Laatst bijgewerkt: 26/12/2025 om 17.22
Via Blendle krijg ik uit de Kanttekening van 23/12/2025 een interview te lezen van Ewout Klei met de schrijver Aart Aarsbergen over diens laatste boek, getiteld:
Het verdwijnen van de waarheid.
De ondertitel van het boek luidt:
De actualiteit van George Orwell
Het boek is uitgegeven door Uitgeverij Kleine Uil te Groningen (2025) en kost 19,50. Daar komt nog 4,10 bij voor verzending. Er is ook een e-versie beschikbaar, die belangrijk goedkoper is.
Naar aanleiding van dit interview vroeg ik me af: wat was precies de bijdrage van Orwell op het gebied van fascisme?
Natuurlijk hebben we zijn twee beroemde boeken Animal Farm en 1984. Beide boeken zijn romans, fictie dus, die gaan over totalitaire samenlevingen. Ze helpen om een voorstelling te maken van zo'n samenleving, zo lang je die niet uit eigen ervaring kent. Maar wetenschap is het natuurlijk niet echt, omdat je altijd zit met de vraag: klopt het of niet?
Orwell en Huizinga
Als ik Orwell vergelijk met Johan Huizinga dan valt me vooral op dat Orwell pas echt op gang komt als de oorlog bijna voorbij is. Huizinga publiceerde In de schaduwen van morgen in 1935. Liefst vijf jaar voordat de Tweede Wereldoorlog ons land binnentrok. Je zou op grond daarvan kunnen zeggen: Huizinga was veel meer een ziener. Hij zag de dingen fout gaan. Hij zag de dreiging, observeerde scherp en kon daardoor het wezen van het fascisme akelig raak treffen.
Eignlijk zeg ik het dan fout. Huizinga zag het fascisme als iets dat bij de cultuur van zijn tijd hoorde. Als cultuur-historicus zag hij het in de cultuur van zijn tijd verkeerd gaan. Het kritisch oordelen was in onbruik geraakt. Men consumeerde vooral en had steeds minder aandacht voor productie. Op basis van wat we nu weten, had hij het scherp gezien. En zo zagen zijn tijdgenoten het toen kennelijk ook al. Zijn boek werd in vele talen vertaald en vele malen herdrukt.
De bijdrage van Orwell
Terug naar Orwell. Als ik de bijdrage van Orwell op het gebied van fascisme nazoek, kom ik tenslotte uit bij een kort essay van hem, verschenen in 1944, getiteld:
What is Fascism?
Hier te lezen: https://www.orwell.ru/library/articles/As_I_Please/english/efasc.
Wat ik goed vind aan het stuk is ten eerste dat het grootste deel handelt over het feit dat 'fascism' zo'n vage term is, dat niemand precies weet, wat het is of moet zijn. En zo is het ook. Fascisme is een te vage term om empirisch wetenschappelijk gezien bruikbaar te zijn. In de praktijk is het vaak vooral een scheldwoord.
Alfa-wetenschappers gebruiken het wel volop, maar daarbij doet zich het probleem voor dat vrijwel ieder zichzelf respecterende hotemetoot zijn eigen definitie kiest en dat -- zoals in de alfawetenschappen gebruikelijk -- die definitie nooit op een operationeel niveau liggen. Ik noem als tegenvoorbeeld in dat verband graag Bob Altemeyer die in feite zijn hele werkzame leven besteedde aan de operationele definitie van RWA (Right Wing Authoritarianism). Dat geduld en die volharding is slechts weinigen gegeven.
Dan het tweede punt. Ondanks al die vaagheidsproblemen probeert Orwell toch een stap verder te gaan. Als je toch probeert te omschrijven wat 'fascisme' in de kern inhoudt, zegt Orwell, kom je uit bij de Engelse term bully. De stier, de schreeuwlelijk, de jongen die op het schoolplein de grootste bek heeft en anderen terroriseert.
De alinea waarin hij de kern van 'fascisme' omschrijft, luidt als volgt:
"Yet underneath all this mess there does lie a kind of buried meaning. To begin with, it is clear that there are very great differences, some of them easy to point out and not easy to explain away, between the régimes called Fascist and those called democratic. Secondly, if ‘Fascist’ means ‘in sympathy with Hitler’, some of the accusations I have listed above are obviously very much more justified than others. Thirdly, even the people who recklessly fling the word ‘Fascist’ in every direction attach at any rate an emotional significance to it. By ‘Fascism’ they mean, roughly speaking, something cruel, unscrupulous, arrogant, obscurantist, anti-liberal and anti-working-class. Except for the relatively small number of Fascist sympathizers, almost any English person would accept ‘bully’ as a synonym for ‘Fascist’. That is about as near to a definition as this much-abused word has come."
Hoe ziet het empirische onderzoek 'fascisme'?
Hoe verhoudt dit zich dat tot de gang van zaken in het empirische onderzoek naar fascisme?
Om te beginnen is de tegenstelling tussen fascisme en democratie die Orwell zag, hetzelfde als wat de aartsvaders (de auteurs van TAP, The Authoritarian Personality) zagen. Het centrale idee van fascisme is één grote leider. Eén koning of keizer, die de absolute macht heeft. Die ook de macht heeft om onderdanen die hem niet welgevallig zijn, om te brengen en op te offeren. Dat staat haaks op het idee van een democratie.
Ook de bully speelt in het empirische fascisme-onderzoek een belangrijke rol. Hij heet daar geen bully, maar strongman. Je zou ook kunnen zeggen: dictator.
Maar vervolgens maakten de auteurs van TAP een belangrijke draai en die draai maakten ze al voor en tijdens de oorlog. Het gaat niet om de bully of strongman, maar het gaat om de mensen die de bully op het schild hijsen. De mensen die de bully zijn macht bezorgen. De volgelingen, de gelovigen, de mensen die enthousiast over de bully zijn en in feite maar al te vaak bereid zijn op zijn suggestie geweld te gebruiken en zelfs bereid zijn voor hem te moorden.
Orwell ziet de bully als fascist, maar de auteurs van TAP (en ook de onderzoekers daarna) zagen de meute die de bully/strongman zijn macht bezorgt, als de bepalende factor. Want bullies heb je overal, maar de idioten die een van die bullies op het schild hijsen, dat is de echte factor die fascisme en een strongman mogelijk maken.
Fascisme moet je dus zien als enthousiasme voor de strongman. De mensen die achter de bully aanlopen, de meelopers, de schare volgelingen, de machtsbasis van de strongman, die vormen het echte probleem. En die mensen wijken op een bepaalde manier af van de rest. Bij Hitler koos slechts een belangrijke minderheid voor Adolf. In andere gevallen is het soms een kleine meerderheid, maar vaak ook een tijdelijke meerderheid.
De grote vraag is dus: wat maakt de enthousiastelingen voor de strongman anders dan de rest van de bevolking? Waardoor wijken de enthousiastelingen af? In de volgende post ga ik hierop in.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten