een andere mogelijkheid is dat Eddy Terstall stiekem een racistische fascist is, die onder het mom van linkse progressie probeert om Wilders en Baudet te helpen om Nederland te zuiveren van alles wat islamitisch is.

Toen Eddy Terstall en zijn drie medestanders van ‘Vrij Links’ hun manifest publiceerden (O&D, 17 mei), werd al duidelijk dat aardig wat mensen meer voelen voor de tweede theorie. Maar uit de reacties op het interview van Terstall en oud-PvdA-Kamerlid Keklik Yücel dat afgelopen weekend in Vrij Nederland stond, wordt duidelijk dat er echt iets heel erg verkeerd is gegaan in onze maatschappij. Er blijken namelijk Heel Veel mensen te zijn die oprecht geloven dat een pleidooi tegen religieus onderwijs en hoofddoekjes op de basisschool niet anders bedoeld kan zijn dan als verkapte maatregel tegen moslims.
------------------------

Verder zoeken via Google levert me wel meer soortgelijke reacties op, maar nooit die zogenaamde 'foute' reacties waar men zich zo druk over maakt. Kennelijk behoren de 'foute' reageerders dus niet tot de mensen die normaal de media volschrijven.

Wat waren die 'foute' reacties? Volgens Rusman ging het om vier soorten reacties.
1. "Dit is fascisme."
2. "Dit speelt de vijand in de kaart."
3. "De boodschapper is een witte man."
4. "Waarom hebben ze het niet over inkomensongelijkheid."

Het gaat me in dit geval alleen om die eerste soort reacties. Blijkt uit het interview en eventueel uit het Manifest inderdaad 'fascisme'? Neutraler geformuleerd: zijn er inderdaad goede redenen om aan te nemen dat de geïnterviewden of de auteurs van het Manifest hoog zullen scoren op de alfa-bètafactor?

Rusman verwijst bij het eerste soort reacties naar de theoloog Alain Verhey die Eddy Terstall vergeleek met Jean-Marie Le Pen. Via Google valt die tweet inderdaad te lokaliseren, maar het is vooral een typische twitter. Er wordt wat geroepen, zonder dat men iets onderbouwt. Nergens komt men tot een samenhangend verhaal. Het kan dus zijn dat zijn associatie terecht is, maar het kan ook zijn van niet.

Ik ontkom er dus niet aan, wanneer ik die vraag wil beantwoorden, het interview door te nemen. Het is iets minder dan 8 A4 tekst, uitgaande van 500 woorden per A4. Een behoorlijke lap tekst dus.

Waar moet je in zo'n geval op letten. Alfa's zijn in beginsel op iets van meer dan dertig punten te herkennen. Bij teksten hanteer ik echter vier hoofdcategorieën: denkrichting (deductief versus inductief), soort waarheid (subjectief versus objectief), soort taalgebruik (propaganda versus descriptie) en de manier van informatieverwerking (zacht versus hard).

Wel, dan lijkt de zaak me simpel. Men denkt duidelijk deductief in plaats van inductief. Men hanteert duidelijk subjectieve waarheid (men voelt dat uitspraken goed zijn, maar probeert ze niet te toetsen). Het taalgebruik is niet beschrijvend, maar typisch een propaganda-verhaal voor zichzelf, de eigen beweging en eventueel een uiterst vaag doel dat men zegt te willen nastreven.

Hoe verwerkt men informatie? Dat valt te achterhalen door te kijken naar de formuleringen die men hanteert. Is men precies en concreet of is men vooral abstract, vaag en ontoetsbaar. Ik denk dat de laatste categorie zonder enige twijfel in dit geval het juiste antwoord vormt.

Afgaande op deze vier criteria zou ik dus zeggen dat men uitermate hoog scoort op de alfa-bètafactor. Men hanteert de fascistische betoogtrant.

Kan ik me vergissen? Wanneer we kijken naar het doel dat men nastreeft, heeft men het over macht en groepen. Het gaat niet over kennis en inzicht. Iets wat je bij iemand als Frits Bolkestein wel regelmatig vindt. Hij probeert over zaken na te denken om het beste alternatief te vinden.

Dan is er ook nog het Manifest. Doordat dit korter is, is de zaak hier nog duidelijker. Het is een geheel van vaag, abstract gebabbel om zichzelf voor het voetlicht te plaatsen.

Men presenteert zichzelf als links, maar is in werkelijkheid (ultra-)rechts. Dat is overigens niets nieuws. De nazi's presenteerden zichzelf als socialistische arbeiderspartij. De afkorting NSDAP stond voor: 'Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei.' Ook de communisten waren zogenaamd links, maar in werkelijkheid was het een strak geleide partij die tot alles bereid was om de macht te veroveren.

De fout die men kennelijk maakt, is om als iemand zegt goede bedoelingen te hebben, dat bij voorbaat te geloven. Veel mensen zijn kennelijk vaak onvoldoende in staat een dergelijk interview kritisch te lezen. We moeten ons gelukkig prijzen dat er ook nog Nederlanders zijn die zich door dit holle gepraat niet laten inpakken.

 








maandag 13 augustus 2018

De Wet van Jante


Laatst bijgewerkt op 16-8-2018 om 0.52


Op de BBC-site kwam ik een videoclip tegen over Janteloven (hier). Deens en Noors voor: de Wet van Jante.

De clip introduceert de Wet van Jante op een leuke manier, maar de eerste keer kijken, miste ik veel van de verstrekte informatie. Nu ik de clip een paar keer bekeken heb, beginnen sommige scenes beter op hun plek te vallen.


Janteloven

De Wet van Jante is een soort Scandinavische Tien Geboden voor hoe het hoort. De wet is bedacht door de Deens-Noorse schrijver Aksel Sandemose (1899–1965).

Hij zag deze tien geboden als een uiterst negatief iets. Als een eng keurslijf waaraan hij graag wilde ontsnappen. Zijn beschrijving van de Wet van Jante was dus vooral bedoeld als satire. Het was een poging de in zijn ogen beperkte, foute en verstikkende Scandinavische mentaliteit te bekritiseren.

Zijn beschrijving van die Scandinavische mentaliteit was echter ook raak en treffend. Het is inderdaad kennelijk hoe mensen daar vaak denken. Het gevolg was dat de Wet van Jante een soort geschreven ongeschreven gedragscode werd. Je behoort je aan Janteloven te houden.

Hoe luidt die Wet van Jante precies? Wikipedia vermeldt de tien geboden als volgt (hier):
1.  Je moet niet denken dat je wat bent.
2.  Je moet niet denken dat je even veel bent als wij.
3.  Je moet niet denken dat je slimmer bent dan wij.
4.  Je moet je niet inbeelden dat je beter bent dan wij.
5.  Je moet niet denken dat je meer weet dan wij.
6.  Je moet niet denken dat je meer bent dan wij.
7.  Je moet niet denken dat je deugt.
8.  Je moet niet om ons lachen.
9.  Je moet niet denken dat iemand om je geeft.
10.  Je moet niet denken dat je ons wat kunt leren.

Er is ook nog een soort strafbepaling, een elfde regel, die in het Engels is vertaald als (hier): "Perhaps you don't think we know a few things about you?" Misschien weet je niet, dat wij het een en ander over jou weten? Met andere woorden: kijk een beetje uit, want wij onthouden, hoe jij je gedraagt.

De weinige keren dat ik mijn vakantie in Zweden doorbracht, viel me op dat het een heel ontwikkeld land is (overal boekwinkels, overal cultuur, muziek en mode), maar dat het tegelijkertijd ook een heel streng land is. Haal het niet in je hoofd te denken dat je het niet al te nauw hoeft te nemen met de regels, want die regels zijn er niet voor niets en gelden voor iedereen, zonder aanziens des persoons. Hou je aan onze regels, want anders heb je een probleem!

Min of meer volledig het tegenovergestelde van het Trumpiaanse Amerika. Het uitgangspunt van Trump is dat als je maar geld hebt, beroemd bent en macht hebt, je in Amerika overal mee weg kunt komen. Toen Trump University misliep, kocht hij de vervolging voor fraude af met iets van 25 miljoen dollar. (Ik heb het bedrag niet nagezocht.) De totale opbrengst van de oplichting was echter mogelijk nog belangrijk hoger. In plaats van de man op te sluiten, maakten ze hem president.


De alfascore van Aksel Sandemose

Wat me in de BBC-clip opvalt, is dat Aksel Sandemose door iemand die hem goed gekend moet hebben, wordt omschreven als een uiterst onaardig en egocentrisch mens. Die goede bekende is zijn kleindochter Iben Sandemose, die een boek over hem schreef en dat zelf illustreerde. Hij dronk te veel, hij was onaardig voor zijn kinderen en voor zijn verschillende vrouwen. Die hij vervolgens ook nog eens bedroog met meerdere minnaressen, die hij ook weer behandelde als oud vuil.

Volgens zijn kleindochter zag hij zichzelf als onvoorstelbaar groot en belangrijk en zijn vrouw als volstrekt onbeduidend. Zijn minnares werd door haar klein en ondersteboven afgebeeld op de achterflap van het boek.

Let ook op haar strakke gezicht als ze het over hem heeft. De herinnering aan haar grootvader roept niet een glimlach op, maar een strak gezicht.

De Nederlandstalige Wikipedia geeft over hem nog aan informatie dat hij na 1930 schreef in het Noorse Riksmål. De Noorse Rijkstaal, die volgens Wikipedia, de meest conservatieve vorm van Noorse schrijftaal is. Sandemose gebruikte plechtige schrijftaal om zijn verhaal kracht bij te zetten.

Ik zou verwachten dat Sandemose torenhoog scoort op de alfa-bètafactor: hij was kennelijk een uiterst bevooroordeeld en vooringenomen persoon. Hij was schrijver van fictie. Hij gedroeg zich uitgesproken onaardig en asociaal. Hij was oneerlijk en onbetrouwbaar. Hij zag zichzelf als heel belangrijk en zijn naaste verwanten als oud vuil. En hij koos voor een uiterst conservatieve taalvorm, die vermoedelijk weinig lezers aansprak, maar die hem een aureool verschafte van deftig en bijzonder.

Die hoge score op de alfafactor lijkt zijn negatieve houding tegenover de Wet van Jante te verklaren. Wat hij wilde doen en zijn, was alles wat volgens de Wet van Jante als fout gold en niet hoorde.

Sandemose schreef over de elfde regel, de strafbepaling (volgens de Engelstalige Wikipedia): "That one sentence (the eleventh rule), which acts as the penal code of Jante, as such was rich in content. It was a charge of all sorts of things, and that it also had to be, because absolutely nothing was allowed. It was also an elaborate indictment, with all kinds of unspecified penalties given to be expected. Furthermore it was useful, depending fully on tone of voice, in financial extortion and enticement into criminal acts, and it could also be the best means of defense."

Het eerste dat me in deze passage opviel, was dat er iets niet klopte. Hij stelt: ". . . because absolutely nothing was allowed." . . . omdat absoluut niets was toegestaan. Maar de tien regels van de Wet en ook de elfde regel, stellen dat niet. Slechts twee regels hebben betrekking op waarneembaar gedrag, de overige acht regels gaan over wat je moet denken/geloven. Die twee regels die betrekking hebben op waarneembaar gedrag zijn dat je niet voor onderwijzer of docent moet spelen en dat je mensen niet moet uitlachen.

Zeker de laatste bepaling lijkt me voor een samenleving heel verstandig, omdat uitlachen een heel normale reactie kan zijn op een onverwachte situatie, die echter door de ander gemakkelijk als belediging en agressie kan worden opgevat en op die manier snel kan leiden tot geweld en langdurige vetes. In een samenleving waar het leven hard is en waar je te maken hebt met een overweldigende natuur, zodat je op elkaar bent aangewezen, het laatste dat je wilt.

Wanneer je die alinea van Sandemose over de elfde regel, de strafbepaling, vervolgens kritisch bekijkt, blijft er eigenlijk niets van over. Het is allemaal onzin en gebakken lucht. Zware termen die in dit geval niet echt op hun plaats zijn. De regel is immers slechts: je mag doen wat je wilt, maar let op wat je doet, want we onthouden het wel.

Ik denk dat de Wet van Jente typisch de boerencultuur beschrijft, de bètacultuur. Je maakt je waar door je handjes te laten wapperen en niet door grote verhalen over jezelf rond te strooien. Aksel Sandemose deed juist liever het laatste, dan het eerste en vond daardoor die door hem zelf verwoorde wet, helemaal niks.

-----------------------------------------------------
'Leidende blog' en Janteloven

Met de stelling in de kop dat dit de 'leidende' blog is, bevind ik me in het kader van de Wet van Jante natuurlijk wat op glad ijs. Mijn tante zou bij iemand die zichzelf de hemel in prees, opmerken: 'Interessant, wie zegt dat precies?'


Mijn stelling heeft echter niet betrekking op de auteur van deze blog, maar op deze blog. Voor zover ik weet en kan nagaan, is het op dit moment een juiste en informatieve aanduiding.

Lezers zullen soms geneigd zijn dat waardeoordeel te koppelen aan de auteur. Dat is echter associatief denken en lijkt me niet terecht. De relativiteitstheorie geldt als een mooi stuk werk, maar dat betekent niet, dat Einstein alleen maar prachtige dingen deed. Het was soms een uiterst vreemde man.

B. F. Skinner merkte over het schrijven van een boek (of een artikel of een blog) ooit op, dat dat geen verdienste was van hem als auteur. Gegeven de juiste omstandigheden, kon hij niet anders. Je moest hem zien als een kip die een ei legde. Een standpunt waar ik me graag bij aansluit.

Dat het ei misschien bruikbaar is, betekent niet dat we de kip een standbeeld gunnen. De realiteit is helaas precies andersom. We eten het beest maar wat graag op. Ik hoop van harte dat mij dat lot bespaard blijft.
-----------------------------------------------------



De Wet van Jante en de alfafactor

Terug naar de clip en de Wet van Jante. Een belangrijk punt is dat de Scandinavische landen als de meest succesvolle ter wereld gelden (men kan hiervoor naar verschillende criteria kijken, maar het resultaat is voortdurend ongeveer hetzelfde), terwijl Janteloven aan de andere kant precies de essentie van die Scandinavische samenleving lijkt te verwoorden.

In de clip stelt Kim Orlin Kantardjiev, adviseur van het Noorse Hoger Onderwijs (op ongeveer 1:00): "I'm sure Janteloven is a part of it . . ." Hij vervolgt dan met: ''. . . you can't have it both ways." Hij omschrijft die twee uitersten als: "[You can't have] complete individuality, where everyone just ignores the rules and still have a harmonious, equal society. It does not work that way, so you get to choose."

Janteloven is een bestanddeel van het Scandinavische succes. Je kunt niet allebei tegelijk hebben. Aan de ene kant volledige individualiteit, waarbij iedereen de regels negeert. Aan de andere kant een harmonieuze samenleving waarin iedereen gelijke rechten heeft. Zo werkt het niet, dus je moet kiezen.

De Britse samenleving maakt een klasse-onderscheid. Je kunt veel dingen doen, omdat je rijk bent of omdat je een bepaalde achtergrond hebt. Terwijl Janteloven zegt: nee, dat kan niet. Wij zijn hier met veel mensen, wij maken de regels en niet jij in je eentje.

Kantardjiev ziet dus twee uitersten. Aan de ene kant een egalitaire samenleving waarin iedereen zich aan de wet en de regels moet houden. Aan de andere kant een hiërarchische samenleving waarin de hoogstgeplaatsten de regels zelf maken en zelf bepalen wat ze doen.

In feite beschrijft hij daarmee de alfa-bètavariabele. De bètakant staat voor de boerensamenleving, waarin iedereen in beginsel even veel is. Het resultaat telt, maar niet het individu. Aan de andere kant staat de alfacultuur waarin de hoogste in de hiërarchie de absolute macht heeft en kan doen, wat hij wil.

Je zou de Wet van Jante dus kunnen zien als een soort operationalisatie van de boerenfilosofie van de bèta's.



Alfa's over de Wet van Jante

Een punt dat me in de reacties op Janteloven opvalt, is dat men er vaak meer van maakt en meer uit afleidt, dan er staat. Volgens de Wet mag je echt wel met slimme oplossingen komen, maar je moet niet bij voorbaat van jezelf denken en beweren dat je met slimme oplossingen komt. En mocht je met een slimme oplossing komen, dan geeft dat je daarna niet het recht een speciale status te claimen. Ook dan geldt de Wet ook nog steeds voor jou en dien je je te houden aan de regels.

De Deense 'uitvinder' Peter Madsen is een mooi voorbeeld van een Deen waarbij de Wet van Jante volledig niet aanwezig was. Het bijzondere van Peter Madsen is dat hij zich met een bepaalde mate van succes wist uit te geven voor uitvinder. In werkelijkheid heeft de man nooit iets uitgevonden, behalve wilde verhalen. Ook op grond van andere informatie, denk bijvoorbeeld aan de duikboot-moord, lijkt duidelijk dat het hier ging om een extreme alfa.

Het moet dus gaan om de oplossing van het probleem en niet om de persoon die het probleem oplost. Dat is kennelijk een punt dat men zelfs in Scandinavië lastig is begonnen te vinden. Iets dat valt te verwachten doordat deze samenlevingen veel rijker en daardoor minder hard zijn geworden.

Nadat Kantardjiev in de clip de voordelen van Jante Law heeft bezongen, wordt (op 4:45) het tegenovergestelde standpunt verwoord door hoogleraar literatuur Kirsten-Shepherd Barr. Door die functie ben je geneigd te denken dat zij het alfa-standpunt zal verwoorden. Dat blijkt te kloppen.

Ze stelt over de Wet van Jante: "And so there's the first road to freedom and  . . eh hum, getting away from those rules." Zij ziet als de eerste weg naar de vrijheid, loskomen van die Jante-regels. Precies het tegenovergestelde idee dus van wat Kantardjiev verwoordde.

Als de Wet van Jante staat voor democratie, dan wordt de weg naar het tegenovergestelde dus verkocht en gepropageerd als de weg naar de ultieme, absolute vrijheid. In werkelijkheid is dat dan echter alleen de ultieme en absolute vrijheid van de rijken en de machtigen. Eindelijk worden we niet langer gehinderd door al die lastige, democratisch vastgestelde, wetten en regels en kunnen we ongestoord doen waar we zin in hebben.


David Nikel over Jante Law

Op deze site (hier) valt een artikeltje van David Nikel te vinden over de Wet van Jante. Hij vat de Wet van Jante samen als: "Putting society ahead of the individual, not boasting about individual accomplishments or being jealous of others." De samenleving voor het individu stellen, niet opscheppen over individuele prestaties en niet jaloers zijn op anderen. Nog iets verderop beschrijft hij Janteloven als: "the anti-bragging approach." De niet opscheppen benadering.

Hij merkt echter ook op: "there is a growing anti-Janteloven movement in Norway." Er is een groeiende anti-Janteloven beweging in Noorwegen. Wat is er tegen op de anti-opschep benadering die de Scandinavische landen tot de beste samenlevingen van de wereld gemaakt heeft?

Hij merkt daar over op: "In the entrepreneurial circles I move in with my freelance writing, I meet many Norwegians who believe the anti-bragging approach is holding the country back from achieving more success on a global scale." Hij is freelance schrijver. In die hoedanigheid ontmoet hij veel Noren die geloven dat de anti-opschep benadering het land tegenhoudt bij het bereiken van (nog) meer succes op wereldwijde schaal, stelt hij.

Let wel. Je beschikt over het wondermiddel X dat je tot de allerbeste in de wereld heeft gemaakt. Vervolgens bedenk je dat wondermiddel X de oorzaak is, dat je niet nog hoger bent gekomen op de ladder van superieure samenlevingen. Ik denk, dat je iemand die zo denkt, beter kunt opsluiten in een inrichting voor ongeneeslijke zieke en gevaarlijke geesten.

Als onderbouwing van deze stelling bevat zijn artikel een link naar een verhaal over Anita Krohn Traaseth (hier), voormalig hoofd van Hewlett Packard Noorwegen. Nikel maakt daarvan: 'successful businesswoman'. Dat je hoofd van zoiets bent geweest, betekent echter vermoedelijk vooral dat je een grote bek hebt en handig weet te kletsen. Met andere woorden: dat je een hoge alfascore hebt.

Hewlett Packard heeft op het gebied van management een vrij trieste reputatie opgebouwd. Denk aan de miskleun die men maakte door Carly Fiorina tot CEO te benoemen. Carly groeide uit tot een wereldwijde beroemdheid, die bijna voortdurend speeches gaf en nooit een dag had dat haar haar slecht zat. Om de grootste computermaker ter wereld te worden (een volstrekt irrelevant doel, omdat aandeelhouders daar niets voor kopen), liet ze HP voor 24 miljard dollar Compaq kopen. Een fusie die HP veel kostte, maar weinig opleverde (hier).

Bij de laatste laptops die ik aanschafte, bleek het HP-alternatief belangrijk duurder, qua technische specificaties een stuk minder te bieden dan de concurrent en tot overmaat van ramp bleek deze reeks modellen ook nog een ernstige ontwerpfout te bevatten. Kennelijk is iets relatiefs simpels als het bouwen van een goede laptop voor HP tegenwoordig soms al een brug te ver.

Wie wat Traaseth beweert, wat beter bekijkt, hoeft daar overigens niet vreemd van op te kijken. Ze stelt: "I’ve had 100 “speed dates”, taking 10 minutes with my colleagues, customers and other partners. The more meetings I have, the clearer the competences and need for Innovation Norway becomes in my mind. A lot of people in Norway have opinions about the organisation . . ."

Ze wil leiding geven aan een vage en lastige organisatie: Innovation Norway. Een instelling die alleen dankzij overheidsgelden van de Noorse overheid kan overleven. Ze komt dan met een reclamebabbel aanzetten dat ze met 100 mensen 10 minuten gesproken heeft. Men heeft dus een roeptoeter ingehuurd, iemand die kennelijk niet in staat is en niet gemotiveerd is tot serieus nadenken.

In het artikel claimt ze een 'best selling author' te zijn. Ze is zichtbaar en heeft meningen, claimt ze alsof dat enige verdienste zou zijn. Bij nazoeken op Amazon.com blijkt ze één boek geschreven te hebben. Het boek heeft drie lezers reviews die uitermate kort zijn. De desbetreffende reviewers hebben kennelijk het boek amper gelezen of daar althans niets van waarde uit kunnen halen.

De ondertitel van het boek lijkt me in dit verband ook veelbetekenend: Confessions of a Female Leader. Ze presenteert zichzelf als vrouwelijk leider. Ik ben heel bijzonder, want ik ben leider en ik ben vrouw. Het lijkt me dat het hier vooral gaat om iemand die een sterke drang heeft zichzelf te verkopen met een 'fraai' verhaal. Ook in dit geval lijkt dus de hoge alfascore te botsen met de Wet van Jante.

Waarom besteedt Nikel aandacht aan zo'n roeptoeter? Als freelance auteur is hij afhankelijk van deze dame die het geld van de Noorse overheid mag uitgeven voor volstrekt onduidelijke projecten zoals het schrijven van brochures.

Vermeldt Nikel andere bronnen om plausibel te maken dat Janteloven minder populair begint te worden? Dat doet hij niet of amper. Hij geeft verder alleen de tekst van een liedje van een niet met name genoemde Deense band die niets opheeft met de Wet van Jante. Zijn artikel  is kennelijk vooral ook bedoeld om Traaseth voor het voetlicht te brengen.

Het leuke van zijn artikel is dat het gevolgd wordt door een aantal reacties. Sommige mensen vinden die tien regels helemaal niets, anderen zien die regels juist als positief. Kennelijk komt ook hier de alfafactor terug.

Je zou verwachten op grond van het voorgaande dat de mening over de tien geboden van de Jante Law een indicator is voor de score op de alfa-bètafactor. Ik heb het (nog) niet systematisch onderzocht, maar het zou me niets verbazen.













We moeten bevooroordeeldheid openbreken




In iedere moderne, rijke landbouw-samenleving krijg je vroeg of laat een strongman (sterke man), die met een inspirerende babbel genoeg mensen achter zich probeert te krijgen. Zodra dat gelukt is, grijpt de strongman de macht en ontpopt hij zich tot een totalitaire dictator die zijn tegenstanders niet altijd even zachtzinnig het zwijgen oplegt.

Je mag dat gedrag de strongman niet al te zeer kwalijk nemen, want het is duidelijk dat de positie van strongman veel voordeel levert. Het is begrijpelijk dat mensen strongman proberen te worden. Aan het gedrag van de strongman valt dus niet veel te verklaren. Wat hij doet is begrijpelijk, logisch en -- vanuit zijn optiek -- misschien ook wel verstandig.

Wat onderzoekers lastig vonden te begrijpen, is waarom zoveel mensen zich achter de strongman opstellen. Je zou denken dat iedereen democratie en vrijheid belangrijk vindt. Iedereen zou dan met een grote boog om de strongman man heen moeten heenlopen. De strongman zou dan slechts een idioot zijn, die op een zeepkist staat te schreeuwen. Maar dat is niet wat er in werkelijkheid gebeurt. Denk aan de opkomst van Hitler en Trump.

Sommige mensen vinden het verhaal van de strongman wel gaaf. Het klinkt goed, wat hij vertelt. Hij belooft een betere toekomst. Hij gaat orde op zaken stellen. Hij zal zorgen voor welvaart. Hij zal zorgen dat het land weer groot, machtig en belangrijk wordt.

En nog belangrijker: hij zal de oorzaak van alle ellende bestrijden, de X. De reden waarom het zo slecht ging in het land zijn de X. De X zijn gevaarlijk. De X moeten verjaagd of beter nog: dood. Het is: wij of zij! Wanneer wij niet winnen, zullen we door de X overwonnen worden. Dan worden we slaven of we worden uitgemoord. Kijk uit voor de X, want die deugen niet!

Wanneer je er onbevangen over nadenkt, hebben de mensen die zich achter de strongman opstellen, het misschien helemaal nog niet zo slecht bekeken. Op het moment dat de strongman inderdaad de macht heeft, beslist hij uiteindelijk wie wat krijgt. Als aanhanger van de strongman heb je het dan snel een stuk beter dan als tegenstander van de strongman.

'Erst kommt das Fressen, und dann kommt die Moral.' Eerst komt het eten, dan de moraal. Als de strongman gaat over het eten, moet je je opvattingen aan zijn wensen aanpassen. Wiens brood men eet, diens woord men preekt.

Dit simpele principe heeft, wanneer men erover nadenkt verreikende consequenties. Vreemd genoeg werden die consequenties pas duidelijk na tientallen jaren moeizaam empirisch onderzoek. Ik loop nu echter vooruit.


Vijanden van de vrijheid

Terug naar de mensen die zich achter de strongman opstellen. Hoe moet je deze mensen omschrijven?

Fromm titelde in 1941/1942 zijn boek: Escape from Freedom, en: Fear of Freedom. Vlucht en angst voor vrijheid. Het ging om mensen die bang waren voor vrijheid.

Theodor W. Adorno, Else Frenkel-Brunswik, Daniel Levinson en Nevitt Sanford titelden hun boek in 1950: The Authoritarian Personality. De autoritaire persoonlijkheid. Men dacht dat er iets als een aanleg voor fascisme moest bestaan, men deed ook behoorlijk wat onderzoek, maar door het vage begrip 'autoritaire persoonlijkheid' werd het er allemaal niet echt duidelijker op.

Bob Altemeyer gebruikte in 1988 als titel: Enemies of Freedom: Understanding Right-Wing Authoritarianism. Het ging om de vijanden van vrijheid.

Ik denk dat deze laatste omschrijving de meest juiste is. De mensen die zich achter de strongman scharen, zoeken niet alleen veiligheid bij hem, maar bestrijden alles dat anders is. Ze zijn angstig, goedgelovig, gericht op de groep en hun leiders en zijn van nature agressief.

In een een voorgaande blogpost vestigde ik er de aandacht op, dat mensen die zich afwijkend kleden in de optiek van strongman-aanhangers gevaarlijk zijn en verjaagd of gedood moeten worden. Daar blijft het echter niet bij. Ook mensen die anders denken, behoren niet tot de eigen groep en zijn in hun optiek dus gevaarlijk. Ook zij moeten bestreden en gedood worden.

Iemand die actief nadenkt en onderzoek verricht naar de werking van fascistische systemen en daarover ook nog eens publiceert, zoals de schrijver van deze blog, is -- in hun optiek -- nog gevaarlijker en verdient hetzelfde lot. Iedereen die de vrijheid verdedigt, geldt niet alleen als tegenstander, maar is een vijand en moet bestreden en gedood.

Wie zich verdiept in de denkwereld van de strongman-aanhangers ziet dat die simpel is, maar -- vrij uitzonderlijk voor deze mensensoort -- op dit punt ook een bepaalde logica heeft. Het is 'us' tegen 'them'. Het is 'ons' tegen 'hun'. Men denkt in zwart-wit termen. Wie niet voor ons is, is tegen ons!

Wie door conflictgebieden reist, merkt dat aan de ene kant van de frontlinie precies gelijk gedacht wordt als aan de andere kant. Iedere partij ziet zichzelf als goed en de andere partij als fout, als de duivel, als iets dat vernietigd moet worden. In werkelijkheid strijden beide partijen slechts om de macht en heeft men dezelfde uitgangspunten, filosofie, denkwijze en attitude. Men spreekt dezelfde 'taal'.

Denk aan Patton en de Duitsers. Patton was een geweldige generaal, maar ook een typische ijzervreter. Met het Amerikaanse publiek lag hij soms vreselijk overhoop door zijn bruuske optreden. Maar met de Duitsers had hij na de oorlog geen enkel probleem. Ze zaten op dezelfde golflengte, ze spraken dezelfde 'taal'.

De taal van de empirische wetenschap is echter fundamenteel anders dan de propagandataal van de machtige groep. Empirische wetenschappers beschikken over een -- in de optiek van de strongman-aanhangers -- geheimzinnig vermogen. Een vermogen dat macht verschaft en dat strongman-aanhangers niet hebben. Dat maakt, in de optiek van strongman-aanhangers, empirische wetenschappers onvoorstelbaar vreemd en gevaarlijk.

Denk in dit verband aan de film 'Starship Troopers' uit 1997 van Paul Verhoeven. Dit is een film die veel van de fascistische manier van denken in beeld brengt. In de film bestrijden de Starship troopers een totaal andere levensvorm: intelligente, hoog-ontwikkelde insecten. De zogenaamde 'Arachnids'.

Het is in de film: zij of wij. Voor beide levensvormen is het Heelal te klein. Doordat de Arachnids qua uiterlijk zo fundamenteel anders lijken te zijn dan mensen, is het voor de Starship-troopers bij voorbaat duidelijk dat ze op leven en dood bestreden moeten worden.

Het voordeel van Arachnids is echter dat ze duidelijk herkenbaar zijn. Doordat empirische wetenschappers er qua uiterlijk soms bijna net zo kunnen uitzien als de strongman-aanhangers, maakt dat ze dubbel eng. Ze zien er bijna gelijk uit, maar denken in werkelijkheid totaal anders.


Waarmee trekt de strongman?

Als onderzoekers is onze eerste vraag: wie zijn de mensen die zich achter de strongman opstellen? Is het op een of andere manier mogelijk die mensen te identificeren? Op welke punten verschillen ze van de mensen die niets van de strongman moeten hebben? Wat is de factor die het verschil maakt? Wat is de X-factor?

Het antwoord op deze vraag lijkt inmiddels bekend te zijn. De strongman trekt met bevooroordeeldheid (prejudice). Mensen die vooroordelen omarmen, omarmen ook de strongman. Mensen die niets moet hebben van vooroordelen, moet ook niets van de strongman hebben.

Een eerder antwoord op deze vraag veronderstelde dat de strongman met autoritarisme zou trekken. Dat doet hij ook wel, maar daarnaast trekt hij ook nog met een tweede factor: sociale dominantie. Die twee variabelen samen bezitten de merkwaardige eigenschap bevooroordeeldheid vrijwel volledig vast te leggen. Bevooroordeeldheid is daardoor kennelijk de variabele waarmee de strongman trekt.

Aan een kant is dat prachtig nieuws: we weten nu hoe we strongman-aanhangers kunnen onderscheiden van niet strongman-aanhangers. Aan de andere kant lijkt dit ook wat teleurstellend: we zijn nu als het ware weer op het beginpunt.

Het begint allemaal met het omarmen van vooroordelen, maar dat leek in 1950 ook al duidelijk. Het idee was toen juist dat er een dieper liggende oorzaak te vinden moest zijn voor die geneigdheid vooroordelen te omarmen.

Dat resulteerde eerst in de F-schaal en tenslotte -- dankzij het stugge volhouden van Bob Altemeyer -- in de RWA-schaal voor autoritarisme. Deze schaal voorspelt inderdaad een belangrijk deel van de geneigdheid vooroordelen te omarmen.

In 1994 kwamen Felicia Pratto en Jim Sidanius met de SDO-schaal om het geloof in sociale ongelijkheid (social dominance) te meten. Vervolgens toonde Sam McFarland aan dat van de 22 tests die hij uitprobeerde om bevooroordeeldheid te voorspellen, slechts twee dat daadwerkelijk deden: sociale dominantie en autoritarisme. Bob Altemeyer repliceerde vervolgens dit onderzoek met soortgelijke uitkomsten (Altemeyer, 2006, p. 160-161).

Die twee tests samen blijken echter samen in staat te zijn de score op bevooroordeeldheid vrijwel volledig te voorspellen. Kennelijk is bevooroordeeldheid het resultaat van twee verschillende onderliggende variabelen.


Terug bij af?

Dit levert een soort probleem op. Het onderzoek naar fascisme is ooit begonnen met het idee dat er iets in de persoonlijkheid van de strongman-aanhangers moest zijn, waardoor ze zich achter hem stelden. Om het enthousiasme voor de strongman te meten, gebruikte men bevooroordeeldheid als variabele.

Inmiddels zijn we bijna 80 jaar verder (als ik uitga van 1941 als de datum waarop Fromm zijn 'idee' publiceerde) en lijken we duidelijk te hebben dat die bevooroordeeldheid wordt aangestuurd door twee verschillende variabelen, maar dat het toch echt bevooroordeeldheid is, die bepaalt of men zich achter de strongman opstelt. Het lijkt er dus op, dat we na bijna 80 jaar weer terug zijn bij af.

De ETFS (Empirische Theorie van Fascistische Systemen, hier) bestaat uit slechts 6 veronderstellingen en verklaart het ontstaan, de groei en de ondergang van moderne landbouw-samenlevingen. Wie de ETFS echter beter bekijkt, ziet dat in feite al die 6 stellingen betrekking hebben op de alfa-bètafactor, op bevooroordeeldheid. Bevooroordeeldheid is dus de centrale variabele waar alles om draait.

Het meten van bevooroordeeldheid kan ook niet echt langer een probleem zijn, omdat bevooroordeeldheid allereerst rechtstreeks te meten valt, vervolgens valt het ook nog eens te meten via autoritarisme en sociale dominantie.

Een mogelijke derde manier is het gebruik van de enige betrouwbare factor die ik handmatig uit de data van de World Values Survey (WVS) kon destilleren. Mijn idee hierbij was hetzelfde als dat van Bob Altemeyer bij de analyse van de data van de F-schaal. Voor een betrouwbare variabele zijn meerdere items nodig die onderling voldoende hoog correleren. De resulterende schaal moet een voldoende hoge coëfficiënt alfa hebben, dat wil zeggen: de gemiddelde onderlinge correlaties tussen de items van de schaal moet voldoende hoog liggen.

Altemeyer vond op die manier de drie componenten van autoritarisme: onderwerping aan de leider van de groep, bereidheid tot geweld in naam van die leider en conventionalisme/traditionalisme (het vasthouden aan tradities en gewoontes). Ik vond op die manier een collectie items die typerend leek te zijn voor geweld, oorlog en terreur.

Een vierde mogelijkheid lijkt te zijn, te kijken naar de manier waarop mensen in een cultuur denken. Scoren ze laag of hoog op de alfa-bètafactor? Een vijfde mogelijkheid is naar de sociale verschillen te kijken (de GINI-coëfficiënt).

Vermoedelijk zijn er dus nog veel meer mogelijkheden om te meten in welk stadium een cultuur of samenleving zich bevindt. Het lijkt duidelijk te zijn dat er een veelheid van meetmethodes mogelijk is.

Het enige overblijvende probleem is dan het beïnvloeden van bevooroordeeldheid of de alfa-bètafactor. Om dat met succes te kunnen doen, is het belangrijk dat we duidelijk krijgen hoe bevooroordeeldheid precies tot stand komt. We hebben een theorie of model van bevooroordeeldheid nodig.

Wanneer we verder willen komen, moeten we bevooroordeeldheid als het ware openbreken.  Hoe komt bevooroordeeldheid precies tot stand? Wat is precies het verschil tussen de alfa- en de bètareactie?









woensdag 8 augustus 2018

Rechtse denkers en linkse intellectuelen?


Laatst bijgewerkt op 10/8/2018 om 2.58


Vandaag (7 augustus) besteedde Floor Rusman in haar column in de NRC aandacht aan het verschijnsel van 'rechtse denkers' en 'linkse intellectuelen.' Althans, ze hanteert die termen.

De column is getiteld: Verlangen naar een nieuwe maatschappij. Ik kan me voorstellen dat je verlangt naar een iets betere maatschappij. Dingen kunnen altijd beter en dat geldt onmiskenbaar ook voor onze samenleving. Wie verlangt naar een volledig nieuwe maatschappij, verlangt echter naar revolutie.

De Anti-Revolutionaire Partij, waar ik mee ben opgegroeid, leerde dat een revolutie altijd een 360 graden omwenteling was. Na de revolutie was alles weer even beroerd als daarvoor. Je moet niet alles wat je hebt weggooien in de illusie dat het daarna opeens allemaal veel beter zal worden, maar je moet wat je hebt, met kleine stapjes verbeteren. In Japan zeggen ze: je moet 'kaizen.' In Nederland wisten de 'klyne luyden' dat vroeger ook al.

Rusman begint haar column met een waarneming. Tijdens de Gay Pride staan om 8 uur 's avonds twee dronken mensen schreeuwend te sjorren aan een opblaaseenhoorn. Uiteindelijk gaat een derde er met de eenhoorn vandoor. "Om hen heen strompelen mensen in badpakken en panterprint, duidelijk lazarus," schrijft Rusman.

Is dit nu de 'westerse vermoeidheid en decadentie' waar onze samenleving volgens sommige 'rechtse denkers' net als het Romeinse Rijk aan ten onder gaat?, vraagt ze zich af. Ik vind dat een intrigerende omschrijving, want op basis van wat er bekend lijkt te zijn, is de combinatie van 'rechts' met 'denken' iets dat in de Natuur vrijwel nooit lijkt voor te komen.

Rechtse denkers bestaan niet. Rechtse verhalenvertellers wel. Rechtse ideologen en predikers ook. En rechtse babbelaars. Ewoud Sanders vestigde er in de NRC, van 25 juli 2018, de aandacht op dat 'borrelpraat' vooral voorkomt in combinatie met 'rechts'. Dat is geen toeval, maar klopt met wat het autoritarisme-onderzoek steeds weer oplevert. Mensen die echte problemen aanpakken en via denken en experimenteren tot oplossing brengen, zijn op een of andere manier vrijwel nooit 'rechts'.


Die vage termen 'links' en 'rechts'

Dat is echter een gevaarlijke term, omdat in rechtse tijden vrijwel iedereen beweert 'rechts' te zijn en in linkse tijden vrijwel iedereen opeens 'links' is. Wat bedoel ik precies met die termen?

Voor de begrippen 'links' en 'rechts' hanteer ik het soortenmodel. Bèta's zijn double low en dus egalitair. 'Double low' wil zeggen dat ze laag scoren op sociale dominantie en autoritarisme (fascisme). Bèta's zoeken hun heil niet in het lidmaatschap van een machtige groep en hebben geen aspiraties leider van zo'n groep te worden. Bèta's geloven in (individuele) vrijheid (van groepsnormen), gelijkheid en broederschap.

Dat laatste punt vergt misschien enige toelichting. Bèta's moeten overleven onder moeilijke omstandigheden doordat ze aan de ene kant moeten kampen met de harde natuur en aan de andere kant te maken hebben met de machtige groep, die hun productie afroomt. Door deze omstandigheden zitten ze allemaal in hetzelfde schuitje en proberen ze samen te werken door informatie uit te wisselen en elkaar bij te staan. Vandaag help ik jou, morgen help jij mij, dat idee. Een ander belangrijk punt van bèta's is dat ze niet of amper geneigd zijn tot discriminatie en agressie. Ze proberen te overleven door maximaal te produceren.

Doordat ze het motto 'vrijheid, gelijkheid en broederschap' omarmen, zou je bèta's dus als 'links' kunnen aanduiden.

Alfa's zijn het tegendeel van bèta's. Ze zijn double high en denken hiërarchisch. Ze scoren hoog op sociale dominantie (ze willen de baas zijn, ze willen maximale status) en scoren hoog op autoritarisme (fascisme). Dat laatste betekent dat ze tegen individuele vrijheid zijn doordat ze hun groep en leider als de bron van alle goeds zien. Een volgend belangrijk punt is dat alfa's extreem geneigd zijn tot discriminatie en agressie. Ze overleven door andere mensen en groepen te onderwerpen en te gebruiken.

In termen van het motto 'vrijheid, gelijkheid en broederschap,' zijn alfa's voor onvrijheid, ongelijkheid en geen broederschap, maar voor strijd. De wereld is hard, alleen de sterksten behoren te overleven, geloven ze.


'Rechtse denkers' en 'linkse intellectuelen'

Terug naar de column van Rusman. 'Rechtse denkers' laten zich inspireren door autoritaire samenlevingen, stelt ze. Rusman noemt in dit verband Thierry Baudet die in Hongarije zag dat de bevolking daar gelukkiger is, dan de pers ons wil doen geloven. Ze noemt Telegraaf-journalist Wierd Duk die positief over China twitterde. Ze noemt Kristina Türkmen van de FvD die zich lovend over Moskou en Rusland uitliet.

Vervolgens legt Rusman een koppeling. Dit rechtse enthousiasme voor totalitaire landen doet haar denken aan het enthousiasme in de vorige eeuw onder 'linkse intellectuelen' over de Sovjet-Unie, Cuba en China. Ze noemt in dit verband: Harry Mulisch (lovend over Cuba) en Anja Meulenbelt (lovend over China).

In dit kader noemt ze ook het boek Political Pilgrims: Western Intellectuals in Search of the Good Society (1981) van Paul Hollander, een Hongaar die naar het vrije Westen vluchtte. Volgens Hollander vonden de linkse intellectuelen in die totalitaire landen iets wat in het decadente, doelloze Westen te weinig aanwezig was: eenheid, energie, geloof in de toekomst. Hij verbaasde zich over het meten met twee maten: deze mensen waren zeer kritisch over de eigen samenleving, maar bagatelliseerden de onderdrukking in de verre 'paradijzen'.

Rusman sluit haar column af met: "Die linkse intellectuelen hebben intussen sorry moeten zeggen. Maar het verlangen naar een nieuwe maatschappij, zonder conflict en verdeeldheid, bestaat nog steeds."

Wat kunnen we vanuit het onderzoek naar autoritarisme (fascisme) en sociale dominantie over deze 'rechtse denkers' en 'linkse intellectuelen' zeggen? De 'rechtse denkers' van nu lijken me inderdaad precies hetzelfde soort mensen als de 'linkse intellectuelen' van toen. In beide gevallen gaat het kennelijk om double highs of alfa's. Mensen die hoog scoren op sociale dominantie en autoritarisme. Waar verlangen die 'rechtse denkers' en die 'linkse intellectuelen' precies naar?

Alfa's dromen van een totalitaire samenleving met zichzelf aan het hoofd. Het zijn gevaarlijke baasjes die tot alles bereid zijn om de top van de sociale piramide te bereiken. En mochten ze de toppositie niet kunnen bereiken, dan zullen ze toch zeker zorgen dat ze tot de elite van de Grote Leider gaan behoren.

In de nieuwe, totalitaire samenleving die ze als ideaal zien, is inderdaad geen ruimte voor intern conflict of verdeeldheid. Iedereen die ook maar verdacht wordt van 'foute' ideeën, wordt of vermoord of opgesloten. Het is het Hitleriaanse idee: 'Ein Reich, ein Volk, ein Führer!' Alleen op die manier kan men de hele samenleving richten op de heilige plicht: het voeren van oorlog en het onderwerpen van andere volken om de superioriteit van de eigen groep en eigen leider boven alle twijfel aan te tonen.

Wat valt op aan de mensen die ze noemt? Ze hebben iets met het produceren van 'mooie' verhalen (Baudet, Duk, Mulisch, Meulenbelt). Ze hebben iets met macht en invloed (Baudet, Duk, Mulisch). Men gelooft volgens Hollander in eenheid (de groep is alles), energie (agressie) en geloof in de toekomst. 'Volg mij dan zullen jullie allemaal rijk worden!' Het is nooit hier en nu, maar altijd een beloning die later komt, of niet natuurlijk.

Een opvallend en terugkerend punt bij dit soort mensen is het meten met twee maten. Voor zichzelf en zijn groepsleden legt men totaal andere normen aan, dan voor mensen die niet tot de eigen groep behoren. Normen zijn voor deze mensen in werkelijkheid slechts rationalisaties om te kunnen doen, wat men wil doen. Men stoort zich er zelf niet aan, maar men gebruikt ze graag om anderen naar beneden te trappen.

Waarom noem je jezelf 'links', terwijl je in werkelijkheid zo rechts bent als een fascist maar kan zijn? Autoritaristen geloven in de macht van woorden. Wanneer links in de mode is, ben je als fascist dus ook 'links'. Wanneer rechts in de mode is, ben je als fascist ook rechts. Dat je daardoor precies het tegenovergestelde beweert van wat je werkelijk bent, is niet dom, maar slim. Een dergelijke 'grote leugen' is zo groot, dat de meeste mensen die voor onmogelijk zullen houden. Als je liegt, moet je het bij voorkeur zo gigantisch doen, dat niemand meer wil geloven, dat je liegt.


Wat is een 'intellectueel'?

Een ander punt dat me opvalt, is de term 'intellectueel.' In het Amerikaanse Engels staat dat ook voor 'egghead'. Iemand die zoveel denkt, dat hij het contact met de realiteit verloren is.

De combinatie 'public intellectual' staat daar ook voor 'pundit'. Iemand die overal een mening over heeft, die prachtig kan brengen, maar uiteindelijk vaak de plank volledig misslaat. Het zijn mensen die zich voordoen als 'grote denkers', maar die het in werkelijkheid van hun gebabbel moeten hebben. Het zijn geboren verkopers in dit geval van zichzelf.

In Amerika stelde Eric Hoffer: "It's disconcerting to realize that businessmen, generals, soldiers, men of action are less corrupted by power than intellectuals... You take a conventional man of action, and he's satisfied if you obey. But not the intellectual. He doesn't want you just to obey. He wants you to get down on your knees and praise the one who makes you love what you hate and hate what you love. In other words, whenever the intellectuals are in power, there's soul-raping going on" (hier). Intellectuelen ziet hij als sadistische dictators, die aanbeden willen worden door de mensen die ze hebben weten te onderwerpen.

In Nederland heeft Frits Bolkestein in 2012 aandacht gevraagd voor de kwalijke rol van alfa-intellectuelen (predikers/ideologen) in de politiek met zijn boek De intellectuele verleiding (hier).

Paul Sebes gaf in een interview (hier) een definitie van een 'intellectueel': "Een intellectueel is iemand die het debat opzoekt en opiniestukken­ schrijft," stelde hij. Dat is een heldere omschrijving en laat zien dat het gaat om mensen die opinies verkopen in plaats van mensen die feiten analyseren en daar goed in zijn (de zogenaamde 'supervoorspellers'). Intellectuelen verkopen verhalen, opinies. De echte denkers verkopen feiten en werkende oplossingen, die ze vaak nog gratis weggeven ook.

Wie via Synoniemen.net de in het Nederlands verwante woorden voor 'intellectueel' zoekt (hier), ziet dat de term sterk koppelt aan 'geestelijk.' Die term koppelt vervolgens aan allerhande termen die gelovigen prachtig vinden, maar sceptici zullen verafschuwen, zoals: spiritueel, psychisch. bovenzinnelijk, immaterieel en onstoffelijk. Een intellectueel is kennelijk iemand die weinig kritische toehoorders probeert te bekeren tot zijn blijde, en maar al te vaak kwalijke, boodschap.

In het soortenmodel vormen de alfa's de roeptoeters. Ze weten alles zeker, ze kunnen het mooi brengen, maar het is allemaal bullshit. Het is Trump die als conman (oplichter) iets aan het verkopen is. De bèta's zijn de denkers. Ze schreeuwen het niet graag van de daken, maar bedenken wel de werkende oplossingen. Denk aan Einstein versus Hitler.


Het boek Political Pilgrims

Het boek van Hollander, is afgaande op de lezers reviews op Amazon.com (hier), een beschrijving van alfa's (double highs) die dateert uit de tijd toen nog niet precies via onderzoek bekend was, hoe de vork in de steel zat.

Een lezer schrijft over deze 'intellectuelen': "They loved Communism even when it was obvious that Lenin & Stalin were exterminating hoards of people! They are defective in their thinking and they stick to it. (. . .) This book walks you through the needs that these intellectuals seem to have which continually seems to cause them to deny the stark realities around them and cling to their ideologies."

Iemand anders beschrijft deze intellectuelen als volgt: "Western intellectuals like to think of themselves as men and women of reason who are better than common people. Paul Hollander shows how easily intellectuals have been fooled into completely false analysis of totalitarian regimes. As he has documented the intellectuals are as gullible or more gullible than the average person since their judgment is based mostly on their own emotional longs which completely overwhelm their reason."

Weer een andere lezer: "This book is well worth reading. It demonstrates most amply Hollander's contention that intellectuals are not characterized solely by their critical abilities and habits. Rather, as Hollander points out time and again, they are also characterized by their opportunistic use of these abilities, and by their incredible credulity. Sartre is only one case in point: his fabulous skepticism is employed to prevent himself from coming face to face with the fact that Stalin was a monster and that Marxism could neither save a nation nor prevent mass murder."

De lezer die schrijft: "Political Pilgrims vividly illustrates, in the political realm, the evil that can be done when honesty plays second fiddle to fashion . . .," slaat voor mijn idee echter de spijker nog het meest op de kop.


Wat is het kardinale verschil tussen alfa's en bèta's?

In het discriminatie- en agressie-onderzoek draait uiteindelijk alles om bevooroordeeldheid (of de alfa-bètafactor). Maar wat is nu precies het verschil tussen een alfa en een bèta? De lijst van verschillen die ik heb is ondertussen meer dan dertig punten lang. Dat is zo lang, dat het voor mensen niet meer valt te hanteren. Je zoekt dus het kardinale verschil.

Het wezenlijke verschil zit in het taalgebruik, denk ik. Alfa's stemmen hun taalproductie af op hun publiek. Ze proberen te produceren wat hun publiek graag wil horen. Je kunt het vergelijken met een modefotograaf die in de studio met duur betaalde modellen, foto's maakt, die zijn publiek prachtig vindt. Hij schept een virtuele werkelijkheid, die in geen enkele relatie meer staat met de echte werkelijkheid. Bij foto's is dat misschien niet altijd zo erg, maar bij taal kan het grote problemen geven.

Wanneer Hitler zegt dat de X niet deugen, interesseren de X hem in werkelijkheid volstrekt niet. Wat hem wel interesseert, is het effect op zijn publiek. Dat publiek hoort echter hun Grote Leider beweren dat de X niet deugen. Als de Groter Leider dat beweert, moet dat -- in hun opinie -- wel zo zijn. Het resultaat in een geval als dit, is 6 miljoen overbodige, irrationele doden.

Het discriminatie- en agressieprobleem ontstaat dus doordat mensen borrelpraat produceren, die vervolgens door het onkritische deel van het publiek (de volgelingen/gelovigen) verheven wordt tot feitelijke waarheid. Men is niet in staat om het gebabbel van de strongman te zien voor wat het is: bullshit.

Maar een strongman die bullshit produceert, is zonder publiek dat erin trapt, slechts een idioot die op een zeepkist staat te schreeuwen. Zonder een voldoende groot, onkritisch publiek van volgelingen/gelovigen (autoritaristen) is de 'publieke intellectueel' dus nergens. Aan de ene kant is de taalproductie door alfa's het begin van alle ellende lijkt het. In werkelijkheid begint de ellende echter met het autoritaristische publiek dat alles wat op de juiste manier verteld wordt, omarmt als absolute waarheid.

De basis van het verschil tussen alfa en bèta is dus kennelijk het verschil in de manier van informatieverwerking. Bèta's checken beweringen actief, alfa's laten zich er willoos door beïnvloeden.

Op het moment dat mensen in een samenleving opmerkingen beginnen te omarmen, omdat ze goed klinken (een positief sociaal effect opleveren), is het totalitaire regiem niet veraf meer. Het gaat dan, zoals de lezer opmerkte, niet langer over 'honesty,' maar over 'fashion'.

Ik merkte hierboven op dat publieke intellectuelen in rechtse tijden zichzelf betitelen als 'rechts' en in linkse tijden als 'links'. Dat illustreert het principe. Uitgaande van de operationele definities van het soortenmodel zitten de 'rechtse denkers' en de 'linkse intellectuelen' echter in beide gevallen in het vakje van de alfa's. Aan de persoonlijkheid van de alfa's is niets veranderd, maar hun taalproductie is met de mode mee veranderd.






Mensen lopen steeds minder


Deze avond deelde een van mijn dochters een waarneming mee. Althans zo leek het. De waarneming was: ''Er wordt steeds minder gewandeld." Ze had vandaag een mooi deel van Drenthe doorkruist. Inderdaad, het was behoorlijk warm voor Nederlandse begrippen. En toegegeven: het is een vrij stil deel van Drenthe. Maar ondanks het mooie weer en de prachtige natuur, waren ze geen andere wandelaars tegengekomen.

Van mijn vrouw hoor ik regelmatig hetzelfde verhaal. Mijn eigen ervaringen sluiten daar bij aan. Vroeger kwam je nog wel eens andere mensen tegen op zo'n dag, maar het lijken er steeds minder te worden.

Ook met het fietsen lijkt het me niet echt goed te gaan. Wat vroeger opviel, was dat de fietsers die je tegenkwam in doorsnee vrijwel altijd behoorde tot de oudere generatie. Jonge mensen leken fietsen maar een vreemd tijdverdrijf te vinden.

Wat je tegenwoordig ziet aan fietsers, zijn vaak elektrische fietsen. Dat gaat lekker hard en het gaat gemakkelijk. En natuurlijk de race- en crossfietsers.

Bij fietsers is het beeld complexer. Dat maakt het lastiger om er iets over te beweren dat hout snijdt.

Ik denk dat lopen of wandelen voor mensen een belangrijke activiteit is. Het lijkt echter ook duidelijk dat moderne mensen gesteld zijn op hun gemak. Voor de boodschappen neem je dus de auto of minimaal de fiets. Zo maar een eind gaan lopen, kost energie. Het is verleidelijk op de bank te blijven zitten of bij mooi weer naar een terrasje te gaan.

Wat betekent dat? Mag je daaruit iets concluderen? Hier slaat mijn 'beroepsdeformatie' toe. Ik moet aan de alfa-bètafactor denken. Mensen hebben in beginsel slechts twee manieren van bestaan. De ene modus is de productie- en denkmodus. De andere modus is de geniet-, ontspan-, babbel-, borrel-, gevoel- en strijdmodus.

Jagers/verzamelaars, onze voorouders, hadden twee hoofdactiviteiten. De eerste was eten verzamelen door te jagen en te plukken. Bij deze activiteit gebruikte men zijn brein optimaal. Wanneer men dan echter na een aantal uren met rijke buit beladen bij het kamp terugkwam, wilde men genieten en zich ontspannen. Het nuttigen van de buit werd gebruikt om de onderlinge sociale band te verstevigen. Belangrijk, omdat men als individu uiterst kwetsbaar was, maar als groep een geduchte strijdmacht vormde.

In de productiemodus hanteert men taal anders. De taal is kort, duidelijk en moet kloppen met de waarneembare werkelijkheid. In de ontspanmodus wordt er gekeuveld en gebabbeld. In deze modus kan men ongeremd irrationeel zijn, want of iets wel of niet klopt met de werkelijkheid doet er even niet toe en iedereen in zo'n cultuur begrijpt dat. Het is borrelpraat.

Ik zou dus verwachten dat als mensen minder lopen, ze vaker in de ontspanmodus moeten staan. Maar dat is ook de modus die de basis vormt van het irrationele denken. De modus die nodig is voor het omarmen van de strongman, voor discriminatie, voor strijd, oorlog en genocide.

We willen ons allemaal graag goed voelen, we willen genieten en gemak. In de menselijke natuur zijn die zaken echter gekoppeld aan 'mooie' verhalen en geweld.







dinsdag 7 augustus 2018

Teruglopende lezersaantallen en bevooroordeeldheid


Laatst aangepast op 8-8-2018 om 1.18


Pia de Jong meldt vandaag (6 augustus) in haar column in de NRC dat de Daily News, ooit een van de belangrijke lokale kranten in New York, de helft van zijn redactie gaat ontslaan. "Het lezersaantal is gezakt van twee miljoen naar tweehonderdduizend, nauwelijks genoeg om te overleven," schrijft ze. Sinds de jaren 80 is in de VS het aantal lezers van lokale kranten gehalveerd, evenals het aantal journalisten. Resultaat is dat burgers nauwelijks nog zicht hebben op de lokale politiek, aldus De Jong.

Wat is de oorzaak van die teruglopende lezersaantallen? Op deze vraag gaat ze in haar column niet in en het is natuurlijk ook een lastige. Ik denk echter een duidelijk verband te zien met de alfa-bètafactor. Anders geformuleerd: met bevooroordeeldheid. Nog weer anders geformuleerd: met de strongman-factor.

Nu kan dat natuurlijk van mijn kant een beetje een soort beroepsdeformatie zijn. Op het laatst ben je geneigd overal de alfa-bètafactor te ontwaren. Laat ik echter mijn argumenten proberen te geven.

Een van de opvallende zaken in hedendaagse kranten en andere media, is de enorme hoeveelheid opinies. Het regent opinies. Moderne journalisten trekken er niet langer opuit om verslag te doen van de zaken die ze aantreffen, nee, ze weten alles al. Ze hoeven slechts hun geniale gedachten en gevoelens aan het papier toe te vertrouwen, zodat de lezer na lezing verlicht kan gaan slapen.

Toegegeven: het scheelt veel tijd. Onderzoek is niet langer nodig. Er moet simpelweg een stukje komen en dan gaan we achter de tekstverwerker zitten en rammen het eruit.

Maar dat is dus precies, wat bevooroordeeldheid inhoudt. Bevooroordeeld wil zeggen, dat iemand al denkt te weten hoe het zit, zonder eerst onderzoek gedaan te hebben. Men is zo overtuigd van zijn eigen geniale gedachten en zo volstrekt zeker van het eigen gelijk, dat men de wereld -- zonder enig onderzoek te plegen -- al kan vertellen hoe het zit.

Afgaande op de inhoud van tegenwoordige media en vroegere media heeft er dus voor mijn idee een belangrijke verschuiving plaatsgevonden. Ik vergelijk dan via mijn geestesoog de kranten uit mijn jeugd (1960-1980) met de kranten van nu. Dat is dus geen hard onderzoek, maar slechts mijn indruk. Moderne kranten lijken veel meer opinie te bevatten.

Als die veronderstelling klopt, kan dat eigenlijk alleen betekenen dat bevooroordeeldheid of de alfa-bètafactor belangrijk opgelopen is. De samenleving is verschoven van zakelijk en feitelijk naar gevoel, fantasie en opinie.

Iemand als Trump past natuurlijk helemaal in dat plaatje. Het is mogelijk dat er in de jaren dertig van de vorige eeuw -- toen Hitler in Duitsland opkwam -- iets soortgelijks plaatsvond. Een soort omarming van het irrationele denken.

Ik denk echter dat er bij kranten nog een tweede groot probleem speelt. De lezers laten het afweten. Er komen steeds minder lezers. Hoe kan dat?

Als er inderdaad een verschuiving op de alfa-bètafactor heeft plaatsgevonden, zou je verwachten dat er meer alfa's zijn gekomen en minder bèta's. Alfa's zijn echter mensen die wel zeggen te lezen, maar dat in werkelijkheid niet of amper doen. Alfa's babbelen en zijn daar ongetwijfeld heel bedreven in, maar serieus en diepgaand lezen zien ze als iets dat overbodig is en zelfs (voor hun status in de groep) gevaarlijk kan zijn. Waarom zou je dat doen? Wat schiet je ermee op? Zeggen dat je iets gelezen hebt en dat laten vallen, dat levert wel erkenning en status op, dat is dus andere koffiekoek.

Het zijn dus vooral bèta's die kranten intensief lezen, kranten die door overwegend alfa-journalisten worden volgeschreven. Maar als er inderdaad in de samenleving een verschuiving op de alfa-bètafactor heeft plaatsgevonden, heeft dat een grote impact op het aantal bèta's. In een moderne samenleving is dat aantal beperkt tot hooguit een kwart van de bevolking (door de twee aansturende variabelen waar men lager dan gemiddeld op moet scoren). Zodra een samenleving belangrijk meer alfa's weet te produceren, blijven er dus amper bèta's over. In dat geval moet je dus een groot effect verwachten op de aantallen krantenlezers.

Heeft er daadwerkelijk in de VS een verschuiving op de alfa-bètafactor plaatsgevonden? De populariteit van Trump suggereert dat wel. Ook de grote en toenemende ongelijkheid in de VS suggereert dat. Dan is er het oplaaiende racisme gericht tegen mensen die van buiten komen en het zwarte deel van de eigen bevolking.

Het klinkt misschien wat abstract. Wat moeten we ons voorstellen bij toenemende bevooroordeeldheid? Wel, dat is niet zo moeilijk: vervolging van alles dat afwijkt. Vervolging van alles dat niet tot de machtige groep behoort. Een steeds grotere kans dat een strongman de macht grijpt.

Wat moeten we ons voorstellen bij een toegenomen alfa-bètascore? In beginsel precies hetzelfde. Het zijn twee verschillende woorden voor hetzelfde. Dat zelfde valt echter op verschillende manieren te meten.

Je zou ook kunnen zeggen, dat men steeds oppervlakkiger wordt. Het aantal mensen dat de kost verdient met het vertellen van 'mooie' verhalen (en het neerzetten van 'mooie' plaatjes, denk aan mode-bloggers) neemt steeds verder toe. Dat kan echter alleen wanneer het publiek minder kritisch is geworden, minder goed nadenkt. Het aantal mensen dat de kost verdient met daadwerkelijke produceren en het oplossen van problemen neemt in dat geval steeds verder af.

We willen een indrukwekkend huis, twee indrukwekkende auto's op de oprijlaan, een paar keer per jaar op vakantie en denken: na ons de zondvloed. Als klimaatwetenschappers gelijk hebben, is dat laatste slechts een kwestie van tijd. Welterusten.